Dagelijks Woord

Dagelijks Woord

Woensdag 12 juni 2019 – Job 19:25-27

Ik weet echter: mijn Verlosser leeft, en Hij zal ten laatste over het stof opstaan. En als zij na mijn huid dit doorknaagd hebben, zal ik uit mijn vlees God aanschouwen. Ik zelf zal Hem aanschouwen, en mijn ogen zullen Hem zien, niet een vreemde; mijn nieren bezwijken van verlangen in mijn binnenste.

(BGT)  Eén ding weet ik zeker: God zal mij redden.Ooit zal hij komen en mij hier op aarde verdedigen.Ook al ben ik heel erg ziek,toch zal ik God nog zien, voordat ik sterf.Ik zal hem zelf zien, met mijn eigen ogen.Daar verlang ik naar!

Aantekening

Job 19 : 25 – 27echter. Job zet hier uiteen waarom hij wil dat zijn woorden opgeschreven zouden worden (Job 19:23-24). Ik weet … mijn verlosser leeft(vers 25). Het Hebreeuwse woord go’el, vertaald met ‘Verlosser’, is hetzelfde woord dat in het Oude Testament vaak gebruikt wordt voor een ‘losser’ in de familie, die het recht en de taak had om een familielid te verdedigen (zie Ruth 4:1-6). In het Oude Testament zegt God dat Zijn volk zal ‘verlossen’ uit de slavernij (Exodus 6:5). Daarom noemt men Hem later ‘de Verlosser van Israël’ (Jesaja 43:14; 44:6). Voor God als persoonlijke ‘Verlosser’, zie Genesis 48:16; Psalm 19:15.* Jobs beschrijving van zijn ‘Verlosser’ als iemand Die ‘leeft’ (Job 19:25) en zijn daaropvolgende verwijzing naar God’ (vers 26) geven aan dat hij gelooft dat God Degene is Die hem uiteindelijk zal rechtvaardigen. zal ik uit mijn vlees God aanschouwen(vers 26). Ik zelf zal Hem aanschouwen(vers 27). Door de inhoud van Jobs eerdere klaagzangen en het probleem met het Hebreeuws in vers 26 vragen exegeten zich af of Job in deze verzen inderdaad zijn geloof uitdrukt dat God hem zal verlossen na zijn dood. Stel dat de kern van Jobs gesprek en geklaag zijn verlangen is dat wat volgens hem waar is ‘in de hemel’ (dus voor God) ook waar zou zijn op aarde, dan heeft deze wens alleen zin als die gebaseerd is op het geloof dat God zijn Verlosser is, en dat Hij Job zelfs in de dood zal rechtvaardigen.