Dagelijks Woord

Dagelijks Woord

Donderdag 15 augustus 2019 – 1 Thessalonicenzen 5:14-15

En wij roepen u ertoe op, broeders, hen die ordeloos leven terecht te wijzen, de moedelozen te bemoedigen, de zwakken te ondersteunen, en met allen geduld te hebben. [1]Pas op dat niemand een ander kwaad met kwaad vergeldt, maar jaag altijd het goede na, én voor elkaar én voor allen.

(BGT)  Vrienden, ik wil dat jullie gewoon je dagelijkse werk blijven doen. Als iemand dat niet doet, zeg er dan iets van. Als mensen het moeilijk hebben, spreek hun dan moed in. Steun de zwakken, en heb geduld met iedereen.Als iemand je kwaad doet, doe hem dan geen kwaad terug. Maar wees goed voor elkaar en voor iedereen.

Aantekening

1 Thessalonicenzen 5 : 14hen die ordeloos leven. (Grieks ‘ataktos, ‘ongedisciplineerd, weerspannig’). Sommige Thessalonicenzen onttrokken zich aan hun verantwoordelijkheid om, in overeenstemming met het scheppingsbevel, te gaan werken (Genesis 2:15). Zie 1 Thessalonicenzen 4:9-12; ook 2 Thessalonicenzen 3:6-15. moedelozen.Vanwege verdrukkingen (1 Thessalonicenzen 3:3-4) of de onverwachte sterfgevallen (1 Thessalonicenzen 4:3-4). zwakken.Hetzij personen met een zwak geweten (zie 1 Korinthe 8-9), door de aanhoudende verdrukkingen, hetzij personen die onrustig zijn met het oog op de dag van de Heere (1 Thessalonicenzen 5:1-11).

Aantekeningen Studiebijbel in Perspectief

1 Thessalonicenzen 5 : 14 >  terecht te wijzen: de verantwoordelijkheid van de leiders (v. 13) strekt zich uit tot alle leden van de gemeente. iedereen die zijn dagelijks werk verwaarloost: anderen vertalen: ‘ieder die een ongeregeld leven leidt’; dit verwijst naar de kwestie die in 4:11 en in 2 Tes. 3:6-12 behandeld wordt (zie de inleiding). geduld te hebben: jegens allen die tot de net genoemde categorieën behoren (zij die hun dagelijks werk verwaarlozen, de moedelozen, de zwakken) moet men geduld betrachten en men moet het goede met hen voorhebben (v. 15).

1 Thessalonicenzen 5 : 15 >  niemand kwaad met kwaad vergeldt: zie Mat. 5:38-42; 18:21-35; Rom. 12:17; 1 Petr. 3:9.

Ordelozen     –     1 Thessalonicenzen 5 : 14                          (Uit: De Mannen Bijbel)

Het woord ‘ordeloos’, ‘zonder orde’ (in het Grieks atakos) komt in de Bijbel alleen voor in de brieven aan de Thessalonicenzen (hier en in 2 Thessalonicenzen 3:6, 7 en 11, waar het vertaald is als ‘ongeregeld’). Het woord wijst erop dat mensen in de gemeente lui waren. Mensen verwaarloosden hun taak en weken af van de voorgeschreven regels. In het militaire taalgebruik wordt dit woord gebruikt voor iemand die zich verzet tegen de orders die hij van hogerhand ontvangt. Het gaat om een vorm van subordinatieA. Mensen houden zich bezig met nutteloze zaken (2 Thessalonicenzen 3:11).


[1]  1 Korinthe 1:9; 10:13; 2 Korinthe 1:18; 2 Thessalonicenzen 3:3; Romeinen 16:16; 1 Korinthe 13:12; 1 Petrus 5:14

A  (1) Ondergeschiktheid, vooral die van een militair ten opzichte van zijn meerdere

    (2) taalkundeonderschikking