Dagelijks Woord
Zaterdag 13 juli 2019 – Hebreeën 1:3-4
[1]Hij, Die de afstraling van Gods heerlijkheid is en de afdruk van Zijn zelfstandigheid, Die alle dingen draagt door Zijn krachtig woord, heeft, nadat Hij de reiniging van onze zonden door Zichzelf tot stand had gebracht, Zich gezet aan de rechterhand van de Majesteit in de hoogste hemelen. Hij is zoveel meer geworden dan de engelen als de Naam die Hij als erfdeel ontvangen heeft, [2]voortreffelijker is dan die van hen.
(BGT) Door Gods Zoon weten we hoe machtig God is. Door hem weten we wie God is. Alleen door de machtige woorden van Gods Zoon kunnen de hemel en de aarde bestaan. En hij heeft ervoor gezorgd dat onze zonden vergeven zijn. Daarom zit hij nu naast God in de hemel, aan Gods rechterkant.Gods Zoon is veel belangrijker dan de engelen. Alleen aan hem heeft God de naam ‘Zoon van God’ gegeven. Dat weten we uit de heilige boeken.
Aantekening
Hebreeën 1 : 3> De verhevenheid van de Zoon wordt nog groter gemaakt. heerlijkheidwordt vaak afgebeeld als licht (bv. Jesaja 60:1, 19; 2 Korinthe 4:4-6; Openbaring 21:23), en hier is de Zoon dat ‘heerlijke’ licht van God. Jezus is de volkomen en eeuwige belichaming, de afdruk(Grieks charaktër) van Gods wezen (Zijn zelfstandigheid, Grieks hupostasis). Dus de Zoon is één in wezen met God, Hij is Zelf volkomen God. Hij heeft dezelfde eigenschappen en kwaliteiten: de Zoon is exact de Vader. De Zoon, Die alle dingenheeft geschapen (Hebreeën 1:2), draagtdie door Zijn krachtig woord(vgl. Kolossenzen 1:17). Jezus ziet de noodzaak van de reiniging van onze zonden en brengt die tot stand (zie Hebreeën 9:11-10:18). Jezus stijgt op tot het hoogste gezag (de rechterhandvan God); zie Hebreeën 1:13; 8:1; 10:12; 12:2 ook bv. Markus 14:62; Handelingen 2:33; Romeinen 8:34; Efeze 1:20; 1 Petrus 3:22. Uit heeft … Zich gezetkunnen we afleiden dat Zijn verlossingswerk klaar was. Majesteitstaat ook in Hebreeën 8:1 (vgl. Deuteronomium 32:3; Psalm 145:3, 6; 150:2; Judas vers 25).
Hebreeën 1 : 4> De kern van hoofdstuk 1 en 2 wordt hier aan gekondigd: Jezus is meer … dan de engelen. Engelen waren onderwerp van veel speculatie in het Judaïsme van de 1e eeuw. Men wist dat ze verschenen in mensengedaante, men kende ze als dienaren voor Gods troon, als begeleider en bewaarde van mensen, en ze hadden Mozes de wet gegeven (zie Hebreeën 1:7; 2:2; 12:22; 13:2). Zie aantekeningen bij Hebreeën 2:2. Toch was Jezus uitnemender dan zij, deels omdat Zijn Naam(d.w.z. Zijn wezen) ‘Zoon’ (Hebreeën 1:5) is. Dat betekent immers een inniger (familie) band en een grotere erfenis (alles van de Vader is van Zijn enige Zoon).
Aantekeningen Studiebijbel in Perspectief
Hebreeën 1 : 3 > zijn evenbeeld: of: ‘de perfecte uitdrukking van zijn wezen’: dit laat zien dat deze nieuwe openbaring die van vroeger (v. 1) te boven gaat. Het Griekse woord voor ‘evenbeeld’ betekent ook ‘gegraveerd teken’, ‘afdruk’ en onderstreept de nauwe betrokkenheid tussen de Zoon en het wezen van God. hij schraagt: zie Kol. 1:17. de reiniging van de zonden: dit onderwerp zal later meer worden uitgewerkt, bv. in hs. 7, waar de Zoon wordt gepresenteerd als de ware hogepriester. aan de rechterzijde van Gods hemelse majesteit: het woordje ‘God’ is hier toegevoegd in de vertaling. Zitten aan de rechterhand van God is een positie van zeer grote eer en autoriteit. Vgl. Ps. 110:1 (deze tekst wordt in de brief aan de Hebr. vaak geciteerd).
[1] 2 Korinthe 4:4; Filippenzen 2:6; Kolossenzen 1:15
[2] Filippenzen 2:9