Tekst van de dag Feestregels
Lezen: Exodus 12 : 43 – 51
Vrijdag 3 – April – 2020 Exodus 12 : 43 – 49
En de HEERE zei tegen Mozes en Aäron: Dit is de verordening voor het Pascha: geen enkele vreemdeling mag ervan eten. Maar elke slaaf die u van iemand met geld gekocht hebt, mag ervan eten, zodra u hem besneden hebt. Geen vreemdeling en dagloner mag ervan eten. In één huis moet het gegeten worden. U mag van het vlees niets uit het huis naar buiten brengen, [1]en u mag er geen been van breken. Heel de gemeenschap van Israël moet dit doen. Als er nu een vreemdeling bij u verblijft en als die voor de HEERE het Pascha wil houden, laat dan al wie mannelijk is bij hem, besneden worden. Dan mag hij naar voren komen om het Pascha te houden, en zal hij zijn als een ingezetene van het land. Niemand echter die onbesneden is, mag ervan eten. Eén wet is er voor de ingezetene en voor de vreemdeling die te midden van u verblijft.
(BGT) De Heer had tegen Mozes en Aäron gezegd: ‘Nu volgen de regels voor het Paasfeest. Het dier dat je klaarmaakt, moet je in huis opeten. Je mag het vlees niet mee naar buiten nemen. En je mag de botten van het dier niet breken.
Alle Israëlieten moeten dit feest vieren. Ook slaven die besneden zijn, mogen meedoen met de maaltijd. Maar een vreemdeling of een buitenlander die voor geld bij je werkt, mag niet mee-eten. Want mensen die niet besneden zijn, mogen niet mee-eten. Als een vreemdeling het Paasfeest ter ere van mij wil vieren, moet hij eerst besneden worden. Ook alle andere mannen in zijn familie moeten dan besneden worden. Dan hoort hij erbij en mag hij meedoen. De regels zijn hetzelfde voor Israëlieten en voor vreemdelingen die bij jullie wonen.’
Aantekening
Exodus 12 : 43 – 49 > De verordeningen voor het Pascha zijn nodig omdat er ‘een grote groep vanmensen van allerlei herkomst’ met Israël meetrekt uit Egypte (Exodus 12:38). Deelnemen aan een feest dat Israëls volksleven in het moet gaan vormgeven, vereist dat een deelnemer werkelijk deel uitmaakt van Gods volk, en dat blijkt hieruit dat al wie mannelijk is bij hem, besneden wordt (Exodus 12:48). In de gemeente van de nieuwtestamentische tijd bestaat hiervan een parallel: de doop als teken van lidmaatschap Gods volk hoort vooraf te gaan aan deelname aan het Avondmaal. Zo is de besnijdenis hier een vereiste om het paaslam te kunnen eten.
[1] Nummeri 9:12; Johannes 19:36