Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

GENESIS 13 : 14 – 17 

DAG 5

LEZEN: GENESIS 13 : 1 – 18 

THEMA: Uit elkaar

(HSV) [14] En de HEERE zei tegen Abram, nadat Lot zich van hem afgescheiden had: Sla toch uw ogen op en kijk vanaf de plaats waar u bent, naar het noorden, het zuiden, het oosten en het westen. [15] [1]Want al het land dat u ziet, zal Ik voor eeuwig aan u en uw nageslacht geven. [16] [2]En Ik zal uw nageslacht maken als het stof van de aarde; als iemand het stof van de aarde zou kunnen tellen, dan zou ook uw nageslacht geteld kunnen worden. [17] Sta op, ga het land door in zijn lengte en in zijn breedte, want Ik zal het u geven.

(BGT) [14] Toen Lot weg was, zei de Heer tegen Abram: ‘Kijk eens goed om je heen, naar het noorden en het zuiden, naar het oosten en het westen.  [15] Al het land dat je ziet, zal ik aan jou en aan je nakomelingen geven. Het zal altijd van jullie zijn.  [16] Ik zal je heel veel nakomelingen geven. Ze zullen ontelbaar zijn, net zoals het zand op aarde ontelbaar is. [17] Je kunt overal heen gaan, want ik zal het land aan jou geven.’

Aantekening

Genesis 13 : 14 – 17  Nog meer dan in Genesis 12:7 beklemtonen de Goddelijke woorden niet alleen de grootte van het land dat Abrams nakomelingen zullen erven, maar ook hoe talrijk ze zullen zijn .als het stof van de aarde (Genesis 13:16) is een van de drie beelden die God gebruikt om het grote aantal nakomelingen dat Abram zal krijgen, te schetsen (vgl. Genesis 15:5; 22:17). In dit stadium heeft Abram nog steeds geen kinderen.

Beloofde land               Genesis 13 : 15             (Uit de Vrouwen Bijbel)

De bezittingen van oom en neef drijven de twee uiteen. Lot kiest het mooiste stuk land, maar wel buiten het Beloofde Land en daarmee buiten de bescherming van God. Dan spreekt God tot Abram. ‘Zie je Abram, dit land geef Ik jou en je nakomelingen.’ Beloofd Land. Abram vertrouwt erop dat God deze belofte waarmaakt, hij bouwt een altaar voor de Heere.


[1]  Genesis 12:[7] Toen verscheen de HEERE aan Abram en zei: Aan uw nageslacht zal Ik dit land geven. Toen bouwde hij daar een altaar voor de HEERE, Die hem verschenen was.

    Genesis 15:[7] Verder zei Hij tegen hem: Ik ben de HEERE, Die u uit Ur van de Chaldeeën geleid heeft, om u dit land te geven om het in bezit te hebben.

     [18] Op die dag sloot de HEERE een verbond met Abram, en zei: Aan uw nageslacht heb Ik dit land gegeven, van de rivier van Egypte af tot aan de grote rivier, de rivier de Eufraat:

    Genesis 17:[8] Ik zal aan u en uw nageslacht na u het land waar u vreemdeling bent, heel het land Kanaän, als eeuwig bezit geven. Ik zal hun tot een God zijn.

    Genesis 26:[4] Ik zal uw nageslacht zo talrijk maken als de sterren aan de hemel en uw nageslacht al deze landen geven. In uw Nageslacht zullen alle volken van de aarde gezegend worden,

    Deuteronomium 34:[4] En de HEERE zei tegen hem: Dit is het land waarvan Ik Abraham, Izak en Jakob gezworen heb: Aan uw nageslacht zal Ik het geven. Ik heb het u met uw eigen ogen laten zien, maar u mag daarheen niet oversteken.

    Handelingen 7:[5] Maar Hij gaf hem daarin geen erfdeel, zelfs geen voetstap; en Hij beloofde hem, toen hij nog geen kind had, dat Hij dat land aan hem en na hem aan zijn nageslacht in bezit geven zou.

   Verwijzing uit de verwijs Bijbel: Handelingen 13:[26] Mannenbroeders, kinderen van het geslacht van Abraham, en wie onder u God vrezen, tot u is het woord van deze zaligheid gezonden.

     [27] Want de inwoners van Jeruzalem en hun leiders, die Hem niet kenden, hebben door Hem te veroordelen de uitspraken van de profeten vervuld, die iedere sabbat voorgelezen worden.

     [28] En hoewel zij geen reden voor Zijn dood vonden, vroegen zij Pilatus Hem te laten doden.

     [29] En toen zij alles volbracht hadden wat er over Hem geschreven was, namen zij Hem van het hout af en legden Hem in het graf.

     [30] Maar God heeft Hem uit de doden opgewekt;

     [31] en Hij is gedurende vele dagen verschenen aan hen die met Hem opgegaan waren van Galilea naar Jeruzalem en die nu Zijn getuigen zijn bij het volk.

     [32] En wij verkondigen u de belofte die aan de vaderen gedaan is, namelijk dat God die vervuld heeft aan ons, hun kinderen, door Jezus te verwekken,

[2]  Genesis 15:[5] Toen leidde Hij hem naar buiten en zei: Kijk toch naar de hemel en tel de sterren, als u ze kunt tellen. En Hij zei tegen hem: Zo talrijk zal uw nageslacht zijn.

   Genesis 17:[4] Wat Mij betreft, zie, Mijn verbond is met u! U zult vader worden van een menigte volken.

   Deuteronomium 10:[22] Met zeventig zielen trokken uw vaderen naar Egypte, en nu heeft de HEERE, uw God, u zo talrijk gemaakt als de sterren aan de hemel.

   Jeremia 33:[22] Zoals het leger aan de hemel niet geteld en het zand van de zee niet gemeten kan worden, zo talrijk zal Ik het nageslacht van Mijn dienaar David maken, en de Levieten, die Mij dienen.

   Romeinen 4:[17] zoals geschreven staat: Ik heb u tot een vader van vele volken gemaakt. Dit was hij tegenover Hem in Wie hij geloofd heeft, namelijk God, Die de doden levend maakt, en de dingen die niet zijn, roept alsof zij er waren.

     [18] En hij heeft tegen alles in gehoopt en geloofd dat hij een vader van vele volken zou worden, overeenkomstig wat gezegd was: Zo zal uw nageslacht zijn.

   Hebreeën 11:[12] Daarom zijn er zelfs uit één man en dat uit iemand wiens kracht al gestorven was, zovelen geboren als de sterren van de hemel in menigte en als het zand op het strand van de zee, dat niet te tellen is.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *