TEKST VOOR VANDAAG
2 PETRUS 2 : 20 – 22
DAG 61
LEZEN: 2 PETRUS 2 : 10B – 22
THEMA: Honden en varkens
(HSV) [20] [1]Want als zij de besmettingen van de wereld ontvlucht zijn door de kennis van de Heere en Zaligmaker Jezus Christus, maar daarin opnieuw verwikkeld raken en daardoor overwonnen worden, [2]dan is voor hen het laatste erger geworden dan het eerste. [21] Het zou immers beter voor hen geweest zijn dat zij de weg van de gerechtigheid niet gekend hadden, dan dat zij, nadat zij die hebben leren kennen, zich weer afkeren van het heilige gebod dat hun overgeleverd was. [22] Maar hun is overkomen wat een waar spreekwoord zegt: [3]De hond is teruggekeerd naar zijn eigen uitbraaksel en de gewassen zeug naar het rondwentelen in de modder.
(BGT) [20] De valse leraren waren een tijdlang ontsnapt aan de slechtheid van de wereld. Dat gebeurde toen ze de Heer en redder Jezus Christus leerden kennen. Maar nu zijn ze weer in de macht van het kwaad. En hun slechtheid van nu is erger dan hun slechtheid van vroeger. [21] Het was voor hen zelfs beter geweest als ze de wil van God nooit hadden leren kennen. Want nu kennen ze Gods wil wel, maar ze schuiven zijn heilige regels gewoon aan de kant. [22] De volgende spreekwoorden passen precies bij hun situatie: ‘Een hond gaat terug naar zijn eigen braaksel om het op te eten.’ En: ‘Een gewassen varken rolt al snel weer door de modder.’
Aantekening
2 Petrus 2 : 20 – 22 Het zou immers beter voor deze dwaalleraars geweest zijn als ze nooit waren ontvlucht aan de wereld, dan dat zij het pad de kennis van … Christus gevolgd hadden en terug te keren naar een leven van zonde en duisternis. Een van de redenen waarom het beter is niet te hebben geweten over het heilige gebod, is dat zij die zich afkeren na ten onrechte het christelijke geloof te hebben beleden, niet geneigd zullen zijn om opnieuw na te denken over Christus. Een andere reden is dat hun kennis en ervaring met het christelijke leven maakt dat ze meer verantwoording schuldig zijn aan God (vgl. Lukas 12:47-48). Sommigen denken dat deze verzen leren dat ware gelovigen hun zaligheid kunnen verliezen. Het is waarschijnlijker dat Petrus wijst op hen die leken christenen te zijn, maar daarna door hun afvalligheid en hun gedrag toonden dat ze nooit echt hebben toebehoord aan Christus (zie aantekening bij Johannes 6:66; 15:2; Galaten 2:3-4; 1 Johannes 2:29). God belooft dat zij die Hem echt kennen nooit zullen afvallen, omdat Hij hen door zijn genade bewaart (vgl. Johannes 10:27-29; Romeinen 8:28-39; Filippenzen 1:6). Zij die zich afkeren, tonen dat hun ware aard is als die van een hond (vgl. Spreuken 26:11) of van een zeug. Ze leken gered te zijn, maar door terug te keren naar het uitbraaksel en de modder van de wereld, toonden ze nooit echt wedergeboren te zijn.
Aantekening bij: Johannes 6:66 Veel van deze eerste discipelen waren niet werkelijk discipelen van Hem, want zij trokken … zich terug. Het ‘geloof’ dat ze hadden, was niet echt, ze volgden Jezus misschien alleen maar om Zijn aardse weldaden zoals genezing en spijziging. Johannes 15:2 De Goddelijke Wijngaardenier doet voor een maximale oogst twee dingen: (1) Hij verwijdert onvruchtbare ranken, en (2) Hij reinigt alle andere (vgl. Hebreeën 6:7-8). geen vrucht draagt. Dit symboliseert waarschijnlijk mensen die geen ware gelovigen zijn (zie Johannes 15:6, 8). In dat geval is in Mijalleen maar een uitdrukking die nodig is in het beeld van de Wijnstok, terwijl deze ‘ranken’ slechts beweren christen te zijn, zonder wedergeboorte of waar geloof. Daarmee is dit een van de verzen in Johannes die laten zien dat niet allen die een tijdlang Jezus volgen en Zijn onderwijs krijgen, ware gelovigen zijn (vgl. Johannes 6:66; ook 13:10-11 over Judas). Anderen denken dat deze ranken wel ware gelovigen zijn, die door welke oorzaak dan ook ‘geen vrucht dragen’. Het motief voor deze interpretatie is dat Jezus zegt in Mij, terwijl ‘in Christus’ verder altijd betrekking heeft op ware gelovigen. Maar het lijken ook de ranken te zijn die ‘worden verbrand’ (15:6), wat een beeld moet zijn van het laatste oordeel. vrucht is een beeld van goed resutaat van het leven van een gelovige, zoals het goeddoen aan anderen en het bevorderen van Gods werk in de wereld (zie Mattheüs 13:8; vgl. Galaten 5:22 voor een ander beeld van ‘vrucht’, nl. karakterverandering). neemt Hij weg. Het Griekse werkwoord aírö kan soms ook betekenen ‘optillen’, en exegeten die de onvruchtbare ranken als echte gelovigen zien, denken bij ‘optillen’ aan de Wijngaardenier Die deze ranken opheft van de grond zodat ze vruchtbaarder kunnen worden. Maar deze zienswijze ligt niet voor de hand, omdat ze volgens Johannes 15:6 in het vuur worden gegooid en verbrand, kennelijk bij het laatste oordeel. ‘Reinigt Hij’ (of: ‘snoeit Hij’) is een beeld van het pijnlijke maar noodzakelijke proces van verwijdering van bepaalde interesses en activiteiten, zodat de ranken nog meer vrucht dragen. Het gebruikte werkwoord dat dit snoeiproces aanduidt (Grieks katharirö), is inderdaad letterlijk ‘reinigen’, het is van dezelfde stam als ‘rein’ (katharos) in 15:3.
Galaten 2 : 3-4 Er is overeenstemming: Titus – en met hem dus alle heidenen – hoeft niet besneden te worden. In ieder geval zijn Paulus, Jakobus, Petrus en Johannes het hierover eens. Er is echter een groep valse broeders die het hier nog steeds niet mee eens is. Paulus beschouwt het opleggen van de besnijdenis aan heidenchristenen als een ‘slavernij’ die de vrijheid van Christus tot een leugen maakt. (Over de besnijdenis, zie Handelingen 15:1-35; Romeinen 2:25-29; 4:9-16; Galaten 5:2-12; 6:12-15.) De aanwezigheid van deze valse broeders binnen de gemeente in Galatië toont aan dat gemeenten soms ongelovigen in hun midden zullen hebben die de gemeente kwaad willen doen.
1 Johannes 2:29 Weten dat Hij rechtvaardig is, betekent geloven in Christus en niet in je eigen gerechtigheid.
[1] Hebreeën 6:[4] Want het is onmogelijk om hen die eens verlicht zijn geweest, die de hemelse gave geproefd hebben en deelgenoot zijn geworden van de Heilige Geest,
Hebreeën 10:[26] Want als wij willens en wetens zondigen, nadat wij de kennis van de waarheid ontvangen hebben, blijft er geen slachtoffer voor de zonden meer over,
[2] Mattheüs 12:[45] Dan gaat hij weg en neemt zeven andere geesten met zich mee, die meer verdorven zijn dan hijzelf, en wanneer zij naar binnen gegaan zijn, gaan zij daar wonen; en het einde van die mens wordt erger dan het begin. Zo zal het ook met dit verdorven geslacht zijn.
[3] Spreuken 26:[11] Zoals een hond terugkeert naar zijn braaksel, zo is een dwaas die in zijn dwaasheid terugvalt.