Dagelijks Woord
Donderdag 21 november 2019 – Genesis 3:8-9
En zij hoorden de stem van de HEERE God, Die in de hof wandelde, bij de wind in de namiddag. Toen verborgen Adam en zijn vrouw zich voor het aangezicht van de HEERE God te midden van de bomen in de hof. En de HEERE God riep Adam en zei tegen hem: Waar bent u?
(BGT) Aan het eind van de middag begon er een frisse wind te waaien. God liep door de tuin. Toen de man en de vrouw hem hoorden, verstopten ze zich tussen de bomen. Maar God riep de mens: ‘Waar ben je?’
Aantekening
Genesis 3 : 9 > de Heere God riep Adam … Waar bent u? Zowel ‘Adam’ als ‘u’ zijn enkelvoud in het Hebreeuws. God spreekt Adam, die Hij in eerste instantie verantwoordelijk houdt voor wat er gebeurde, als eerste aan. Hij is immers de vertegenwoordiger (of het hoofd) van de relatie man-vrouw, zoals opgericht vóór de val.