TEKST VOOR VANDAAG
LUKAS 1 : 46 – 56
DAG 334
LEZEN: LUKAS 1 : 39 – 56
THEMA: Magnificat
(HSV) [46] En Maria zei: Mijn ziel maakt de Heere groot, [47] en mijn geest verheugt zich in God, mijn Zaligmaker, [48] omdat Hij heeft omgezien naar de nederige staat van Zijn dienares. Want zie, van nu aan zullen alle geslachten mij zalig spreken, [49] want Hij Die machtig is, heeft grote dingen aan mij gedaan en heilig is Zijn Naam. [50] En Zijn barmhartigheid is van geslacht tot geslacht over hen die Hem vrezen. [51] Hij heeft een krachtig werk gedaan door Zijn arm. Hij heeft hen die hoogmoedig zijn in de gedachten van hun hart, uiteengedreven. [52] Hij heeft machtigen van de troon gestoten en nederigen heeft Hij verhoogd. [53] Hongerigen heeft Hij met goede gaven verzadigd en rijken heeft Hij met lege handen weggezonden. [54] Hij heeft het opgenomen voor Israël, Zijn knecht, door aan Zijn barmhartigheid te denken, [55] zoals Hij gesproken heeft tot onze vaderen, tot Abraham en zijn nageslacht, tot in eeuwigheid. [56] En Maria bleef ongeveer drie maanden bij haar en keerde terug naar haar huis.
(NBV21) [46] Maria zei: ‘Mijn ziel prijst en looft de Heer, [47] mijn hart juicht om God, mijn redder: [48] Hij heeft oog gehad voor mij, zijn minste dienares. Alle geslachten zullen mij voortaan gelukkig prijzen, [49] ja, grote dingen heeft de Machtige voor mij gedaan, heilig is zijn naam. [50] Barmhartig is Hij, van geslacht op geslacht, voor al wie Hem vereert. [51] Hij toont zijn macht en de kracht van zijn arm en drijft uiteen wie zich verheven wane [52] heersers stoot Hij van hun troon en wie gering is geeft Hij aanzien. [53] Wie honger heeft overlaadt Hij met gaven, maar rijken stuurt Hij weg met lege handen. [54-55] Hij trekt zich het lot aan van Israël, zijn dienaar, zoals Hij aan onze voorouders heeft beloofd: Hij herinnert zich zijn barmhartigheid jegens Abraham en zijn nageslacht, tot in eeuwigheid.’ [56] Maria bleef ongeveer drie maanden bij haar, en ging toen terug naar huis.
(BGT) [46] Toen zei Maria: ‘Ik geef alle eer aan God. [47] Ik juich voor hem, hij is mijn redder. [48] Hij koos mij uit, mij, een heel gewoon meisje. Nu zal iedereen over mij zeggen: ‘Zij is gezegend.’ [49] Want God, die machtig is en heilig, heeft iets geweldigs met mij gedaan. [50] Aan mensen die naar hem luisteren, geeft hij zijn liefde, nu en altijd. [51] God heeft zijn kracht laten zien: Trotse mensen jaagt hij weg, [52] en koningen pakt hij hun macht af. Maar gewone mensen maakt hij belangrijk. [53] Arme mensen geeft hij veel, maar rijke mensen krijgen niets. [54] God is zijn liefde voor Israël niet vergeten. Daarom helpt hij zijn volk. [55] Dat had hij al beloofd aan onze voorouders, aan Abraham en aan iedereen die na hem kwam.’ [56] Maria bleef drie maanden bij Elisabet. Daarna ging ze terug naar huis.
Aantekening
Lukas 1 : 46 – 55 Maria’s lofzang is de eeuwen door het ‘Magnificat’ genoemd, naar het eerste woord, magnificat, in de Latijnse vertaling, de Vulgata. Het Magnificat is de eerste van de drie lofzangen in hoofdstuk 1-2; de beide anderen (resp. Lukas 1:68-79 en 2:29-32) heten om dezelfde reden ‘Benedictus’ en ‘Nunc dimittis’.