| Dag tekst – 188 |
Lezen: Psalm 28
Tekst voor vandaag: Psalm 28:1
HSV: Tot U roep ik, HEERE, mijn rots. Houd U niet doof voor mij! [1]Want houdt U Zich stil voor mij, dan ben ik aan hen gelijk [2]die in de kuil neerdalen.
Overdenking: Deze Psalm is een gebed van David om verlossing. David roept tot de Heere en noemt de Heere zijn rots. Een rots is een vast punt waar de golven van de tegenslagen op stuk slaan. David kent tegenslagen maar weet ook waar hij de hulp kan vinden. David vertrouwd op de Heere ook al lijkt hij geen antwoord te krijgen. Hij weet dat de Heere hem hoort. David brengt zijn vragen voor Gods aangezicht. Ook al is de situatie wanhopig. Hij vraagt de Heere hem niet gelijk te stellen met die denken het zelf te kunnen en zo neer dalen in de kuil van de satan. David gaat gebukt onder het Goddelijk oordeel, maar weet dat hij ook in deze situatie mag vertrouwen op zijn Heer. David weet ook dat als hij blijft vertrouwen, hij niet wordt behandeld als de goddelozen. Het zwijgen van God is voor David een grote last. In meerdere psalmen lees je hoe vreselijk het voor David was als hij god net ervoer. Dan houdt hij zijn wanhoop niet voor zichzelf, maar blijft God zoeken. Hij spreekt uit wat hij voelt en smeekt om verhoring. Deze volharding van David mag ook voor ons een voorbeeld zijn. Ook wij mogen blijven bidden om hulp en de Bijbel leert ons dat de Heere geen enkele bidder laat staan en zal helpen als wij met een oprecht hart bij Hem komen. Wat een aanmoediging mag dat voor ons zijn. Ook voor ons wil God een rots zijn.
NBV-21: U, HEER, roep ik aan, mijn rots, houd u niet doof. Als U blijft zwijgen, word ik een dode met de doden in het graf.
BGT: [1] Een lied van David. Ik roep naar u, Heer, want bij u ben ik veilig. Hoor mijn gebed en antwoord mij! Anders sterf ik, dan ga ik naar het land van de dood.
[1] Psalm 143: [7] Verhoor mij spoedig, HEERE, mijn geest bezwijkt; verberg Uw aangezicht niet voor mij, want ik zou aan hen gelijk zijn die in de kuil neerdalen.
[2] Psalm 30: [4] HEERE, U hebt mijn ziel uit het graf opgehaald; U heb mij in het leven behouden, zodat ik in de kuil niet ben neergedaald.