Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

JESAJA 26 : 1

DAG 100

LEZEN: JESAJA 26 : 1 – 11 

THEMA: Sterk

(HSV) [1] Op die dag zal dit lied gezongen worden in het land Juda: Wij [1]hebben een sterke stad, God stelt heil tot muren en vestingwallen.  

(BGT) [1] Als die tijd komt, zullen de mensen in Juda dit lied zingen: ‘Wij hebben een sterke stad! Wij zijn veilig in onze stad, want de Heer beschermt ons.  

Aantekening

Jesaja 26 : 1 – 26  Hij zal vrede beschikken. God behaalt voor Zijn volk een volledige eindoverwinning. De tijd in hoofdstuk 26 wisselt tussen verleden, heden en toekomst.

Jesaja 26 : 1 – 6  Een lied van vertrouwen.

Jesaja 26 : 1  een sterke stad in tegenstelling tot ‘Chaos-stad’ in Jesaja 24:10. heil … vestingwallen.Zie Zacharia 2:5. [Zacharia2:[5] En Ík zal voor haar zijn, spreekt de HEERE, een muur van vuur rondom, en Ik zal in haar midden tot heerlijkheid zijn.]


[1]  Psalm 46:[7] De heidenvolken tierden, de koninkrijken wankelden; Hij liet Zijn stem klinken: de aarde smolt weg.

   Psalm 125:[1] Wie op de HEERE vertrouwen, zijn als de berg Sion, die niet wankelt, maar voor eeuwig blijft.

   Spreuken 18:[10] De Naam van de HEERE is een sterke toren, een rechtvaardige snelt daarheen en wordt in een veilige vesting gezet.

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

PSALM 133 : 1 – 3 

DAG 99

LEZEN: PSALM 133 

THEMA: Liefde en zegen

(HSV)  Zie, hoe goed en hoe lieflijk is het dat broeders ook eensgezind samenwonen. [2] Het is als de kostelijke olie op het hoofd, die neerdaalt op de baard, de baard van Aäron, die neerdaalt op de zoom van zijn priesterkleed. [3] Het is als de dauw van de Hermon die neerdaalt op de bergen van Sion. Want daar gebiedt de HEERE de zegen en het leven tot in eeuwigheid.    

(BGT) [1] Een lied van David. Voor de reis naar Jeruzalem. Wat is het leven goed en mooi als mensen in liefde met elkaar leven! [2] Iedereen geniet, zoals je geniet van de geur van olie bij een feest in de tempel. [3] Iedereen geniet, zoals je geniet van de dauw ’s ochtends op de berg Sion. Want daar geeft de Heer geluk en vrede, voor altijd.  

Aantekening

Psalm 133 : 1  broeders ook eensgezind samenwonen. De uitdrukking verschijnt in Genesis 13:6; 36:7, waar een speciaal gebied het ‘broeders’ (verwanten) niet toestond met hun families vlak bij elkaar te wonen. Als dit de achtergrond van de Psalm is, beschrijft Psalm 133:1 een situatie waarbij het land vruchtbaar genoeg is voor broeders om naast elkaar te wonen (misschien een erfdeel van de familie, vgl. Deuteronomium 25:5). Aangezien dit eensgezind samenwonen’ de in Jeruzalem samengekomen Israëlitische medepelgrims kunnen zijn, die in vrede elkaar verdragen. Het ideale Israël is een gemeenschap van ware broederschap, waar de broeders nagenoeg stilzwijgend naar elkaar omzien. Als dat bereikt zou zijn, zou het inderdaad goed en lieflijk zijn. Dat zou het doel van het kerkelijk leven moeten zijn (Johannes 17:23-23).

Psalm 133 : 2  De eerste vergelijking is de inwijdingsolie op het hoofd van Aäron en zijn nakomelingen (vgl. Exodus 30:22-33). Deze olie maakte de priesters ‘heilig’, gewijd aan Gods doel. Het beeld betekent dat wanneer Israël trouw is aan dit ideaal, het echte heiliging betracht enzijn roeping in de wereld vervult.

Psalm 133 : 3  De Hermon is een hoge, met sneeuw bedekte berg aan het noordelijke einde van het land (zie aantekening bij Deuteronomium 3:8-10). Het is niet duidelijk hoe zijn dauw … neerdaalt op de bergen van Sion: misschien worden de wolken boven de Hermon geschetst alsof zij hun vocht laten neerdruppelen op Jeruzalem, of misschien is ‘de dauw van de Hermon’ een uitdrukking voor ‘een hevige dauw’. In ieder geval is de dauw onmisbaar voor de vegetatie in het droge seizoen (Genesis 27:28; Deuteronomium 33:28; 2 Samuel 1:21; 1 Koningen 17:1; Spreuken 3:20; 19:12; Hosea 14:6; Hagaï 1:10; Zacharia 8:12), en het beeld wekt de indruk van een vruchtbaar land. Dit was eveneens deel van het verbondsideaal (vgl. Deuteronomium 28:1-14).

Aantekening bij Deuteronomium 3 : 8 – 10  de berg Hermon (2814 m) is een met sneeuw bedekte berg aan de noordgrens van Israël, Libanon en Syrië (zie Psalm 42:7; 133:3). De alternatieve namen Sirjon en Senir komen ook voor in oude Ugaritische en Assyrische documenten. Salca lag op de zuidoostelijke grens van Basan (Jozua 12:5; 13:11).

Psalm 133 (berijmd)

Zie toch hoe goed, hoe lieflijk is ’t dat zonen van ’t zelfde huis als broeders samenwonen. Eén liefdeband houdt hen tezaam. De zegen van Gods hoog verheven naam daalt op hen neer vol zoete tederheid, als olie die den priester wijdt.

Als olie die Aärons baard en kleren met geur doordringt, zo is de gunst des Heren voor wie eendrachtig samen zijn. Als dauw is het, die ligt zo mild en rein op Hermons top en daalt op Sion neer. ’t Wordt al een tuin voor God de Heer.

Jeruzalem! Hier geeft de Heer zijn zegen, hier woont Hij zelf, hier wordt zijn heil verkregen en leven tot in eeuwigheid.

Deze Psalm is een herinnering aan mijn eerste lagereschooltijd. Want dit is het eerste psalmversje dat ik leerde in klas 1.   

Lekker ruiken              Psalm 133 : 1 – 3          (Uit de Vrouwen Bijbel)

Met het beeld van heerlijk geurende zalfolie waarmee de priester werd gezalfd, tekent de dichter het goede van vrede onder broeders. Zo’n geur verspreiden broeders en zusters die samenwonen in liefde. Het is ook de geur van de gemeente van Christus, Wiens offer een geur van liefde was voor Zijn Vader. Mooi als van de gemeente gezegd kan worden: ‘Wat ruikt het hier lekker!’ We mogen eraan bijdragen.

Verwijzing uit de Verwijs BijbelVerwijzing bij vers 1: Handelingen 2: [42] En zij volhardden in de leer van de apostelen en in de gemeenschap, in het breken van het brood en in de gebeden. [43] En er kwam vrees over iedereen; en er werden veel wonderen en tekenen door de apostelen gedaan. [44] En allen die geloofden, waren bijeen en hadden alle dingen gemeenscha

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

JESAJA 25 : 11 

DAG 98

LEZEN: JESAJA 25 : 6 – 12 

THEMA: Het nieuwe normaal

(HSV) [11] Hij zal Zijn handen te midden van hem uitspreiden, zoals een zwemmer ze uitspreidt om te zwemmen, en Hij zal zijn hoogmoed vernederen, ondanks zijn listige handelingen.

(BGT) [11] Ze slaan met hun armen om zich heen, alsof ze zullen verdrinken. Maar hoe wild ze hun armen ook bewegen, ze worden niet gered. De Heer maakt een eind aan de trots van de Moabieten.   

Aantekening

Jesaja 25 : 11  zijn [1]hoogmoed. Zie Jesaja 16:6. Menselijke trots tegenover het blijmoedige geduld van Jesaja 25:9.

Jesaja 16:6 en aantekening: [6] Wij hebben gehoord van de trots van Moab, dat zeer hoogmoedig is, van zijn hoogmoed, zijn trots en zijn overmoed; zijn holle praat is niet gepast! [Moabs trots wordt zijn ondergang, hier uitgebeeld als een verruïneerde wijngaard. God is bedroefd om Moabs lijden (vers 9, 11), al heeft Hij dat Zelf bewerkt (vers 10). In vers 12 van Jesaja 16 klinkt Jesaja 15:1-2 door, en het benadrukt hoe zinloos het is om in nood afgoden aan te roepen.]Jesaja 25:[9] Op die dag zal men zeggen: Zie, Dit is onze God; wij hebben Hem verwacht, en Hij zal ons verlossen. Dit is de HEERE, wij hebben Hem verwacht, wij zullen ons verheugen en verblijden in Zij


[1]  Hoogmoed is: verwaandheid, trots [(hoogmoed komt voor de val) iemand die denkt dat hij beter is dan anderen, komt ooit in een positie waarbij anderen op hem neerkijken] 

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

JESAJA 25 : 4A

DAG 97

LEZEN: JESAJA 25 : 1 – 5 

THEMA: Beschutting

(HSV) [4a] Want U bent voor de geringe een vesting geweest, een vesting voor de arme in zijn nood, een toevlucht tegen de vloed, een schaduw tegen de hitte.     

(BGT) [4a] Bij u zijn zwakke mensen veilig, bij u kunnen arme mensen schuilen. Net zoals u de hitte laat verdwijnen door de schaduw van een wolk.    

Aantekening

Jesaja 25 : 4 – 5  vesting. Verlosten hebben in God meer dan alleen een menselijke ‘versterkte stad’ (vers 2). Stil en weldadig, als de schaduw van een dikke wolk, Beschermt God Zijn verdrukte volk tot Zijn eindoverwinning. het razen van geweldplegers is hun verwaande gebral.

Toevlucht            Jesaja 25 : 4                 (Uit de Vrouwen Bijbel)

Wanneer heb jij je voor het laatst erg klein gevoeld? We vinden dat niet altijd gemakkelijk om aan anderen en aan onszelf toe te geven. Hoe bijzonder is het om juist in deze hoofdstukken vol oordeel en verwoesting te lezen dat kleine en arme mensen veilig zijn bij God. Overal op de wereld wordt misbruik gemaakt van de mensen die niet voor zichzelf kunnen opkomen. God wil juist deze mensen een veilige plek bieden.

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

PSALM 30 : 12 – 13 

DAG 96

LEZEN: PSALM 30 

THEMA: Vreugde na verdriet

(HSV) [12] U hebt voor mij mijn rouwklacht veranderd in een reidans, U hebt mijn rouwgewaad losgemaakt en mij met blijdschap omgord. [13] Daarom zal mijn eer voor U psalmen zingen en niet zwijgen. HEERE, mijn God, voor eeuwig zal ik U loven.      

(BGT) [12] U hebt mijn verdriet veranderd in vreugde. Ik huil niet meer, maar ik ben weer vrolijk. [13] Heer, ik zal voor u zingen met heel mijn hart. God, ik zal niet zwijgen. Ik zal u altijd prijzen!      

Aantekening

Psalm 30 : 12 – 13  Voor eeuwig zal ik U loven. De ervaringen waarbij verdriet veranderde in vreugde brengen de psalmist en al zijn medegelovigen ertoe te verwachten dat zij voor God psalmen zullen zingen en Hem zullen loven (vgl. vers 5) voor altijd. mijn eer is in de psalmen een poëtische term voor heel iemands wezen (vgl. Psalm 16:9; Psalm 108:2).

Korte overdenking

Boven deze psalm staat in mijn Bijbel ‘Danklied voor genezing’. Toen ik dat las kwam in mijn gedachte, danken, vergeten wij dat niet vaak. Vast niet bewust, maar de vreugde is dan vaak zo groot dat we vergeten om te danken. Daarom is het goed dat wij deze Psalm lezen, waar David onze ogen opent. David had wat te vieren, de inwijding van zijn huis. Zijn leven was niet altijd vreugde, maar dat is veranderd zegt David. Rouwklacht is veranderd in reidans en blijdschap. Daarom wil David niet zwijgen maar zingen, Psalmen zingen, tot eer van God. En niet even, nee voor eeuwig. Zullen wij dit voorbeeld gaan volgen, en voor eeuwig God blijven danken voor wat Hij voor ons heeft gedaan?

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

MARKUS 16 : 9 – 20 

DAG 95

LEZEN: MARKUS 16 : 9 – 20 

THEMA: Overtuigd

(HSV) [9] En toen Jezus opgestaan was, ’s morgens vroeg op de eerste dag van de week, verscheen [1]Hij eerst aan Maria Magdalena, [2]uit wie Hij zeven demonen uitgedreven had. [10] Die ging heen en berichtte het aan hen die bij Hem geweest waren, die treurden en huilden. [11] En toen die hoorden dat Hij leefde en door haar gezien was, geloofden zij het niet. [12] [3]En daarna is Hij in een andere gedaante geopenbaard aan twee van hen, terwijl zij wandelden en naar het veld gingen. [13] Ook zij gingen het aan de anderen berichten; maar zij geloofden ook hen niet. [14] [4]Later is Hij geopenbaard aan de elf, terwijl zij aanlagen, en Hij verweet hun hun ongeloof en hardheid van hart, omdat zij hen niet geloofd hadden die Hem gezien hadden nadat Hij opgewekt was. [15] En Hij zei tegen hen: [5]Ga heen in heel de wereld, predik het Evangelie aan alle schepselen. [16] Wie geloofd zal hebben en gedoopt zal zijn, zal zalig worden, [6]maar wie niet geloofd zal hebben, zal verdoemd worden. [17] En hen die geloofd zullen hebben, zullen deze tekenen volgen: [7]in Mijn Naam zullen zij demonen uitdrijven;[8] in vreemde talen zullen zij spreken; [18] [9]slangen zullen zij oppakken; en als zij iets dodelijks zullen drinken, zal het hen beslist niet schaden; [10]op zieken zullen zij de handen leggen en zij zullen gezond worden. [19] De Heere dan is, nadat Hij tot hen gesproken had, [11]opgenomen in de hemel en heeft Zich gezet aan de rechterhand van God, [20] [12]maar zij gingen overal heen om te prediken, en [13]de Heere werkte mee en bevestigde het Woord door de tekenen die erop volgden. Amen.

(BGT) Maria uit Magdala ziet Jezus                                           [9] Jezus was opgestaan uit de dood op zondag, vroeg in de ochtend. De eerste die hem zag, was Maria uit Magdala. Jezus had vroeger zeven kwade geesten uit haar weggejaagd. [10-11] Maria ging naar de volgelingen van Jezus. Die waren verdrietig en huilden. Maria zei tegen hen: ‘Jezus leeft! Ik heb hem gezien!’ Maar zij geloofden haar niet.  

Twee volgelingen zien Jezus                                                        [12] Daarna werd Jezus gezien door twee volgelingen. Ze waren onderweg, buiten de stad. Nu zag Jezus er anders uit.  [13] De twee gingen het aan de anderen vertellen. Maar die geloofden het nog steeds niet.                                                                                          De elf leerlingen zien Jezus                                                          [14] Ten slotte werd Jezus gezien door de elf leerlingen, terwijl ze zaten te eten. Jezus zei streng tegen hen: ‘Jullie zijn ongelovig en ongehoorzaam! Want jullie hoorden dat ik uit de dood was opgestaan. Dat vertelden de mensen die mij gezien hadden. Maar jullie geloofden het niet.’ [15] Jezus zei verder tegen de leerlingen: ‘Ga de hele wereld door, en vertel het goede nieuws aan iedereen.  [16] Iedereen die gelooft en gedoopt wordt, zal gered worden. Maar iedereen die niet gelooft, zal door God gestraft worden. [17] Mensen die geloven, zullen wonderen doen. Ze zullen kwade geesten wegjagen door mijn naam te noemen. Ze zullen in onbekende talen spreken.  [18] Ze zullen slangen vastpakken. Ze zullen dodelijk vergif drinken en toch niet sterven. En ze zullen zieken beter maken door hun handen op hen te leggen.’                             Jezus gaat naar de hemel                                                           [19] Toen de Heer Jezus dat gezegd had, liet God hem naar de hemel gaan. Daar ging Jezus naast God zitten, aan de rechterkant. [20] De leerlingen gingen op weg. Overal vertelden ze het goede nieuws. De Heer hielp hen, en hij gaf hun de kracht om wonderen te doen. Zo liet hij zien dat het goede nieuws waar is.  

Aantekening

Markus 16 : 9 – 20  ‘Langer einde van Markus’. Dit gedeelte staat in sommige handschriften van het Markusevangelie wel, maar in andere niet. Dat stelt kenners van de tekstwetenschap voor problemen. In de Codex Sinaïticus en de Codex Vaticanus ontbreken deze verzen. Dat geldt ook voor veel oude vertalingen. De kerkvaders Origenes en Clemens van Alexandrië hebben dit tekstgedeelte blijkbaar niet gekend. Anderen maken melding van het ontbreken ervan in veel handschriften. Men wijst ook wel op verschillen in woordgebruik en stijl ten opzichte van de rest van het Markusevangelie.                                                               Anderzijds hebben enkele oudere en vele latere handschriften vers 9 – 20 wel, en ook oudere kerkvaders zoals Irenaeus hebben er kennelijk wel van geweten. Men erkent dat het tekstgedeelte in de kerk eeuwenlang door velen is geaccepteerd. Er zijn ook hedendaagse bijbelwetenschappers die een goede verklaring geven voor de verschillen in woordgebruik en stijl en voor het feit dat de oorspronkelijke, authentieke verzen later zijn weggelaten.                                                                             Inhoudelijk sluiten de verzen van Markus 16:9-20 nauw aan bij passages uit Johannes 20, Lukas 24 en Mattheüs 28. De boodschap van deze  verzen laat zich dan ook goed verstaan in het licht van Lukas 24:50 e.v.; Handelingen 1:1-11 en Mattheüs 28:18-20. De onderlinge overeenstemming is helder: Christus is opgestaan uit de dood. Hij is verschenen als de Verhoogde, Die altijd in Zijn gemeente tegenwoordig is en zorg voor haar draagt. Wat betreft vers 18: het is niet bedoeld als een gebod om slangen op te3 pakken of iets dodelijks te drinken; het is alleen een belofte van bescherming zoals elders in het Nieuwe Testament (zie Handelingen 28:3-4; Jakobus 5:13-16).

Overdenking

Na de drie verschijningen en de openbaringen aan de elf discipelen waren ze overtuigd van de opstanding, en zij geloofden. We lezen dat in vers 20. In vers 15 kregen zij de opdracht: ‘Ga heen in heel de wereld, predikt het Evangelie aan alle schepselen’. En dat deden zij ook lezen we dus in vers 20, zij gingen overal heen om te prediken. Maar ook lezen we hier dat de Heere mee werkte, en dat de Heere het Woord bevestigde door tekenen ie erop volgen. Is deze opdracht alleen voor de discipelen?

Geloof jij het?              Markus 16 : 9 – 14           (Uit de Vrouwen Bijbel)

Maria had Hem toch echt gezien. Maar ze geloven haar niet. De discipelen blijven liever zitten met hun eigen verdriet en vragen. Twee anderen getuigen ook dat zij Jezus gezien hebben. Opnieuw wordt het ontkend. En wat doe jij na het lezen van al deze getuigenissen over Jezus in het Markusevangelie? Geloof jij in de gekruisigde maar opgestane Jezus? 


[1]  Johannes 20:[14] En toen zij dit gezegd had, keerde zij zich naar achteren en zag Jezus staan, maar zij wist niet dat het Jezus was.

   [16] Jezus zei tegen haar: Maria! Zij keerde zich om en zei tegen Hem: Rabboeni; dat betekent: Meester.

[2]  Lukas 8:[2] en sommige vrouwen die van boze geesten en ziekten genezen waren, namelijk Maria, die Magdalena genoemd werd, van wie zeven demonen uitgegaan waren,

[3]  Lukas 24:[13] En zie, twee van hen gingen op diezelfde dag naar een dorp dat zestig stadiën van Jeruzalem verwijderd was en waarvan de naam Emmaüs was.

[4]  Lukas 24:[36] En toen zij over deze dingen spraken, stond Jezus Zelf in hun midden en zei tegen hen: Vrede zij u.

   Johannes 20:[19] Toen het nu avond was op die eerste dag van de week en de deuren van de plaats waar de discipelen bijeenwaren, uit vrees voor de Joden gesloten waren, kwam Jezus en Hij stond in hun midden en zei tegen hen: Vrede zij u!

   1 Korinthe 15:[5] en dat Hij verschenen is aan Kefas, daarna aan de twaalf.

[5]  Mattheüs 28:[19] Ga dan heen, onderwijs al de volken, hen dopend in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest, hun lerend alles wat Ik u geboden heb, in acht te nemen.

   Johannes 15:[16] Niet u hebt Mij uitverkoren, maar Ik heb u uitverkoren, en Ik heb u ertoe bestemd dat u zou heengaan en vrucht dragen, en dat uw vrucht zou blijven, opdat wat u ook maar van de Vader vraagt in Mijn Naam, Hij u dat geeft.

[6]  Johannes 3:[18] Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld, maar wie niet gelooft, is al veroordeeld, omdat hij niet geloofd heeft in de Naam van de eniggeboren Zoon van God.

   Johannes 12:[48] Wie Mij verwerpt en Mijn woorden niet aanneemt, heeft iets wat hem veroordeelt, namelijk het woord dat Ik gesproken heb; dat zal hem veroordelen op de laatste dag.

[7]  Lukas 10:[17] De zeventig zijn teruggekeerd met blijdschap en zeiden: Heere, zelfs de demonen zijn in Uw Naam aan ons onderworpen.

   Handelingen 5:[16] En ook de menigte uit de steden in de omgeving kwam gezamenlijk naar Jeruzalem. Men bracht zieken en hen die door onreine geesten gekweld werden, en zij werden allen genezen.

   Handelingen 8:[7] Want bij velen die onreine geesten hadden, gingen die eronder luid schreeuwen uit; en veel verlamden en kreupelen werden genezen.

   Handelingen 16:[18] En dat deed zij vele dagenlang. Maar Paulus, die zich daaraan ergerde, keerde zich om en zei tegen de geest: Ik gebied u in de Naam van Jezus Christus uit haar weg te gaan! En hij ging op hetzelfde moment uit haar weg.

   Handelingen 19:[12] zo zelfs dat, als de zweetdoeken of de doeken die hij om zijn middel droeg, van zijn lichaam op de zieken gelegd werden, de ziekten van hen weken en de boze geesten uit hen weggingen.

[8]  Handelingen 2:[4] En zij werden allen vervuld met de Heilige Geest en begonnen te spreken in andere talen, zoals de Geest hun gaf uit te spreken.

   Handelingen 10:[46] want zij hoorden hen spreken in vreemde talen en God grootmaken. Toen antwoordde Petrus:

   Handelingen 19:[6] En nadat Paulus hun de handen opgelegd had, kwam de Heilige Geest op hen; en zij spraken in vreemde talen en profeteerden.

[9]  Lukas 10:[19] Zie, Ik geef u de macht om op slangen en schorpioenen te trappen en de macht over alle kracht van de vijand; en niets zal u schade toebrengen.

   Handelingen 28:[5] Hij schudde het dier echter af in het vuur en leed geen enkel kwaad.

[10]  Handelingen 28:[8] En het gebeurde dat de vader van Publius, door koorts en buikloop bevangen, op bed lag. Paulus ging naar hem toe, en nadat hij gebeden had, legde hij hem de handen op en maakte hem gezond.

[11]  Lukas 24:[50] Hij leidde hen naar buiten tot bij Bethanië. En Hij hief Zijn handen op en zegende hen. [51] En het geschiedde, terwijl Hij hen zegende, dat Hij Zich van hen verwijderde. En Hij werd opgenomen in de hemel.

    Handelingen 1:[9] En nadat Hij dit gezegd had, werd Hij opgenomen terwijl zij het zagen, en een wolk onttrok Hem aan hun ogen.

[12]  Handelingen 1:[2] tot op de dag waarop Hij opgenomen is, nadat Hij door de Heilige Geest aan de apostelen, die Hij uitgekozen had, opdrachten had gegeven.

    1 Timotheüs 3:[16] En buiten alle twijfel, groot is het geheimenis van de godsvrucht: God is geopenbaard in het vlees, is gerechtvaardigd in de Geest, is verschenen aan de engelen, is gepredikt onder de heidenen, is geloofd in de wereld, is opgenomen in heerlijkheid.

[13]  Handelingen 14:[3] Zij verbleven daar dan lange tijd en spraken vrijmoedig, in vertrouwen op de Heere, Die getuigenis gaf aan het Woord van Zijn genade en tekenen en wonderen door hun hand liet gebeuren.

    Hebreeën 2:[4] God heeft er bovendien mede getuigenis aan gegeven door tekenen, wonderen en allerlei krachten, en gaven van de Heilige Geest, overeenkomstig Zijn wil.

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

MARKUS 16 : 8

DAG 94

LEZEN: MARKUS 16 : 1 – 8 

THEMA: De eerste getuigen

(HSV) [8] En zij gingen haastig naar buiten en vluchtten bij het graf vandaan, want beving en ontsteltenis had hen aangegrepen; en zij zeiden tegen niemand iets, want zij waren bevreesd.  

(BGT) [8] De vrouwen gingen het graf uit. Ze vluchtten weg, want ze waren vreselijk geschrokken. Ze vertelden niemand iets, omdat ze zo bang waren.    

Aantekening

Markus 16 : 8  beving en ontsteltenis grijpt de vrouwen aan nu ze getuige zijn geweest van de daad van God die de hele wereldgeschiedenis heeft veranderd. zij zeiden tegen niemand iets. Maar die stilte zou maar tijdelijk zijn (zie Mattheüs 28:8).

Overdenking

Het was de dag na de sabbat, een paar dagen geleden was het gebeurd, Jezus was gekruisigd en gestorven. Nu, het was nog vroeg in de ochtend gingen de vrouwen (Maria Magdalena en de andere Maria), naar het graf om Hem te zalven. Terwijl ze daarheen liepen spraken ze over het probleem van de grote steen, die het graf afsloot. Maar toen ze opkeken zagen ze dat de steen al was weggerold. Ze gingen het graf in en zagen aan de rechterzijde een jongeman zitten, gekleed in een lang gewaad en zij schrokken. Maar hij zei tegen hen: Schrik niet. U zoekt Jezus de Nazarener, de Gekruisigde. Hij is opgewekt! Hij is hier niet; zie de plaats waar ze Hem gelegd hadden. Maar ga heen, zeg tegen Zijn discipelen, en Petrus, dat Hij u voorgaat naar Galilea; daar zult u Hem zien, zoals Hij u gezegd had.                                                                                     Wat zouden wij doen als wij dit hadden meegemaakt? In de tekst voor vandaag lezen we dat vrouwen bevend en ontsteld bij het graf weg vluchten en dat in stilte, ze zeiden tegen niemand iets. Zijn wij ook vaak niet zo. Als er een wonder gebeurt durven wij ook niet altijd tegen iedereen te zeggen wat God heeft gedaan. En het wonder hier heeft nog wel de hele wereldgeschiedenis op zijn kop gezet. Maar gelukkig is dat stil zijn van de vrouwen maar van korte duur. Dat kunnen we lezen in Mattheüs 28:8. Laten ook wij getuigen van dit wonder, dat ook vandaag de dag nog een wonder is. Het wonder van Pasen is onze redding!

Jezus is opgestaan        Markus 16 : 1 – 8         (Uit de Vrouwen Bijbel)

Deze vrouwen willen Jezus dienen door Zijn lichaam te zalven. Ze mogen echter op een andere manier dienen. ‘Zeg tegen Zijn discipelen dat Jezus leeft!’ Maar ze kunnen het niet bevatten. Je leest bij hen geen blijdschap angst, en ze vertellen eerst tegen niemand iets. Gods goede nieuws kan je verschrikken en bang maken. Wat zal er gebeuren, veranderen in mijn leven? Leef jij al dagelijks in de vreugde van Zijn opstanding, of ben je nog angstig en bang.                   

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

PSALM 88 : 14 – 19 

DAG 93

LEZEN: PSALM 88 

THEMA: Duisternis

(HSV) [14] Ik echter, ik roep tot U, HEERE, mijn gebed komt U tegemoet in de morgen.  [15] HEERE, waarom verstoot U mijn ziel? Waarom verbergt U Uw aangezicht voor mij? [16] Ellendig ben ik en stervende van jongs af, ik draag Uw bedreigingen, ik ben radeloos. [17] Uw brandende toorn gaat over mij heen, Uw verschrikkingen doen mij omkomen.  [18] De hele dag omringen ze mij als water, ze omsingelen mij, allemaal. [19] Geliefden en vrienden hebt U ver van mij verwijderd, mijn bekenden zijn duisternis.     

(BGT) [14] Maar ik, ik roep naar u, Heer, elke ochtend bid ik tot u. [15] Heer, waarom hoort u mij niet, waarom verbergt u zich voor mij? [16] Ik ben ongelukkig, heel mijn leven al ben ik dicht bij de dood. Uw woede maakt me wanhopig. [17] U straft mij met uw woede, u maakt me doodsbang. U vernietigt mij. [18] Elke dag weer voel ik uw woede, overal om mij heen. [19] Niemand wil mij meer kennen, het donker is mijn enige vriend.  

Aantekening

Psalm 88 : 14 – 19  Ik blijf bidden, maar ervaar geen antwoord. Zo gaat de bidder door. Dit gedeelte vat de vorige thema’s samen. Ernstig en dringend gebed houdt aan (vers 14), Het gevoel van God verlaten te zijn, blijft (vers 15, 17-18) en de vrees voor de dood onder Gods wraak stilt niet (vers 16). De psalm eindigt (vers 19) met een weerklank van vers 9: geliefden en vrienden blijven van mij verwijderden mijn bekenden (als in vers 9, de mensen van wie de psalmist hulp en waardering had verwacht) zijn duisternis (en niet het licht dat nodig is). Dit sombere woord ‘duisternis’ is het laatste woord van de psalm. Toch betekent zelfs dit niet, zoals de vorige aantekening duidelijk maken, dat de uiteindelijke uitkomst volledig duister is. De gelovigen weten dat er geen andere weg is dan de Heere te blijven zoeken in het gebed.

Overdenking

‘Duisternis’ is het thema voor vandaag. Wij noemen de zaterdag voor Pasen ‘Stille zaterdag’, omdat dit de dag na ‘Goede vrijdag‘ is. Psalm 88 is een psalm waar je niet vrolijk van wordt, de psalmist is in gebed maar ervaart geen luisterend oor, en voelt zich verlaten van alles en iedereen. Toen ik de Psalm de eerste keer door las, werd ook ik niet blij van hetgeen ik las. Totdat ik mij realiseerde welke dag dat het was en wat we gisteren hebben herdacht. Toen kreeg deze Psalm ineens een heel andere betekenis. Toen bracht het mij in gedachten naar Gethsémané, waar Jezus Zijn Vader zocht. Daar had Jezus ook zijn vrienden gevraagd voor Hem te bidden en met Hem te waken, maar ze sliepen en even later verlieten ze Hem. Maar ook moest Hij de wraak (brandende toorn) van God ondergaan om ons te redden. Maar wij weten nu wat dat ons heeft opgeleverd. Die zware straf en al dat leed. Het heeft ons zoveel zegen gebracht. Maar het heeft ons ook geleerd dat bidden helpt, ook al voel je het niet altijd direct. De Heer hoort je altijd en geeft je altijd wat het beste is voor jou. Eens zullen we het zien.

In de steek gelaten        Psalm 88 : 1 – 19          (Uit de Vrouwen Bijbel)

De doodzieke man uit deze psalm lijdt misschien nog het meest aan het feit dat de familie en vrienden geen contact meer met hem zoeken. Mensen zien aftakelen, hun wanhoop aanhoren is moeilijk. Hen niet alleen laten in hun wanhoop is een teken van hoop oprichten. 

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

MARKUS 15 : 39 

DAG 92

LEZEN: MARKUS 15 : 1 – 47 

THEMA: Werkelijk deze mens was Gods Zoon

(HSV) [39] [1]En de hoofdman over honderd die daarbij stond, tegenover Hem, en zag dat Hij zo roepend de geest gegeven had, zei: Werkelijk, deze Mens was Gods Zoon!  

(BGT) [39] De Romeinse officier die bij het kruis stond, zag hoe Jezus stierf. En hij zei: ‘Geen twijfel mogelijk! Hij was de Zoon van God!’   

Aantekening

Markus 15 : 39  De hoofdman heeft heel wat criminelen aan een kruis zien sterven. Hij neemt Jezus’ reinheid en kracht waar, en hij ziet in dat Jezus Gods Zoon is (vgl. aantekening bij Lukas 23:47). Evenmin als de misdadiger die geloof in Jezus uitdrukte (Lukas 23:39-43), zal de hoofdman volledig hebben beseft Wie Jezus was en wat Zijn taak was. Markus lijkt de uitroep aan te halen als blijk van het geloof van de hoofdman en als de waarheid over Jezus.

Aantekening bij Lukas 23:47  De hoofdman over honderd (Latijn Centuriozag Jezus’ houding tegenover Zijn vijanden (vers 34), hoe Hij tegen de berouwvolle misdadiger sprak (vers 43), hij zag de duisternis (vers 44), en hoe Jezus tot God bad en Zijn geest gaf (vers 46). Werkelijk deze Mens was rechtvaardig. Die uitroep heeft hier niet dezelfde theologische diepte als in Mattheüs 27:54 en Markus 15:39, maar voor Lukas is deze belijdenis van gewicht als de belangrijkste uitspraak over Jezus’ onschuld (zie Lukas 23:41).


[1]  Mattheüs 27:[54] En toen de hoofdman over honderd en zij die met hem Jezus bewaakten, de aardbeving zagen en de dingen die gebeurden, werden zij erg bevreesd en zeiden: Werkelijk, Dit was Gods Zoon!

   Lukas 23:[47] Toen de hoofdman over honderd zag wat er gebeurd was, verheerlijkte hij God en zei: Werkelijk, deze Mens was rechtvaardig.

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

MARKUS 14 : 72 

DAG 91

LEZEN: MARKUS 14 : 12 – 72

THEMA: Maaltijd en meer 

(HSV) [72] En de haan kraaide voor de tweede keer; en Petrus herinnerde zich het woord dat Jezus tegen hem gezegd had: [1]Voordat de haan twee keer gekraaid zal hebben, zult u Mij driemaal verloochenen. En toen dat tot hem doordrong, begon hij te huilen.  

(BGT)  [72] Meteen daarna begon de haan voor de tweede keer die nacht te kraaien. Toen dacht Petrus terug aan wat Jezus gezegd had: ‘Jij zult drie keer zeggen dat je mij niet kent. Dat zal vannacht gebeuren, nog voordat de haan twee keer gekraaid heeft.’ En Petrus begon te huilen. 

Aantekening

Markus 14 : 72   de haan kraaide voor de tweede keer. Zie aantekening bij vers 30; Johannes 13:38.

Aantekening bij Markus 14:30  twee keer gekraaid. ’s Morgens kraait de haan altijd een paar keer met tussenpozen van een paar minuten. Hier noemt Jezus uitdrukkelijk de eerste twee keer (vgl. vers 72). Mattheüs, Lukas en Johannes maken alleen melding van het kraaien als zodanig.

Aantekening bij Johannes 13:38  De haan zal niet kraaien. Zie ook Mattheüs 26:34; Markus 14:30; Lukas 22:34. In sommige (niet alle) handschriften van het Markusevangelie staat dat de haan ‘tweemaal’ zou kraaien (Markus 14:3, 68, 70). Nu kunnen hanen wel vaker kraaien, met tussenpozen van een paar minuten. Markus noemt (evenals Jezus blijkbaar) specifiek de eerste twee keer. Maar Mattheüs, Lukas en Johannes richten alle aandacht op het beschamende feit van Petrus’ verloochening: zij laten dir detail voor wat het is en vermelden alleen dat Jezus sprak over wanneer de haan zou kraaien. 

Overdenking

De Paastijd breekt aan, en op de eerste dag van de ongezuurde broden, wanneer ze het Pascha slachten, zeiden Zijn discipelen tegen Jezus: Waar wilt U dat wij heengaan en voorbereidingen treffen, zodat U het Pascha kunt eten?                                                                                            Dit is de eerste zin van het te lezen Bijbelgedeelte van vandaag. Het thema van vandaag geeft aan dat het gaat om meer dan alleen een maaltijd. En voor de trouwe Bijbel lezers is dat ook geen nieuws. Wij weten dat er in de paastijd tijdens de maaltijd veel is gebeurd. Jezus gaf discipelen opdracht om Pascha gereed te maken. Ze gingen in vertrouwen op weg. De aanwijzing waar ze moesten zijn was, dat ze een man die een kruik water droeg moesten volgen, en waar deze man naar binnen ging moesten ook zij naar binnen gaan en dan tegen de heer des huizes zeggen: De Meester zegt: Waar is de eetzaal waar Ik het Pascha met Mijn discipelen eten zal? Hier zien wij al dat Jezus Zijn toekomst kent, en dus weet wat er zal gaan gebeuren. En toen het avond geworden was kwamen ze samen en aten. Hier gaf Jezus aan dat er iemand bij hen was die Hem zou verraden. Jezus wist wie het was, maar zijn discipelen niet. We lezen dat Jezus verdere aanwijzingen gaf. Ook gaf Jezus aan dat hij niet meer van de vrucht van de wijnstok zal drinken tot op de dag wanneer Hij die nieuw zal drinken in het Koninkrijk van God. Ook melde Jezus dat zijn discipelen zich zouden gaan ergeren, aanstoot nemen aan Hem. Maar Petrus zij dat hij dat beslist niet zou gaan doen. Toen waarschuwde Jezus hem en zei: Voorwaar, Ik zeg u dat u vandaag, in deze nacht, voordat de haan twee keer gekraaid zal hebben, Mij driemaal zult verloochend hebben. Petrus was zeker van zijn zaak en melde dat hij dat niet zou doen en dat hij bereidt om te sterven voor Jezus. Na de maaltijd kwamen zij op een plaats waarvan de naam Gethsémané was. Hier voerde Jezus de zware strijd, die Hij zoals wij weten alleen moest voeren. Zijn discipelen vielen in slaap, en konden dus niet volhouden om voor hem te waken. Zelfs niet na dat Hij een tweede keer had gevraagd. Jezus zweet, viel als bloeddruppels op de aarde. Jezus wist dat nu het uur was gekomen dat Hij, die zonder zonde is, zal worden overgeleverd in de handen van zondaars. Terwijl hij nog sprak met de discipelen, kwam Judas eraan met een grote menigte, de met zwaarden waren bewapend. Judas kuste Jezus, dit was afgesproken met overpriesters en Schriftgeleerden, zo verraadde hij Jezus. Zijn discipelen verlieten hem en vluchten allen weg. Ze voerden Jezus naar de hogepriester. Petrus volgde hem op een afstand, tot binnen het paleis. De raad zochten naar getuigen tegen Jezus maar die vonden ze niet, maar er waren wel die een valse getuigenis gaven. Petrus die beneden op de binnenplaats was kwam een dienstmeisje tegen die hem herkende als volgeling van Jezus. Maar Petrus ontkende het en zei: Ik ken Hem niet. Toen het dienstmeisje hem weer zag, begon zij het te zeggen tegen de mensen die daarbij stonden, maar weer ontkende Petrus het. En kort daarna zeiden zij die daarbij stonden: Werkelijk, u bent een van hen, want u bent een Galileeër en uw spraak vertoont overeenkomst. En Petrus begon zichzelf te vervloeken en te zweren: Ik ken deze Mens niet over Wie u spreekt. En de haan kraaide voor de tweede keer. Toen Petrus dat hoorde herinnerde hij zich het woord dat Jezus tot hem gezegd had. En toen dat tot hem doordrong begon hij te huilen. Petrus die zo vol vuur was en zelfs wilde sterven voor Jezus, had Hem nu driemaal verloochend. De tranen van Petrus, waren tranen van spijt en verdriet. Laten wij ervoor waken dat als wij in moeilijke situaties komen dat we gaan ontkennen dat we christen zijn. De Heer wil ons daarbij helpen als we Hem om hulp vragen.        


[1]  Mattheüs 26: [34] Jezus zei tegen hem: Voorwaar, Ik zeg u dat u in deze nacht, voordat de haan gekraaid zal hebben, Mij driemaal zult verloochenen.

   Mattheüs 26:[75] En meteen kraaide de haan; en Petrus herinnerde zich het woord van Jezus, Die tegen hem gezegd had: Voordat de haan gekraaid zal hebben, zult u Mij driemaal verloochenen. Toen ging hij naar buiten en huilde bitter.

   Lukas 22:[61] En de Heere keerde Zich om en keek Petrus aan. En Petrus herinnerde zich het woord van de Heere, hoe Hij tegen hem gezegd had: Voordat de haan gekraaid zal hebben, zult u Mij driemaal verloochend hebben.

   Johannes 13:[38] Jezus antwoordde hem: Zult u uw leven voor Mij geven? Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: De haan zal niet kraaien, voordat u Mij driemaal verloochend zult hebben.

   Johannes 18:[27] Petrus dan ontkende het opnieuw. En meteen kraaide de haan.