TEKST VOOR VANDAAG
EZECHIËL 33 : 7
DAG 104
LEZEN: EZECHIËL 33 : 1 – 11
THEMA: Een gewaarschuwd mens
(HSV) [7] En u, mensenkind, Ik heb u aangesteld tot [1]wachter over het huis van Israël. U zult een woord uit Mijn mond horen en u moet hen namens Mij waarschuwen.
(BGT) [7] Luister, mensenkind. Jij bent zo’n bewaker. Want ik heb jou uitgekozen om het volk van Israël te bewaken. Steeds als je mijn woorden hoort, moet je de mensen waarschuwen.
Aantekening
Ezechiël 33 : 1 – 9 De Wachter (opnieuw). Zie ook Ezechiël 3:16-21. God, en de profeet en het volk zijn in deze verzen onlosmakelijk met elkaar verbonden. De rol van de wachter (Ezechiël 33:2, 6, 7) treedt op de voorgrond. Hij moet handelen naar wat hij ziet (vers 3, 6). Vers 2 geeft al de opzet voor de gelijkenis van vers 2–6 over het land zelf, en de Godsspraak in zijn geheel (vers 2-9) is gericht tot uw volksgenoten. Zij zijn verantwoordelijk om de waarschuwingen van de wachter in acht te nemen (vers 4-5). De wachter moet zorgvuldig zijn om de handelingen van God te onderscheiden (Wanneer Ik een zwaard breng … en die ziet, vers 2-3), maar God Zelf spreekt het Goddelijke woord tot de profeet (vers 7). De verzen 7-9 zijn nagenoeg gelijk aan Ezechiël 3:17-19.
Waarschuwende wachter Ezechiël 33 : 1 – 9 (Uit de Vrouwen Bijbel)
Ezechiël wordt vergeleken met een wachter die het volk moet waarschuwen namens God. Doet hij dit niet, dan wordt Ezechiël hier verantwoordelijk voor gehouden. Is dit alleen een taak voor bepaalde mensen of is elke gelovige een wachter namens God? Hoe doe jij dat, mensen waarschuwen? Wat voor soort wachter ben jij?
[1] Ezechiël 3:[17] Mensenkind, Ik heb u aangesteld tot wachter over het huis van Israël. Wanneer u uit Mijn mond een woord hoort, moet u hen namens Mij waarschuwen.
[18] Als Ik tegen de goddeloze zeg: U zult zeker sterven, en u hebt hem niet gewaarschuwd en u hebt niet gesproken om de goddeloze voor zijn goddeloze weg te waarschuwen om hem in het leven te behouden: die goddeloze zal in zijn ongerechtigheid sterven, maar Ik zal zijn bloed van uw hand eisen.
[19] Maar u, als u de goddeloze waarschuwt en hij zich niet van zijn goddeloosheid en van zijn goddeloze weg bekeert, zal hij in zijn ongerechtigheid sterven, maar u hebt uw leven gered.