Dagelijks Woord
Maandag 20 mei 2019 – Titus 2:11-13
Want de zaligmakende genade van God is verschenen aan alle mensen, en leert ons [1]de goddeloosheid en [2]de wereldse begeerten te verloochenen en in deze tegenwoordige wereld bezonnen, rechtvaardig en godvruchtig te leven, [3]terwijl wij verwachten de zalige hoop en verschijning van de heerlijkheid van de grote God en onze Zaligmaker, Jezus Christus.
(BGT) God heeft laten zien dat hij goed is, en dat hij alle mensen wil redden. Zijn goedheid helpt ons om betere mensen te worden. Zodat we nee kunnen zeggen tegen een leven zonder God en tegen onze slechte verlangens. Dan kunnen we in deze wereld een wijs en eerlijk leven leiden, zoals God het wil. En intussen wachten we vol vertrouwen op het grote geluk: de komst van onze grote God en redder Jezus Christus.
Aantekening
Titus 2 : 11 > de zaligmakende genade … aan alle mensenwordt soms fout begrepen, alof alle mensen zalig zullen worden. Maar dat is in absolute tegenspraak met andere bijbelpassages. Het betekent veel eer dat allemensen zalig kunnenworden (ook niet-Joden).
Titus 2 : 12 > De zaligmakende genade leert de ontvangers ervan ‘nee’ te zeggen tegen de zonde en ‘ja’ tegen de godsvrucht. in deze tegenwoordige wereld benadrukt dat men hier en nu godvruchtig zal leven, maar het verwijst ook naar Christus’ wederkomst (vers 13). Zekerheid over de toekomst geeft bestendigheid in het heden.
Titus 2 : 13 > In het Grieks voor verwachten(prosdechomai) ligt ook vaak ‘verlangen’ besloten. Door verlangend uit te zien naar Christus’ wederkomst leert een christen de zonde af te wijzen en godvruchtig te leven (zie vers 11-12). Dit drijft je dan tot heiliging (zie 1 Johannes 3:2-3). de zalige hoopis in Christus’ wederkomst. Paulus noemt dit de verschijning van … de grote God en onze Zaligmaker, Jezus Christus.Het lijkt misschien niet duidelijk of Paulus het hier heeft over twee Personen van de Drie-eenheid (God de Vader en Jezus Christus) of dat hij Jezus omschrijft als God en Zaligmaker. De Griekse grammatica wordt in deze vertaling echter goed weergegeven, want met ‘de grote God en onze Zaligmaker’ wordt Jezus bedoeld (vgl. Johannes 1:1; 20:28 enz.)
[1] Efeze 1:4; Kolossenzen 1:22; 2 Timoteüs 1:9
[2] 1 Johannes 2:16
[3] 1 Korinthe 1:7; Filippenzen 3:20