Dagelijks Woord

Dagelijks Woord

Donderdag 21 februari 2019 – Psalmen 42:2-3

Zoals een hert schreeuwt naar de waterstromen, zo schreeuwt mijn ziel tot U, o God! [1]Mijn ziel dorst naar God, naar de levende God. Wanneer zal ik binnengaan om voor Gods aangezicht te verschijnen?

(BGT)  God, ik verlang naar u,zoals een hert verlangt naar helder water.3Met heel mijn hart verlang ik naar u,u bent de God die leven geeft.Wanneer zal ik weer bij u zijn?

Aantekening

Psalm 42 : 2 – 6 >  Mijn ziel dorst naar God.Het lied begint met een aangrijpend uiten van verlangen naar God Zelf, met gebruikmaking van het beeld van dorst:Zoals een hert schreeuwt naar de waterstromen.Voor de gelovigen komt het antwoord op dit verlangen in de openbare eredienst. Dat wordt duidelijk uit het zinsdeel om voor Gods aangezicht te verschijnen(d.w.z. in het heiligdom; vgl. Exodus 23:17) en uit Psalm 42:5 dat de vroegere deelneming aan de eredienst in het heiligdom weer naar voren haalt. De zanger schetst zichzelf als [2]verstoken van deze eredienst en als een voorwerp van spot voor hen die het geloof verachten. De zanger besluit de strofe door zichzelf moed in te spreken: God zal hem terugbrengen in de eredienst. (let erop dat de eerste woorden van vers 7, Mijn God’, behoren bij het refrein.)

Psalm 42 – 43

Terwijl elk van deze psalmen apart kan worden beschouwd, gaan Psalm 42 – 43 samen als een lied met drie [3]strofen. Zij hebben een refrein gemeen (42:6, 12; 43:5); Psalm 43:2 is nagenoeg gelijk aan 42:10; en beide brengen het verlangen onder woorden om terug te keren naar Gods tegenwoordigheid in het heiligdom (Psalm 42:3; 43:3-4). 


[1]  Psalm 63:2

[2]  Verstoken: wil hier zeggen > zonder eredienst zijn, en toch er naar verlangen.

[3]  Strofen: couplet, samenstel ven versregels in bepaald schema dat zich of enige malen herhaalt, óf op zichzelf   een gedicht vormt.