Tekst van de dag Er is altijd een weg terug
Zaterdag 15 – Februari – 2020 Deuteronomium 30:3
Lezen: Deuteronomium 30 : 1 – 10
Dan zal de HEERE, uw God, een omkeer brengen in [1]uw gevangenschap en Zich over u ontfermen. Hij zal u weer bijeenbrengen uit al de volken waarheen de HEERE, uw God, u verspreid had.
(BGT) Dan zal de Heer medelijden met jullie krijgen. Hij zal zorgen dat het weer goed met jullie gaat. Hij zal alle Israëlieten die over de aarde verspreid zijn, weer bij elkaar brengen.
Aantekening
Deuteronomium 30 : 3 > een omkeer brengen. Deze uitdrukking gebruikt het Hebreeuwse woord ‘terugkeren’. Zoals Israël terugkeert tot God (vers 2), zo zal Hij tot hen ‘terugkeren’. bijeenbrengen.Het tegenovergestelde van Deuteronomium 28:64; 29:28.
Echt leiderschap Deuteronomium 30 : 1 – 8 (Uit de Mannen Bijbel)
Mozes neemt afscheid. Hij is 120 jaar oud. Dat is ver boven de leeftijd van andere mensen, zoals hij in Psalm 90 zelf heeft opgeschreven. Ontstaat er nu een ‘vacature’? Nee. Niet door Mozes, maar door de Heere. Namens God mag Mozes nu het volk en zijn opvolger Jozua gaan bemoedigen. Je zou verwachten dat in die bemoediging teleurstelling en jaloezie doorklinken. Wat had Mozes graag zelf het volk het Beloofde Land binnengebracht. Maar er komt geen klacht uit de mond van Mozes. Hier spreekt geen verbitterde oude man. Het lijkt erop dat Mozes zijn teleurstelling heeft verwerkt. Er is innerlijke vrede gegroeid.
Dat is écht leiderschap. Niet het eigen belang vooropstellen, maar het belang van je werknemers of ondergeschikten. Mozes heeft geen last van een ‘messiascomplex’: hij denkt niet dat de verlossing van het volk van hem afhangt. Mozes neemt afscheid, maar de Heere niet. Hij zal de weg blijven wijzen, nu door Jozua heen. Hij zal erbij blijven in de strijd. Dat geeft moed en vertrouwen aan het volk én aan Jozua. Echte leiders durven de regie uit handen te geven aan God.
Vooruitblik Deuteronomium 30 : 2 – 3 (Uit de Vrouwen Bijbel)
Eigenlijk blikt God vooruit in de geschiedenis met hoofdstuk 29 en 30. De ongehoorzaamheid en de ballingschap die daarop volgt, zijn al in het zicht van God. Ziet Hij werkelijk zo onze toekomst? Ja, maar tegelijk is Hij ook barmhartig. God laat in dit hoofdstuk zien dat Hij herstel kan geven. God kent je daden, maar jij mag Gods barmhartigheid kennen.
Daarvan mag je verzekerd zijn.
[1] Nehemia 1:8; Psalm 106:45; Jeremia 32:37