Tekst van de Dag

Tekst van de dag      Vrije slaven

Lezen: Exodus 21 : 1 – 11   

Dinsdag 19 Mei 2020                           Exodus 21 : 2

Wanneer u [1]een Hebreeuwse slaaf koopt, moet hij zes jaar dienen, maar in het zevende mag hij zonder te betalen als vrij man vertrekken.

(BGT) Als iemand een Israëlitische slaaf gekocht heeft, moet die slaaf zes jaar voor zijn meester werken. In het zevende jaar is de slaaf vrij. Hij hoeft niets te betalen, hij mag gewoon weggaan. 

Aantekening

Exodus 21 : 2 – 11 > De bepalingen over de slaven in Israël handelen over het binnenkomen in een huishouding en het verlaten daarvan. Ze bieden een regeling die rechtvaardig is voor de slaven en voor de huishouding waar ze bij hebben gehoord. De Israëlieten moeten bedenken hoe het leven in Egypte is geweest, en ervoor oppassen dat ze elkaar niet op dezelfde manier gaan onderdrukken (zie Leviticus 25:35-46). De maatschappelijke situatie van de slaven vroeg om bepalingen over de terugkeer naar de vrijheid. Maar dat het volwaardige mensen zijn, en niet alleen maar bezittingen, wordt als een vanzelfsprekendheid beschouwd. Dat blijkt ook hieruit dat deze bepalingen losstaan van de wetten over verloren eigendommen (zie Exodus 21:33-22:15). (Vgl. aantekening bij 1 Korinthe 7:21; Efeze 6:5; Kolossenzen 3:22-25; Filemon vers 18-19)

Aantekening bij 1 Korinthe 7 : 21  >  slaaf (Grieks doulos). De romeinse manier van slaven houden verschillen van het slavendom in Noord-Amerika gedurende de 17e eeuw. Slaven mochten over het algemeen werken voor geld en om genoeg te kunnen sparen om zich vrij te kunnen kopen (zie Mattheüs 24:15, waar slaven veel geld en een geweldige verantwoordelijkheid werd toevertrouwd). Het Nieuwe Testament gaat er vanuit dat mensenhandel zonde is (1 Timotheüs 1:10; Openbaring 18:11-13), en Paulus spoort de christelijke slaven aan die ook vrij kunnen worden, van die gelegenheid gebruik te maken. De vrijgekomen slaaf werd officieel bestempeld als ‘vrijgelatene’ en bleef vaak werken voor zijn vroegere meester. Veel nog bestaande inscripties van vrijgelatenen geven aan dat de tendens bestond om de familienaam van de vroegere meester aan te nemen (nu hun ‘werkgever’) en hem te blijven eren.

Aantekening bij efeze 6 : 5  >  Slaven. Zie aantekening bij 1 Korinthe 7:21. Naar schatting vormden slaven ongeveer een derde van de bevolking van een stad als Efeze. Men beschouwde hen als een wezenlijk onderdeel van de familie, dus de instructies van Paulus over de omgang met slaven vormen een natuurlijk onderdeel van zijn bespreking van familierelaties. In zowel de Griekse al de Romeinse cultuur hadden slaven beperkte rechten en stonden bloot aan uitbuiting en mishandeling. Paulus keurt het systeem van slavernij niet af. Hij geeft instructies aan gelovige heren en slaven over hun relatie met elkaar in de Heere, en hoe zij dit in de praktijk kunnen brengen binnen de grenzen van hun sociale en wettelijke cultuur. Het resultaat, zoals vaak is gezien, is dat slavernij in de oudheid langzaam uitstierf door de invloed van het christendom (zie de inleiding op Filemon: Doel, aanleiding en achtergrond). De principes in dit gedeelte gelden vandaag de dag in de zin van onderdanigheid aan elke wettelijk ingestelde autoriteit. De enige uitzondering is als zo’n wettelijk ingestelde autoriteit van de gelovige zou verlangen dat deze ongehoorzaam is aan Gods woord, of dat hij zijn toewijding aan Christus fundamenteel in gevaar brengt (zoals het geval in Handelingen 4:18-20). Christus. Het zou natuurlijk zijn voor slaven om hun heer naar het vlees te haten. Voldoen aan de aardse verplichtingen is echter een dienstbetoon aan de Heere (vgl. Efeze 6:6-7).

Aantekening bij Kolossenzen 3 : 22 – 25  >  Slaven, wees in alles uw aardse heren gehoorzaam. De relatie tussen man en vrouw en tussen ouders en kinderen is door God ingesteld vanaf de schepping. Vandaar dat Paulus’ aanwijzingen voor het huwelijk de volmaakte wil van God betreffen. Slavernij echter is iets wat door mensen is ontstaan. De schrift regelt deze instelling zonder haar aan te bevelen (zie aantekening bij 1 Korinthe 7:21; Efeze 6:5; 1 Timotheüs 1:10), en het kwaad van mensenhandel wordt in het Nieuwe Testament veroordeeld (1 Timotheüs 1:10; vgl. Openbaring 18:11-13). Net als in de Romeinse wereld zullen er ook in Kolosse veel slaven zijn geweest. Paulus behandelt hen met waardigheid en doet een beroep op hen om Christus in hun hart, werk en gedrag te eren. Filemon (zie het boek Filemon) was een van de slavenhouders die woonde in Kolosse. Slaven moeten hun werk van harte doen, niet in de eerste plaats om het hun aardse meesters naar de zin te maken, maar alsof se het werk doen voor de Heere. De uitgangspunten van Kolossenzen 3:22-4:1 zijn ook nu nog van toepassing op werkgevers en werknemers.

Aantekening bij 1 Timotheüs 1 : 10  >  ontuchtplegers overtreden Exodus 20:14. Grieks pornos verwijst naar mensen die seksueel gedrag vertonen dat in strijd is met Gods morele wet. Mannen die met mannen slapen (Grieks ‘arsenokoitës) slaat op mannen die meedoen aan homoseksuele handelingen, en de bewoordingen van de LXX in Leviticus 18:22; 20:13 weerklinken erin. Sommigen hebben aangevoerd dat alleen bepaalde vormen van homoseksueel gedrag aan de orde zijn (zoals homoseksuele prostitutie, pedefolie, ontrouw in relaties of gedrag van mensen die van nature geen homoseksuele verlangens hebben). Er zijn echter geen aanwijzingen in de woorden van de tekst, of de context, of in aanwijzing uit de oude wereld om te bewijzen dat Paulus op iet anders doelde dan op allerlei vormen van homoseksueel gedrag.** mensenhandelaars (Grieks ‘andrapodistës) toont aan da Paulus iedere vorm van gedwongen slavernij beschouwde als zondig en een overtreding van Exodus 20:15. Leugenaars en meinedigen overtreden Exodus 20:16. gezonde leer. Het deelwoord van het Griekse werkwoord ‘ugiainö (ook te vinden in 1 Timotheüs 6:3; 2 Timotheüs 1:13; 4:3; Titus 1:9, 13; 2:1, 2), draagt de gedachte van ‘gezondheid bevorderende’ leer in zich. In 2 Timotheüs draagt het bij aan een uitgebreide metafoor (beeldspraak) waarin de dwaalleer verraderlijk gif verspreidt door het lichaam (‘als kanker’, 2 Timotheüs 2:17) terwijl de ware leer het lichaam gezond maakt.

Aantekening bij Filemon vers 18 en 19  >  als hij u iets onrecht aangedaan heeft. Onesimus was niet alleen gevlucht, maar had waarschijnlijk ook geld van Filemon gestolen. Daarvan kon hij de reis naar Rome betalen en er een tijdje wonen. De Romeinse samenleving eiste zware straffen voor gevluchte slaven, die soms de dood tot gevolg hadden. Dus Paulus vraagt wel iets heel bijzonders van Filemon om Omesimus’ schuld kwijt te schelden. (Over slavernij in de Romeinse samenleving, zie aantekening bij 1Korinthe 7:21 en Efeze 6:5) Ik, Paulus, heb eigenhandig geschreven. Hoewel Paulus mogelijk de brief aan Timotheüs dicteerde (zie Filemon ver 1) neemt hij op dit punt de pen over en ondertekent met zijn eigen naam. Dit bevestigt dat hij persoonlijk garant zal staan voor betalen van alle schade die Filemon geleden heeft. Het is een opmerkelijk aanbod: Paulus, een verarmde gevangene, stelt zich totaal financieel aansprakelijk voor alles wat Onesimus aan Filemon, een rijke man, schuldig is. dat u ook uzelf aan mij schuldig bent.Paulus verwijst hier naar Filemons bekering, die hij aan Paulus’ bediening te danken had, Filemon stond dus bij Paulus in een nog veel grotere ‘schuld’, namelijk zijn eeuwige leven. De schuld van Onesimus was hierbij vergeleken een schijntje.        


[1]  Deuteronomium 15:12; Jeremia 34:14

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *