Dagelijks Woord
Woensdag 25 september 2019 – Psalmen 95:7A
[1]Want Hij is onze God en wij zijn het volk van Zijn weide en de schapen van Zijn hand.
(BGT) Hij is onze God,en wij zijn zijn volk.Hij is onze herder,en wij zijn de schapen die hij leidt.
Aantekening
Psalm 95 : 1 – 7A > De Heere is Koning, De leden van de gemeente die deze verzen zingen, noden elkaar tot het grote voorrecht van de eredienst aan de Heere,een groot God,de Koning boven alle goden.Over de aard van het koningschap dat hier aan God wordt toegeschreven, zie Psalm 93 (Hier gaat het over de Koning die regeert, en de staat de wereld en Gods troon vast. Ook is de Heere machtiger dan de razende zee, en zijn Gods getuigenissen betrouwbaar.) God is koning over de schepping: die is van Hem, Hij heeft haar gemaakt,en Hij heerst over alles (het is in Zijn hand, d.w.z. onder Zijn gezag). Het wonder om Israël te zijn is dat een dergelijke majesteitelijke Koning Zich verbonden heeft met Zijn volk, door hen te maken tot schapen van Zijn hand(vgl. aantekening bij Psalm 74:1-3). Het is daarom geen verrassing dat de eredienst, aan Hem gewijd, uitbundig zou zijn (zingen, juichen, loflied, psalmen) met verbaasde verwondering, en nederig (neerbuigen en neerbukken) tegenover een dergelijke majesteit. De gehele persoon, lichaam en ziel, moet aanbidden.
Aantekening bij Psalm 74:1-3 > O God, waarom verstoot U ons? God heeft Zijn volk verstoten(ons d.w.z.de schapen van Uw weide). Voor Gods volk als geheel als Zijn schapen, vgl. Psalm 77:21; 79:13; 95:7; 100:3. De termen verworven enverlostzijn ontleent aan Exodus 15:13, 16, Israël is Gods volk, waarvoor Hij grote daden heeft verricht in het verleden, en die Hij als Zijn eigendom aanwees. Dit maakt de huidige ramp – de vijand heeft alles in het heiligdom vernield,zodat het voor altijd verwoest is– des te pijnlijker.
Psalm 74 : 1Een onderwijzing van Asaf.O God, waarom hebt U ons voor altijd verstoten?Waarom ontbrandt Uw toorn tegen de schapen van Uw weide?
2Denk aan Uw gemeente, die U vanouds verworven hebt,de stam die Uw eigendom is, die U verlost hebt,de berg Sion, waarop U gewoond hebt.
3 Richt Uw voeten naar wat voor altijd verwoest is,want de vijand heeft alles in het heiligdom vernield.
Aantekeningen Studiebijbel in Perspectief
Psalm 95 : 7 > het volk dat hij hoedt: de herder als beeld voor de koningen was in het oude Nabije Oosten heel gewoon, net als dat van de kudde voor het volk. Het koninkrijk werd soms ook vergeleken met een weide (Jer. 25:36; 49:19-20; 50:44-45). Hetzelfde beeld wordt voor God gebruikt, de opperste koning-herder (zie 23:1 en aantekening; 28:9; 74:1; 77:21; 78:52; 79:13; 80:2). Luister … zijn stem: de oude Griekse vertaling van v. 7b-8 wordt geciteerd in Hebr. 3:15 en 4:7, en v. 7b-11 in Hebr. 3:7-11.
[1] Psalm 100:3