Zaterdag 01 december 2018 – Markus 6:34

En toen Jezus uit het schip ging, zag Hij een grote menigte en was innerlijk met ontferming bewogen over hen, want zij waren als schapen die geen herder hebben; en Hij begon hun veel dingen te onderwijzen.

(BGT) Toen Jezus uit de boot stapte, zag hij al die mensen staan. Hij kreeg medelijden met hen, want hij dacht: Het lijken wel schapen zonder herder. Daarom begon hij hun uitleg te geven over God.

Aantekening

Markus 6 : 34 > Jezus heeft rust nodig, maar krijgt ontferming over de mensen als Hij ze ziet als schapen die geen herder hebben (vgl. Numeri 27:17; Ezechiël 34:4-5). In Ezechiël 34:10-16 belooft God het volk rechtstreeks te zullen weiden, omdat Israëls leiders het lieten afweten. Jezus gaat door met onderwijzen als de goede Herder (Genesis 48:15; Psalm 23:1-4; Jesaja 40:11; Jeremia 23:4) Die oproept tot berouwvolle onderwerping aan de Messiaanse heerschappij van God (zie Johannes 10:14).

Voeden van Compassie Markus 6:30-55 (uit de Mannen Bijbel)

Even rust, op adem komen. Dat is wat de discipelen willen nadat zij twee aan twee door de dorpen gegaan zijn, helend en onderwijzend. Geestelijk en fysiek een intensieve ervaring, en nu zijn ze toe aan rust.

Voor Jezus Zelf is dit niet anders. Een eindeloze stroom mensen loopt Hem achterna. Jezus’ aandacht wordt continu opgeëist. Er is zelfs geen tijd om even rustig samen te eten. Als ze dan wegvaren om naar een eenzame plek te gaan, staan de mensen hen bij aankomst alweer op te wachten. Opmerkelijk is Jezus’ reactie: compassie. De moed zakt Hem niet in de schoenen. Hij geeft niet af op de situatie, eist niet assertief tijd voor Zichzelf op, maar Hij is ‘innerlijk met ontferming bewogen’. Hij ziet eerst de behoeften en vragen van anderen, en beantwoordt ze.

Het geheim van deze houding ligt in de stille krachtbron waar Jezus uit put. ‘Hij ging naar de berg om te bidden’ (vers 46). We lezen vaker dat het Jezus’ gewoonte is stilte te zoeken voor gebed en meditatie (zie Markus 1:13, 35). Dat is hoe wij ook in ons drukke leven onze compassie met anderen kunnen voeden: in stilte ons hart afstemmen op de wil van de Vader.