Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

LUKAS 1 : 46 – 56       

DAG 334

LEZEN: LUKAS 1 : 39 – 56

THEMA: Magnificat

(HSV) [46] En Maria zei: Mijn ziel maakt de Heere groot, [47] en mijn geest verheugt zich in God, mijn Zaligmaker, [48] omdat Hij heeft omgezien naar de nederige staat van Zijn dienares. Want zie, van nu aan zullen alle geslachten mij zalig spreken, [49] want Hij Die machtig is, heeft grote dingen aan mij gedaan en heilig is Zijn Naam. [50] En Zijn barmhartigheid is van geslacht tot geslacht over hen die Hem vrezen. [51] Hij heeft een krachtig werk gedaan door Zijn arm. Hij heeft hen die hoogmoedig zijn in de gedachten van hun hart, uiteengedreven. [52] Hij heeft machtigen van de troon gestoten en nederigen heeft Hij verhoogd. [53] Hongerigen heeft Hij met goede gaven verzadigd en rijken heeft Hij met lege handen weggezonden. [54] Hij heeft het opgenomen voor Israël, Zijn knecht, door aan Zijn barmhartigheid te denken, [55] zoals Hij gesproken heeft tot onze vaderen, tot Abraham en zijn nageslacht, tot in eeuwigheid. [56] En Maria bleef ongeveer drie maanden bij haar en keerde terug naar haar huis.          

(NBV21) [46] Maria zei: ‘Mijn ziel prijst en looft de Heer, [47] mijn hart juicht om God, mijn redder: [48] Hij heeft oog gehad voor mij, zijn minste dienares. Alle geslachten zullen mij voortaan gelukkig prijzen, [49] ja, grote dingen heeft de Machtige voor mij gedaan, heilig is zijn naam. [50] Barmhartig is Hij, van geslacht op geslacht, voor al wie Hem vereert. [51] Hij toont zijn macht en de kracht van zijn arm en drijft uiteen wie zich verheven wane [52] heersers stoot Hij van hun troon en wie gering is geeft Hij aanzien. [53] Wie honger heeft overlaadt Hij met gaven, maar rijken stuurt Hij weg met lege handen. [54-55] Hij trekt zich het lot aan van Israël, zijn dienaar, zoals Hij aan onze voorouders heeft beloofd: Hij herinnert zich zijn barmhartigheid jegens Abraham en zijn nageslacht, tot in eeuwigheid.’ [56] Maria bleef ongeveer drie maanden bij haar, en ging toen terug naar huis.

(BGT) [46] Toen zei Maria: ‘Ik geef alle eer aan God. [47] Ik juich voor hem, hij is mijn redder. [48] Hij koos mij uit, mij, een heel gewoon meisje. Nu zal iedereen over mij zeggen: ‘Zij is gezegend.’ [49] Want God, die machtig is en heilig, heeft iets geweldigs met mij gedaan. [50] Aan mensen die naar hem luisteren, geeft hij zijn liefde, nu en altijd. [51] God heeft zijn kracht laten zien: Trotse mensen jaagt hij weg, [52] en koningen pakt hij hun macht af. Maar gewone mensen maakt hij belangrijk. [53] Arme mensen geeft hij veel, maar rijke mensen krijgen niets. [54] God is zijn liefde voor Israël niet vergeten. Daarom helpt hij zijn volk. [55] Dat had hij al beloofd aan onze voorouders, aan Abraham en aan iedereen die na hem kwam.’ [56] Maria bleef drie maanden bij Elisabet. Daarna ging ze terug naar huis. 

Aantekening

Lukas 1 : 46 – 55  Maria’s lofzang is de eeuwen door het ‘Magnificat’ genoemd, naar het eerste woord, magnificat, in de Latijnse vertaling, de Vulgata. Het Magnificat is de eerste van de drie lofzangen in hoofdstuk 1-2; de beide anderen (resp. Lukas 1:68-79 en 2:29-32) heten om dezelfde reden ‘Benedictus’ en ‘Nunc dimittis’.

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

LUKAS 1 : 26 – 28      

DAG 333

LEZEN: LUKAS 1 : 26 – 38

THEMA: in gezegende omstandigheden 

(HSV) [26] In de zesde maand werd de engel Gabriël door God gezonden naar een stad in Galilea, waarvan de naam Nazareth was, [27] [1]naar een maagd die ondertrouwd was met een man, van wie de naam Jozef was, uit het huis van David; en de naam van de maagd was Maria. [28] En toen de engel bij haar binnengekomen was, zei hij: Wees gegroet, begenadigde. De Heere is met u. U bent gezegend onder de vrouwen.         

(NBV21) [26] In de zesde maand zond God de engel Gabriël naar de stad Nazaret in Galilea,  [27] naar een meisje dat was uitgehuwelijkt aan een man die Jozef heette, een afstammeling van David. Ze heette Maria en ze was nog maagd.  [28] Gabriël ging haar huis binnen en zei: ‘Gegroet Maria, je bent begenadigd, de Heer is met je.’

(BGT) [26] God stuurde de engel Gabriël naar Nazaret, een stad in Galilea. Elisabet was toen zes maanden zwanger.  [27-28] De engel ging naar Maria, een jonge vrouw die zou gaan trouwen met Jozef. Jozef kwam uit de familie van koning David. De engel zei tegen Maria: ‘Ik groet je, Maria. God heeft jou uitgekozen. Hij zal bij je zijn.’  

Aantekening

Lukas 1 : 26  zesde maandDe zesde maand van de zwangerschap van Elizabeth (vers 24). Lukas noemt Nazareth … een stad in Galilea, blijkbaar omdat hij verwacht dat zijn aanstaande lezers niet uit het Joodse land komen en de ligging van de stad niet kennen (vgl. Lukas 4:31). Bij opgravingen in Nazareth zijn graven, perskuipen voor olijven, bronnen en kelders voor opslag van wijn en olie blootgelegd. Daaruit blijkt dat het een kleine landbouwnederzetting was. Het lag aan de hoofdweg van het nabijgelegen Sepphoris naar Samaria. De huidige Annunciatiekerk is gebouwd op de resten van een eerdere vroeg-Byzantijnse kerk met kelders (gedeeltelijk ondergronds, uit de 4e eeuw of mogelijk eerder), ter nagedachtenis aan het leven van de jonge Jezus en het gezin waartoe Hij behoorde.

Lukas 1 : 27  maagd heeft betrekking op Maria vóór de conceptie en gedurende haar zwangerschap (Mattheüs 1:25). Ondertrouwd. Wettelijke verbintenis, alleen te verbreken door een officiële scheiding (Mattheüs 1:19). Jozef stamde af van David (vgl. Mattheüs 1:16, 20; Lukas 1:32-33; 2:4; 3:23-38).

Aankondiging              Lukas 1:26          (Uit de Mannen Bijbel)

Zoals op zoveel plaatsen waar iets bijzonders is gebeurd, is ook boven de plek waar Maria de engel zou hebben ontmoet een kerk gebouwd. Verschillende kerken vieren deze annunciatie op 25 maart.  


[1]  Mattheüs 1:[18] De geboorte van Jezus Christus was nu als volgt. Terwijl Maria, Zijn moeder, met Jozef in ondertrouw was, bleek zij, nog voordat zij samengekomen waren, zwanger te zijn uit de Heilige Geest.

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

LUKAS 1 : 22     

DAG 332

LEZEN: LUKAS 1 : 1 – 25     

THEMA: Priesterzegen  

(HSV) [22] Toen hij naar buiten kwam, kon hij niet tot hen spreken. Zij begrepen dat hij een verschijning in de tempel gezien had. Hij wenkte hun toe en bleef stom.        

(NBV21) [22] Maar toen hij naar buiten kwam, kon hij niets tegen hen zeggen. Ze begrepen dat hij in het heiligdom een visioen had gezien; hij maakte gebaren tegen hen, maar spreken kon hij niet.          

(BGT) [22] Eindelijk kwam Zacharias naar buiten. Maar hij kon niet meer praten. Hij kon alleen maar gebaren maken met zijn handen. Toen begrepen de mensen dat hij in de tempel iets bijzonders meegemaakt had.       

Aantekening

Lukas 1 : 22  stom. Het Griekse woord köphos kan, afhankelijk van het verband, ‘stom’ betekenen of ‘doof’, en naar het lijkt ook beide tegelijk (zie aantekening bij Lukas 1:62-63).

Aantekening bij Lukas 1:62-63: zij gebaarden naar zijn vader. Blijkbaar was Zacharias niet alleen stom maar ook doof, anders hadden ze het hem wel gewoon gevraagd (zie aantekening bij Lukas 1:22). Ze ‘verwonderden’ zich ook (vers 63) omdat hij dezelfde naam koos als Elizabet, iets wat niet verwonderlijk zou zijn geweest als hij het haar had kunnenhoren zeggen. Zacharias bevestigde de keus van Elizabet op een schrijftafeltje, een met was bestreken plankje.

Twijfel                       Lukas 1:1-22             (Uit de Vrouwen Bijbel)

Twijfel jij ook weleens aan Gods beloften? Het overkomt Zacharias, een oprecht gelovig man, in dienst van de Heere. De boodschap van de engel gaat hem ver boven zijn pet, dat kan hij gewoon niet geloven … Nu wordt hem het zwijgen opgelegd, maar straks zingt hij Gods lof. Want God volvoert Zijn plan, of wij dat nu geloven of niet.

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

ZEFANJA 2 : 6 – 7     

DAG 331

LEZEN: ZEFANJA 2 : 4 – 15     

THEMA: Hoop voor Gods volk  

(HSV) [6] Het gebied aan de zee zal worden tot weiden met putten voor herders en kooien voor kleinvee. [7] En het gebied zal zijn voor het overblijfsel van het huis van Juda,  zodat zij daarin zullen weiden. ’s Avonds zullen zij in de huizen van Askelon neerliggen, want de HEERE, hun God, zal naar hen omzien en een omkeer in hun gevangenschap brengen.      

(NBV21) [6] De kustvlakte wordt grasland, met weidegrond voor herders en kooien voor schapen en geiten.  [7] Het gebied zal toevallen aan wie er van Juda overblijven. Zij zullen daar weiden en ’s avonds rusten in de huizen van Askelon, want de HEER, hun God, zal naar hen omzien en hun lot ten goede keren.         

(BGT) [6-7] In het land van de Filistijnen groeit dan alleen nog maar gras. Hun land is dan voor de mensen uit Juda die nog in leven zijn. Die laten er hun dieren eten, en er staan schuren voor de schapen en de geiten. En zelf zullen ze ’s avonds gaan slapen in de huizen van Askelon. Want de Heer zal medelijden hebben met de mensen uit Juda. En hij zal zorgen dat er een nieuwe tijd voor hen komt.      

Aantekening

Zefanja  2 : 6 – 7  overblijfsel is een theologisch belangrijk woord dat de twee kanten van Gods band met Zijn volk weergeeft. Zijn oordeel over de zonde zal zo zwaar zijn dat maar weinigen dat zullen overleven (Zefanja 2:9; 3:13; Jesaja 17:6). Maar alle hoop is nog niet verloren, omdat de verwoesting nog niet voltooid is. Een paar vluchtelingen zullen in ieder geval overblijven en het bestaan van het volk van God voortzetten. God zal naar hen (het overblijfsel van Juda) omzien, rekening houden met hun behoeften en daarop reageren (Zacharia 10:3). Dat doet Hij niet alleen met woorden maar ook metterdaad, aangezien Hij een omkeer zal brengen (Zefanja 3:20) ten gunste van het goede leven waarvan zij zijn beroofd. De vermelding van weiden en herders (Zefanja 2:6) voorspelt dat het gebied weer bewoond zal worden door het volk van God (vers 7) nadat de Filistijnse steden verwoest zijn. Dan zal het in vrede leven.

Toch gespaard?            Zefanja 2:1-9               (Uit de Vrouwen Bijbel)

Als je weet dat je gezondigd hebt en bang bent voor Gods toorn, is het niet altijd gemakkelijk om God nederig te zoeken. Hoe doe jij dat? Na de vreselijke aanzegging van de allesomvattende straf gloort hier toch hoop voor Gods volk. Wie nederig tot God terugkeert en Hem alleen zoekt, zal misschien verborgen worden. Er is toekomst voor het overblijfsel van het volk. Als je in gehoorzaamheid tot God terugkeert, zul je ervaren dat God ook genadig is.  

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

ZEFANJA 2 : 3    

DAG 330

LEZEN: ZEFANJA 1 : 14 – 2 : 3     

THEMA: Neem God serieus  

(HSV) [3] Zoek de HEERE, alle zachtmoedigen van het land, die Zijn recht uitvoeren. Zoek gerechtigheid, zoek zachtmoedigheid, misschien [1]zult u dan verborgen worden op de dag van de toorn van de HEERE.         

(NBV21) [3] Zoek de HEER, jullie in het land die nederig zijn en naar zijn wetten leven, zoek rechtvaardigheid, zoek nederigheid: misschien vinden jullie een schuilplaats op de dag van de toorn van de HEER.         

(BGT) [3] Maar sommigen van jullie zijn trouw aan de Heer en leven volgens zijn wetten. Zij moeten zich alleen op hem richten, en goed en eenvoudig proberen te leven. Misschien zullen ze dan veilig zijn op de dag van de Heer.        

Aantekening

Zefanja 2 : 3  In plaats van God te verlaten – iets wat het steeds deed – wordt Juda opgeroepen om ijverig God te ‘zoeken’, het kenmerk van ware vroomheid (vgl. Zefanja 1:6; Psalm 27:8; 105:3; Jesaja 51:1). Dat niet iedereen afvallig is geworden, blijkt uit het feit dat de zachtmoedigen van het landworden aangesproken. Enkelen vertrouwen meer op God dan op zichzelf en zijn ‘ellendig en arm’ (Zefanja 3:12; vgl. ‘armen van geest’, Mattheüs 5:3). De zachtmoedigen beseffen dat zij buiten zichzelf hulp moeten zoeken. Een andere vertaling voor ‘zachtmoedigen van het land’ is ‘zachtmoedigen van de aarde’ (vgl. Mattheüs 5:5, waar Psalm 37:11 geciteerd wordt). gerechtigheid duidt op het juiste leven in relatie met God en de mensen (Jesaja 1:21), door het volgen van Zijn wil zoals die in de geboden geopenbaard is. misschien is een theologisch belangrijk woord dat de nadruk legt op Gods genade en almacht (Exodus 32:30; Amos 5:15). God is rechtvaardig. Hij kan en moet overtredingen bestraffen. Hij is ook liefhebbend en genadig, omdat Hij wil dat niemand verloren gaat (Johannes 3:17; vgl. 2 Petrus 3:9). Een zondaar kan zich alleen maar toevertrouwen aan de genade van God, Die in het verleden vergeven heeft en dat in de toekomst misschien weer zal doen. Het feit dat God de boetvaardigen vergeeft (1 Johannes 1:9), betekent niet dat vergeving licht en goedkoop opgevat kan worden, want Gods genade moet altijd verwondering wekken. zult u dan verborgen worden wijst erop dat zachtmoedige, rechtvaardige mensen beschermd zullen zijn als Gods oordeel over de rest van het volk komt (vgl. Exodus 9:6, 26; 10:23; 12:23; Jozua 6:22-23; Jesaja 1:27-28; 2 Petrus 2:5-9).

Misschien?          Zefanja 2:1-3               (Uit de Mannen Bijbel)

‘Het waait wel over.’ Die gedachte kun je soms hebben bij een dreigende onweerswolk. Die gedachte heeft Juda misschien ook na het horen van alle verschrikkingen, die in hoofdstuk 1 naar voren komen. Anderen worden er juist wanhopig van. De deur lijkt potdicht te zitten bij God. Maar aan het einde van hoofdstuk 3 breekt opeens de lofzang los. ‘Ik zie een poort wijd openstaan.’ Daar tussenin zit Zefanja 2. In Zefanja 2 wordt het geheim uitgelegd. De deur wordt als her ware op een kier gezet. Het begint met zelfonderzoek, volgens vers 1. De dag van het oordeel staat volgens Israël voor de bevrijding van de vijanden. Maar ze zijn zichzelf vergeten. In het oordeel is het niet ‘wij’ tegen ‘zij’. Daarom: nauwkeurig zelfonderzoek gevraagd. Naar wie verlangen wij (vers 1)? Dat onderzoek is confronterend. Het leert ons dat we hulp van buiten nodig hebben. Bemoedigend is dan het ‘misschien’ van vers 3. Dat betekent niet dat een misschientje’ is of God nog genadig wil zijn. Hij is niet zuinig. Maar dat woord laat zien dat Gods genade niet goedkoop of vanzelfsprekend is. Daar wordt je klein en afhankelijk van. Precies de plek waar God je wil hebben.

Toch gespaard?            Zefanja 2:1-9       (Uit de Vrouwen Bijbel)

Als je weet dat je gezondigd hebt en bang bent voor Gods toorn, is het niet altijd gemakkelijk om God nederig te zoeken. Hoe doe jij dat? Na de vreselijke aanzegging van de allesomvattende straf gloort hier toch hoop voor Gods volk. Wie nederig tot God terugkeert en Hem alleen zoekt, zal misschien verborgen worden. Er is toekomst voor het overblijfsel van het volk. Als je in gehoorzaamheid tot God terugkeert, zul je ervaren dat God ook genadig is.  


[1]  Psalm 27:[5] Want Hij doet mij schuilen in Zijn hut op de dag van het onheil. Hij verbergt mij in het verborgene van Zijn tent, Hij plaatst mij hoog op een rots.

   Psalm 32:[6] Daarom zal iedere heilige tot U bidden ten tijde dat U Zich laat vinden. Voorzeker, een overstroming van machtige wateren zal hem niet bereiken. [7] U bent mijn schuilplaats, U beschermt mij voor benauwdheid, U omringt mij met vrolijke gezangen van bevrijding. Sela

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

ZEFANJA 1 : 7     

DAG 329

LEZEN: ZEFANJA 1 : 1 – 13    

THEMA: Grote schoonmaak  

(HSV) [7] Wees stil voor het aangezicht van de Heere HEERE. Want nabij is de dag van de HEERE, ja, de HEERE heeft een offer bereid, Zijn genodigden geheiligd.       

(NBV21) [7] Wees stil voor God, de HEER, de dag van de HEER is nabij! De HEER zal een offermaaltijd houden en zijn genodigden heiligen.      

(BGT) [7] Wees stil, volk van Juda! Want de Heer komt. De dag dat hij komt, is dichtbij! Dan zal hij een feestmaal geven voor zijn gasten, maar jullie zullen daar niet bij zijn.       

Aantekening

Zefanja 1 : 7  Het volk krijgt de opdracht stil te zijn, een teken van respect of angst (Amos 6:10; 8:3). De dag van de Heere is de dag waarop God Zijn vijanden zal oordelen (vgl. Joël 1:8-3:8) en Zijn volgelingen zal zegenen (Zefanja 3:9-20). God zal het offer Zelf bereiden, het zal niet zoals gebruikelijk, Hem aangeboden worden. De gasten zullen geheiligd worden. Dat betekent (1) dat zij de heilige maaltijd mogen eten (vgl. 1 Samuël 16:5), of misschien (2) dat zij zelf het offer zijn, als oordeel over hun zonden.

Zefanja

Zefanja wordt vertaald door ‘de Heere verbergt’ of ook ‘de Heere bewaart’. Over de persoon van de profeet weten wij niet veel; wij kennen alleen zijn stamboom, tot vier geslachten terug. Zefanja is de achterkleinzoon van een zekere Hizkia. Het is uitgesloten dat daarmee koning Hazkia wordt bedoeld. In dat geval zou hij een prins uit het koningshuis van Juda zijn. Zeker is dat hij nauwkeurig op de hoogte is met wat er in Jeruzalem omgaat: hij weet van de trouwbreuk van Israël met zijn Verbondsgod, en hoe andere goden openlijk worden nagelopen. Ondanks de geringe omvang van zijn boek is Zefanja wegen christologie een van de belangrijkste profeten. Luther zegt in zijn voorwoord: “Hoewel hij een kleine profeet is, zegt hij toch meer over Christus dan vele grote profeten”.

Tijdvak

Blijkens 1:1 valt Zefanja’s optreden  als profeet tijdens koning Josia (640-609). De inhoud van zijn profetische geschrift maakt duidelijk, dat hij al profeteerde vóór de ontdekking van het wetboek en de daarop volgende hervormingen (2 Koningen 22 en 23). De tijd van Josia’s voorgangers, de koningen Manasse en Amon, was gekenmerkt door ongehoorde afval. Het was voor het zuivere geloof in God gevaarlijk, dat Israël in een sterke mate steunde op het koninkrijk Assyrië. Men zwoer de Verbondsgod weliswaar niet openlijk af, maar naast de tempeloffers werden er ook offers gebracht aan afgoden. Er werden vreemde goden ingevoerd, zoals de Assyrische zonnegod, de hemelgoden en de oudheidense Baäls. De tempel werd een waar Pantheon (Zefanja 1:4-6). 

Boodschap

Met ongekende geladenheid verkondigt Zefanja het volk de boodschap van de komende Dag des Heeren: een dag van gericht en rechtvaardige vergelding. De reden daarvan: de overtredingen van het volk, wordt onbarmhartig bloot gelegd en bij naam genoemd. Niet alleen voor de heidenvolkeren, maar ook voor de lauwe en afvallige gelovigen is dit een dag van toorn. Voor deemoedigen en boetvaardigen echter is het een dag van hoop en heil. Hen kan Zefanja toeroepen: “Vreest niet … want de Heere, uw God is in uw midden, een held, die verlost” (Zefanja 3:16, 17).

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

MARKUS 13 : 33 – 37     

DAG 328

LEZEN: MARKUS 13 : 24 – 37    

THEMA: Wees waakzaam  

(HSV) [33] [1]Let op: waak en bid, want u weet niet wanneer het de tijd is. [34] Het zal zijn als bij iemand die naar het buitenland ging: hij verliet zijn huis, gaf zijn dienaren volmacht, en gaf aan ieder zijn werk, en gebood de deurwachter waakzaam te zijn. [35] Wees dus waakzaam! Want u weet niet wanneer de heer des huizes komt, ’s avonds laat of te middernacht of met het hanengekraai of ’s morgens vroeg, [36] opdat hij u niet, als hij plotseling komt, slapend aantreft. [37] En wat Ik tegen u zeg, zeg Ik tegen allen: Wees waakzaam!        

(NBV21) [33] Pas op, wees waakzaam, want jullie weten niet wanneer die tijd zal komen.  [34] Het is als met een man die op reis ging: hij verliet zijn huis en droeg het beheer over aan zijn dienaren, die elk een eigen taak kregen, en de deurwachter gaf hij opdracht om de wacht te houden.  [35] Wees dus waakzaam, want jullie weten niet wanneer de heer des huizes komt, ’s avonds, of midden in de nacht, of bij het eerste hanengekraai, of ’s morgens vroeg.  [36] Laat hij jullie niet slapend aantreffen wanneer hij plotseling komt.  [37] Wat Ik tegen jullie zeg, zeg Ik tegen iedereen: wees waakzaam!’        

(BGT) [33] Jezus zei: ‘Pas op en blijf wakker! Want jullie weten niet wanneer het gaat gebeuren. [34-35] Het is net als met een man die een verre reis gaat maken. Hij geeft zijn knechten opdracht om op zijn huis te passen. Elke knecht krijgt een taak. De bewaker krijgt de taak om het huis te bewaken. Niemand weet wanneer de eigenaar van het huis terugkomt van zijn reis. Het kan ’s avonds zijn, of ’s nachts, of ’s ochtends vroeg. Zo is het ook met jullie. Jullie moeten goed opletten, want jullie weten ook niet wanneer jullie Heer terugkomt.  [36] Zorg er dus voor dat je niet slaapt als hij onverwachts terugkomt. [37] Tegen jullie en tegen iedereen zeg ik: Let goed op!’       

Aantekening

Lukas 13 : 33 – 37  waakJezus geeft heel deze toelichting op de eindtijd met de bedoeling dat de discipelen zullen ‘oppassen’ (vers 5, 9, 23). De gelijkenis van iemand die naar het buitenland ging(vers 34-37), vertoont overeenkomsten met die van de slechte landbouwers (Lukas 12:1-12). Het gaat erom dat mensen de door God opgelegde verantwoordelijkheden dragen en ondertussen altijd voorbereid zijn op Zijn komst. De plotselinge terugkeer van de heer des huizes betekent de plotselinge komst van de Zoon des mensen. slapend aantreftVgl. Lukas 17:24-32. allen. In plaats van erover te speculeren wanneer de gebeurtenissen van de eindtijd plaatsvinden, moeten alle discipelen waakzaam zijn.

Wees waakzaam           Markus 13:28-37          (Uit de Vrouwen Bijbel)

Om je woning te beschermen tegen dieven moet je alert zijn. Geef ze niet de gelegenheid, want binnen 30 seconden kan een vreemde je huis binnendringen. Ben je ook zo waakzaam als het gaat over de wederkomst van de Heere? Kijk om je heen, dan zie je wat er aan de hand is in deze wereld. Hij staat aan de voordeur en kan over 30 seconden binnen zijn. Ben je dan gereed om Hem te ontmoeten.


[1]  Mattheüs 24:[42] Wees dan waakzaam, want u weet niet op welk moment uw Heere komen zal.

   Mattheüs 25:[13] Wees dan waakzaam, want u weet de dag en ook het uur niet waarop de Zoon des mensen komen zal.

   Lukas 12:[40] U dan, wees ook bereid, want op een uur waarop u het niet zou denken, zal de Zoon des mensen komen.

   Lukas 21:[36] Waak dan te allen tijde en bid dat u waardig geacht zult worden om al die dingen die gebeuren zullen, te ontvluchten, en om te kunnen bestaan voor de Zoon des mensen.

   1 Thessalonicenzen 5:[6] Laten wij dan niet, evenals de anderen, slapen, maar laten wij waakzaam en nuchter zijn.

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

MARKUS 13 : 20     

DAG 327

LEZEN: MARKUS 13 : 14 – 23    

THEMA: Wees gewaarschuwd  

(HSV) [20] En als de Heere die dagen niet ingekort had, zou er geen vlees behouden worden; maar ter wille van de uitverkorenen, die Hij heeft uitverkoren, heeft Hij die dagen ingekort.        

(NBV21) [20] En als de Heer die tijd niet had verkort, zou geen enkel mens worden gered; maar omwille van de uitverkorenen, die Hij tot de zijnen heeft gemaakt, heeft Hij die tijd verkort.         

(BGT) [20] Gelukkig heeft God bepaald dat die verschrikkelijke tijd niet te lang zal duren. Anders zou niemand het volhouden. God heeft die tijd juist extra kort gemaakt. Uit liefde voor de mensen die hij uitgekozen heeft.        

Aantekening

Markus 13 : 20  De wereldwijde verdrukking zal worden ingekort door de Heere. De uitverkorenen(Markus 13:22, 27) vormen geen selectie, maar ontvangen uit genade Gods onverdiende oproep tot bekering en Zijn bescherming (zie aantekening bij Mattheüs 22:14).

Aantekening bij Mattheüs 22:14 velen (Grieks polloizijn geroepen betekent dat velen voor het bruiloftsfeest zijn uitgenodigd, maar niet iedereen die was uitgenodigd was hier ook op zijn plaats, want weinigen zijn uitverkoren. Dit wordt wel genoemd de leer van de ‘algemene roeping’: het Evangelie wordt overal aan alle mensen verkondigd, zowel aan degenen die zullen geloven als aan hen die niet zullen geloven. Maar Paulus noemt ook nog een andere soort roeping, een persoonlijke roeping van God, die met kracht tot iemand komt en waar van harte ja op wordt gezegd. Als het Evangelie wordt verkondigd, worden er maar enkelen persoonlijk geroepen, d.w.z. de uitverkorenen die met oprecht geloof daarop ingaan (1 Korinthe 1:24, 26-28). Dit strookt met Jezus’ uitspraak dat ‘weinigen uitverkoren’ zijn. Jezus gebruikt de uitdrukking ‘uitverkorenen’ (Grieks ‘eklektos, ‘uitverkoren, gekozen’) voor Zijn ware discipelen (vgl. Mattheüs 11:27; 24:22, 24, 31; over de uitverkiezing, zie Romeinen 9:11). 

Aantekening bij Romeinen 9:11 God koos Jakob niet op basis van iets in het leven Jakob of Ezau, maar opdat het voornemen van God, dat overeenkomstig de verkiezing is, stand zou houden. Christenen mogen er daarom zeker van zijn dat Gods belofte vervuld zal worden, want die steunt alleen op zijn wil. Het contrast tussen werken roeping toont aan dat het hier gaat om de verlossing, niet alleen om de historische bestemming van Israël als natie. Voor de oudtestamentische achtergrond van ‘verkiezing’, zie Genesis 18:10; Exodus 33:19; Maleachi 1:2. Zie ook Efeze 1:3-6.

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

MARKUS 13 : 8     

DAG 326

LEZEN: MARKUS 13 : 3 – 13    

THEMA: Weeën  

(HSV) [8] [1]Want het ene volk zal tegen het andere volk opstaan en het ene koninkrijk tegen het andere koninkrijk; en er zullen aardbevingen zijn in verscheidene plaatsen en zullen hongersnoden zijn en onlusten. Deze dingen zijn het begin van de weeën.         

(NBV21)  [8] Het ene volk zal tegen het andere ten strijde trekken en het ene koninkrijk tegen het andere, en overal zullen er aardbevingen en hongersnoden zijn: dat is het begin van de weeën.         

(BGT)  [8] Want eerst zullen alle volken en landen oorlog tegen elkaar voeren. Er zal hongersnood komen, en overal zullen aardbevingen zijn. Dat is het begin van de grote rampen.       

Aantekening

Markus 13 : 8  Het beeld van weeën (zie aantekening bij Mattheüs 24:8) geeft aan hoe deze gebeurtenissen zullen toenemen in frequentie, hevigheid en duur.

Aantekening bij Mattheüs 24 : 8  begin van de weeën betekent dat er een tijd van lijden voorafgaat aan het Messiaanse tijdperk (vgl. Romeinen 8:22-23). Profeten in het Oude Testament gebruikten dit beeld voor lijden in het algemeen (vgl. Jesaja 13:8; 21:3; 42:14; Jeremia 30:5-7; Hosea 13:13) maar ook voor het lijden dat Israël moet ondergaan voorafgaand aan zijn verlossing (vgl. Jesaja 26:17-19; 66:7-11; Jeremia 22:23; Micha 4:9-10).

Stevige stenen               Markus 13:1-13            (Uit de Vrouwen Bijbel)

De discipelen kunnen het nog niet bevatten. Die mooie tempel met zijn stevige stenen zal verwoest worden. Wat zal het vreselijk zijn, die dagen van de verwoesting! De Heere Jezus waarschuwt je voor mensen die je op een dwaalspoor willen zetten. Zelfs je eigen familie kan lijnrecht tegenover je komen te staan. Vertrouw in je leven niet op stevige ‘stenen’, maar op dé hoeksteen Jezus Christus.


[1]  Jesaja 19:[2] Dan zal Ik Egyptenaren ophitsen tegen Egyptenaren, zodat zij zullen strijden, eenieder tegen zijn broeder, en eenieder tegen zijn naaste, stad tegenstad, koninkrijk tegen koninkrijk.

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

JOHANNES 10 : 34     

DAG 325

LEZEN: JOHANNES 10 : 31 – 42    

THEMA: Kei-hard  

(HSV)   [34] Jezus antwoorde hun: Is er niet geschreven in uw wet: [1]Ik heb gezegd: U bent goden?       

(NBV21) [34] Jezus zei: ‘Staat er in uw wet niet geschreven: “Ik heb gezegd: ‘U bent goden’”?          

(BGT) [34] Jezus zei: ‘Jullie weten toch dat God in de heilige boeken zegt: «Jullie zijn goden.»         

Aantekening

Johannes 10 : 34  GodenAls Jezus Psalm 82:6 citeert, gaat het erom dat als menselijke rechters (Psalm 82:2-4) in zekere zin ‘goden’ kunnen heten (als vertegenwoordigers van God), dit zeker geldt voor Hem Die werkelijk de Zoon van God is (Johannes 10:33, 35-36).


[1]  Psalm 82:6 Ik heb wel gezegd: U bent goden, u bent allen zonen van de Allerhoogste;