Dagelijks Woord

Dagelijks Woord

Vrijdag 27 september 2019 – 2 Korinthe 5:21

[1]Want Hem Die geen zonde gekend heeft, [2]heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij zouden worden gerechtigheid van God in Hem.

(BGT)  Jezus Christus was zonder zonde. Maar God liet hem de straf voor onze zonden dragen. Dat deed God voor ons. En nu ziet hij ons als goede mensen, omdat we bij Christus horen.

Aantekening

2 Korinthe 5 : 21 >  Dit is een van de belangrijkste verzen in de Schrift om het doel van verzoening en rechtvaardiging te begrijpen. We zien hier dat Hij Die geen zonde gekend heeftJezus Christus is (2 Korinthe 5:20) en dat Hij(God) Hem(Christus) tot zonde(Grieks ‘amartia,‘zonde’) gemaakt heeft.Dit betekent dat God de Vader Christus beschouwde en behandelde als ‘zonde’, al had Christus Zelf nooit gezondigd (Hebreeën 4:15; vgl. Galaten 3:13). We zien ook dat God dit deed voor ons; God beschouwt de zonde van allen die in Christus geloven alsof die niet hen betreft, maar Christus Zelf. Zo stierf Christus ‘voor allen’ (2 Korinthe 5:14), zoals Petrus schrijft: ‘Die Zelf onze zonden in Zijn lichaam gedragen heeft op het hout’ (1 Petrus 2:24). Door ‘voor ons’ tot zonde te worden, werd Christus onze Plaatsvervanger. Dat houdt in dat Christus onze zonde op Zich genomen heeft en vervolgens, als plaatsvervanger, in onze plaats de toorn van God droeg (de straf die wij verdienen). De technische uitdrukking voor deze fundamentele leerstelling van het christelijk geloof is plaatsvervangende verzoening:dat Christus voor ieder die in Hem gelooft als Plaatsvervanger het verzoeningsoffer gebracht heeft voor de zonden (vgl. Romeinen 3:23-25). De achtergrond hiervan is Jesaja 53 in de LXX, waarin de uitvoerigste en gedetailleerdste oudtestamentische profetie over de dood van Christus staat en die talrijke parellellen bevat met 2 Korinthe 5:21. De profetie van Jesaja gebruikt vijf keer (zie cursiveringen hieronder) specifiek het Griekse woord voor ‘zonde’ (Grieks ‘amartia) met verwijzing naar de komende Verlosser (de lijdende Dienaar) in slechts enkele verzen, bv. ‘Voorwaar, onze ziekten heeft Hij op Zich genomen’ (Jesaja 53:4); ‘[Hij is] om onze ongerechtighedenverbrijzeld’ (Jesaja 53:5); ‘de Heere heeft de ongerechtigheidvan ons allen op Hem doen neerkomen’ (Jesaja 53:6); ‘Hij zal hun ongerechtighedendragen’ (Jesaja 53:11); ‘[omdat] Hij de zondenvan velen gedragen heeft’ (Jesaja 53:12). Als letterlijke vervulling van deze profetie werd Christus ‘zonde’ voor hen die in Hem geloven, opdat wij zouden worden gerechtigheid van God in Hem.Dit betekent dat, zoals god onze schuld en zonde op Christus heeft gelegd (‘heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt’), Hij ook allen die in Hem geloven vervuld met de gerechtigheid van Christus, een gerechtigheid die niet van ons is. Omdat Christus de zonden gedragen heeft van de gelovigen, ziet en behandelt God de gelovigen alsof zij de status ‘rechtvaardig’ hebben (Grieks dikaiosunë). Deze gerechtigheid behoort de gelovigen toe omdat zij ‘in Hem’ zijn, d.w.z. ‘in Christus’ (bv. Romeinen 3:22; 5:18; 1 Korinthe 1:30; 2 Korinthe 5:17, 19; Filppenzen3:9). Daarom is de ‘gerechtigheid van God’ (waarmee de gelovigen vervuld zijn) ook de gerechtigheid van Christus – d.w.z. de gerechtigheid en de wettige status die Christus toebehoort als resultaat van Zijn leven als iemand ‘Die geen zonde gekend heeft’. Dit is de kern van de leer van de rechtvaardiging: God ziet (of rekent) gelovigen als vergeven en God verklaart en behandelt hen als vergeven, want God de Vader heeft hun zonde op Christus gelegd, en God de Vader vervuld op dezelfde wijze de gelovigen met de gerechtigheid van Christus. (*Romeinen 4:6-8; 5:18; 10:3; 10:6-8; zie ook Jesaja 53:11: ‘zal de Rechtvaardige, Mijn Knecht, velen rechtvaardig maken’.)


[1]  Jesaja 53:9; 1 Petrus 2:22; 1 Johannes 3:5

[2]  Jesaja 53:12; Romeinen 8:3; Galaten 3:13