HSV: [27] Maar meteen sprak Jezus hen aan en zei: Heb goede moed, Ik ben het; wees niet bevreesd.
NBV21: [27] Meteen sprak Jezus hen aan: ‘Houd moed! Ik ben het, wees niet bang!’
BGT: [27] Maar Jezus zei: ‘Rustig maar, ik ben het. Jullie hoeven niet bang te zijn.’
Aantekening bij:
Mattheüs 14:27 Ik ben het (Grieks ‘egö eími, letterlijk ‘Ik ben’) herinnert wellicht aan Gods stem uit de brandende doornstruik (Exodus 3:14). Jezus spreekt nu dezelfde woorden en dat stelt de discipelen gerust, want de Heere, hun Verlosser, is mu bij hen (vgl. Jesaje 41:10-13).
De verwijs Bijbel verwijst bij vers 27 naar:
Deuteronomium 31:[7] En Mozes riep Jozua en zei tegen hem voor de ogen van heel Israël: Wees sterk en moedig, want ú zult met dit volk het land binnengaan dat de HEERE hun vaderen gezworen heeft hun te geven; en ú zult het hun in erfbezit laten nemen.
[8] De HEERE nu is het Die voor u uit gaat. Hij zal met u zijn. Hij zal u niet loslaten en u niet verlaten. Wees niet bevreesd en wees niet ontsteld.
Jozua 1:[9] Heb Ik het u niet geboden? Wees sterk en moedig, schrik niet en wees niet ontsteld, want de HEERE, uw God, is met u, overal waar u heen gaat.