Tekst van de Dag

Tekst van de dag      Ja, maar …

Maandag  2 – Maart – 2020           Exodus 3 : 13

Lezen:  Exodus 3 : 11 – 22

En Mozes zei tegen God: Zie, wanneer ik bij de Israëlieten kom en tegen hen zeg: De God van uw vaderen heeft mij naar u toe gezonden, en zij mij zeggen: Wat is Zijn Naam? Wat moet ik dan tegen hen zeggen?

(BGT) Mozes zei: ‘Ik moet dus tegen de Israëlieten zeggen dat de God van hun voorouders mij gestuurd heeft. Maar wat moet ik zeggen als ze vragen hoe die God heet?’

Aantekening

Exodus 3 : 13  >  Wat is Zijn Naam? Gezien het veelgodendom in en om Egypte was het noodzakelijk om te weten of de God van uw vaderen de enige ware God was. In oude culturen betekende het kennen van iemands naam ook dat je tevens iets essentieels van die persoon wist. Dat Mozes blijkbaar niet met Gods Naam vertrouwd was, wil niet zeggen dat deze vóór Mozes onbekend was (zie bv. Genesis 4:26; 9:26; 12:8; 26:25; 28:16; 30:27; vgl. Exodus 3:15). Het kan zijn dat deze Naam in de eeuwen van slavernij in onbruik is geraakt, of dat hij vóór deze tijd weinig is gebruikt en niet ten volle begrepen (zie verder aantekening bij Exodus 6:1-7 en 6:2-7).

Tekst verwijzing Exodus 6 : 1 – 7  >  Ik ben de Heere. Gods herhaalde verzekering van Wie Hij is en dat Hij met Israël is (Exodus 6:1, 5, 7) bepaalt de opdracht aan Mozes en benadrukt wat de plagen voor Israël betekenen. Dezelfde God de Almachtige die met Abraham, Izak en Jakob een verbond heeft gesloten (Exodus 6:2-3), is nu aan het woord. Hij heeft Israëls gekerm gehoord en aan Zijn verbond gedacht (Exodus 6:4). Hij is Degene Die Zich aan Mozes heeft geopenbaard (zie Exodus 3:14-15), Hij zal hen naar het land brengen dat Hij aan hun vaders heeft beloofd (Exodus 6:5-7). Zie wat betreft het accent op Gods trouw de uitspraak ‘Ik zal met u zijn’ in Exodus 3:12, en aantekening bij Exodus 3:14.

Tekst verwijzing Exodus 3 : 14  >  IK BEN DIE IK BEN. Als antwoord op Mozes’ vraag ‘Wat is Zijn Naam?’ (vers 13) noemt God de Naam ‘Jahweh’ (bestaande uit de vier Hebreeuwse JHWH). In vers 14 komt ‘IK BEN’ driemaal voor als vorm van het werkwoord ‘zijn’ (bebreeuws hajah) en in samenhang met de Godsnaam Jahweh (de Heere, zie aantekening bij vers 15). Bij de betekenis van de Godsnaam Jahweh denken deskundigen aan verschillende nuances. (1) God bestaat als zodanig, onafhankelijk van iets anders; (2) God is Schepper van alles en Hij onderhoudt het; (3) God is onveranderlijk van wezen en karakter en wordt nooit anders dan Wat Hij nu is (vgl. Hebreeën 13:8 ‘gisteren en heden Dezelfde en tot in eeuwigheid’); (4) God is eeuwig. Alle nuances zijn waar, maar hier valt het accent op Gods belofte om Mozes en Zijn volk te zijn. De Hebreeuwse woordvorm ‘ehjeh (‘ik ben’) kan ook betekenen ‘ik zal zijn’ (zie de Statenvertaling). Gezien het verband (zie Exodus 3:12 ‘Ik zal met u zijn’) moet de Naam Jahweh (‘de Heere’) voor Zijn volk aanleiding zijn om te denken aan Gods beloften aan hen en aan Zijn hulp om hun roeping te vervullen. In al deze gevallen onthult de Eigennaam van God iets wezenlijks van Zijn eigenschappen en karakter. 

Tekst verwijzing Exodus 6 : 2 – 7  >  Ik ben … verschenen. God is aan Abraham, Izak en Jakob verschenen (zie bv. Genesis 24:3, 7, 12; 26:22; 27:27; 28:21). maar met Mijn Naam Heere ben Ik hun niet bekend geweest. Sommigen nemen op grond hiervan aan dat de aartsvaders de Naam Jahweh niet hebben gekend. Maar waarschijnlijk moeten we deze uitspraak zo opvatten dat de aartsvaders de wezenlijke inhoud van de Naam ‘Heere” als uitdrukking van Gods wezen nog niet hebben begrepen en ervaren. Pas aan Mozes is die geopenbaard bij de brandende doornstruik (zie Exodus 3:1-22). Toen ging Gods openbaring veel dieper, doordat Hij Mozes de belofte gaf: ‘Ik zal met u zijn’, en hem de betekenis onthulde van Zijn verbondsidentiteit als IK BEN DIE IK BEN (Exodus 3:12-15). Hier (Exodus 6:5-7) bevestigt Hij de beloften aan Zijn volk en Zijn verbondsidentiteit met meerdere uitspraken, waaronder driemaal dat Hij de Heere is, de God van het verbond Die met macht zal ingrijpen voor Zijn volk: ‘Ik zal u uitleiden’ (Exodus 6:5); ‘Ik zal u redden’ (Exodus 6:5); ‘en u verlossen’ (Exodus 6:5); ‘Ik zal u tot Mijn volk aannemen’ (Exodus 6:6); ‘Ik zal u brengen in het land’ (Exodus 6:7); ‘Ik zal het u in erfelijk bezit geven’ (Exodus 6:7).

Sterk zijn in tegenstand         Exodus 3 : 11 – 22        (Uit de Vrouwen Bijbel)

Mozes wil niet naar de farao gezonden worden. Hij is bang. ‘Wie ben ik om dat te doen?’ zegt hij. Is dat herkenbaar? Hoe vaak word jij belemmerd door angst voor mensen om te doen wat God van je vraagt? IK BEN is de God Die riep en nog steeds roept. Mensen kunnen dan, net als de farao, tegenwerken, maar in de kracht van God Die je zendt, kun je sterk zijn in moeilijke situaties. 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *