Tekst van de dag Lippendienst
Lezen: Mattheüs 15 : 1 – 15
Zaterdag 8 augustus 2020 Mattheüs 15 : 7 – 9
Huichelaars! Terecht heeft Jesaja over u geprofeteerd, toen hij zei: [1]Dit volk nadert tot Mij met hun mond en eert Mij met de lippen, maar hun hart houdt zich ver bij Mij vandaan; maar tevergeefs eren zij Mij, omdat zij leringen onderwijzen [2]die geboden van mensen zijn.
(BGT) Wat zijn jullie schijnheilig! In het boek Jesaja staan woorden van God die precies over jullie gaan: «Deze mensen eren mij met mooie woorden, maar in hun hart willen ze niets van mij weten. Wat heb ik aan hun eerbied? Ze vertellen niet wat ik wil, maar ze maken hun eigen regels.»’
Aantekening
Mattheüs 15 : 7 – 9 > De Farizeeën zijn om te twee redenen huichelaars: (1) hun werken zijn vooral uiterlijk vertoon en komen niet uit het hart, en (2) hun leringen komen niet van God maar zijn geboden van mensen (vgl. Mattheüs 15:2-3).
Farizeeën Mattheüs 15 : 1 (Uit de Mannen Bijbel)
In de lijn van Ezra en Nehemia verstonden de Farizeeën heiligheid vooral als (innerlijk) afgescheiden zijn. De Farizeeën hielden zich aan de Thora, de wet, de eerste vijf boeken van het Oude Testament, en aan de traditie van de ouden (Mattheüs 15:1 e.v.). Die overlevering, halcha genoemd, was als sleutel voor het verstaan van de Thora net zo belangrijk als de Thora zelf. In tegenstelling tot een stroming binnen het Orthodoxe Jodendom rond Qumran, de Qumrangemeenschap genoemd, zochten ze geen heiligheid buiten de gemeenschap, maar er binnenin. Volgens de historicus Josephus waren er 6000 Farizeeën, waren ze populair onder het volk en identificeerden zich zelfs enkele vrouwen met hen. Reinheid was de kern van hun boodschap, net zoals dat was bij Ezra en Nehemia.
Huichelaar? Mattheüs 15 : 1 – 20 (Uit de Mannen Bijbel)
Soms lees je in de krant: ‘Politieagent veroordeeld wegens diefstal.’ Onze reactie is vaak: ‘Wat een slecht voorbeeld geeft die man!’ Of een leraar zegt tegen zijn leerlingen dat ze niet mogen roddelen, maar hij kletst zelf over een collega. Of een vader vermaant zijn kinderen omdat ze een koekje uit de trommel pakken, terwijl hij dat zelf regelmatig doet waar z’n kinderen bij zijn.
Zulke mensen noemen we terecht huichelaars. Een belangrijk gevolg is dat hun woorden geen gezag hebben, en dat hun voorbeeld geen uitwerking heeft. Mogelijk werkt het de verkeerde kant op. Alsof hun boodschap niet belangrijk is.
Jezus spreekt in dit hoofdstuk niet de eerste de beste aan met huichelaar. Integendeel, de schriftgeleerden en Farizeeën meenden dat zij de grote voorbeelden waren voor de samenleving. Maar Jezus zegt dat ze niet oprecht zijn.
Als volgeling van Jezus moet elke christenman een voorbeeld in de samenleving zijn. Dat is best lastig, want wij zijn nu eenmaal geen heiligen. Maar het is wel belangrijk dat de christelijke boodschap wordt doorgegeven aan anderen. Ons gedrag mag die boodschap dus niet verzwakken. Reden genoeg om telkens weer na te gaan of onze woorden en daden met elkaar overeenkomen en te bidden: ‘Doorgrond en ken mijn hart, o God!
[1] Exodus 20:12; 21:17; Deuteronomium 5:16; Jesaja 29:13; Ezechiël 33:31; Markus 7:6
[2] Markus 7:6, 7; Kolossenzen 2:18, 20, 22