Dagelijks Woord

Dagelijks Woord

Donderdag 20 december 2018 – Hosea 11:1-4

Toen Israël een kind was, had Ik hem lief, en uit Egypte heb [1]Ik Mijn zoon geroepen. Maar hoe meer zij hen riepen, hoe meer zij van onder hun ogen wegliepen. Aan de Baäls offerden zij en voor de afgodsbeelden brachten zij reukoffers – Ik echter leerde Efraïm lopen. Hij nam hen op Zijn armen, maar zij erkenden niet dat Ik hen genas. Ik trok hen met menselijke touwen, met koorden van liefde. Ik was voor hen als zij die het juk van op hun kaken omhoogtillen, en Ik reikte hem voer toe.

(BGT) De Heer zegt: ‘Toen mijn volk nog jong was, hield ik van hen. Net zoals een vader houdt van zijn zoon. Ik heb de Israëlieten teruggeroepen uit Egypte. Maar hoe harder ik hen riep, hoe verder ze van me wegliepen. Dan brachten ze offers aan de beelden van Baäl, en gingen ze wierook branden voor allerlei afgoden.Ze wilden maar niet begrijpen dat ik voor hen zorgde! Ik was hun vader. Ik droeg hen in mijn armen, ik leerde hun lopen. Ik was goed voor hen. Ik leidde hen vol liefde. Ik hield hen dicht tegen me aan. Ik was het die hun te eten gaf.

Aantekening

Hosea 11 : 1  >  Toen Israël een kind was, had Ik hem lief, en uit Egypte heb Ik Mijn zoon geroepen.Dit is een van de ontroerendste passages in Hosea, waarin de profeet een ander beeld van het gezin gebruikt. Hij beeld de Heere niet alleen uit als Echtgenoot, maar ook als Vader (vgl. Lukas 15:11-32). Deze beeldspraak vindt zijn oorsprong niet bij Hosea (vgl. Exodus 4:22-23). Mattheüs 2:15 citeert de zin: ‘Uit Egypte heb ik Mijn Zoon geroepen’ om te laten zien dat Jezus de ‘Zoon van God’ is, d.w.z. de Erfgenaam van David Die Israëls relatie met God belichaamt (vgl. 2 Samuël 7:14; Psalm 89:27-28).

Hosea 11 : 2 – 4  >  De Heere hield vanaf het begin van Israël en is daarmee nooit opgehouden. Zoals een vader zich over zijn kind ontfermt, leerdeHij Efraïm(Israël) door de hele geschiedenis heen lopenen genas Hij hen(vers 3). Sommige commentatoren denken dat het beeld van een ouder en een kind doorgaat in vers 4: trok hen met menselijke touwen, met koorden van liefde.Dit zouden dan lichte banden of koorden zijn waarmee een ouder een peuter die leert lopen helpt en leidt. Maar volgens de meeste commentatoren verandert in vers 4 het beeld naar dat van een zorgzame boer, die het jukverwijdert en zijn dieren leidt, niet met ruwe touwen en een juk (zoals in Hosea 10:11), maar met lichte ‘touwen’ en ‘koorden’ om hen naar de voederplek te leiden. Toen reikte de Heere, als een zachtaardige boer, hemzelfs voer toe(Hosea 11:4). In dit hele vertoon van genade was de Heere niet bezig een nieuwe basis voor een relatie tussen Hem en Zijn volk te leggen. Immers vanaf het begin was de relatie nooit gebaseerd op de wet, maar op Gods verlossende genade. Dit wordt onder andere geïllustreerd door de inleiding op de Tien Geboden: ‘Ik ben de Heere, uw God, Die u uit het land Egypte, uit het slavenhuis, geleid heeft’ (Exodus 20:2). Gods liefde is het fundament onder een ultieme relatie van zorg, leiding en gehoorzaamheid. Meer dan iets anders, was het tragisch genoeg juist de liefde van de Heere, die werd versmaad: Maar hoe meer zij riepen, hoe meer zij van onder hun ogen wegliepen (Hosea 11:2) en ‘Mijn volk volhardt in afkeer van Mij’ (Hosea 11:7).

Heilig verontwaardigd   –  Hosea 11  (uit de: Mannen Bijbel)

Hosea beschrijft Gods verontwaardiging over de ontrouw van Zijn volk. In Zijn hevige toorn kondigt de Heere het oordeel over hen aan. Hij levert hen uit in de handen van genadeloze vijanden. Dan worden moeders doodgeslagen, samen met hun kinderen. Gods heiligheid kan geen zonde in Zijn volk verdragen.

Des te meer valt op wat je leest in Hosea 11:9: ‘Ik zal Mijn brandende toorn niet ten uitvoer brengen … Want Ik ben God, en geen mens, de Heilige in uw midden.’ Hier verwijst de Heere naar Zijn heiligheid om duidelijk te maken waarom Hij Zijn toorn beheerst. Daarin onderscheidt Hij Zich van mensen, die geneigd zijn hun zelfbeheersing te verliezen en zich te laten gaan in hun woede. 

God is ook in Zijn toorn de Heilige. Hij heeft Zichzelf volledig onder controle. Daarom is er bij Hem voor Zijn overspelige volk altijd nog een weg terug. Lees maar hoe God in Zijn toorn nooit Zijn barmhartigheid en Zijn liefde voor Zijn volk vergeet (Hosea 2:16-22; 5:15; 11:8; 14:2-10). Wat zou er veel gewonnen zijn als wij hierin het beeld van God weer gaan vertonen. Heilige zelfbeheersing bij boosheid en verontwaardiging. Met woorden van Paulus: ‘overwin het kwade door het goede’ (Romeinen 12:21).


[1]  Mattheüs 2:15