Tekst van de Dag

Tekst van de dag      Verdediging

Lezen: Zacharia 9 : 1 – 8    

Zaterdag 4 Juli 2020                           Zacharia 9 : 8

Ik zal Mij als een wacht rond Mijn huis legeren, vanwege het leger dat heen en weer trekt, zodat geen onderdrukker meer tegen hen optrekt. Nu heb Ik het immers met eigen ogen gezien!

(BGT) De Heer zal zelf zijn volk beschermen. Er komen geen vreemde legers meer in het land, en het volk wordt niet meer onderdrukt. De Heer zal daar zelf voor zorgen.

Inleiding op:       Zacharia

De profeet Zacharia was priester, zoon van Berechja en kleinzoon van Iddo. Hij behoorde tot een vooraanstaande priesterfamilie, die rond 538 voor Christus met Zerubbabel uit Babel was teruggekeerd (Nehemia 12:4). Zacharia begon zijn dienst in 520 voor Christus, kort nadat Haggaï was begonnen met profeteren. Er zijn veel overeenkomsten tussen Haggaï en Zacharia 1-8. Beide profeten geven geen exacte data voor hun Godsspraken en verwijzen naar de behoefte om de tempel te herbouwen. Ook geven ze allebei de verzekering dat God Zijn volk wil zegenen om zijn trouw. Zacharia 9-14 verschilt in stijl en inhoud van de eerdere hoofdstukken, en lijkt meer op het latere boek Maleachi. Sommige geleerden zij dan ook van mening dat dit deel geschreven werd door een andere auteur in een andere tijd. Maar de aanwijzing in de tekst kunnen evengoed zo worden verklaard dat Zacharia zelf deze hoofdstukken een flinke tijd later schreef, misschien in de 5e eeuw voor Christus, toen andere behoeften ontstonden in de gemeenschap van Gods volk.

Aantekening

Zacharia 9 : 1 – 8  >  De Goddelijke Strijder komt. last (vers 1) is een technische term voor Godsspraken (zie Zacharia 12:1; Maleachi 1:1). Zoals in Zacharia 1:12 gaat het over de heidenvolken die ten onrechte in rust leven en nu het onderwerp van Gods oordeel zullen worden. De Godsspraak begint met Chadrach (Zacharia 9:1), een gebied in Noord-Syrië, waarin Damascus ligt en het aangrenzende Hamath (vers 2). Daarna gaar het zuidwaarts langs de kust door Tyrus en Sydon (vers 2) naar vier van de vijf Filistijnse steden: Askelon, Gaza, Ekron (vers 5) en Asdod (vers 6). Ondanks al zijn natuurlijke bronnen zal deze hele regio het vurige oordeel van God ondergaan en troosteloos achterblijven. Maar zelfs na de verwoesting van deze heidenvolken zal een deel overblijven (vers 7), het te boven komen, zich aan de Heere hechten en deel uitmaken van Zijn volk (zie Zacharia 8:22-23). Op deze manier zal de Heere alle toekomstige gevaren voor de vrede en veiligheid van Zijn huis(Zacharia 9:8) en Zijn volk uit de weg ruimen. Zij hoeven niet langer te vrezen dat een onderdrukker(vers 8) zal binnenvallen vanuit het noorden, zoals in het verleden zo vaak gebeurd is.

Zacharia 9 : 8  >  Nu heb ik het immers met eigen ogen gezien! De Heere heeft nu de oprechte droefheid van Zijn volk gezien en Hij zal hen verlossen. Het noemen van ‘ogen’ verbindt het eind van deze Godsspraak met het begin, waar het ‘oog’ van de Heere genoemd werd (vers 1). 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *