Tekst van de Dag

Tekst van de dag      Door een diep dal

Maandag 30 – Maart – 2020          Psalm 130 : 1 – 2

Lezen:  Psalm 130

Uit de diepten roep ik tot U, o HEERE; Heere, hoor naar mijn stem. Laat Uw oren opmerkzaam zijn op mijn luide smeekbeden.

(BGT) Ik ben wanhopig, Heer! Daarom roep ik naar u. Heer, hoor mijn stem, luister naar mij, hoor hoe ik smeek!

(Uit de Friesche Bijbel) Ut ’e djipte wei rop ik Jo, Heare. Hear, harkje nei myn stim. Lit jo earen dochs acht jaan op myn lûd smeekjen.

Aantekening

Psalm 130  >  Dit is een persoonlijke klaagzang die boetedoening en vertrouwen op Gods genade tot uitdrukking brengt. (Andere boetpsalmen zijn Psalm 6; 32; 38; 51; 102; 143.) Het element van boetedoening wordt aangevoerd om de vromen te helpen zichzelf te zien als mensen die vergeving hebben ontvangen, wier enige recht om in Gods nabijheid te komen, ligt in Zijn genade.

Psalm 130 : 1 – 2  >  Heere, hoor mij smeken om genade! De Psalm klimt uit de diepten van ellende over de zonde, naar de schuldbelijdenis (Psalm 130:3-4), naar hoop (Psalm 130:5-6) en zekerheid (Psalm 130:7-8). De toon is dringend, en het onderwerp is mijn smeekbeden.

Psalm 130 : 3 – 4  >  Maar bij U is vergeving. Het lied erkent dat als God op de ongerechtigheden let (alsof Hij ze bijhield in een aantekeningenboek), niemand, zelfs geen gelovigen die dit zingen, kon bestaan. Maar bij de Heere is vergeving: God belooft dat aan Zijn volk dat in geloof tot Hem komt (vgl. Psalm 86:5; 103:3; Nehemia 9:17; Daniël 9:9), opdat Hij gevreesd wordt (d.w.z. geprezen en gediend in liefdevolle eerbied). 

Psalm 130 : 5 – 8  >  Ik wacht ernstig tot de Heere mij hoort. De vrome zingt nu: Ik verwacht de Heere, en ik hoop op Zijn woord, waarschijnlijk specifiek op Zijn woord van vergeving, samen met de zondoffers die daarbij horen (vgl. Leviticus 4:21). Dit wachten groeit uit tot zekerheid, waarmee elke zanger alle anderen uitnodigt om te hopen op de Heere, bij Wie goedertierenheid en veel verlossingis. De Heere is het Die Israël zal verlossen van al zijn ongerechtigheden, d.w.z. hen bevrijden van de straf die hun ongerechtigheden verdienen (over ‘verlossen’, zie aantekening bij Psalm 25:22). Het ideale Israël is een volk waarin ieder lid volmondig zijn of haar afhankelijkheid van Gods barmhartigheid en genade erkent.

Uit de diepten                       Psalm 130:1                 (Uit de Vrouwen Bijbel)

Een geliefde psalm en voor velen herkenbaar. De diepten in ons levensverhaal, en óók het roepen vanuit de diepten. Ook de diepten van onze schuld. Maar er is ook opstanding. ‘Mijn ziel wacht op de Heere, meer dan wachters op de morgen’ (vers 6)

Aantekening bij Psalm 25 : 22 O God, verlos Israël uit al zijn benauwdheden.  >  Gebed voor heel het volk. ‘Verlossen’ brengt doorgaans de gedachte van redding en bescherming over, speciaal wanneer Israël het onderwerp is (bv. Psalm 44:27; 111:9; 130:7-8) of een trouwe gelovige (bv. Psalm 34:23; 55:19; 71:23). Op enkele plaatsen (hoewel hier niet) voedt het de gedachte van hert vrijkopen door een plaatsvervanger of een losprijs (bv. Exodus 13:13; Leviticus 27:29).   

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *