Dagelijks Woord

Dagelijks Woord

Vrijdag 13 september 2019 – Psalm 89:2-6

Ik zal de blijken van goedertierenheid van de HEERE eeuwig bezingen, van generatie op generatie Uw trouw met mijn mond bekendmaken. Want ik heb gezegd: Uw goedertierenheid zal voor eeuwig gebouwd worden; Uw trouw hebt U vast doen staan in de hemel zelf. Ik heb – sprak U – een verbond gesloten met Mijn uitverkorene, Ik heb Mijn dienaar David gezworen: Ik zal uw nakomelingen tot in eeuwigheid stand doen houden, uw troon bouwen van generatie op generatie. [1]Daarom looft de hemel Uw wonderen, HEERE, ja, prijst men Uw trouw in de gemeente van de heiligen.

(BGT) Ik wil altijd zingen over uw liefde, Heer,steeds opnieuw wil ik spreken over uw trouw.Want ik weet: uw liefde bestaat voor altijd,en aan uw trouw komt geen eind.U hebt David als uw dienaar uitgekozen,en dit hebt u hem plechtig beloofd: ‘Altijd zal iemand uit jouw familie koning zijn,nooit zal dat veranderen.’Alle engelen prijzen u, Heer,iedereen in de hemel dankt u,want u bent altijd trouw en goed.

Aantekening

Psalm 89 : 2 – 5  >  Het verbond met David brengt Gods goedertierenheid en trouw tot uitdrukking.Het thema van dit openingsgedeelte is ongekunsteld: door David en zijn geslachtslijn tot koning te verheffen voor Zijn volk, heeft God Zijn goedertierenheiden Zijn trouw doen blijken. Deze woorden, die Exodus 34:6 in herinnering roepen (een fundamenteel aspect van Gods karakter is Zijn blijvende liefde voor Zijn volk), komen telkens in de psalm voor (Psalm 89:2. 3, 15, 25, 29, 34, 50). Vers 4-5 heeft betrekking op de gebeurtenissen uit 2 Samuël 7:8-16: Gods belofte aan David: Ik zal uw nakomelingen tot in eeuwigheid stand doen houden.Aangezien de belofte geworteld is in Gods goedertierenheid jegens Zijn volk, en het een verbonden een eed is, d.w.z. een gezworen belofte (Psalm 89:4), moet de term ‘tot in eeuwigheid’ (vers 5) alle nadruk krijgen. Dit toont het ‘probleem’ dat de aanleiding was tot de psalm, namelijk de vernedering die gekomen is over het door Davids nakomelingen geregeerde volk (vers 39-46). Het levert ook het vertrouwen op waarmee het volk dit gebed kan opzenden: zij vragen God trouw te blijven aan Zijn eigen woord. 

Psalm 89 : 6 – 8  >  heiligen.Dit zijn de engelen (Job 15:15; Daniël 4:13; 8:13; Markus 8:38; Handelingen 10:22; Openbaring 14:10), afgeschilderd als een gemeente(Psalm 89:6) en een raad(vers 8), die God omringen en Zijn wil doen (vgl. 1 Koningen 22:19; Job 1:6; 2:1; Psalm 103:20-21). Ze heten ook machtige vorsten (HSV -noot: letterlijk ‘zonen van God’). De Heere is verheven boven deze meest verheven schepselen en is hun aanbidding waard. 


[1]  Psalm 19:2