Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

PSALM 107 : 43

DAG 26

LEZEN: PSALM 107 : 23 – 43

THEMA: Zie jij het ook?

(HSV) [43] Wie is wijs? Laat hij op deze dingen letten, en de goedertierenheid van de HEERE aandachtig opnemen.

(BGT) [43] Wijze mensen zullen steeds denken aan de goedheid van de Heer. Zij weten: de Heer is trouw!

Psalm 107 : 43  Laat de wijze op deze dingen letten. Het laatste vers sluit met de uitnodiging aan ieder die wijs is (d.w.z. wie echt wil groeien in een heilig leven: zie de inleiding op Spreuken: Karaktetypen in Spreuken) op deze dingen te letten, in het bijzonder op de vele manieren waarop God Zijn goedertierenheid heeft getoond. Een dergelijke overdenking zal iemands wijsheid vermeerderen.

Wie is wijs?                  Psalm 107 : 40 – 43       (Uit de Vrouwen Bijbel)

Let goed op hoe God aan het werk is om je heen, is de boodschap van de Psalm.

Zie je wel dat Hij arme mensen bevrijdt uit hun angst? Zie je wel dat Hij ijdele mensen die zichzelf proberen te redden, laat verdwalen op hun eigen wegen? Wie ben jij?

__________________________________________________________

Karaktertypen in Spreuken

Om Spreuken goed te lezen, moet je een helder begrip hebben van de karaktertypen en van hun plaats in het boek. 

De meest uitgesproken karakters zijn de wijzen, de dwazen en de onverstandigen. Spreuken roept de lezers op wijs te zijn, d.w.z. Gods verbond te aanvaarden en dagelijks vanuit dat verbond te leven (vgl. Spreuken 2:2). De wijze heeft dat gedaan (vgl. Spreuken 10:1). Meestal richt Spreuken zich op degene die hierin al heel ver is en een voorbeeld is ter navolging (vgl. Spreuken 9:8b). 

De dwaas is hij die voortdurend Gods verbond weerstaat (vgl. Spreuken 1:7b). Spreuken gaat ervan uit dat ook onder Gods volk dwazen kunnen zijn. Er zijn drie Hebreeuwse woorden die met ‘dwaas’ vertaald worden (kesil, ‘ewil, nabal). Onderling is er weinig verschil. Dit soort mensen weerstaat zelfs het aanbod van vergeving dat in het verbond ligt (Spreuken 14:9; 15:8). Deze mensen hebben een slechte invloed (Spreuken13:20; 17:12) en geven hun ouders verdriet (Spreuken 10:1). Toch is er hoop voor hen (Spreuken 8:5). 

De onverstandige is hij die nergens stelling voor neemt, niet voor wijsheid en niet voor dwaasheid. Hij wordt gemakkelijk misleid (vgl. Spreuken 14:15). Zijn probleem is dat hij zijn best niet doet om wijsheid te verkrijgen en daarin te groeien.

Spreuken gebruikt ook andere uitdrukkingen, positieve (bv. rechtvaardig, oprecht, vlijtig, iemand met inzicht, verstandig, schrander) en negatieve (bv. goddeloos, lui, zonder verstand). Die duiden niet op weer andere groepen mensen. De termen hebben betrekking op dezelfde mensen, maar dan vanuit een andere gezichtshoek. De rechtvaardige is hij die het verbond heeft aanvaard, en die trouw is aan Gods wil; de wijze is diezelfde persoon, met inzicht in Gods wil; hij die schrander is, is weer dezelfde persoon, die bewust vanuit gehoorzaamheid leeft. Zo is ook de goddeloze degene die het verbond van God verwerpt, en die God weerstaat; de dwaas is diezelfde persoon, maar nu gezien vanuit de dwaze levensweg die hij heeft gekozen.

Het gebruik van verschillende termen die naar dezelfde persoon verwijzen, help de lezer de diverse vruchten van godsvrucht en goddeloosheid te onderscheiden.

Deze typen dienen gewoonlijk als uitvergroting, dat wil zeggen dat ze mensen ten voorbeeld stellen vanwege hun deugd of wijsheid of juist als verachtelijk bestempelen vanwege hun slechtheid. De literaire naam hiervoor is ‘karikatuur’: afbeelding van mensen met overdreven trekken om die gemakkelijk te kunnen herkennen. De positieve afbeeldingen dienen als ideaal voor de gelovigen, als voorbeeld voor hun gedrag en als hulp bij karaktervorming. De negatieve afbeeldingen zijn overdreven voorstellingen van hen die het verbond niet aanvaarden, zodat de gelovigen deze karaktertrekken in zichzelf kunnen herkennen en daarvan wegvluchten.

Er zijn gradaties in de negatieve terminologie. De spotter is erger dan een dwaas (Spreuken 21:24). Voor degene die wijs is in zijn eigen ogen is er bijna geen hoop (vgl. Spreuken 26:12). Het verschil ligt in de mate van hardleersheid (de grote zonde in Spreuken). De onverstandige is daarin minder erg dan de dwaas. Het Oude Testament noemt dergelijke mensen ‘onbesneden’ van hart, in de christelijke theologie heet dat: ‘niet wedergeboren’.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *