Ik riep tot de HEERE in mijn benauwdheid, en Hij verhoorde mij.
(BGT) Ik roep naar de Heer, want hij geeft mij antwoord als ik in nood ben.
Aantekening
Psalm 120 : 1 > riep … verhoorde. Dit woordpaar brengt de gebedssituatie goed onder woorden: de gelovige roept en verwacht dat God verhoort. Vgl. Psalm 3:5; 4:2; 17:6; 20:10; 27:7; 86:7; 91:5; 99:6; 102:3; 118:5; 119:145; 138:3; Jesaja 58:9; 65:24; Jeremia 33:3; Zacharia 13:9.
Overdenking
Psalm 120 is het begin van de ‘Pelgrimsliederen’, we vinden deze in het boek Psalmen (120 – 134). Boven deze Psalm staat ‘Gebed om bescherming’ en als we deze psalm lezen merken we dat het persoonlijke klaagzang is, gezongen door iemand die buiten Israël woonde (vers 6). Het gaat hier om woorden van bedrog en aanvallen van machtige tegenstander. Hij verblijft al een lange tijd onder de mensen die de vrede haten. Terwijl naar vrede verlangt, maar als hij daarover spreekt voeren zij oorlog. Maar deze psalm begint met de woorden, ik riep tot de Heere. En wat is het mooi dat we lezen, dat het niet voor niets was. Want dit 1ste vers sluit af met de woorden, en Hij verhoorde mij. Hieruit blijkt dat de Heere onze God toen en nu altijd naar ons luistert. Wij mogen erop vertrouwen als we Hem aanroepen, dat hij luistert en ons helpt, op de manier wat voor ons goed is.