Dagelijks Woord
Vrijdag 15 februari 2019 – Jesaja 2:4-5
Hij zal oordelen tussen de heidenvolken en veel volken vonnissen. En zij zullen hun zwaarden omsmeden tot ploegscharen en hun speren tot snoeimessen. Geen volk zal tegen een ander volk het zwaard opheffen. Oorlog voeren zullen zij niet meer leren. Huis van Jakob, kom, laten wij wandelen in het licht van de HEERE.
(BGT) Hij zal oordelen tussen de heidenvolken en veel volken vonnissen. En zij zullen hun zwaarden omsmeden tot ploegscharen en hun speren tot snoeimessen. Geen volk zal tegen een ander volk het zwaard opheffen. Oorlog voeren zullen zij niet meer leren. Huis van Jakob, kom, laten wij wandelen in het licht van de HEERE.
Aantekening
Jesaja 2 : 4 > Geen volk zal tegen een ander volk het zwaard opheffen. Oorog voer zullen zij niet meer leren.Het nietige Juda heeft meestentijds onder oorlogsdreiging geleefd. En nu profeteert Jesaja dat het overwinnend bijbels geloof een ongekende vrede zal brengen wanneer alle volken, in plaats van onderdrukking uit te oefenen, hun zwaarden omsmeden tot ploegscharen.Veel van deze Messiaanse verwachtingen keren terug in Jesaja 11:1-10, en in Jesaja 11:4 keren de begrippen oordelen(‘recht doen’) en vonnissenterug als daden van de Messias, ten teken dat God door Zijn Messias zal regeren. Volgens sommigen schetst deze profetie het effect op de heidenvolken als hun heersers en burgers zich aan Christus onderwerpen. Anderen zien dit als een vooruitwijzing naar de aardse regering van Christus in het duizendjarig rijk*; Weer anderen zien het als een voorzegging van Christus’ regering in de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. In elk geval hebben gelovigen van alle eeuwen met deze woorden hun verlangen uitgedrukt naar bevrijding van de oorlog, als alle volken de ‘wegen’ van ‘de God van Jakob’ willen leren (Jesaja 2:3), en als niet meer menselijke rechters, maar de Heer Jezus Zelf zal oordelen tussen de heidenvolken.
Jesaja 2 : 5 > Jesaja roept Gods volk op om nu te leven in het lichtvan de toekomstbelofte. Hij past de toekomstige oproep van de heidenvolken in vers 3 toe Gods volk in het heden. Juda vormt een onderdeel van Gods plan waarin de roeping van Abraham het begin was, en de Judeeers afzonderlijk moeten in dat plan hun plaats innemen door trouw het verbond te onderhouden.