TEKST VOOR VANDAAG
JOZUA 7 : 24 – 26
DAG 77
LEZEN: JOZUA 7 : 16 – 26
THEMA: Straf op de zonde
(HSV) [24] Toen nam Jozua, en heel Israël met hem, Achan, de zoon van Zerah, en het zilver, de kostbare mantel, de goudstaaf, zijn zonen, zijn dochters, zijn runderen, zijn ezels, zijn kleinvee, zijn tent, en alles wat van hem was, en zij voerden die naar het Dal van Achor. [25] Jozua zei: Waarom hebt u ons in het ongeluk gestort? De HEERE zal u in het ongeluk storten op deze dag. En heel Israël stenigde hem met stenen, en zij verbrandden hen met vuur. En zij wierpen stenen over hen, [26] en richtten een grote steenhoop boven hem op, die er is tot op deze dag. Toen liet de HEERE Zijn brandende toorn varen. Daarom gaf men die plaats de naam Dal van Achor, tot op deze dag.
(BGT) [24] Toen werd Achan naar het Achor-dal gebracht. Ook de mantel, het goud en het zilver werden meegenomen, samen met alle bezittingen van Achan: zijn tent, zijn koeien, ezels, schapen en geiten, en ook zijn zonen en dochters. [25] En Jozua zei: ‘Jij hebt ons een heleboel ellende gebracht. Daarom zal de Heer jou vandaag een heleboel ellende brengen.’ Toen werd Achan samen met zijn hele familie met stenen doodgegooid. Daarna werden alle lichamen en alle bezittingen verbrand. [26] De Israëlieten bedekten alles met een grote berg stenen. Toen was de Heer niet meer kwaad. Die stenen liggen er nog steeds, en die plek heet nog steeds het Achor-dal.
Aantekening
Jozua 7 : 24 – 26 Omdat Achan Israël in het ongeluk had gestort door zijn hebzuchtige gedrag, werd hij gedood. Hij en alles wat van hem was werden bedolven onder een grote steenhoop in het Dal van Achor (Achor staat voor het Hebreeuwse woord ‘achor, dat klinkt als het Hebreeuwse woord voor ‘problemen’, ‘achar). Het woord hen (vers 25) slaat mogelijk ook op Achans kinderen, maar dat is niet helemaal zeker, want (1) vers 15 noemt alleen ‘alles wat hij heeft’; daar verwijst ‘hen’ mogelijk naar (hetzelfde woord als ‘ze’ in ver 21, ‘het’ in vers 22, 23 en ‘die’ in vers 24; en (2) Achans vrouw wordt niet genoemd. In Jozua komen zeven steenhopen voor (zie aantekening bij Jozua 4:20). De eerste werd door Jozua opgericht in (Jozua 4:20, als een herinnering aan de trouw van de Heere toen Hij Israël veilig de Jordaan liet oversteken. Deze steenhoop die Achan bedekt is een herinnering aan de geneigdheid tot ontrouw van Israël en de verschrikkelijke gevolgen daarvan. En heel Israël stenigde hem. Het hele volk was betrokken bij deze executie. Dat was rechtmatig, omdat ook het hele volk besmet was en gereinigd moest worden. Daarnaast hoefde hierdoor niet één persoon belast te worden met het uitvoeren van de executie.
Aantekening bij Jozua 4:20 De twaalf stenen … richtte Jozua op in Gilgal. Dit is de eerste van de zeven stenen gedenkplaatsen die in Jozua worden beschreven (zie ook Jozua 7:26; 8:28-29; 8:32; 10:27; 22:34; 24:26-27). Zie schema. Deze eerste gedenkplaats herinnert aan Gods trouw, omdat Hij Israël veilig door de Jordaan naar het beloofde Land heeft geleid.
| De zeven stenen gedenkplaatsen in het land (Boek Jozua) | ||
| 04:20 | Gilgal | Ter herinnering aan Gods trouw; Hij bracht Israël veilig door de Jordaan in het Beloofde Land |
| 07:26 | op Achan | Ter herinnering aan Israëls geneigdheid tot ontrouw en aan de vreselijke gevolgen daarvan |
| 8:28-29 | op de Koning van Ai | Ter herinnering aan Israëls tweede kans en herstel |
| 8:30-32 | Jozua schrijft een stenen afschrift van de wet | Ter herinnering aan Israëls verplichtingen te leven in gehoorzaamheid aan de ‘wetgeving’ of ‘Thora’ van God |
| 10:27 | voor de ingang van de grot met de lichamen van de Amoritische koningen | Ter herinnering aan Gods genadige handelen, waarbij Hij Israëls verbond met een Kanaänitische stad verdedigde |
| 22:34 | vrede in Giliad | Een getuige van de eenheid tussen de Overjordaanse stammen en Israël ten westen van de Jordaan |
| 24:26-27 | Verbondsvernieuwing in Sichem | Ter herinnenring aan Israëls verplichting de Heere te dienen, Die al Zijn beloften nakwam om hen het land binnen te brengen |