Tekst van de Dag

Tekst van de dag      Vrijheid en recht

Lezen: Handelingen 16 : 25 – 40   

Zaterdag  2 Mei 2020              Handelingen 16 : 37

Maar Paulus zei tegen hen: Zij hebben ons, die Romeinen zijn, onveroordeeld in het openbaar gegeseld en in de gevangenis geworpen en werpen zij ons daar nu onopgemerkt uit? Zo gaat dat niet! Laten zij zelf komen en ons uitgeleide doen.

(BGT) Maar Paulus zei tegen de officieren: ‘Wij zijn Romeinen. En toch hebben de leiders van de stad ons in het openbaar laten slaan, zonder dat er een rechtszaak geweest is. Daarna zijn we in de gevangenis gezet. En nu willen ze dat we in het geheim weer weggaan? Dat doen we niet! Ze moeten zelf komen om ons uit de gevangenis te halen.’

Aantekening

Handelingen 16 : 37  >  werpen zij ons daar nu onopgemerkt uit? Zo gaat dat niet! Paulus was bezorgd over het respect voor zijn boodschap van het Evangelie en zonder twijfel ook voor de naam van de gemeente van Filippi. Dus eiste hij openbaar eerherstel, zodat de mensen hem niet als een onruststoker of wetsovertreder zouden herinneren, want dat zou in de komende jaren drempels kunnen opwerpen voor het Evangelie. Paulus wilde duidelijk stellen dat hier een fout was gemaakt. Het christendom is geen bedreiging voor Rome. Romeinen. De Romeinse wet verbood geseling of gevangenneming van een Romeins burger zonder een formele hoorzitting.

Paulus

Paulus ook wel Saulus genoemd, werd vermoedelijk in het jaar 10 na Christus geboren uit Joodse ouders. Die toen in Tarsus in Cicilië woonden. Daarom was hij een Romeins staatburger. Waarschijnlijk is hij reeds op jonge leeftijd naar Jeruzalem gegaan.  

Tekst van de Dag

Tekst van de dag      Voorspelbaar

Lezen: Handeling 16 : 16 – 24   

Vrijdag  1 Mei 2020                 Handelingen 16 : 19

Toen haar meesters zagen dat hun hoop op inkomsten verdwenen was, [1]grepen zij Paulus en Silas en sleurden hen mee naar de markt, voor de stadsbestuurders.

(BGT) De slavin kon nu geen geld meer verdienen. Toen haar eigenaars dat merkten, grepen ze Paulus en Silas. Ze sleepten hen naar de markt, want daar waren de leiders van de stad.

Aantekening

Handelingen 16 : 16  >  De meesters van de slavin waren ontzet door hun verlies van inkomsten. In heel Handelingen is geld vaak de tegenstander van het Evangelie: Simon de tovenaar (Handelingen 8:18-24), Elymas (Handelingen 13:8-12) en Demetrius de zilversmid (Handelingen 19:24).

Overdenking

Het was voorspelbaar dat meesters van de slavin hoorden dat de waarzeggende geest uit haar was weggegaan. Ook was het voorspelbaar dat Paulus zich ging ergeren dat ze elke dag weer achter hen aanliep. Wat zou je zelf doen? Paulus en Silas werden opgepakt, omdat zij volgens de meesters van de slavin, de orde in de stad verstoorden. Paulus en Silas werden geslagen en in de gevangenis gezet. En wat opvalt is dat Paulus noch Silas zich verzetten en zonder klagen de slagen ondergingen. Paulus zegt later in de 2e Korinthe brief over de verdrukkingen: [Maar in alles bewijzen wij onszelf als dienaars van God, in veel volharding: in verdrukkingen, in noden, in benauwdheden, in slagen, in gevangenissen, in oproer, in ingespannen arbeid, in nachten zonder slaap, in vasten, in reinheid, in kennis, in geduld, in vriendelijkheid, in de Heilige Geest, in ongeveinsde liefde, in het woord van de waarheid, in de kracht van God, door de wapens van de gerechtigheid aan de rechter- en aan de linkerzijde; door eer en oneer, door kwaad gerucht en goed gerucht; als misleiders en tochwaarachtigen; als onbekenden en toch bekenden; als stervenden, en zie, wij leven; als bestraft en toch niet gedood; als bedroefden, maar toch steeds blij; als armen, maar die toch velen rijk maken; als mensen die niets hebben en toch alles bezitten.] Deze lange zin spreekt van vertrouwen en vrijmoedigheid. Als we Handelingen verder gaan lezen zien we dat dit vertrouwen niet wordt beschaamd. Laten wij dan ook ons leven in de handen van God leggen, en op Hem vertrouwen. Dat is heel moeilijk want wij willen graag zelfcontrole hebben over ons leven, maar de God van Paulus en Silas is nog steeds Dezelfde God als Die van ons. Laten wij daarvoor bidden.  


[1]  2 Korinthe 6:5