Dagelijks Woord
Dinsdag 17 september 2019 – Openbaring 12:10-11
En ik hoorde een luide stem in de hemel zeggen: Nu is gekomen de zaligheid, de kracht en het koninkrijk van onze God en de macht van Zijn Christus, want de aanklager van onze broeders, die hen dag en nacht aanklaagde voor onze God, is neergeworpen. En zij hebben hem overwonnen door het bloed van het Lam en door het woord van hun getuigenis, en zij hebben hun leven niet liefgehad tot in de dood.
(BGT) Toen hoorde ik een luide stem in de hemel zeggen: ‘Onze God is koning, hij heeft ons gered! Vandaag heeft hij laten zien hoeveel macht hij heeft. Vanaf nu heerst hij, samen met de messias. Want Satan is uit de hemel op de aarde gegooid. Dag en nacht vertelde hij aan God wat de christenen fout deden. Maar de christenen hebben van hem gewonnen. Ze hebben gewonnen doordat Jezus Christus voor hen gestorven is. En doordat ze aan iedereen over God en Jezus vertelden.
Aantekening
Openbaring 12 : 10 – 11 > De verdrijving van de draak uit de hemel laat zien dat de satan als de aanklager van onze broedersgeen feiten ten laste kan leggen omdat het LamZijn bloedvoor hen vergoten heeft en zij hun getuigenisvan vertrouwen volhouden tot in de dood. Hoewel de martelaren door het beest fysiek zijn ‘overwonnen’ in de dood (Openbaring 11:7; 13:7), hebben zij in feite zowel het beest (Openbaring 15:2) overwonnen als de draak die het beest zijn macht geeft. zij hebben hem overwonnenvormt een ironisch en prachtig contrast met Openbaring 13:7.
(Openbaring 13:7 > En het beest werd macht gegeven om oorlog te voeren tegen de heiligen en om hen te overwinnen, en hem werd macht gegeven over elke stam, taal en volk).
Aantekeningen Studiebijbel in Perspectief
Openbaring 12 : 10 > hoorde ik … zeggen: zoals vaak gebeurt, is er een lied dat de theologische bedoeling van het vertelde komt uitleggen. de heerschappij van zijn messias: vgl. 5:7; zo draagt de draak ook zijn macht over aan zijn vertegenwoordigers op aarde (13:2, 12). de aanklager: betekenis van de naam Satan (zie Job 1:7-12; 2:2-5; Zach. 3:1-5). Door het offer van Christus (v. 11) en de vergeving van God die daaruit voortvloeit, worden de gelovigen opgenomen in de tegenwoordigheid van God (ze wonen ‘in de hemel’, v. 12) en ‘de aanklager’ heeft geen vat meer op hen: zijn beschuldigingen zijn voortaan ongegrond. Vgl. met de pleitbezorger uit 1 Joh. 2:1, 2 en Hebr. 7:25).
Openbaring 12 : 11 > Zij hebben … overwonnen: het is de grootste overwinning; toch kan het volk van God, in afwachting van dat ogenblik, nederlagen kennen (13:7). dankzij het bloed van het lam: zie 5:9-14 en 7:14. getuigenis: door hun volhardende ‘getuigenis’, het teken van hun verbintenis met Christus die ook getuige is, zijn ze deelgenoot in zijn overwinning. Zij waren niet aan het leven gehecht: vgl. Marc. 8:35 of Joh. 12:25.