HSV: [34] Wij, de priesters, de Levieten en het volk, hebben het lot geworpen over het offer van het hout, om dat naar het huis van onze God te brengen, ingedeeld naar onze families, op vastgestelde tijden, jaar op jaar, om dat te verbranden op het altaar van de HEERE onze God, overeenkomstig wat in de wet beschreven staat.
NBV21: [34] en wel voor het toonbrood, de dagelijkse graan- en brandoffers, voor de offers op sabbat, nieuwemaan en de hoogtijdagen, en voor de heilige gaven, de offers om verzoening voor Israël te bewerken, en voor de overige diensten in de tempel van onze God.
BGT: [34] Daarmee kunnen verschillende dingen betaald worden: de offerbroden die in de tempel liggen, de dagelijkse graanoffers en de dagelijkse offers die helemaal verbrand moeten worden. En ook de offers op sabbat, op het Feest van Nieuwe Maan en op andere feesten. Ook de speciale offers kunnen daarvan betaald worden. Net als de offers waarmee de fouten van het volk goedgemaakt worden.
Aantekening bij:
Nehemia 10:34 offer van het hout. Ook voor deze belasting bestond geen speciale wet, maar dat er hout nodig is, staat wel impliciet in Leviticus 6:12-13; daarom wordt hier gezegd: wat in de wet beschreven staat.
Gods dienst (Uit de vrouwen Bijbel)
Nehemia 10:1, 28-39 Een terugkerende rest van het eens zo grote volk wil zich opnieuw verbinden aan Gods wet en daarmee trouw beloven aan God. Ze pakken de leefregels die God geboden had maar die versloft waren, weer op. Ze voegen er zelfs niet eerder genoemde verplichtingen aan toe in het besef hoeveel God hun waard is. De dienst aan God is niet halfslachtig of karig, maar overvloedig. Blijkt dit ook uit onze toewijding aan God en Zijn huis?