HSV: [1] Loof de HEERE, roep Zijn Naam aan, maak Zijn daden bekend onder de volken.
NBV21: [1] Loof de HEER, roep luid zij naam, maak zijn daden bekend onder de volken,
BGT: [1] Dank de Heer en maak bekend wie hij is! Vertel aan iedereen wat hij gedaan heeft,
Aantekening bij: Psalm 105
Dit is een psalm die Gods trouwe handelen met Zijn volk bezingt, vooral vanuit episoden in de Pentateuch waarin het volk streed met machtige vreemdelingen die hen kwaad zouden kunnen doen: Abimelech (Genesis 20), Potifar (Genesis 39-41), en de farao (Exodus m.n. Exodus 7-17). De toon van Psalm 105 is er een van dankbaarheid (vers 1-6); ieder lid van de zingende gemeente moet erkennen dat hij een erfgenaam en een begunstigde is van al deze grote daden die God heeft verricht, zodat ieder deze oproep om te leven als een lid van Gods heilige volk zal omarmen. Psalm 105 is een ‘historische psalm’ zoals Psalm 78 en 106, Psalm 106 sluit aan bij gebeurtenissen die volgen uit Psalm 105, met de nadruk op Gods geduld met zijn volk wanneer zij ongelovig en opstandig waren. Het thema van het ongeloof van het volk is vanaf Psalm 105 afwezig. Vers 28-36 verteld acht van de tien plagen van Egypte opnieuw, met weglating van de vijfde en de zesde (Exodus 9:1-12). De psalm noemt de negende plaag als eerste Psalm 105:28) en heeft de derde en de vierde in omgekeerde volgorde (vers 31). Het lijdt geen twijfel dat deze psalm voortborduurt op Exodus. Het verschil tussen de twee vertellingen is te wijten aan de verschillende doelstellingen achter de verhalen. Exodus geeft het volledige verhaal, terwijl Psalm 105 zich beperkt tot gebeurtenissen die Gods betrouwbaarheid onderstrepen. Vers 1-15 verschijnt ook in 1 Kronieken 16:8-22, gevolgd door een versie van Psalm 96, met het lied bij het verplaatsen van de ark naar Jeruzalem.