TEKST VOOR VANDAAG
MARKUS 16 : 9 – 20
DAG 95
LEZEN: MARKUS 16 : 9 – 20
THEMA: Overtuigd
(HSV) [9] En toen Jezus opgestaan was, ’s morgens vroeg op de eerste dag van de week, verscheen [1]Hij eerst aan Maria Magdalena, [2]uit wie Hij zeven demonen uitgedreven had. [10] Die ging heen en berichtte het aan hen die bij Hem geweest waren, die treurden en huilden. [11] En toen die hoorden dat Hij leefde en door haar gezien was, geloofden zij het niet. [12] [3]En daarna is Hij in een andere gedaante geopenbaard aan twee van hen, terwijl zij wandelden en naar het veld gingen. [13] Ook zij gingen het aan de anderen berichten; maar zij geloofden ook hen niet. [14] [4]Later is Hij geopenbaard aan de elf, terwijl zij aanlagen, en Hij verweet hun hun ongeloof en hardheid van hart, omdat zij hen niet geloofd hadden die Hem gezien hadden nadat Hij opgewekt was. [15] En Hij zei tegen hen: [5]Ga heen in heel de wereld, predik het Evangelie aan alle schepselen. [16] Wie geloofd zal hebben en gedoopt zal zijn, zal zalig worden, [6]maar wie niet geloofd zal hebben, zal verdoemd worden. [17] En hen die geloofd zullen hebben, zullen deze tekenen volgen: [7]in Mijn Naam zullen zij demonen uitdrijven;[8] in vreemde talen zullen zij spreken; [18] [9]slangen zullen zij oppakken; en als zij iets dodelijks zullen drinken, zal het hen beslist niet schaden; [10]op zieken zullen zij de handen leggen en zij zullen gezond worden. [19] De Heere dan is, nadat Hij tot hen gesproken had, [11]opgenomen in de hemel en heeft Zich gezet aan de rechterhand van God, [20] [12]maar zij gingen overal heen om te prediken, en [13]de Heere werkte mee en bevestigde het Woord door de tekenen die erop volgden. Amen.
(BGT) Maria uit Magdala ziet Jezus [9] Jezus was opgestaan uit de dood op zondag, vroeg in de ochtend. De eerste die hem zag, was Maria uit Magdala. Jezus had vroeger zeven kwade geesten uit haar weggejaagd. [10-11] Maria ging naar de volgelingen van Jezus. Die waren verdrietig en huilden. Maria zei tegen hen: ‘Jezus leeft! Ik heb hem gezien!’ Maar zij geloofden haar niet.
Twee volgelingen zien Jezus [12] Daarna werd Jezus gezien door twee volgelingen. Ze waren onderweg, buiten de stad. Nu zag Jezus er anders uit. [13] De twee gingen het aan de anderen vertellen. Maar die geloofden het nog steeds niet. De elf leerlingen zien Jezus [14] Ten slotte werd Jezus gezien door de elf leerlingen, terwijl ze zaten te eten. Jezus zei streng tegen hen: ‘Jullie zijn ongelovig en ongehoorzaam! Want jullie hoorden dat ik uit de dood was opgestaan. Dat vertelden de mensen die mij gezien hadden. Maar jullie geloofden het niet.’ [15] Jezus zei verder tegen de leerlingen: ‘Ga de hele wereld door, en vertel het goede nieuws aan iedereen. [16] Iedereen die gelooft en gedoopt wordt, zal gered worden. Maar iedereen die niet gelooft, zal door God gestraft worden. [17] Mensen die geloven, zullen wonderen doen. Ze zullen kwade geesten wegjagen door mijn naam te noemen. Ze zullen in onbekende talen spreken. [18] Ze zullen slangen vastpakken. Ze zullen dodelijk vergif drinken en toch niet sterven. En ze zullen zieken beter maken door hun handen op hen te leggen.’ Jezus gaat naar de hemel [19] Toen de Heer Jezus dat gezegd had, liet God hem naar de hemel gaan. Daar ging Jezus naast God zitten, aan de rechterkant. [20] De leerlingen gingen op weg. Overal vertelden ze het goede nieuws. De Heer hielp hen, en hij gaf hun de kracht om wonderen te doen. Zo liet hij zien dat het goede nieuws waar is.
Aantekening
Markus 16 : 9 – 20 ‘Langer einde van Markus’. Dit gedeelte staat in sommige handschriften van het Markusevangelie wel, maar in andere niet. Dat stelt kenners van de tekstwetenschap voor problemen. In de Codex Sinaïticus en de Codex Vaticanus ontbreken deze verzen. Dat geldt ook voor veel oude vertalingen. De kerkvaders Origenes en Clemens van Alexandrië hebben dit tekstgedeelte blijkbaar niet gekend. Anderen maken melding van het ontbreken ervan in veel handschriften. Men wijst ook wel op verschillen in woordgebruik en stijl ten opzichte van de rest van het Markusevangelie. Anderzijds hebben enkele oudere en vele latere handschriften vers 9 – 20 wel, en ook oudere kerkvaders zoals Irenaeus hebben er kennelijk wel van geweten. Men erkent dat het tekstgedeelte in de kerk eeuwenlang door velen is geaccepteerd. Er zijn ook hedendaagse bijbelwetenschappers die een goede verklaring geven voor de verschillen in woordgebruik en stijl en voor het feit dat de oorspronkelijke, authentieke verzen later zijn weggelaten. Inhoudelijk sluiten de verzen van Markus 16:9-20 nauw aan bij passages uit Johannes 20, Lukas 24 en Mattheüs 28. De boodschap van deze verzen laat zich dan ook goed verstaan in het licht van Lukas 24:50 e.v.; Handelingen 1:1-11 en Mattheüs 28:18-20. De onderlinge overeenstemming is helder: Christus is opgestaan uit de dood. Hij is verschenen als de Verhoogde, Die altijd in Zijn gemeente tegenwoordig is en zorg voor haar draagt. Wat betreft vers 18: het is niet bedoeld als een gebod om slangen op te3 pakken of iets dodelijks te drinken; het is alleen een belofte van bescherming zoals elders in het Nieuwe Testament (zie Handelingen 28:3-4; Jakobus 5:13-16).
Overdenking
Na de drie verschijningen en de openbaringen aan de elf discipelen waren ze overtuigd van de opstanding, en zij geloofden. We lezen dat in vers 20. In vers 15 kregen zij de opdracht: ‘Ga heen in heel de wereld, predikt het Evangelie aan alle schepselen’. En dat deden zij ook lezen we dus in vers 20, zij gingen overal heen om te prediken. Maar ook lezen we hier dat de Heere mee werkte, en dat de Heere het Woord bevestigde door tekenen ie erop volgen. Is deze opdracht alleen voor de discipelen?
Geloof jij het? Markus 16 : 9 – 14 (Uit de Vrouwen Bijbel)
Maria had Hem toch echt gezien. Maar ze geloven haar niet. De discipelen blijven liever zitten met hun eigen verdriet en vragen. Twee anderen getuigen ook dat zij Jezus gezien hebben. Opnieuw wordt het ontkend. En wat doe jij na het lezen van al deze getuigenissen over Jezus in het Markusevangelie? Geloof jij in de gekruisigde maar opgestane Jezus?
[1] Johannes 20:[14] En toen zij dit gezegd had, keerde zij zich naar achteren en zag Jezus staan, maar zij wist niet dat het Jezus was.
[16] Jezus zei tegen haar: Maria! Zij keerde zich om en zei tegen Hem: Rabboeni; dat betekent: Meester.
[2] Lukas 8:[2] en sommige vrouwen die van boze geesten en ziekten genezen waren, namelijk Maria, die Magdalena genoemd werd, van wie zeven demonen uitgegaan waren,
[3] Lukas 24:[13] En zie, twee van hen gingen op diezelfde dag naar een dorp dat zestig stadiën van Jeruzalem verwijderd was en waarvan de naam Emmaüs was.
[4] Lukas 24:[36] En toen zij over deze dingen spraken, stond Jezus Zelf in hun midden en zei tegen hen: Vrede zij u.
Johannes 20:[19] Toen het nu avond was op die eerste dag van de week en de deuren van de plaats waar de discipelen bijeenwaren, uit vrees voor de Joden gesloten waren, kwam Jezus en Hij stond in hun midden en zei tegen hen: Vrede zij u!
1 Korinthe 15:[5] en dat Hij verschenen is aan Kefas, daarna aan de twaalf.
[5] Mattheüs 28:[19] Ga dan heen, onderwijs al de volken, hen dopend in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest, hun lerend alles wat Ik u geboden heb, in acht te nemen.
Johannes 15:[16] Niet u hebt Mij uitverkoren, maar Ik heb u uitverkoren, en Ik heb u ertoe bestemd dat u zou heengaan en vrucht dragen, en dat uw vrucht zou blijven, opdat wat u ook maar van de Vader vraagt in Mijn Naam, Hij u dat geeft.
[6] Johannes 3:[18] Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld, maar wie niet gelooft, is al veroordeeld, omdat hij niet geloofd heeft in de Naam van de eniggeboren Zoon van God.
Johannes 12:[48] Wie Mij verwerpt en Mijn woorden niet aanneemt, heeft iets wat hem veroordeelt, namelijk het woord dat Ik gesproken heb; dat zal hem veroordelen op de laatste dag.
[7] Lukas 10:[17] De zeventig zijn teruggekeerd met blijdschap en zeiden: Heere, zelfs de demonen zijn in Uw Naam aan ons onderworpen.
Handelingen 5:[16] En ook de menigte uit de steden in de omgeving kwam gezamenlijk naar Jeruzalem. Men bracht zieken en hen die door onreine geesten gekweld werden, en zij werden allen genezen.
Handelingen 8:[7] Want bij velen die onreine geesten hadden, gingen die eronder luid schreeuwen uit; en veel verlamden en kreupelen werden genezen.
Handelingen 16:[18] En dat deed zij vele dagenlang. Maar Paulus, die zich daaraan ergerde, keerde zich om en zei tegen de geest: Ik gebied u in de Naam van Jezus Christus uit haar weg te gaan! En hij ging op hetzelfde moment uit haar weg.
Handelingen 19:[12] zo zelfs dat, als de zweetdoeken of de doeken die hij om zijn middel droeg, van zijn lichaam op de zieken gelegd werden, de ziekten van hen weken en de boze geesten uit hen weggingen.
[8] Handelingen 2:[4] En zij werden allen vervuld met de Heilige Geest en begonnen te spreken in andere talen, zoals de Geest hun gaf uit te spreken.
Handelingen 10:[46] want zij hoorden hen spreken in vreemde talen en God grootmaken. Toen antwoordde Petrus:
Handelingen 19:[6] En nadat Paulus hun de handen opgelegd had, kwam de Heilige Geest op hen; en zij spraken in vreemde talen en profeteerden.
[9] Lukas 10:[19] Zie, Ik geef u de macht om op slangen en schorpioenen te trappen en de macht over alle kracht van de vijand; en niets zal u schade toebrengen.
Handelingen 28:[5] Hij schudde het dier echter af in het vuur en leed geen enkel kwaad.
[10] Handelingen 28:[8] En het gebeurde dat de vader van Publius, door koorts en buikloop bevangen, op bed lag. Paulus ging naar hem toe, en nadat hij gebeden had, legde hij hem de handen op en maakte hem gezond.
[11] Lukas 24:[50] Hij leidde hen naar buiten tot bij Bethanië. En Hij hief Zijn handen op en zegende hen. [51] En het geschiedde, terwijl Hij hen zegende, dat Hij Zich van hen verwijderde. En Hij werd opgenomen in de hemel.
Handelingen 1:[9] En nadat Hij dit gezegd had, werd Hij opgenomen terwijl zij het zagen, en een wolk onttrok Hem aan hun ogen.
[12] Handelingen 1:[2] tot op de dag waarop Hij opgenomen is, nadat Hij door de Heilige Geest aan de apostelen, die Hij uitgekozen had, opdrachten had gegeven.
1 Timotheüs 3:[16] En buiten alle twijfel, groot is het geheimenis van de godsvrucht: God is geopenbaard in het vlees, is gerechtvaardigd in de Geest, is verschenen aan de engelen, is gepredikt onder de heidenen, is geloofd in de wereld, is opgenomen in heerlijkheid.
[13] Handelingen 14:[3] Zij verbleven daar dan lange tijd en spraken vrijmoedig, in vertrouwen op de Heere, Die getuigenis gaf aan het Woord van Zijn genade en tekenen en wonderen door hun hand liet gebeuren.
Hebreeën 2:[4] God heeft er bovendien mede getuigenis aan gegeven door tekenen, wonderen en allerlei krachten, en gaven van de Heilige Geest, overeenkomstig Zijn wil.