Tekst van de Dag

Tekst van de dag      Tijdsbeeld

Donderdag 12 – Maart – 2020       Prediker 3 : 11 – 13

Lezen: Prediker 3 : 1 – 15

Hij heeft alles op zijn tijd mooi gemaakt. Ook heeft Hij de eeuw in hun hart gelegd, zonder dat de mens het werk dat God gedaan heeft, van het begin tot het eind kan doorgronden. Ik heb gemerkt dat er voor hen niets beter is dan zich te verblijden en het goede te doen in hun leven, ja ook, dat ieder mens eet en drinkt en het goede geniet van al zijn zwoegen. Dat is een gave van God.

(BGT) God zorgt ervoor dat alles op de juiste tijd gebeurt. En hij heeft de mensen geleerd om dat te begrijpen. Toch begrijpt een mens nooit helemaal wat God doet. Daarom zeg ik: Je kunt maar het beste vrolijk zijn en van het leven genieten. Als je lekker eet en drinkt en geniet van al je bezit, dan is dat een geschenk van God.

Aantekening

Prediker 3 : 11  >  Ondanks de steeds herhaalde, processen van de natuurlijke wereld (Prediker 1:4-11) kan Prediker wel inzien dat God alles op zijn tijd mooi gemaakt heeft. Het probleem is echter dat God ook de eeuw (nl. het idee dat het leven verdergaat na dit huidige bestaan) in hun hart gelegd [heeft], zonder dat de mens het werk dat God gedaan heeft, van begin tot het eind kan doorgronden.Het woord ‘doorgronden’ (Hebreeuws matsa’) heeft in dit vers de betekenis van ‘uitwerken, begrijpen door het te bestuderen’, evenals in andere gedeelten in het boek (Prediker 7:14, 24, 26, 27, 28. 29; 8:17). Prediker beseft dus dat zowel zijn verlangen om het hele leven te begrijpen alsook zijn beperkingen om dat te kunnen doen, door God ingesteld zijn.

Prediker 3 : 12 – 13  >  Je moet niet verbitterd worden om wat God de mens niet gegeven heeft (nl. het inzicht in de hele werkelijkheid), maar moet juist genieten van de gaven die God wel gegeven heeft.

Tekst van de Dag

Tekst van de dag      Wat maakt het verschil?

Woensdag 11 – Maart – 2020        Prediker 2 : 24

Lezen: Prediker 2 : 12 – 16

[1]Is het dan niet goed voor de mens dat hij eet en drinkt en zichzelf in zijn zwoegen het goede laat genieten? Ook dit heb ik gezien: het komt uit de hand van God.

(BGT) Je kunt maar het beste lekker eten en drinken, en genieten van al je bezit. Want ook dat zijn dingen die God aan de mensen geeft.

Aantekening

Prediker 2 : 24 – 26  >  Als je er niet zeker van bent dat je werk iets blijvends voort zal brengen in de wereld (Prediker 2:11, 18-23), is het beste wat een mens kan hopen: in zijn zwoegen het goede te genieten en de simpele dingen te waarderen zoals eten en drinken dat God geeft. Dat soort genieten is een geschenk dat komt uit de hand van God, gegeven aan de mens die goed is voor Zijn aangezicht,en niet aan de zondaar.

Pluk de dag?!               Prediker 2                    (Uit de Mannen Bijbel)

Prediker is bezig met een zoektocht naar de zin van het leven. In dit hoofdstuk lezen we dat die zin in ieder geval niet zit in hard werken of in plezier maken. We zwoegen wat af. Hard werken wordt door velen gewaardeerd. Door je werkgever, je collega’s. En als je dan aan het einde van de maand een mooi salaris op je rekening krijgt gestort, dan geeft dat voldoening. De stress en vermoeidheid nemen we op de koop toe. Maar waar doen we het allemaal voor? Prediker brengt ons tot bezinning: is mijn harde werken misschien een doel op zichzelf geworden? Prediker doe een experiment. Het experiment van plezier maken. ‘Pluk de dag’, zeggen we tegenwoordig. Rijkdom, daar mag je toch van genieten? Prediker steekt zijn rijkdom in grote projecten. Hij koopt slaven en kudden, hij laat zangers optreden. Maar nu hij terugkijkt moet hij zeggen: ‘Het was alles vluchtig en najagen van wind’ (vers 11). Neem maar van Prediker aan dat in pleziertjes niet de zin van het leven zit. Ons geluk mag gericht zijn op een persoon, Jezus Christus.  


[1]  Prediker 3:12, 22; 5:18; 8:15

Tekst van de Dag

Tekst van de dag      Onderzoeksmethode

Dinsdag 10 – Maart – 2020            Prediker 2 : 3

Lezen: Prediker 1 : 12 – 2 : 11

Ik onderzocht mijn hart door mijn lichaam te verkwikken met wijn (mijn hart echter behield in wijsheid de leiding) en door dwaasheid aan te grijpen, totdat ik zou zien wat het beste is voor de mensenkinderen om onder de hemel te doen tijdens het getal van hun levensdagen.

(BGT) Ik heb het geprobeerd. Ik heb veel wijn gedronken en ik ben dronken geworden. Maar ik bleef mijn verstand gebruiken. Ik wilde weten wat een mens het beste kan doen in zijn leven. Want een mens leeft maar kort.

Aantekening

Prediker 2 : 3  >  mijn hart echter behield in wijsheid de leiding. Prediker deed zich niet zo erg te goed aan wijn dat hij zijn gezonde verstand niet meer kon gebruiken. Zie aantekening bij Prediker 1:17 wat betreft zijn poging dwaasheid aan te grijpen.

Aantekening bij Prediker 1 : 17  >  In zijn zoektocht wijsheid te kennen probeert Prediker ook onverstand en dwaasheid te leren kennen (zie ook Prediker 2:3, 12; 7:25). Hij beschouwt die niet als serieuze alternatieven voor het pad van de wijsheid (vgl. Prediker 2:13-14; 9:3; 10:1, 13). Nee het is bedoeling tot een beter begrip te komen van wijsheid door tegelijkertijd het tegendeel van wijsheid (dwaasheid) te bezien; vgl. Gods kennis van ‘goed en kwaad’ (Genesis 3:22; zie ook Genesis 2:9, 17).

Tekst van de Dag

Tekst van de dag      Kringloop

Maandag  9 – Maart – 2020           Prediker 1 : 7

Lezen: Prediker 1 : 1 – 11

[1]Alle rivieren gaan naar de zee, toch raakt de zee niet vol. Naar de plaats vanwaar de rivieren kwamen, daarheen keren zij terug, om vandaar weer te gaan stromen.

(BGT) Alle rivieren stromen naar zee, maar de zee raakt nooit vol. Want het water gaat weer terug naar de plaats waar de rivier begint. En dan gaat het water opnieuw stromen.

Aantekening

Prediker 1 : 4 – 11  >  De ‘vluchtigheid’ van de natuur. De eindeloze opeenvolging van de seizoenen en kringloopprocessen levert nooit iets ‘nieuws’ op (Prediker 1:9) en lijkt dus nergens op uit te lopen en doelloos te zijn.

Overdenking

Het hier aangehaalde stromen van de rivieren, en het water dat in een grote plas uitloopt, zee genoemd en zo staat geschreven terugkeert, en dan weer gaat stromen. Deed mij denken aan gedachte aan ‘Water’ uit 2001, wat ik toen op papier heb gezet. Uit dat schrijven komt naar voren wat water kan en wat de natuur dus kan. Dus schrijf ik het hier maar weer even neer:

Water    

Wat is water?

Water kan betekenen leven en dood.

In vers 2 van de Bijbel wordt reeds over water gesproken.

Waar komt het water vandaan?

Drup voor drup valt het als regen uit de wolken.

Wat is nu een drup water, als de zon schijnt is hij zo weer weg en toch zit in deze ene drup een enorme kracht die groter is sterker dan een rots.

Want al is één drup maar nietig toch als er veel vallen ontstaat een stroompje en meerdere stroompjes vormen algauw een rivier en meerdere rivieren zorgen voor een zee van water.

Maar je kunt zo door het water heen zien en gaan het doet geen pijn, maar het is bijna niet te pakken, het glijd je zo door de vingers. 

Maar waar zit dan de kracht?

De kracht zit in de hoeveelheid en het voortdurend door gaan, want een constante stroom slijt rotsen uit.

Wij hebben in Canada in de Rocky’s gezien wat water kan, door de eeuwenlange stroming zijn er grote sleuven in de rotsen gesleten. 

Zo kan water ook dodelijk zijn als het in grote hoeveelheden op je af komt, want dan kun je er in verdrinken (zie Exodus 14:23-31).

Maar water is ook nodig om te leven.

Want water is nodig voor mensen, planten en dieren, om te groeien.

In de Bijbel komt het woord water 396 keer voor.

Het verwoestende van het water zien we reeds aan het begin van de bijbel, waar we lezen dat de zondvloed alle leven bijna vernietigd.

Ook kan water een rolspelen bij het nemen van beslissingen, denk maar aan lot die koos voor de streek bij de Jordaan, want deze was rijk aan water.

We hebben het over het leven gevende water en over het verwoestende van het water gehad.

Maar er is nog iets waar water voor gebruikt wordt en zelfs dagelijks, namelijk de reinigende kracht van het water.

In Genesis 18:4 vroeg Abraham om een weinig water om de voeten van zijn gast te wassen voor deze ging zitten.

Ik heb het gehad over de rol bij keuzes, ook kan het water een rol spelen bij het ontstaan van een ruzie, of erger, een oorlog, als twee mensen of volken beide aanspraak op dezelfde bron.

Ook in tijden van oorlog kan water bescherming bieden, zoals een gracht om een kasteel of stad.

Of om bescherming van je eigendommen, een sloot om het land zodat het vee niet wegloopt.

In het Oude Testament wordt in Leviticus 11 beschreven wat rein en wat onrein water is, dus moeten we ervoor zorgen dat we zuinig en goed met water omgaan, zodat we zuiver water hebben om van te leven.

Maar wie goed thuis is in de Bijbel, weet dat al komt het woord water 396 keer voor in de Bijbel, een nog belangrijker Naam voorkomt in dit boek: Namelijk JEZUS deze Naam alleen in het Nieuwe Testament al 875 keer voor.

Water is van levensbelang en geeft bescherming, Petrus roept in zijn 2e brief op om waakzaam te zijn en wakker te blijven en meld ons ook in deze brief dat in het laatst der tijden, spotters zullen komen die zich afvragen of er een God is, die zich aan Zijn beloftes houdt, want Zijn wederkomst laat al zolang op zich wachten. 

Maar we moeten niet vergeten dat bij de Heer, één dag is als duizend jaar en duizend jaar als één dag. 

De Heer talmt niet, maar is geduldig en geeft ons de tijd om ons tot Hem te wenden.

We moeten standvastig blijven en blijven vertrouwen.

Want Jezus komt terug, dat is zeker.

Zondag (14 oktober 2001) werd mij opeens duidelijk wat we uit water kunnen leren, namelijk als wij ons zelf zien als één druppel water, niet veel kunnen, maar als wij ons als druppels samenvoegen in een kring, wij een stroompje kunnen vormen voor GOD’s Koninkrijk en als meerdere kringen samen een rivier en als meerdere van deze rivieren maken wij ons als een zee van Godsgetuigen.

Dus stromen maar.  


[1]  Job 38:8, 9, 10; Psalm 104:9, 10

Tekst van de Dag

Tekst van de dag      Hogere bouwkunde

Zondag  8 – Maart – 2020              Mattheüs 7 : 28 – 29

Lezen:  Mattheüs 7 : 24 – 8 : 1

Toen Jezus deze woorden had geëindigd, gebeurde het dat de menigte versteld stond van Zijn onderricht, [1]want Hij onderwees hen als gezaghebbende en niet zoals de schriftgeleerden.

(BGT) Dat is wat Jezus tegen de mensen zei. Zijn woorden maakten diepe indruk. De mensen dachten: Hij spreekt als iemand met macht! Hij spreekt heel anders dan de wetsleraren.

Aantekening

Mattheüs 7 : 28 – 29  >  versteld. Hieruit blijkt dat er verschillende emotionele reacties kwamen op Jezus’ woorden maar geen geloofsovergave. De schriftgeleerden citeerden andere rabbijnen, maar Jezus sprak van uit natura als Goddelijke gezaghebbende.

Overdenking

Het thema van vandaag is ‘Hogere bouwkunde’. Deze gelijkenis is een technisch verhaal, en ook een verhaal dat aanspreekt en begrepen kan worden. Men kan begrijpen dat als men een huis gaat bouwen, daar een goed fundament voor nodig is. Wij zien vandaag vaak in het journaal huizen die door waterstromen meegesleurd worden, omdat ze geen vaste grond, zoals een rots of betonpalen hebben, waarop ze verankerd zijn. Zo is het ook met het geloof. Zolang alles goed en naar onze wensen gaat, is geloven en vertrouwen niet moeilijk. Maar komt er tegenslag of ziekte, dan wordt dat anders. Hebben wij dan ons huis wel op de rots gebouwd of staat ons huis alleen op de zandgrond. Als we de Bijbel kennen en lezen, weten we dat wij nooit hoeven te twijfelen aan de hulp van boven. God is altijd bij ons, en Jezus pleit voor ons als wij weer eens in de fout zijn gegaan. Dus als wij luisteren naar wat de Heilige Geest, die in ons woont, ons wil zeggen en in geloof vertrouwen op wat Jezus voor ons heeft gedaan. Dan hoeven wij ons geen zorgen te maken in ons leven. Al stormt het nog zo erg en slaan de golven met geweld tegen ons huis, met Jezus, als ons bouwkundige architect, houdt ons huis, altijd stand.     


[1]  Markus 1:22; 6:2; Lukas 4:32

Tekst van de Dag

Tekst van de dag      Kennen en herkennen

Zaterdag  7 – Maart – 2020           Mattheüs 7 : 20

Lezen: Mattheüs 7 : 13 – 23

Zo zult u hen dus aan hun vruchten herkennen.

(BGT) Je kunt dus aan iemands daden zien of hij goed is of slecht.

Aantekening

Mattheüs 7 : 15 – 20  >  wees op uw hoede voor de valse profeten. Jezus leert Zijn discipelen hoe zij het juiste evenwicht tussen niet oordelen (Mattheüs 7:1-5) en alles maar goedvinden (Mattheüs 7:6) kunnen bewaren. Ze moeten met wijsheid onderscheid maken als er een profeet in hun midden komt. Zijn leven en het resultaat van zijn arbeid aan anderen zijn de vruchten waaraan je kunt zien of zijn boodschap overeenstemt met de gerechtigheid van het Koninkrijk. vuur. Slechte bomen zijn alleen nog goed als brandhout, een opmerkelijke beeldspraak van het komende oordeel over valse profeten.

Mattheüs 7 : 13 – 29  >  Vermaning! Vóór of tegen Jezus? Jezus besluit de Bergrede met vier belangrijke vermaningen aan de discipelen, de menigte en de godsdienstige leiders: ze moeten een keuze maken tussen twee poorten en twee wegen (Mattheüs 7:13-14), twee soorten profeten (Mattheüs 7:15-20), twee soorten discipelen (Mattheüs 7:21-23) en twee fundamenten (Mattheüs 7:24-27). Zij zijn vóór of tegen Jezus.  

Tekst van de Dag

Tekst van de dag      verzwaring

Vrijdag  6 – Maart – 2020              Exodus 5 : 22 – 23 

Lezen: Exodus 5 : 19 – 6 : 13

Toen keerde Mozes terug tot de HEERE en zei: Heere, waarom hebt U dit volk kwaad gedaan? Waarom hebt U mij dan gezonden? Ja, vanaf het ogenblik dat ik naar de farao gegaan ben om in Uw Naam te spreken, heeft hij dit volk kwaad gedaan en U hebt Uw volk helemaal niet gered.

(BGT) Mozes vroeg aan de Heer: ‘Heer, waarom behandelt u dit volk zo slecht? Waarom hebt u mij hierheen gestuurd? Ik heb namens u met de farao gesproken. Maar daardoor is alles nog erger geworden. U hebt uw volk helemaal niet gered!’

Aantekening

Exodus 5 : 22 – 23  >  God had bij Zijn belofte om zijn volk te verlossen (Exodus 3:8) al gezegd dat de farao hen niet zou laten gaan (Exodus 3:19-20; 4:21), maar hoe dat zou verlopen en hoelang het zou duren, dat heeft Mozes niet geweten. Zijn eerste treffen met de farao lijkt kwaad te hebben aangericht (Hebreeuws ra’a’, hetzelfde woord als ‘slecht’ in Exodus 5:19). De situatie van Israël en de houding van de farao zijn daardoor nog ongunstiger dan tevoren.

Exodus 5 : 22 – 6 : 8  >  De Heere belooft Israël uit Egypte te bevrijden. Nu de eerste audiëntie bij de farao uitloopt op grove hardvochtigheid jegens Israël (Exodus 5:1-21), vraagt Mozes God waarom Hij toch zo met Zijn volk handelt (Exodus 5:22-23). Als antwoord herhaalt de Heere dat Hij met hen zal zijn en hen zal verlossen, trouw aan Zijn verbond (Exodus 5:24 – 6:8).

Vertrouwen                  Exodus 5 : 22 – 24                 (Uit de Vrouwen Bijbel)

Wat doe je als je verontrustende berichten krijgt? Mozes brengt zijn vragen bij God. Is dat een beschuldiging naar God toe of legt hij dat wat hij niet begrijpt bij God neer? Reacties op gebeurtenissen tonen vertrouwen óf wantrouwen. Vertrouwen is een manier van God eren.

Tekst van de Dag

Tekst van de dag      Werkoverleg mislukt

Donderdag  5 – Maart – 2020        Exodus 5 : 2

Lezen:  Exodus 5 : 1 – 18

Maar de farao zei: [1]Wie is de HEERE, naar Wiens stem ik zou moeten luisteren door Israël te laten gaan? Ik ken de HEERE niet en ik zal [2]Israël ook niet laten gaan.

(BGT) De farao zei: ‘Wie is die Heer? Waarom zou ik naar hem luisteren? Waarom zou ik de Israëlieten laten gaan? Ik ken de Heer niet, en ik laat de Israëlieten niet gaan!’

Aantekening

Exodus 5 : 2  >  Ik ken de Heere niet. Het antwoord van de farao wordt een staande uitdrukking in uitspraken van de Heere, als Hij zegt wat de plagen voor Egypte zullen betekenen: ‘opdat u weet dat er niemand is zoals de Heere, onze God’ (Exodus 8:10; zie ook Exodus 7:5; 8:22; 9:14, 29; 10:2; 11:7). ‘Kennen’ en ‘weten’ betekenen hier net zoiets als wanneer de Heere van de Israëlieten zegt: ‘Ik ken hun leed’ (Exodus 3:7). Het is niet maar neutrale kennis, maar houdt ook iemands houding in ten aanzien van wat hij weet. Zoals blijkt uit zijn openingszin (Wie is de Heere, naar Wiens stem ik zou moeten luisteren …?), drukt de opmerking van de farao dat hij de Heere niet ‘kent’ geen onwetendheid uit, maar onwil.


[1]  Job 21:15

[2]  Exodus 3:19

Tekst van de Dag

Tekst van de dag      Net op tijd

Woensdag  4 – Maart – 2020         Exodus 4 : 24 – 26

Lezen:  Exodus 4 : 18 – 31

En het gebeurde onderweg, in de herberg, dat de HEERE hem tegenkwam en hem wilde doden. Toen nam Zippora een vuurstenen mes en besneed de voorhuid van haar zoon. Zij wierp die voor Mozes’ voeten en zei: Werkelijk, je bent voor mij een bloedbruidegom. Toen liet Hij hem met rust. Vanwege de besnijdenissen zei zij toen: Bloedbruidegom.

(BGT) Toen Mozes onderweg was naar Egypte, kwam de Heer in een nacht op Mozes af. Hij wilde Mozes doden. Toen ging Sippora, de vrouw van Mozes, vlug haar zoon besnijden. Ze pakte een scherp stuk steen. Daarmee sneed ze de voorhuid van haar zoon af. Met de voorhuid raakte ze de voeten van Mozes aan. En ze zei: ‘Door dit bloed kun je mijn man blijven.’ Dat zei ze omdat hun zoon nu besneden was. Toen liet de Heer Mozes met rust.

Aantekening

Exodus 4 : 24 – 26  >  Dit verhaal is niet alleen belangrijk om wat het vertelt, maar ook om wat het laat zien. Niet alleen heeft God aan Zijn verbond gedacht (Exodus 2:24); ook Zijn volk moet denken aan de verbondsvoorwaarden. God houdt Mozes verantwoordelijk voor de consequenties van het verbond met Abraham, o.a. dat hij zijn zoons besnijdt (Genesis 17:9-14). Door dit na te laten, kon hij worden ‘afgesneden’ (zie over deze zware straf aantekening bij Genesis 17:14; Exodus 12:15; Leviticus 7:11-36; Numeri 9:6-14). Dit zou hem zijn leven hebben gekost, ware het niet dat zijn vrouw ingreep. Weer wordt Mozes’ leven gespaard door andermans handelen, ditmaal zijn vrouw Zippora.

Tekstverwijzing aantekening  >  Genesis 17:14  >  moet van zijn volksgenoten worden afgesneden.Iedere onbesneden man was uitgesloten van de voorrechten van het verbond. De besnijdenis maakte onderscheid tussen hen die geloofden in het belang van de Goddelijke beloften aan Abraham en hen die dat niet deden. Dit schiep een belangrijk theologisch probleem voor de Vroege Kerk, toen meer en meer heidenen in Christus geloofden als Redder en Heere. Terwijl sommige Joodse gelovigen betoogden dat de besnijdenis noodzakelijk was voor de redding*, stelde Paulus dat ‘rechtvaardigheid’ komt door het geloof en dat het gaat om de besnijdenis van het hart, niet van de voorhuid (zie Romeinen 2:25-29; 1 Korinthe 7:18-19; Galaten 6:15).

Exodus 12 : 15  >  Het eten van iets gezuurds tijdens de zeven dagen had als gevolg: die persoon moet uit Israël worden uitgeroeid (ook vers 19). M.a.w. gezuurd brood (brood dat gerezen was) eten tijdens het Pascha was een zware zonde. Nu is ‘uitgeroeid worden’ de straf op meerdere wetsovertredingen: bv. niet besneden worden (Genesis 17:14), dat iemand die onrein is het vlees van een dankoffer eet (Leviticus 7:20-21) en incest (Leviticus 20:17). Maar in de meeste gevallen staat er niet uitdrukkelijk bij hoe dit ‘uitroeien’ plaatsvindt: of Israël dat moet doen dan wel of God de overtreding ziet en de straf uitvoert*. In verband met het Pascha kan de toevoeging dat die persoon ‘uit de gemeenschap van Israël’ moet worden uitgeroeid (12:19) betekenen dat de Israëlieten iemand van het vieren van het Pascha moesten weren als ze erachter kwamen dat hij dit gebod had overtreden. Maar ook wanneer dit hier is bedoeld, is het in de eerste plaats gebaseerd op wat ‘uitgeroeid worden’ voor iemand betekent in verband met zijn verhouding tot de Heere, zodat het een barmhartige waarschuwing kan inhouden om het verbond niet te breken, tenzij hij ermee doorgaat en definitief moet worden ‘uitgeroeid’. Soms bracht Gods oordeel voor de overtreder een vroegtijdige dood met zich mee.*

Leviticus 7 : 11 – 36  >  Het dankoffer. Het dankoffer wordt onderverdeeld in drie soorten, al naargelang de bijbehorende beweegredenen: een lof- en dankoffer (als reactie op Gods gunst jegens de offeraar; vers 12, 13, 15), een gelofteoffer (een offergave ter vervulling van een gelofte; vers 16) en een vrijwillige gave (als er geen specifieke verplichting is om een offergave te doen; vers 16). van zijn volksgenoten worden afgesneden (vers 20, 21, 25, 27). Volgens sommigen betekent dit dat de persoon wordt afgezonderd van zijn gezin en familieleden. Maar volgens anderen wordt het elders geassocieerd met de dood (Exodus 31:14; Numeri 4:18-20). Daarom is hun conclusie dat het verwijst naar de voortijdige dood van de zondaar. In beide gevallen is het een zware straf. Over het verbod inzake het eten van vet en bloed (Leviticus 7:22-27),* Het borststuk en de rechterachterbout (de allerbeste delen van een dier) van het dankoffer gaan respectievelijk als een beweegoffer en als hefoffer naar de priesters. De verwijzing naar hun zalving (Leviticus 7: 35-36) loopt vooruit op Hoofdstuk 8, hun wijding.

Numeri 9 : 6 – 14  > Het uitgestelde Pascha. Het gebruikelijke Pascha werd correct gehouden in ‘de eerste maand’ (vers 5), maar sommige mensen konden daar niet aan meedoen, omdat zij onrein waren door het aanraken van een dood lichaam. De dood is een van de belangrijkste bronnen van onreinheid (zie hoofdstuk 19). Zoals verklaard in hoofdstuk 5*, kunnen mensen die onrein zijn niet in het kamp wonen, laat staan dat zij konden deelnemen aan de eredienst. Maar het Pascha niet houden terwijl men daar wel toe in staat is, is een ernstige zonde, waardoor iemand moet worden afgesneden (9:13). ‘Afgesneden’ betekent waarschijnlijk een plotselinge en mysterieuze dood als Goddelijke straf, hoewel sommige exegeten denken dat het misschien kan verwijzen naar uitsluiting uit Israël of een gerechtelijk oordeel (vgl. voor andere overtredingen die deze straf verdienen Leviticus 17:4, 9; 20:6, 18; Numeri 15:30-31; 19:13). Degenen die getroffen waren door onreinheid, waren niet verplicht het Pascha later te vieren, ze mochten het een maand later dan gebruikelijk vieren, met inachtneming van de gebruikelijke verordeningen (9:11-12). Wanneer er een vreemdeling bij u verblijft (vers 14). Vreemdelingen die bij hen woonden, mochten het Pascha vieren als ze dat wilden, hoewl ze dat niet verplicht waren. Ze moesten wel de sabbat en de Grote Verzoendag houden (Exodus 20:10; Leviticus 16:29).       

Kind van het verbond            Exodus 4 : 24 – 25        (Uit de Vrouwen Bijbel)

De Heere komt Mozes tegemoet en wil hem doden. Zippora begrijpt wat er gebeuren moet om de dood van haar man te verhinderen. Zij besnijdt haar zoon, als teken van het verbond (Genesis 17:9-14). Ook de zoon van Zippora en Mozes is een kind van het verbond. En kinderen van het verbond worstelen soms hevig in hun relatie met God. Dat geldt voor Mozes, maar bijvoorbeeld ook voor Jakob (Genesis 32). Maar wie bij het verbond hoort, mag leven!

Doortastend                 Exodus 4 : 26                        (Uit de Vrouwen Bijbel)

Zippora noemt Mozes haar ‘bloedbruidegom’. Een raadselachtig woord. Veel blijft onduidelijk in dit bijbel gedeelte. Maar door het doortastende optreden van Zippora behoudt Mozes het leven. Soms moet je ineens doortastend handelen: door bij een hertstilstand te reanimeren, bijvoorbeeld. Achteraf sta je misschien te trillen op je benen. ‘Dat ik dat gedurfd heb …’ Je hebt gehandeld vanuit het verlangen om een leven te redden. Om dat het leven van ieder mens waardevol is in Gods ogen.

Zippora                       Exodus 4 : 25                        (Uit de Vrouwen Bijbel)

Zippora is een van de zeven dochters van Jethro, de priester van Midian. Bij de waterput ontmoet ze een vreemdeling, die haar en haar zussen helpt als ze lastiggevallen worden door de herders. De ‘Egyptische man’ – Mozes – jaagt de herders weg en helpt hen bij het putten van water voor het vee. Daarom wil hun vader Mozes graag in huis ontvangen. Hij mag zelfs blijven en trouwen met Zippora. Maar Mozes is en blijft een allochtoon in Midian. Bij de naamgeving van zijn oudste zoon klinkt dat door: ‘ik ben een vreemdeling geworden in een vreemd land’ (Exodus 2:22).

Zippora’s vader, de priester van Midean, respecteert de Heere (Exodus 18:9-12) en denkt op een waardevolle manier met Mozes mee (Exodus 4:18 en 18:13-26). Zippora komt duidelijk van goeden huize. Daarnaast is ze een sterke vrouw. Zij volgt haar man op een gevaarlijke missie naar Egypte. Mozes en Zippora worden halverwege die reis al verrast door dreiging: niet de farao, maar God staat Mozes naar het leven (Exodus 4:24-26). Zippora legt direct verband tussen het doodsgevaar en de bijzondere positie van de eerste zoon (Exodus 4:22-23). Haar zoon Gersom is nog niet besneden. Wat er precies is gebeurd, is niet duidelijk (vergelijk daarvoor maar eens een paar verschillende bijbel vertalingen). Wel is duidelijk dat Zippora de verantwoordelijkheid neemt voor de uitvoering van de besnijdenis. En dat is heel ongewoon voor een vrouw.

Bij de uittocht uit Egypte is Zippora niet aanwezig. Mozes heeft haar voor die tijd teruggestuurd naar haar vader in Midian. Wanneer het volk in de woestijn zwerft, brengt Jethro zijn dochter Zippora en zijn twee kleinzoons Gersom en Eliëzer terug naar Mozes. Vanaf dat moment trekt Zippoa mee met het volk Israël, door de woestijn naar het land van de belofte.  

Tekst van de Dag

Tekst van de dag      Ja, maar …

Maandag  2 – Maart – 2020           Exodus 3 : 13

Lezen:  Exodus 3 : 11 – 22

En Mozes zei tegen God: Zie, wanneer ik bij de Israëlieten kom en tegen hen zeg: De God van uw vaderen heeft mij naar u toe gezonden, en zij mij zeggen: Wat is Zijn Naam? Wat moet ik dan tegen hen zeggen?

(BGT) Mozes zei: ‘Ik moet dus tegen de Israëlieten zeggen dat de God van hun voorouders mij gestuurd heeft. Maar wat moet ik zeggen als ze vragen hoe die God heet?’

Aantekening

Exodus 3 : 13  >  Wat is Zijn Naam? Gezien het veelgodendom in en om Egypte was het noodzakelijk om te weten of de God van uw vaderen de enige ware God was. In oude culturen betekende het kennen van iemands naam ook dat je tevens iets essentieels van die persoon wist. Dat Mozes blijkbaar niet met Gods Naam vertrouwd was, wil niet zeggen dat deze vóór Mozes onbekend was (zie bv. Genesis 4:26; 9:26; 12:8; 26:25; 28:16; 30:27; vgl. Exodus 3:15). Het kan zijn dat deze Naam in de eeuwen van slavernij in onbruik is geraakt, of dat hij vóór deze tijd weinig is gebruikt en niet ten volle begrepen (zie verder aantekening bij Exodus 6:1-7 en 6:2-7).

Tekst verwijzing Exodus 6 : 1 – 7  >  Ik ben de Heere. Gods herhaalde verzekering van Wie Hij is en dat Hij met Israël is (Exodus 6:1, 5, 7) bepaalt de opdracht aan Mozes en benadrukt wat de plagen voor Israël betekenen. Dezelfde God de Almachtige die met Abraham, Izak en Jakob een verbond heeft gesloten (Exodus 6:2-3), is nu aan het woord. Hij heeft Israëls gekerm gehoord en aan Zijn verbond gedacht (Exodus 6:4). Hij is Degene Die Zich aan Mozes heeft geopenbaard (zie Exodus 3:14-15), Hij zal hen naar het land brengen dat Hij aan hun vaders heeft beloofd (Exodus 6:5-7). Zie wat betreft het accent op Gods trouw de uitspraak ‘Ik zal met u zijn’ in Exodus 3:12, en aantekening bij Exodus 3:14.

Tekst verwijzing Exodus 3 : 14  >  IK BEN DIE IK BEN. Als antwoord op Mozes’ vraag ‘Wat is Zijn Naam?’ (vers 13) noemt God de Naam ‘Jahweh’ (bestaande uit de vier Hebreeuwse JHWH). In vers 14 komt ‘IK BEN’ driemaal voor als vorm van het werkwoord ‘zijn’ (bebreeuws hajah) en in samenhang met de Godsnaam Jahweh (de Heere, zie aantekening bij vers 15). Bij de betekenis van de Godsnaam Jahweh denken deskundigen aan verschillende nuances. (1) God bestaat als zodanig, onafhankelijk van iets anders; (2) God is Schepper van alles en Hij onderhoudt het; (3) God is onveranderlijk van wezen en karakter en wordt nooit anders dan Wat Hij nu is (vgl. Hebreeën 13:8 ‘gisteren en heden Dezelfde en tot in eeuwigheid’); (4) God is eeuwig. Alle nuances zijn waar, maar hier valt het accent op Gods belofte om Mozes en Zijn volk te zijn. De Hebreeuwse woordvorm ‘ehjeh (‘ik ben’) kan ook betekenen ‘ik zal zijn’ (zie de Statenvertaling). Gezien het verband (zie Exodus 3:12 ‘Ik zal met u zijn’) moet de Naam Jahweh (‘de Heere’) voor Zijn volk aanleiding zijn om te denken aan Gods beloften aan hen en aan Zijn hulp om hun roeping te vervullen. In al deze gevallen onthult de Eigennaam van God iets wezenlijks van Zijn eigenschappen en karakter. 

Tekst verwijzing Exodus 6 : 2 – 7  >  Ik ben … verschenen. God is aan Abraham, Izak en Jakob verschenen (zie bv. Genesis 24:3, 7, 12; 26:22; 27:27; 28:21). maar met Mijn Naam Heere ben Ik hun niet bekend geweest. Sommigen nemen op grond hiervan aan dat de aartsvaders de Naam Jahweh niet hebben gekend. Maar waarschijnlijk moeten we deze uitspraak zo opvatten dat de aartsvaders de wezenlijke inhoud van de Naam ‘Heere” als uitdrukking van Gods wezen nog niet hebben begrepen en ervaren. Pas aan Mozes is die geopenbaard bij de brandende doornstruik (zie Exodus 3:1-22). Toen ging Gods openbaring veel dieper, doordat Hij Mozes de belofte gaf: ‘Ik zal met u zijn’, en hem de betekenis onthulde van Zijn verbondsidentiteit als IK BEN DIE IK BEN (Exodus 3:12-15). Hier (Exodus 6:5-7) bevestigt Hij de beloften aan Zijn volk en Zijn verbondsidentiteit met meerdere uitspraken, waaronder driemaal dat Hij de Heere is, de God van het verbond Die met macht zal ingrijpen voor Zijn volk: ‘Ik zal u uitleiden’ (Exodus 6:5); ‘Ik zal u redden’ (Exodus 6:5); ‘en u verlossen’ (Exodus 6:5); ‘Ik zal u tot Mijn volk aannemen’ (Exodus 6:6); ‘Ik zal u brengen in het land’ (Exodus 6:7); ‘Ik zal het u in erfelijk bezit geven’ (Exodus 6:7).

Sterk zijn in tegenstand         Exodus 3 : 11 – 22        (Uit de Vrouwen Bijbel)

Mozes wil niet naar de farao gezonden worden. Hij is bang. ‘Wie ben ik om dat te doen?’ zegt hij. Is dat herkenbaar? Hoe vaak word jij belemmerd door angst voor mensen om te doen wat God van je vraagt? IK BEN is de God Die riep en nog steeds roept. Mensen kunnen dan, net als de farao, tegenwerken, maar in de kracht van God Die je zendt, kun je sterk zijn in moeilijke situaties.