Dagelijks Woord

Dagelijks Woord

Donderdag 20 juni 2019 – Galaten 3:27

[1]Want u allen die in Christus gedoopt bent, hebt zich met Christus bekleed.

(BGT) Jullie zijn gedoopt in zijn naam. Door jullie doop zijn jullie helemaal bij hem gaan horen.

Aantekening

Galaten 3 : 27> Paulus voegt nog twee beelden toe van wat de situatie is in dit nieuwe tijdperk. Doordat zij gedooptzijn, zijn gelovigen afgedaald in de dood; zij zijn gestorven aan het oude tijdperk van de wet, zonde en dood (Romeinen 6:3-4; Galaten 2:19; Galaten 6:14) en zijn uit het water opgestaan als deelnemers aan de nieuwe schepping (2 Korinthe 5:17). met Christus bekleed. Het taalgebruik van het aandoen van kleding suggereert het opnemen van een nieuw leven en het hebben van een nieuw doel door de geestelijke eenheid met Christus. 


[1]  Romeinen 6:3

Dagelijks Woord

Dagelijks Woord

Woensdag 19 juni 2019 – Romeinen 6:12-14

Laat de zonde dan niet in uw sterfelijk lichaam regeren om aan de begeerten daarvan te gehoorzamen. En stel uw leden niet ter beschikking aan de zonde als wapens van ongerechtigheid, [1]maar stel uzelf ter beschikking aan God, als mensen die uit de doden levend geworden zijn. En laat uw leden wapens van gerechtigheid zijn voor God. Want de zonde zal over u niet heersen. U bent namelijk niet onder de wet, maar onder de genade.

(BGT) We leven nog als sterfelijke mensen met verkeerde verlangens. Maar daar mogen we niet aan toegeven! Want dan zou de zonde opnieuw macht over ons krijgen. Wij zijn vanuit de dood naar het leven gegaan. Doe daarom geen verkeerde dingen meer. Want daarmee leef je in dienst van de zonde. Maar doe het goede, want alleen dan leef je in dienst van God.De zonde zal geen macht meer over ons hebben. Want ons leven wordt niet bepaald door de Joodse wet, maar door Gods goedheid.

Aantekening

Romeinen 6 : 12 – 13> Hier de spanning naar voren tussen wat God al heeft gedaan en de verantwoordelijkheid van de gelovigen om te gehoorzamen. Ze worden nog steeds verleid door het verlangen om te zondigen en moeten deze verlangens niet gehoorzamen. Elke dag moeten ze zichzelf opnieuw aan God toewijden. 

Romeinen 6 : 14de zonde zal over u niet heersen. Dit is geen gebod, maar een belofte. De zonde zal niet triomferen in het leven van christenen. Ze leven in het nieuwe tijdperk van vervulling, ze leven niet langer onder het oude tijdperk van de heilsgeschiedenis; dat wil zeggen ze staan niet langer onder de wet, toen de Mozaïsche wet en de zonde heersten over Gods volk. In contrast daarmee betekent onder de genadeleven onder het nieuwe verbond in Christus, in een tijdperk dat wordt gekenmerkt door genade (volgens Romeinen 3:24; 4:16; 5:2, 15-21). 


[1]  Lukas 1:74; Romeinen 12:1; Galaten 2:20; Hebreeën 9:14; 1 Petrus 4:2

Dagelijks Woord

Dagelijks Woord

Dinsdag 18 juni 2019 – Jesaja 26:3-4

Het is Uw vaste voornemen: U zult volkomen vrede bewaren, want men heeft op U vertrouwd. Vertrouw op de HEERE, tot in eeuwigheid, want de HEERE HEERE is een eeuwige rots.

(BGT)  Zoek steun bij de Heer,dan ben je veilig.Vertrouw op de Heer,dan blijft het vrede.Vertrouw steeds op de Heer,want hij is sterk en trouw,hij zal er altijd zijn.

Aantekening

Jesaja 26 : 3  >  volkomen vrede.De hier bedoelde vrede is de gemeenschappelijke vrede van stad (vers 1) en volk (vers 2), die komt door ‘de hand van de Heere’ (Jesaja 25:10), maar ook de persoonlijke vrede van wie op God heeft vertrouwd.De bron van die vrede is de rechtvaardige, almachtige, verlossende God(Jesaja 25:9), Die ‘de dood voor altijd zal verslinden’ en ‘de tranen van alle gezichten afwissen’ (Jesaja 25:8; vgl. Openbaring 21:4), de Enige Die ons vertrouwen waard is.*

Jesaja 26 : 4 >  Vertrouw op de Heere.Dit is de praktische uitdaging van het boek Jesaja aan Gods volk (vgl. Jesaja 7:9; 10:20; 12:2; 30:15; 31:1; 32:17; 36:15; 42:17; 50:10; 57:13). de Heere Heere.Hebreeën Jah Jahweh,een nadrukkelijke vorm van Gods Naam (zie Jesaja 12:2). eeuwige rots.De kracht van het geloof wordt gewaarborgd door de veilige afhankelijkheid van God (vgl. Deuteronomium 32:4, 31; 1 Samuël 2:2; Psalm 18:3, 32; 61:3-4).  

Dagelijks Woord

Dagelijks Woord

Maandag 17 juni 2019 – Filippenzen 3:7-9A

[1]Maar wat voor mij winst was, dat heb ik om Christus’ wil als schade beschouwd. Ja, beslist, ik beschouw ook alles als schade [2]vanwege de voortreffelijkheid van de kennis van Christus Jezus, mijn Heere, om Wie ik dat alles als schade ervaren heb. En ik beschouw het als vuiligheid, opdat ik Christus mag winnen, en in Hem gevonden word.

(BGT) Vroeger dacht ik dat ik een goed mens was. Maar nu weet ik dat het verkeerd is om zo te denken. Sterker nog: er is geen enkele reden om op mezelf te vertrouwen. Want het gaat om Christus, mijn Heer. Het enige wat ik wil, is bij Christus horen.Het gaat om Christus. Daarom heb ik al het andere opgegeven. Alles wat ik vroeger zo belangrijk vond, vind ik nu totaal waardeloos. Ik kan van mezelf geen goed mens maken door me aan de Joodse wet te houden. Nee, God ziet mij als een goed mens omdat ik geloof.

Aantekening

Filippenzen 3 : 7 – 8> winst … schade. De ‘boekhouding’ van Paulus is nu echter totaal veranderd: wat vroeger genoteerd werd in de kolom winst (zijn macht, prestige en ‘gehoorzaamheid’) komst nu in de kolom verlies. Evenzo ziet hij nu de gekruisigde Messias, van Wie hij aangenomen had dat Die ‘verlies’ betekende, als absolute ‘winst’. Het spreken van winst en verlies gaat mogelijk terug op het onderwijs van Jezus (zie Mattheüs 16:25-26). 

Filippenzen 3 : 9> in Hem gevonden wil zeggen: geestelijk verenigd met Christus en daardoor niet schuldig bevonden voor God als Goddelijke Rechter. Paulus had vertrouwd op zijn eigen rechtvaardigheid, gebaseerd op gehoorzaamheid aan de wet, meer dan op de rechte verhouding tot God, die door het geloof in Christus is. God ‘rekent’ de levenslange volmaakte gehoorzaamheid van Christus toe aan de persoon die voor zijn zaligheid op Hem vertrouwt. D.w.z. Hij beschouwt de gehoorzaamheid van Christus als daad van die persoon, en daarom staat deze voor God niet als ‘schuldig’ maar als ‘rechtvaardig’. Dat is het principe waarom alleen de rechtvaardiging door het geloof in Gods ogen ‘eerlijk’ is. Zoals in Romeinen 10:1-8 is uitgelegd, kan rechtvaardiging niet door de wet komen, omdat alle mensen zondaars zijn. Recht staan voor God als Rechter is alleen mogelijk door het geloof in Christus, Die de gerechtigheid van de gelovige voor God is.* 


[1]  Mattheüs 13:44

[2]  Jesaja 53:11; Jeremia 9:23; Johannes 17:3; Kolossenzen 2:2

Dagelijks Woord

Dagelijks Woord

Zondag 16 juni 2019 – Mattheüs 7:9-11

Of is er iemand onder u die zijn zoon een steen zal geven, als hij om brood vraagt? Of als hij hem om een vis vraagt, zal hij hem een slang geven? Als u, [1]die slecht bent, uw kinderen dan goede gaven weet te geven, hoeveel te meer zal uw Vader, Die in de hemelen is, goede gaven geven aan hen die tot Hem bidden.

(BGT) Niemand geeft zijn kind een steen als het om brood vraagt. Of een slang als het om een vis vraagt. Jullie zorgen goed voor je kinderen, ook al zijn jullie slechte mensen. Dan zal jullie hemelse Vader zeker goed voor jullie zorgen. Hij geeft goede dingen aan de mensen die dat aan hem vragen.

Aantekening

Mattheüs 7 : 7 – 11 >  Bid.Dicipelen moeten in ootmoed en besef van armoede tot God naderen. zoek is de juiste actie na een gebed om te kunnen jagen naar de wil van God. klopduidt op volharding. Discipelen moeten volharden in gebed, in het vertrouwen dat hun Vader naar Zijn vrije genadige wil zal geven wat het beste voor hen is.

Mattheüs 7 : 11 >  u, die slecht bent.Ouders doen van nature het beste voor hun kinderen. Toch schieten zij tekort en dat komt door het verderf waaronder de hele mensheid gebukt gaat sinds de zondeval van Adam en Eva (vgl. Romeinen 5:12-14). Hierdoor voeden zij niet op zoals God het wil. Dit is weer zo’n voorbeeld van ‘hoeveel te meer’, dat veel gebruikt wordt in Mattheüs en Lukas (bv. Mattheüs 10:25; 12:12; Lukas 11:13; 12:24; vgl. Hebreeën 9:14).

Aantekeningen Studiebijbel in Perspectief

Mattheüs 7 : 11  >  goede gaven: onduidelijke uitdrukking. De context geeft aan dat de leerlingen in de eerste plaats moeten bidden om Gods koninkrijk (6:10, 33), maar ook om wat ze zelf nodig hebben (6:11). Zie Luc. 11:13: de heilige Geest is de belangrijkste gave van God. wie hem daarom vragen: Jezus legt de nadruk op het vertrouwen waarmee het kind van de Vader zich tot hem kan wenden, omdat hij weet dat God het goed met hem voorheeft (6:8, 32). Dit feit zou elke ‘mechanische’ opvatting van het gebed en van de verhoring ervan onmogelijk moeten maken. Over het vertrouwen in God in het gebed, zie Marc. 11:22, 24; Joh. 16:23-27; Jak. 1:5.


[1]  Genesis 6:5; 8:21

Dagelijks Woord

Dagelijks Woord

Zaterdag 15 juni 2019 – Spreuken 1:10

Mijn zoon, als zondaars jou willen verleiden, bewillig er dan niet in.

(BGT) Als slechte mensen je vragen om mee te doen met hun plannen, luister dan niet.

Aantekening

Spreuken 1 : 8 – 19 >  Eerste vaderlijke vermaning: Doe niet mee met hen die uit zijn op winstbejag. Zoals de meeste van de vaderlijke toespraken begint de vermaning met een persoonlijk woord en een aanmoediging om de lessen te koesteren als een kostbaar en heilzaam bezit (vers 8-9). Deze eerste vermaning is een waarschuwing tegen hen die uit zijn op winstbejag en daarbij hulp zoeken. De vermaning bestaat uit twee delen: de eventuele verzoeken van hen die ‘een onschuldige’ willen ‘belagen’ en jou daarbij willen betrekken (vers 11-14), omsloten door waarschuwingen om hun verzoeken af te wijzen (vers 10, 15) en de redenen daarvoor (vers 16-19). Het doel van de waarschuwing is in te laten zien dat dergelijke mensen kameraadschap en directe winst bieden, maar dat ze in feite leiden naar een pad dat eindigt in het verderf.

Aantekeningen Studiebijbel in Perspectief

Spreuken 1 : 10  >  De v. 9-10 waarschuwen de jongen voor de invloed van slechte vrienden die hem tot het kwaad zouden kunnen aanzetten en van de weg van de wijsheid afbrengen. Om wijsheid te vergaren moet men zich verre houden van slecht gezelschap.

Uit het Nederlandse woordenboek

werkwoord 

[bewilligdeh. bewilligd

toestemmen, veroorloven

Dagelijks Woord

Dagelijks Woord

Vrijdag 14 juni 2019 – Openbaring 21:3-4

En ik hoorde een luide stem uit de hemel zeggen: [1]Zie, de tent van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volk zijn, en God Zelf zal bij hen zijn en hun God zijn. [2]En God zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal er niet meer zijn; ook geen rouw, jammerklacht of moeite zal er meer zijn. Want de eerste dingen zijn voorbijgegaan.

(BGT)  Uit de richting van de troon hoorde ik een luide stem, die zei: ‘Nu is God zelf op aarde. Vanaf nu zal hij bij de mensen wonen. De mensen zullen zijn volk zijn, en hij zal hun God zijn. 4Hij zal al hun tranen drogen. Niemand zal meer sterven, en er zal geen verdriet en geen pijn meer zijn. Want alles van vroeger is verdwenen.’

Aantekening

Openbaring 21 : 3Hij zal bij hen wonen. De grootse hemelse zegen zal onbelemmerde gemeenschap met God Zelf zijn. Het doel van Gods verbond, ‘God mer ons’ (Jesaja 7:14),* voorafgeschaduwd in de oudetestamentische tabernakel en tempel, zal bereikt worden. Zijn volk … hun God. Zie Leviticus 26:11-12; Ezechiël 37:27. 

Openbaring 21 : 4 >  Door het afwissen van alle tranenhet uitbannen van doodrouwen moeite(Jesaja 25:8; 65:19-20) zal God de vloek herroepen die de wereld binnenkwam door menselijke zonde.


[1]  Ezechiël 43:7

[2]  Jesaja 25:8; Openbaring 7:17

Dagelijks Woord

Dagelijks Woord

Donderdag 13 juni 2019 – 2 Korinthe 7:10

[1]Want de droefheid die overeenkomstig de wil van God is, brengt een onberouwelijke bekering tot zaligheid teweeg, maar de droefheid van de wereld brengt de dood teweeg.

(BGT) Er bestaat inderdaad verdriet waar God blij mee is. Zulk verdriet zorgt ervoor dat mensen hun leven veranderen. Daar krijgen ze geen spijt van. Want het heeft als gevolg dat ze gered worden. Maar het verdriet van slechte mensen brengt niets goeds. Zulk verdriet leidt tot de dood.

Aantekening

2 Korinthe 7 : 10 >  droefheid die overeenkomstig de wil van God is. Droefheid die van God komt, wordt gekenmerkt door bekering,d.w.z. berouw dat veroorzaakt wordt door het verlies van Gods goedkeuring en de daaruit volgende verandering van gedrag en leven voor God (2 Korinthe 5:6-10, 15). droefheid van de wereld.Driefheid die van de wereld komt, d.w.z. berouw dat teweeggebracht wordt door het verlies van de goedkeuring van de wereld. Dit leidt tot de wens die goedkeuring terug te winnen en brengt de dood teweeg,dat is het oordeel van God.

Aantekeningen Studiebijbel in Perspectief

2 Korinthe 7 : 10 >  verdriet dat de wereld geeft: dat leidt hoogstens tot zelfverwijt of tot wanhoop en wordt niet voor God gebracht. Bij werkelijk berouw en inkeer is de hele mens betrokken (geweten, verstand, gevoel, wil). Dit leidt tot een veranderde houding ten opzichte van de zonde en brengt terugkeer tot God; aan de vruchten van iemands bekering is te zien of hij zich werkelijk bekeerd heeft (v. 11; zie Luc. 3:3 en aantekening). tot de dood: zie Rom. 6:21, 23; 7:13.


[1]  2 Samuël 12:13; Mattheüs 26:75; Lukas 18:13

Dagelijks Woord

Dagelijks Woord

Woensdag 12 juni 2019 – Job 19:25-27

Ik weet echter: mijn Verlosser leeft, en Hij zal ten laatste over het stof opstaan. En als zij na mijn huid dit doorknaagd hebben, zal ik uit mijn vlees God aanschouwen. Ik zelf zal Hem aanschouwen, en mijn ogen zullen Hem zien, niet een vreemde; mijn nieren bezwijken van verlangen in mijn binnenste.

(BGT)  Eén ding weet ik zeker: God zal mij redden.Ooit zal hij komen en mij hier op aarde verdedigen.Ook al ben ik heel erg ziek,toch zal ik God nog zien, voordat ik sterf.Ik zal hem zelf zien, met mijn eigen ogen.Daar verlang ik naar!

Aantekening

Job 19 : 25 – 27echter. Job zet hier uiteen waarom hij wil dat zijn woorden opgeschreven zouden worden (Job 19:23-24). Ik weet … mijn verlosser leeft(vers 25). Het Hebreeuwse woord go’el, vertaald met ‘Verlosser’, is hetzelfde woord dat in het Oude Testament vaak gebruikt wordt voor een ‘losser’ in de familie, die het recht en de taak had om een familielid te verdedigen (zie Ruth 4:1-6). In het Oude Testament zegt God dat Zijn volk zal ‘verlossen’ uit de slavernij (Exodus 6:5). Daarom noemt men Hem later ‘de Verlosser van Israël’ (Jesaja 43:14; 44:6). Voor God als persoonlijke ‘Verlosser’, zie Genesis 48:16; Psalm 19:15.* Jobs beschrijving van zijn ‘Verlosser’ als iemand Die ‘leeft’ (Job 19:25) en zijn daaropvolgende verwijzing naar God’ (vers 26) geven aan dat hij gelooft dat God Degene is Die hem uiteindelijk zal rechtvaardigen. zal ik uit mijn vlees God aanschouwen(vers 26). Ik zelf zal Hem aanschouwen(vers 27). Door de inhoud van Jobs eerdere klaagzangen en het probleem met het Hebreeuws in vers 26 vragen exegeten zich af of Job in deze verzen inderdaad zijn geloof uitdrukt dat God hem zal verlossen na zijn dood. Stel dat de kern van Jobs gesprek en geklaag zijn verlangen is dat wat volgens hem waar is ‘in de hemel’ (dus voor God) ook waar zou zijn op aarde, dan heeft deze wens alleen zin als die gebaseerd is op het geloof dat God zijn Verlosser is, en dat Hij Job zelfs in de dood zal rechtvaardigen. 

Dagelijks Woord

Dagelijks Woord

Dinsdag 11 juni 2019 – Kolossenzen 3:1-4

Als u nu met Christus opgewekt bent, zoek dan de dingen die boven zijn, [1]waar Christus is, Die aan de rechterhand van God zit. Bedenk de dingen die boven zijn en niet die op de aarde zijn, [2]want u bent gestorven en uw leven is met Christus [3]verborgen in God. [4]Wanneer Christus geopenbaard zal worden, Die ons leven is, dan zult ook u met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid.

(BGT) Toen jullie gedoopt werden, zijn jullie samen met Christus opgestaan. Houd je daarom nu bezig met het hemelse leven. Want Christus is in de hemel. Hij zit naast God, aan de rechterkant.Houd je bezig met de hemel, en niet met deze wereld. Want er is niets in deze wereld dat nog macht over jullie heeft. Als christenen horen jullie nu al bij de hemelse wereld van God. Jullie leven is volledig verbonden met Christus. Op de dag dat hij terugkomt op aarde, zal hij zijn hemelse macht ook aan jullie geven. Dan zullen alle mensen zien dat jullie steeds al bij hem hoorden.

Aantekening

Kolossenzen 3 : 1 – 2 >  met Christus opgewekt.Zie Kolossenzen 2:13-14.Bedenk de dingen die boven zijnstaat tegenover de dingen die op aarde zijn.Dit wijst op het nastreven van een diepere kennis van Christus Zelf (Filippenzen 3:10) en van alles wat hoort bij het leven met en voor Hem. Dit hield onder meer in om eerst Zijn Koninkrijk te zoeken (Mattheüs 6:33) en een leven te leiden dat Zijn Naam waardig is (Kolosenzen 1:10; 2:6). Christus zit aan de rechterhand van God(Psalm 110:1; Efeze 1:20) in een gezaghebbende positie waar Hij voorbede doet bij de Vader. De valse leraars kunnen wel beweerd hebben hemelse geheimen te bezitten, maar Paulus wijst hun theologie af als aards.

Kolossenzen 3 : 3  >  uw leven is met Christus verborgen in God.Paulus gebruikt de taal van Jesaja en de Psalmen om uit te drukken hoe veilig het volk van God is als het op Hem vertrouwt (Jesaja 49:2; Psalm 27:5-6; 31:20-21). 

Kolossenzen 3 : 4  >  De centrale plaats van Christus in Kolossenzen vlamt weer in het beeld op. Gelovigen weten dat Christus hunlevenis. Volmaakte heerlijkheid zal hun deel zijn wanneer Christus terugkeert (als zij met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid).

Aantekeningen Studiebijbel in Perspectief

Kolossenzen 3 : 1>  met Christus uit de dood bent opgewekt: zie 2:12. Verschillende verklaringen zeggen dat Paulus hier verwijst naar het nieuwe leven dat begint op het moment dat iemand zich bekeert. Volgens anderen zou hij hier spreken over de veranderde status van de gelovige: in Christus krijgt de gelovige de status van burger van Gods koninkrijk. Hij moet dan ook gaan leven in overeenstemming met deze nieuwe positie door te streven naar wat boven is (zie Ef. 2:5 en aantekening). streef dan naar: een oproep om zich te blijven inspannen, om helemaal vanuit een ander perspectief te gaan denken en andere prioriteiten te stellen. wat boven is: sommige tegenstanders van Paulus hadden veel belangstelling voor hemelse zaken (met name voor hemelse machten), maar Paulus roept de gelovigen in Kolosse op om hun blik nog verder omhoog te richten: naar de troon van God. aan de rechterhand: als teken van macht en eer. Omdat Christus van God zoveel eer en macht heeft ontvangen dat hij aan Gods rechterhand mag zitten, moet het leven van een christen er helemaal op gericht zijn hem te dienen.

Kolossenzen 3 : 2  >  Richt u op: zie Rom. 8:5. Het gaat hier niet om een mystiek zich richten op hemelse zaken, maar om een geesteshouding en een eigen manier om tegen de dingen aan te kijken. wat op aarde is: we moeten aardse zaken niet geringschatten, maar ze op een nieuwe manier benaderen. In het licht van de hemelse werkelijkheid, die eens ook op aarde werkelijkheid zal worden, bij Christus’ terugkomst (v. 4).

Kolossenzen 3 : 3  >  U bent immers gestorven: zie Rom. 6:2; Gal. 2:19, 20 en. Vanuit juridisch oogpunt is de gelovige met Christus aan het kruis gestorven en leeft hij met Christus, die hem vertegenwoordigt. Hij heeft geen ‘tussenwezens’ of ascese nodig om toegang tot God te krijgen.

Kolossenzen 3 : 4  >  Christus: hij wordt in v. 1-4 vier keer genoemd. zult u verschijnen: pas als Christus in zijn volle luister terugkomt, zal de gelovige worden wat hij nu al in Christus is: dan zal ook hij opstaan.



[1]  Efeze 1:20

[2]  Romeinen 6:2

[3]  Romeinen 8:24; 2 Korinthe 5:7

[4]  Filippenzen 3:21; 1 Johannes 3:2