Dagelijks Woord
Zaterdag 19 januari 2019 – Leviticus 23:22
[1]Wanneer u de oogst van uw land binnenhaalt, mag u de rand van uw akker bij het binnenhalen van uw oogst niet helemaal afmaaien, en wat van uw oogst is blijven liggen, mag u niet oprapen. U moet het laten liggen voor de arme en de vreemdeling. Ik ben de HEERE, uw God.
(BGT) Als jullie koren maaien, mogen jullie niet tot aan de rand van de akker maaien. En als er na de oogst nog koren blijft liggen, mogen jullie dat niet oprapen. Want alles wat blijft liggen, is voor de arme mensen en de vreemdelingen. Ik ben de Heer, jullie God.’’
Aantekening
Leviticus 23 : 22 > De extra regel met betrekking tot de oogstis ook in overeenstemming met de vrijgevigheid die bij deze gelegenheid van het volk verwacht wordt. Hier in vers 22 beveelt God aan Israël om de minderbedeelden niet te vergeten in deze tijd van nationale viering van overvloed.
Overdenking
Als we dit vers lezen als stukje van de wetten voor de verschillende feestdagen, merken we dat de Heere spreekt via Mozes. Het voorschrift luidt, dat je de akker mag maaien en de oogst mag binnen halen, maar wij moet bij overvloed wel aan de armen en vreemdelingen denken.
[1] Leviticus 19:9; Deuteronomium 24:19