Tekst van de dag Veiligheidsmaatregel
Lezen: Mattheüs 27 : 57 – 66
Zaterdag 11 – April – 2020 Mattheüs 27 : 60 en 66
| 60 [1]en legde het in zijn nieuwe graf, dat hij in de rots uitgehakt had; en nadat hij een grote steen voor de ingang van het graf gewenteld had, ging hij weg. |
| 66Zij gingen erheen en beveiligden het graf met de wacht, nadat zij de steen verzegeld hadden. (BGT) 60Daarna legde hij het in een graf dat nog niet gebruikt was. Josef had dat graf voor zichzelf in een rots laten uithakken. Josef rolde een grote steen voor de ingang van het graf. Toen ging hij weg. 66De priesters en de farizeeën gingen naar het graf. Ze zorgden ervoor dat niemand het graf zomaar kon openmaken. En ze gaven de soldaten opdracht om voor het graf te blijven staan. Aantekening Mattheüs 27 : 57 – 60 > Jozef was lid van het sanhedrin maar stemde niet in met hoe ze Jezus behandelden (Lukas 23:50-51). Hij had een hoge positie in de Joodse gemeenschap en daardoor toegang tot Pilatus. Het is niet zeker waar Arimathea ligt, misschien is het Ramathaim in het heuvelgebied van Efraïm, 30 km ten noordwesten van Jeruzalem. vroeg om het lichaam van Jezus. De Joodse traditie vereiste dat een gekruisigd lichaam vóór de avond van het kruis afgenomen moest worden, zeker voor de sabbat, die op vrijdag met zonsondergang begon. nieuw graf. Een rechthoekige ruimte in de rotsen uitgehouwen. Door een lage ingang kwam men in het graf dat werd afgesloten met een steen, die men ervoor kon rollen om het lichaam te beschermen tegen wilde dieren. Hiermee ging Jesaja 53:9 in vervulling. Mattheüs 27 : 65 – 66 > wacht. Dezelfde Romeinse militaire wacht die de tempel moest beveiligen. |
[1] Markus 15:46; Lukas 23:53