Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

JOZUA 8 : 34

DAG 80

LEZEN: JOZUA 8 : 30 – 35 

THEMA: Voorleesdag

(HSV) [34] Daarna las hij al de woorden van de wet voor, de zegen en de vloek, in overeenstemming met alles wat in het wetboek geschreven staat.   

(BGT) [34] en daarna las hij alle wetten van Mozes voor. Hij las precies voor wat er stond, ook alle beloningen en straffen.  

Aantekening

Jozua 8 : 34  In Deuteronomium 28 worden de zegen en de vloek genoemd. In dat gedeelte staat ook dat de Heere van plan is om het volk Israël ‘een plaats [te] geven hoog boven alle volken van de aarde’ (of ‘land’, Hebreeuws ‘arets) en dat ‘de Heere zal geven dat uw vijanden die u aanvallen, door u verslagen worden (Deuteronomium 28:1, 7). Indien de Kanaänitische koningen ten tijde van Jozua ‘hoorden’ Jozua 9:1) dat deze vergelijkbare woorden werden gelezen tijdens de verbondsvernieuwing bij Sichem, zou dit zeker hebben bijgedragen aan hun bezorgdheid (zie ook aantekening bij Jozua 8:30-35).

Aantekening bij Jozua 8:30-35  Zie Deuteronomium 27:1-8 voor de instructie van Mozes aangaande deze gebeurtenis. Jozua volgt Mozes’ instructies nauwkeurig op.

Aantekening bij Jozua 8:30-33  De berg Ebal en zijn tegenhanger de berg Gerizim (zie Deuteronomium 11:29) liggen ca. 32 km ten noorden van Ai, bij Sichem, een stad met al lang bestaande banden met de voorvaderen van Israël (Genesis 12:6-7; en ook Jakob in Genesis 33:18-20; 34:1-31). Deze connecties verklaren misschien waarom Israël een verbondsvernieuwing kon vieren in Sichem, blijkbaar zonder dat die stad eerst veroverd moest worden. Het feit dat er zowel vreemdelingen als ingezetene samenkwamen bij Sichem wijst er misschien op dat sommige inwoners van Sichem zich vrijwillig bij Israël voegden (een vergelijkbare ‘gemengde groep’ verlaat met Israël Egypte in Exodus 12:38).

Aantekening bij Jozua 8:32  Vervolgens schreef hij daar op stenen een afschrift van de wet van Mozes. Dat werd de vierde stenen gedenkplaats in het land (zie aantekening bij Jozua 4:20). Deze gedenkplaats moest Israël herinneren aan de plicht om te leven in gehoorzaamheid aan de heilige ‘Thora’ of ‘wet’ (vgl. Jozua 1:7-8).

Inprenten            Jozua 8 : 30 – 35           (Uit de Vrouwen Bijbel)

Als leider van het volk is Jozua er alles aan gelegen het volk bij de Heere te houden, het volk de wil van de Heere in te prenten. Het kan hun en ons niet vaak genoeg voordehouden worden.

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

JOZUA 8 : 18 

DAG 79

LEZEN: JOZUA 8 : 13B – 29 

THEMA: Overwinning

(HSV) [18] Toen zei de HEERE tegen Jozua: Strek de werpspies die in uw hand is, uit naar Ai, want Ik zal het in uw hand geven. En Jozua strekte de werpspies die in zijn hand was, uit naar de stad.     

(BGT) [18] Toen zei de Heer tegen Jozua: ‘Wijs met je zwaard in de richting van Ai. Want ik zal ervoor zorgen dat die stad van jou wordt.’ Dus wees Jozua met zijn zwaard naar Ai.    

Aantekening

Jozua 8 : 18 – 20  Jozua kreeg van de Heere de opdracht: Strek de werpspies die in uw hand is, uit naar Ai. Dit herinnert aan Mozes die ‘de staf van God in [zijn] hand’ ophief bij de strijd tegen Amalekieten (Exodus 14:16). Misschien dient het als signaal voor de mannen in de hinderlaag om in actie re komen en de stad aan te vallen. Belangrijker is dat deze handeling symboliseert dat de Heere de stad in de hand van Jozua geeft. De krijgslist werkt en de stad wordt in brand gestoken. De mannen van Ai hadden geen ruimte (Hebreeuws ‘handen’) meer om hierheen of daarheen te vluchten.

Achtergrond van het boek Jozua

Het boek Jozua zet het verhaal van de Pentateuch (de vijf boeken van Mozes, het eerste gedeelte van het Oude Testament) voort. Deuteronomium eindigt met een verslag van Mozes’ dood en Jozua begint met de woorden: ‘Het geschiedde nu, na de dood van Mozes …’ Gods bedoelingen met Israël zouden nu verder worden gerealiseerd door Jozua.

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

JOZUA 8 : 12

DAG 78

LEZEN: JOZUA 8 : 1 – 13A

THEMA: List

(HSV) [12] Verder nam hij ongeveer vijfduizend man en legde hen in een hinderlaag tussen Bethel en Ai, ten westen van de stad.  

(BGT) [12] Jozua had ongeveer vijfduizend soldaten de opdracht gegeven om zich te verstoppen. Ze hadden zich verstopt bij de westkant van de stad, tussen Betel en Ai.    

Aantekening

Jozua 8 : 12  Misschien representeren de vijfduizend man (of 5 eenheden) die in een hinderlaaggelegd werden een deel van de groepen die in vers 3-4 genoemd werden, en voeren de overige 25.000 (of 25 eenheden) de hoofdaanval uit. Als dit zo is, verklaart dat misschien waarom de koning van Ai in de list trapt. Het lijkt of Israël net zo’n directe aanval uitvoert als in hoofdstuk 7, maar met meer dan acht keer zoveel mannen.

Nieuw begin                 Jozua 8 : 1 – 29            (Uit de Vrouwen Bijbel)

Na een lange periode van gebrek aan vertrouwen in de Heere, is de verhouding met de Heere nu gelukkig hersteld. De inname van het land kan vervolgd worden en wordt nu gezegend. Want bij de Heere kun je altijd opnieuw beginnen.

Het boek JozuaHet boek beschrijft hoe Gods volk de uitdaging het hoofd bood. De Israëlieten veroverden het land en verdeelden het land onder de stammen. Ze slaagden daarin dankzij het krachtige leiderschap van Jozua, die door God ondersteund werd bij zijn taak. Als wij voor zware opgaven staan, mogen wij erop rekenen dat de Heere ons zal helpen Zijn do

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

JOZUA 7 : 24 – 26 

DAG 77

LEZEN: JOZUA 7 : 16 – 26 

THEMA: Straf  op de zonde

(HSV) [24] Toen nam Jozua, en heel Israël met hem, Achan, de zoon van Zerah, en het zilver, de kostbare mantel, de goudstaaf, zijn zonen, zijn dochters, zijn runderen, zijn ezels, zijn kleinvee, zijn tent, en alles wat van hem was, en zij voerden die naar het Dal van Achor. [25] Jozua zei: Waarom hebt u ons in het ongeluk gestort? De HEERE zal u in het ongeluk storten op deze dag. En heel Israël stenigde hem met stenen, en zij verbrandden hen met vuur. En zij wierpen stenen over hen, [26] en richtten een grote steenhoop boven hem op, die er is tot op deze dag. Toen liet de HEERE Zijn brandende toorn varen. Daarom gaf men die plaats de naam Dal van Achor, tot op deze dag.   

(BGT) [24] Toen werd Achan naar het Achor-dal gebracht. Ook de mantel, het goud en het zilver werden meegenomen, samen met alle bezittingen van Achan: zijn tent, zijn koeien, ezels, schapen en geiten, en ook zijn zonen en dochters.  [25] En Jozua zei: ‘Jij hebt ons een heleboel ellende gebracht. Daarom zal de Heer jou vandaag een heleboel ellende brengen.’ Toen werd Achan samen met zijn hele familie met stenen doodgegooid. Daarna werden alle lichamen en alle bezittingen verbrand.  [26] De Israëlieten bedekten alles met een grote berg stenen. Toen was de Heer niet meer kwaad. Die stenen liggen er nog steeds, en die plek heet nog steeds het Achor-dal.    

Aantekening

Jozua 7 : 24 – 26  Omdat Achan Israël in het ongeluk had gestort door zijn hebzuchtige gedrag, werd hij gedood. Hij en alles wat van hem was werden bedolven onder een grote steenhoop in het Dal van Achor (Achor staat voor het Hebreeuwse woord ‘achor, dat klinkt als het Hebreeuwse woord voor ‘problemen’, ‘achar). Het woord hen (vers 25) slaat mogelijk ook op Achans kinderen, maar dat is niet helemaal zeker, want (1) vers 15 noemt alleen ‘alles wat hij heeft’; daar verwijst ‘hen’ mogelijk naar (hetzelfde woord als ‘ze’ in ver 21, ‘het’ in vers 22, 23 en ‘die’ in vers 24; en (2) Achans vrouw wordt niet genoemd. In Jozua komen zeven steenhopen voor (zie aantekening bij Jozua 4:20). De eerste werd door Jozua opgericht in (Jozua 4:20, als een herinnering aan de trouw van de Heere toen Hij Israël veilig de Jordaan liet oversteken. Deze steenhoop die Achan bedekt is een herinnering aan de geneigdheid tot ontrouw van Israël en de verschrikkelijke gevolgen daarvan. En heel Israël stenigde hem. Het hele volk was betrokken bij deze executie. Dat was rechtmatig, omdat ook het hele volk besmet was en gereinigd moest worden. Daarnaast hoefde hierdoor niet één persoon belast te worden met het uitvoeren van de executie.

Aantekening bij Jozua 4:20  De twaalf stenen … richtte Jozua op in Gilgal. Dit is de eerste van de zeven stenen gedenkplaatsen die in Jozua worden beschreven (zie ook Jozua 7:26; 8:28-29; 8:32; 10:27; 22:34; 24:26-27). Zie schema. Deze eerste gedenkplaats herinnert aan Gods trouw, omdat Hij Israël veilig door de Jordaan naar het beloofde Land heeft geleid.

De zeven stenen gedenkplaatsen in het land (Boek Jozua)
04:20GilgalTer herinnering aan Gods trouw; Hij bracht Israël veilig door de Jordaan in het Beloofde Land
07:26op AchanTer herinnering aan Israëls geneigdheid tot ontrouw en aan de vreselijke gevolgen daarvan
8:28-29op de Koning van AiTer herinnering aan Israëls tweede kans en herstel
8:30-32Jozua schrijft een stenen afschrift van de wetTer herinnering aan Israëls verplichtingen te leven in gehoorzaamheid aan de ‘wetgeving’ of ‘Thora’ van God
10:27voor de ingang van de grot met de lichamen van de Amoritische koningenTer herinnering aan Gods genadige handelen, waarbij Hij Israëls verbond met een Kanaänitische stad verdedigde
22:34vrede in GiliadEen getuige van de eenheid tussen de Overjordaanse stammen en Israël ten westen van de Jordaan
24:26-27Verbondsvernieuwing in SichemTer herinnenring aan Israëls verplichting de Heere te dienen, Die al Zijn beloften nakwam om hen het land binnen te brengen

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

JOZUA 7 : 10 – 13

DAG 76

LEZEN: JOZUA 7 : 1 – 15 

THEMA: Wat ging er fout?

(HSV) [10] Toen zei de HEERE tegen Jozua: Sta op, waarom ligt u zo met het gezicht ter aarde? [11] Israël heeft gezondigd. Ook hebben zij Mijn verbond, dat Ik hun geboden had, overtreden. Bovendien hebben zij genomen van wat met de ban gewijd was, en ook gestolen, en ook gelogen, en zij hebben het ook bij hun huisraad gelegd. [12] Daarom zullen de Israëlieten niet kunnen standhouden tegenover hun vijanden. Zij zullen voor hun vijanden vluchten, want zij liggen onder de ban. Ik zal voortaan niet meer met u zijn als u de ban niet uit uw midden wegvaagt. [13] Sta op, heilig het volk, en zeg: Heilig u voor morgen. Want zo zegt de HEERE, de God van Israël: Er is een ban in uw midden, Israël! U zult niet tegenover uw vijanden kunnen standhouden totdat u de ban uit uw midden wegdoet.   

(BGT)  [10] Toen zei de Heer tegen Jozua: ‘Sta op! Houd op met klagen!  [11] Want jullie hebben iets verschrikkelijks gedaan. Jullie hebben je niet gehouden aan mijn regels. Ik had gezegd dat alles uit Jericho voor mij was. En dat daarom alles vernietigd moest worden. Maar iemand heeft iets tussen zijn eigen spullen verstopt.  [12] Daarom zijn jullie door je vijanden verslagen en moesten jullie vluchten. Dat is jullie straf. Ik wil dat jullie de gestolen voorwerpen aan mij geven en vernietigen. Anders zal ik jullie niet meer helpen. [13] Sta op, en zorg ervoor dat de Israëlieten zich voorbereiden. Want morgen zullen ze mij ontmoeten, de Heer, de God van Israël. Vertel hun dat er iets uit Jericho gestolen is. En dat ze pas weer kracht zullen hebben om de vijanden te verslaan als de gestolen voorwerpen vernietigd zijn. 

Aantekening

Jozua 7 : 10 – 13  Sta op … Israël heeft gezondigd. In niet mis te verstane woorden richt de Heere Jozua’s aandacht op de werkelijke oorzaak van de nederlaag van Israël: Israël heeft Mijn verbond … overtreden, zij hebben genomen van wat met de ban gewijd was (zie aantekening bij Jozua 6:17; 6:18; 6:19), gestolen, gelogen, en het ook bij hun huisraad gelegd – allemaal handelingen die in de wet van Mozes (Deuteronomium 7:25-26) uitdrukkelijk verboden werden. Bij de verzekering die in Jozua 1:7-8 aan Jozua werd gegeven, werd benadrukt dat men zich aan deze wet moest houden. De daadwerkelijke overtreder die deze misdaden beging, was Achan (Jozua 7:1), maar een verbondsgemeenschap is gezamenlijk verantwoordelijk. Daarnaast waren Jozua en de leiders van Israël ook nalatig geweest: ze hadden Gods leiding niet gezocht voor de aanval op Ai (vgl. de expliciete verwijzing naar vergelijkbare nalatigheid in de gebeurtenissen m.b.t. de Gibeonieten in Jozua 9:14). Het is dan ook niet verwonderlijk dat de Israëlieten niet tegenover hun vijanden kunnen standhouden (vgl. Jozua 7:13, en daarentegen 1:5, waar het tegenovergestelde werd beloofd, op voorwaarde van Israëls trouw aan de Heere).

Aantekening bij Jozua 6:17  met de ban aan de Heere gewijd zijn. ‘met de ban wijden’ (Hebreeuws cherem) komt niet alleen in de Bijbel voor (ter vergelijking: op de Moabitische Steen, waarin voor het eerst de Naam van Israëls God in een inscriptie voorkomt, heeft koning Mesa het over met de ban wijden van de stad Nebo, waarbij 7000 mannen en vrouwen werden gedood en de vaten van de Heere voor Kemos werden gesleept). Een moderne manier van denken kan aanstoot nemen aan zo’n totale vernietiging, maar de Bijbel benadrukt dat de totale vernietiging van Jericho door de Heere Zelf werd opgedragen (Deuteronomium 20:16-17). Het is een bewijs van Gods oordeel over de vreselijke zonde van de Kanaänieten. De opdracht om alle levende wezens om te brengen, moest niet gezien worden als een vrijbrief om bij andere oorlogen zonder onderscheid te doden, want er moest anders worden gehandeld met de steden buiten het Beloofde Land (Deuteronomium 20:10-15). Het was bedoeld als een straf voor de Kanaänieten (de maat van hun ongerechtigheid was vol; vgl. Genesis 15:16) en om de Israëlieten te beschermen tegen afvalligheid en afgoderij (Deuteronomium 7:1-6). De uitroeiing van de Kanaänieten was een bijzondere vorm van Goddelijk oordeel, dat plaatsvond in een tijd die verder gekarakteriseerd werd door genade. Daarom is dit ook geen voorbeeld van wat er over het algemeen in oorlogstijd moet gebeuren (in de oudheid of in onze tegenwoordige tijd). Maar het wijst vooruit naar het laatste oordeel dat komt over ieder die volhardt in rebellie tegen Gods genadige toenadering.*

Aantekening bij Jozua 6:18  Indien Israël de opdracht tot totale vernietiging niet volledig uitvoert, wordt het leger van Israël zelf in het ongeluk gestort. Dus bij deze opdracht (zie Jozua 6:17) gaat het niet om etnische zuivering, maar om religieuze reiniging. Kanaänieten als Rachab (hoofdstuk 2) en de Gibeonieten (Hoofdstuk 9), die zichzelf toewijden aan de Heere, worden gespaard, terwijl Israëlieten die de Heere tarten, zoals Achan (Hoofdstuk 7), zelf cherem (d.w.z. met de ban gewijd) worden. Zonde was dan ook geen privéaangelegenheid, individuele acties konden het hele leger in gevaar brengen (vgl. Jozua 7:1).

Aantekening bij Jozua 6:19  Voorwerpen die niet vernietigd konden worden, zoals edelmetalen, moesten bij de schat van de Heere komen. Op die manier kwamen ze niet beschikbaar voor algemeen gebruik.

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

JOZUA 6 : 20

DAG 75

LEZEN: JOZUA 6 : 15 – 27 

THEMA: De muur valt

(HSV) [20] Het volk juichte, toen zij op de bazuinen bliezen. En het gebeurde, zodra het volk het bazuingeschal hoorde, dat het volk een luid gejuich aanhief. [1]En de muur stortte in en het volk klom de stad in, ieder recht voor zich uit, en zij namen de stad in.    

(BGT) [20] Toen bliezen de priesters lang op de trompetten, en alle soldaten schreeuwden zo hard mogelijk. Meteen stortte de stadsmuur in. De soldaten gingen van alle kanten de stad in.   

Aantekening

Jozua 6 : 20  Het volk juichte. Hebreeën 11:30 prijst het geloof van het volk, omdat zij geloofden in de belofte van Jozua 6:2-5 en dat geloof lieten zien door de opdracht te gehoorzamen.


[1]  Hebreeën 11:[30] Door het geloof zijn de muren van Jericho gevallen, nadat ze tot zeven dagen toe omringd waren geweest.

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

JOZUA 6 : 3

DAG 74

LEZEN: JOZUA 5 : 13 – 6 : 14 

THEMA: Omlopen

(HSV) [3] U, alle strijdbare mannen, moet rondom de stad gaan, de stad één keer rondtrekken. Zo moet u zes dagen doen.    

(BGT) [3] Je moet met al je soldaten zes dagen lang om Jericho heen lopen. Elke dag moet je één keer om de stad heen lopen.    

Aantekening

Jozua 6 : 3  U … moet rondom de stad gaan. Jozua krijgt een opmerkelijke opdracht, die een ritueel aspect aan de inname van Jericho geeft. Het onderstreept Gods betrokkenheid en herinnert tevens aan Zijn schepping in zeven dagen.

De stad Jericho

Jericho (Tell es-Sultan) is misschien de oudste de oudste stad ter wereld, en het is de laagste stad op aarde (ca 230 meter beneden zeeniveau). Er zijn enorm veel opgravingen gedaan bij Jericho, grote projecten werden geleid door Ernst Sellin en Carl Watzinger (1907-1909, 1911). Jonh Garstan (1930-1936) en Kathleen Kenyon (1952-1958). Er zijn veel belangrijke vondsten gedaan. Een van de belangrijkste vondsten is die van een stadsmuur van zo’n 1,5 m. breed, gebouwd aan een enorme ronde stenen toren. Dit is een van de eerste bekende versterkingen. De buitenste stadsmuur stamt uit de late bronstijd (2000-1550 voor Christus). Jericho was de eerste stad ten westen van de Jordaan die door de Israëlieten werd ingenomen onder aanvoering van Jozua (Jozua 6). Onder archeologen wordt fel gediscussieerd over de vraag of er archeologische overblijfselen zijn van die verwoesting. Na de verwoesting door Israël is Jericho eeuwenlang verlaten geweest, tot er in de 9e eeuw voor Christus een nieuwe nederzetting werd gesticht door Hiël uit Bethel (1 Koningen 16:34).

Gods handelwijze                  Jozua 6 : 1 – 5              (Uit de Vrouwen Bijbel)

Weer een geschiedenis waarin niet de menselijke berekening zegeviert. De Heere geeft de handelwijze aan en op die manier valt de stad. Maar het scharlaken koord, het herkenningsteken van de hoer Rachab blijkt haar redding te zijn. De Heere werkt niet met menselijke maatstaven.        

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

JOZUA 5 : 2

DAG 73

LEZEN: JOZUA 5 : 2 – 12 

THEMA: Inhaalslag

(HSV) [2] In die tijd zei de HEERE tegen Jozua: Maak [1]u stenen messen en besnijd de Israëlieten opnieuw, voor de tweede keer.   

(BGT) [2] Toen zei de Heer tegen Jozua: ‘Pak stenen en maak daar messen van. Ik wil dat je alle mannen en jongens gaat besnijden.’    

Aantekening

Jozua 5 : 2  Maak u stenen messen … besnijd … voor de tweede keer. In het Nabije Oosten was de besnijdenis zeker niet ongewoon (zie Jeremia 9:25-26), maar het werd niet door alle volken gedaan. De Filistijnen waren niet besneden (1 Samuël 14:6) en sommige inwoners van Kanaän blijkbaar ook niet (Genesis 34:14). In Egypte speelde besnijdenis wel een belangrijke rol en werd het bijvoorbeeld gebruikt bij overgangsrituelen. In Israël was de besnijdenis een teken van het verbond dat door de Heere in Genesis 17:10-14 werd ingesteld. Alle kinderen van het mannelijk geslacht moesten op de achtste dag worden besneden. In Jozua 5:4-5, 7 wordt uitgelegd waarom de Israëlitische mannen onder aanvoering van Jozua een tweede keer besneden moesten worden. Er werden stenen messen gebruikt, hoewel er in die tijd ook al metalen gebruiksvoorwerpen waren. Misschien verwijst dit naar de vroege oorsprong van het ritueel (vgl. Exodus 4:25), of misschien had het te maken met het feit dat er veel instrumenten tegelijk nodig waren. Steen was gemakkelijk verkrijgbaar en zeer geschikt. Een Egyptische tekst uit de 23e eeuw voor Christus spreekt over 120 jonge mannen die tegelijkertijd werden besneden. De inscriptie op een reliëf in een Egyptische graftombe uit dezelfde tijd met de afbeelding van een besnijdenis geeft aan dat stenen messen werden gebruikt.


[1]  Exodus 4:[25] Toen nam Zippora een vuurstenen mes en besneed de voorhuid van haar zoon. Zij wierp die voor Mozes’ voeten en zei: Werkelijk, je bent voor mij een bloedbruidegom.

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

JOZUA 4 : 21 – 24

DAG 72

LEZEN: JOZUA 4 : 15 – 5 : 1 

THEMA: Vertel het aan de kinderen

(HSV) [21] Hij zei tegen de Israëlieten: Wanneer uw kinderen morgen aan hun vader vragen: Wat betekenen deze stenen? [22] dan moet u uw kinderen laten weten: Op het droge stak Israël deze Jordaan over, [23] want de HEERE, uw God, heeft het water van de Jordaan voor uw ogen doen opdrogen, totdat u overgestoken was, [1]zoals de HEERE, uw God, met de Schelfzee gedaan heeft, die Hij voor onze ogen heeft doen opdrogen, totdat wij overgestoken waren, [24] opdat alle volken van de aarde zouden weten dat de hand van de HEERE sterk is; opdat u de HEERE, uw God, alle dagen vreest.     

(BGT) [21] Toen zei Jozua tegen de Israëlieten: ‘Als jullie kinderen later vragen wat die stenen betekenen,  [22] zeg dan het volgende: ‘Wij zijn dwars door de Jordaan naar de overkant gelopen, over droge grond.  [23] Want de Heer hield het water tegen. Op dezelfde manier heeft hij ons volk vroeger naar de overkant van de Rietzee gebracht.  [24] Door die wonderen zullen alle volken op aarde weten hoe machtig de Heer, onze God, is. En door die wonderen zullen jullie hem altijd dienen.’’

Aantekening

Jozua 4 : 21 – 23  De verteller geeft het verhaal over de oversteek van de Jordaan op zo’n manier weer dat het herinneringen oproep aan de doortocht door de Schelfzee, de God Die Israël bevrijdde uit Egypte heeft hen naar Kanaän gebracht. Hij zal Zijn plan met hen volvoeren (vgl. Genesis 12:3). Psalm 143 brengt de oversteek van de Jordaan en de doortocht door de Schelfzee samen.

Jozua 4 : 24  De Heere bracht Israël op een opzienbarende manier het land binnen, om de volken van de aarde duidelijk te maken dat de hand van de Heere sterk is, en om de harten van Gods volk op te wekken tot volledige toewijding – wat ‘vrees voor de Heere’ inhoudt – alle dagen, d.w.z. door alle generaties heen die over de oversteek van de rivier zouden horen.

Doorvertellen               Jozua 4 : 21 – 24           (Uit de Vrouwen Bijbel)

De opgerichte stenen die Jozua liet neerzetten, herinneren niet alleen aan de tocht door de Jordaan, ze hebben nog een doel: kinderen zullen aan mensen in hun omgeving vragen wat ze betekenen. Wat een mogelijkheden om de grote daden van de Heere door te geven.


[1]  Exodus 14:[21] Toen strekte Mozes zijn hand uit over de zee, en de HEERE liet de zee die hele nacht wegvloeien door een krachtige oostenwind. Hij maakte de zee droog, en het water werd doormidden gespleten.

Tekst van de Dag

TEKST VOOR VANDAAG

JOZUA 4 : 9

DAG 71

LEZEN: JOZUA 4 : 1 – 14 

THEMA: Een steen bijdragen

(HSV) [9] Jozua richtte ook twaalf stenen op in het midden van de Jordaan, op de plaats waar de voeten van de priesters hadden gestaan die de ark van het verbond droegen. Ze zijn daar tot op deze dag.  

(BGT) [9] Jozua maakte een monument midden in de rivier, op de plek waar de priesters stonden. Dat monument bestond ook uit twaalf stenen, en het staat daar nog steeds.  

Aantekening

Jozua 4 : 9  Jozua richtte ook twaalf stenen op in het midden van de Jordaan. Commentatoren zijn het niet eens over de vraag of het hier om een tweede groep stenen gaat, naast de stenen die opgericht worden in Gilgal (vers 8, 20). Een oppervlakkige lezing van de Hebreeuwse tekst zou kunnen leiden tot de conclusie dat het hier om een tweede groep stenen gaat, maar de brede context toont aan dat het hier om slechts één groep stenen gaat. Sommigen leggen de Hebreeuwse tekst zo uit dat Jozua 12 stenen opzette die ‘in het midden van de Jordaan’ hadden gelegen. tot op deze dag. Dit is de eerste keer dat deze in Jozua veelvoorkomende uitdrukking verschijnt. De ‘dag’ waar het hier om gaat, is de tijd van de bijbelse verteller of die van zijn bronmateriaal (vgl. 2 Kronieken 5:9).

Monument          Jozua 4 : 9           (Uit de Vrouwen Bijbel)

Een monument, in opdracht van de Heere opgericht. De Heere vindt het belangrijk om zichtbare tekenen van Zijn trouw te hebben. In de kerk zijn doop en Avondmaal zichtbare tekenen van Gods trouw en bemoeienis met ons leven.