Dagelijks Woord

Dagelijks Woord

Woensdag 16 oktober 2019 – Jakobus 1:25

[1]Hij echter die zich in de volmaakte wet verdiept, die van de vrijheid, en daarbij blijft, die zal, omdat hij niet een vergeetachtig hoorder geworden is, maar een dader van het werk, zalig zijn in wat hij doet.

(BGT) Je moet je altijd laten leiden door Gods wet. Want die wet is volmaakt, en geeft je vrijheid. Je moet niet alleen maar naar Gods wet luisteren, en Gods woorden meteen weer vergeten. Nee, je moet ook doen wat God van je vraagt. Dan zul je gelukkig zijn!

Aantekening

Jakobus 1 : 22 – 25  >  Daders van het Woord. Horen van het Woord zonder in actie te komen, is zelfbedrog. Horen dat overgaat in het doen van het Woord is een zegen.

Jakobus 1 : 25  >  wet … van de vrijheid (vgl Jakobus 2:12). Jakobus gebruikt de ‘wet’ en het ‘Woord’ als twee verschillende manieren om dezelfde werkelijkheid te beschrijven, in 1:18 is het ‘Woord van de waarheid’ het Evangelie van Christus. Hier verwijst de ‘wet’ naar de oudtestamentische wet, zoals die is uitgelegd door en vervuld in Christus. De oudtestamentische wet was ‘heilig en rechtvaardig en goed’ (Romeinen 7:12), maar bezat geen kracht om zondige mensen in staat te stellen eraan te voldoen. Paulus spreekt daarover, als hij zegt dat de oudtestamentische wet het volk van God niet bevrijdt, maar hen tot slaven maakt (Galaten 3:10-4:7; vgl. Romeinen 2:1-3:20; 5:20; 6:14-15; 7:1-25). Als de wet samengaat met het Woord van het Evangelie en de kracht van de Heilige Geest om harten te veranderen, is het een wet van de ‘vrijheid’. Zie ook aantekeningen bij Jakobus 2:12.

Jakobus 2 : 12   >   de wet van de vrijheid. Ware vrijheid is de vrijheid om God te gehoorzamen en te doen wat Hem welgevallig is. Met Christus zijn wij ‘gestorven aan dat waaraan wij vastgebonden zaten’ en ‘ontslagen van de wet’. Zo biedt de wet van Christus vrijheid van zonde door het Evangelie, ‘zodat wij in nieuwheid van Geest dienen’ (Romeinen 7:6). In het kader van de discussie van Jakobus over arm en rijk (Jakobus 2:1-7) kan hij er mogelijk ook op wijzen dat Gods wet de armen zal bevrijden van vooroordeel, onderdrukking en uitbuiting. Iedere christen zal door God geoordeeldworden (1 Korinthe 3:12-15; 2 Korinthe 5:10; 1 Petrus 1:17).

Kern

Jakobus schrijft een heel praktische brief. Zeker is het goed het Woord van God te horen. Maar wat jammer, als het bij het horen blijft! Bij horen hoort doen. Het gehoorzaam leven, elke dag weer (Jakobus 1:19-27). Dat is nog steeds iets om op te letten. Misschien hoor je graag preken. Mogelijk loop je graag bijbelstudies en conferenties af. Daar is op zich niets mis mee! Maar wat doet het Woord met je? Brengt het ook tot doen? De vraag is of het je brengt tot navolging van Christus, ook in de ‘gewone’ dingen van het leven.

Hiermee hangt iets anders samen. Hoe wordt een mens gered? Het juiste antwoord lijkt duidelijk. Dat is: door het volbrachte werk van de Heere Jezus. Door Zijn leven, Zijn lijden en dood. Onze eigen prestaties tellen niet. Slechts één prestatie telt: die van de Heere Jezus. Jakobus lijkt daartegenin te gaan. Hij zegt: ‘Zo is ook het geloof als het geen werken heeft, in zichzelf dood’ (Jakobus 2:17). Nog sterker: ‘U ziet dus nu dat een mens uit werken gerechtvaardigd wordt en niet alleen uit geloof’ (Jakobus 2:24). Zijn je eigen prestaties toch nodig om in de hemel te komen? Dat is niet wat Jakobus bedoelt. Een vergelijking kan helpen. Stel: ik heb een appelboom geplant. Maar ik zie nooit appels aan die boom. Dan is er iets goed mis. Dan is die boom waarschijnlijk niet in orde, misschien wel bezig om dood te gaan. Zo is het ook met het geloof. Aan de boom van het geloof horen vruchten te hangen. Vruchten van goede daden. Die tonen aan dat het geloof gezond is. Dat wil zeggen: dat je geloof werkelijk geloof in Jezus Christus is. Ontbreken deze vruchten helemaal? Dan is het goed mis met het geloof. Waarschijnlijk leeft het dan niet. En geloof dat niet leeft, is geen geloof in Christus, waardoor wij als rechtvaardigen gerekend worden. Het gaat dus inderdaad om onze ‘werken’, ons gedrag. Niet als grond voor ons behoud of als deel daarvan, maar omdat ze laten zien of we werkelijk in geloof en liefde verbonden zijn aan Christus.

Jakobus spreekt ook over de kracht van het gebed. ‘Een krachtig gebed van een rechtvaardige brengt veel tot stand’ (Jakobus 5:16b). Dat gebed moet er zijn. Ook in de gemeente. Ook rond het ziekbed van een christen (Jakobus 5:14-15). De vraag is hoeveel wij verwachten van gebed. Ook laat Jakobus in hoofdstuk 5 merken hoe belangrijk de onderlinge band in de gemeente is.


[1]  Mattheüs 5:19