Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

GALATEN 5 : 5 – 6   

DAG 253

LEZEN: GALATEN 5 : 1 – 12    

THEMA: Scherpte 

(HSV) [5] Want wij verwachten door de Geest, uit het geloof, de hoop van de gerechtigheid. [6] [1]In Christus Jezus heeft namelijk niet het besneden zijn enige kracht, en ook niet het onbesneden zijn, maar het geloof, dat door de liefde [2]werkzaam is.

(BGT) [5] Wij geloven in Christus, en wij hebben de heilige Geest gekregen! Daardoor weten we zeker dat God ons zal redden. [6] Als je bij Jezus Christus hoort, is het niet belangrijk of je besneden bent. Het is alleen belangrijk dat je gelooft, en dat we door het geloof in liefde met elkaar leven.

Aantekening

Galaten 5 : 5  wij verwachten … de gerechtigheid waarop wij hopen betekent dat christenen niet uit eigen kracht proberen volmaakte gerechtigheid in hun leven voort te brengen (zoals de tegenstanders van Paulus tevergeefs probeerden te doen), want hun hoop is niet gevestigd op hun eigen kracht. Zij verwachten dat God de gerechtigheid in hen zal voltooien – of – wel wanneer zij sterven bij de Heere zijn (Hebreëen 12:23) of wanneer Christus terugkomt (1 Korinthe 15:49; vgl. Openbaring 21:27). Een alternatieve verklaring is dat de gerechtigheid waarop wij hopen’, verwijst naar de hoop en verwachting dat God de gelovige bij het laatste oordeel inderdaad als rechtvaardig zal beoordelen.

Galaten 5 : 6  Paulus is niet tegen het besneden zijn op zich, maar alleen als vereiste om gered te worden. Echt geloof is levend en actief en brengt liefde voort.

De verwijs Bijbel verwijst bij vers 6 ook naar:  Jeremia 9:[22] Spreek: Zo spreekt de HEERE: De dode lichamen van de mensen liggen als mest op het open veld, als een graanschoof achter de maaier, die niemand verzamelt. [23] Zo zegt de HEERE: Laat een wijze zich niet beroemen op zijn wijsheid, laat de held zich niet beroemen op zijn sterkte, laat een rijke zich niet beroemen op zijn rijkdom. [24] Maar laat wie zich beroemt, zich daarop beroemen dat hij begrijpt en Mij kent dat Ik de HEERE ben, Die goedertierenheid bewijs, recht en gerechtigheid op de aarde doe, want in die dingen vind Ik vreugde, spreekt de HEERE. [25] Zie, er komen dagen, spreekt de HEERE, dat Ik elke besnedene en die de voorhuid heeft, zal straffen, namelijk [26] Egypte en Juda, Edom en de Ammonieten, Moab en allen die kaalgeschoren zijn aan hun slapen, die in de woestijn wonen. Want alle heidenvolken zijn onbesneden, maar heel het huis van Israël is onbesneden van hart.          


[1]  Mattheüs 12:[50] Want wie de wil van Mijn Vader doet, Die in de hemelen is, die is Mijn broeder en zuster en moeder.

   Johannes 15:[14] U bent Mijn vrienden, als u doet wat Ik u gebied.

   1 Korinthe 7:[19] Besneden zijn is niets en onbesneden zijn is niets, maar het in acht nemen van de geboden van God.

   2 Korinthe 5:[17] Daarom, als iemand in Christus is, is hij een nieuwe schepping: het oude is voorbijgegaan, zie, alles is nieuw geworden.

   Galaten 6:[15] Want in Christus Jezus heeft niet het besneden zijn enige kracht, en ook niet het onbesneden zijn, maar wel dat we een nieuwe schepping zijn.

   Kolossenzen 3:[11] Daarbij is niet Griek en Jood van belang, besnedene en onbesnedene, barbaar en Scyth, slaaf en vrije, maar Christus is alles en in allen.

[2]  1 Thessalonicenzen 1:[3] en zonder ophouden denken aan het werk van uw geloof, de inspanning van uw liefde en de volharding van uw hoop op onze Heere Jezus Christus, voor het aangezicht van onze God en Vader.

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

GALATEN 4 : 17 – 18   

DAG 252

LEZEN: GALATEN 4 : 12 – 31    

THEMA: Volg het goede voorbeeld 

(HSV) [17] [1]Zij beijveren zich niet met goede bedoelingen voor u, maar zij willen ons uitsluiten, opdat u zich voor hen zou beijveren. [18] Nu is zich te beijveren voor het goede altijd goed, en niet alleen als ik bij u ben,

(BGT) [17] Want er zijn andere mensen bij jullie gekomen, die veel voor jullie doen. Maar zij hebben verkeerde bedoelingen. Ze willen dat jullie vergeten wat ik jullie verteld heb. En ze willen dat jullie moeite doen om te leven zoals zij.  [18] Het is natuurlijk goed als jullie ergens veel moeite voor doen. Maar doe dan moeite voor de goede dingen. Ook als ik niet bij jullie ben.

Aantekening

Galaten 4 : 17  De dwaalleraars beijveren zich voor de Galaten, maar niet alleen om die beijvering van hen terug te ontvangen. ons uitsluiten. Zij willen zich bijzonder voelende groep van mensen die de Joodse ceremoniële wetten houden, en iedereen uitsluiten die hier niet aan toegeeft.

Galaten 4 : 18  Paulus’ eerbetoon aan de Thessalonicenzen (1 Thessalonicenzen 1:2-9) is een voorbeeld van wat hij bedoeld met zich te beijveren voor het goede.


[1]  Romeinen 10:[2] Want ik getuig van hen dat zij ijver voor God hebben, maar niet met het juiste inzicht.

   2 Korinthe 11:[12] Maar wat ik doe, zal ik ook blijven doen, opdat ik elke aanleiding wegneem van hen die een aanleiding zoeken om in datgene waarin zij roemen, aan ons gelijk bevonden te worden.

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

JOHANNES 7 : 40 – 42   

DAG 251

LEZEN: JOHANNES 7 : 37 – 52    

THEMA: Wie is Jezus 

(HSV) [40] Velen dan uit de menigte die dit woord hoorden, zeiden: [1]Híj is werkelijk de Profeet. [41] Anderen zeiden: [2]Híj is de Christus. En weer anderen zeiden: [3]De Christus komt toch niet uit Galilea? [42] Zegt de Schrift niet dat de Christus komt [4]uit het geslacht van David en uit het dorp [5]Bethlehem, waar David was?

(BGT) [40] Toen de mensen de woorden van Jezus hoorden, zeiden sommigen: ‘Deze man is de profeet die zou komen!’  [41] Anderen zeiden: ‘Hij is de messias!’ Weer anderen zeiden: ‘Maar de messias komt toch niet uit Galilea?  [42] In de heilige boeken staat dat de messias een nakomeling van David is, en uit Betlehem komt! Want dat is de stad waar David woonde.’

Aantekening

Johannes 7 : 40 – 41  Met de Profeet bedoelde men Degene Die voorzegd was in Deuteronomium 18:15-18 (zie aantekening bij Johannes 1:20-21; 6:14). Sommigen in het Judaïsme van de 1e eeuw hielden deze ‘Profeet’ en de Christus (de Messias) voor twee verschillende Personen. Jezus is Beiden.

Johannes 7 : 42  Bethlehem. Plaats ten zuiden van Jeruzalem in het hart van Judea, in Micha 5:1 genoemd als geboorteplaats van de Messias (vgl. Mattheüs 2:5-6; zie ook aantekening bij Johannes 7:27 en Mattheüs 2:1). de Christus komt … uit Bethlehem. Ironisch genoeg beseft men niet dat Bethlehem inderdaad Jezus’ geboorteplaats was.

Aantekening bij Johannes 1 : 20-21  Johannes ontkent dat hij de Christus is (vgl. vers 8, 15; 3:28), of Elia de profeet. de Christus. Zie aantekening bij Johannes 1:42. Van Elia, die niet is gestorven (2 Koningen 2:11), verwachte men dat hij in de eindtijd zou terugkeren (Maleachi 4:5) en ‘alles herstellen’ (Mattheüs 17:11; vgl. Lukas 1:17). Johannes de Doper leek wel op Elia in zijn sobere leefwijze (Mattheüs 3:4; vgl. 2 Koningen 1:8), maar hij ontkende Elia te zijn. (Jezus daarentegen, met Zijn diepere kennis, zag in hem de vervulling van de profetie over Elia; vgl. Mattheüs 11:14.) De komst van de Profeet is voorzegd door Mozes in Deuteronomium 18:15, 18 (vgl. Handelingen 3:22; 7:37) en in Jezus’ tijd verwachte men die (Johannes 6:14; 7:40). Johannes ontkende ook déze Profeet te zijn (al was hij wel een profeet, zie Mattheüs 11:11-14; Johannes 10:40-41). 

Aantekening bij Johannes 1:42  Messias (Hebreeuws) en Christus (Grieks) betekent allebei ‘gezalfde’ (gewoonlijk gezalfd door God). In het Nieuwe Testament en in het vroege Judaïsme vat de uitdrukking ‘Messias’ veel oudtestamentische verwachtingen samen van een komende ‘Gezalfde’ Die Gods volk zou leiden, leren en verlossen, met name de beloofde Koning en Redder uit het geslacht van David (zie bv 2 Samuël 7:5-16; Psalm 110:1-4; Jesaja 9:5-6).

Aantekening bij Johannes 6:14  de Profeet. Men ziet Jezus als de profeet die door Mozes is voorzegd in Deuteronomium 18:15, 18. (Vgl. aantekening bij Johannes 1:20-21; 7:40-41. In Handelingen 3:22-23 wijst Petrus Jezus aan als de vervulling van die profetie, vgl. Handelingen 7:37.) Maar Jezus is veel meer dan een ‘profeet’. Mensen die Hem ‘profeet’ noemen, weten maar weinig van Hem af (bv Mattheüs 16:14; Johannes 4:19).

Aantekening bij Johannes 7:27  Maar van Hém weten wij … Sommige rabbijnen leerden dat de Messias totaal onbekend zou zijn totdat Hij Israël zou komen verlossen. Maar anderen wisten dat Hij uit Bethlehem zou komen (vers 42; vgl. Mattheüs 2:1-6).

Aantekening bij Mattheüs 2:1  Dat Jezus in Bethlehem, in Judea, ca 10 km ten zuiden van Jeruzalem, wordt geboren, betekent dat Hij van de stam Juda was, geboren in de stad waaruit de Davidische koningen voortkwamen (Ruth 1:1, 19; 2:4; 1 Samuël 17:12, 15; zie aantekening bij Lukas 2:4). koning Herodes (ook Herodes 1 of Herodes de Grote genoemd) regeerde over Israël en Juda van 37-4 voor Christus. Hij was een Idumeeer en op gezag van Rome aangesteld. Hij heerste krachtig en soms meedogenloos. Hij doodde zijn eigen vrouw, en enkele zonen en andere familieleden. Hij was een bouwmeester en herstelde de tempel van Jeruzalem. Hij bouwde vele theaters, steden, paleizen en versterkingen. Van zijn hand zijn o.a. zijn paleis in Jericho, de versterkingen van Herodium, Machaerus, Sebaste en Massada, de haven en stad Caesarea Maritima (zie aantekening bij Handelingen 8:40) en de tempel van Jeruzalem (vgl. Johannes 2:14). Hij financierde ook de bouwprojecten (waaronder heidense tempels) elders in het Romeinse Rijk, bv. in Antiochië (Handelingen 11:19). Nikoplis (vgl. Titus 3:12) en Athene (vgl. Handelingen 17:16). Herodes stierf, geteisterd door ziekte, in zijn paleis in Jericho (zie aantekening bij Lukas 19:1) en werd in Herodium begraven (Josephus, De oude geschiedenis van de Joden, 6.168-181). In de jaren zestig van de 20e eeuw hebben opgravingen in Herodium de ronde paleisversterkingen op de berg en de monumentale gebouwen met een groot zwembad eronder blootgelegd. In 2007 maakte een archeoloog de ontdekking van Herodes’ mausoleum en sarcofaag bekend. In vroeger tijden werden in Perzië en Babel met wijzen (Grieks magoi, meervoud van magos) de priesters en kenners van verborgenheden bedoeld (vgl. LXX bij Daniël 1:20; 2:2, 10, 27; enz.), maar in deze tijd vielen daar ook astrologen, droomuitleggers, onderzoekers van heilige schriften, wijsheidszoekers en magiërs onder.

Aantekening bij Lukas 2:4  Op de plek waar Jezus volgens de overlevering zou zijn geboren, een grot in Bethlehem,is in de 2e eeuw na Christus onder Keizer Hadrianus een heidens heiligdom voor Adonis gebouwd. Dat is in de 4e eeuw op last van Constatijn de Grote vervangen door de als basiliek gebouwde Geboortekerk. Die had een achthoekige ruimte met uitzicht op de grot. In de 6e eeuw is deze kerk in vlammen opgegaan en daarna gerestaureerd tot de huidige Geboortekerk.

Aantekening bij Handelingen 8:40  Filippus kwam terecht in het kustgebied. Hij verkondigde eerst in Asdod en ging daarna naar Caesarea, waar hij waarschijnlijk is gaan wonen (Handelingen 21:8). Caesarea had een grote groep Griekssprekenden. De oorspronkelijke kleine havenstad heette eerst Strato’s Toren. Zij werd door Herodes herbouwd in prachtige Griekse bouwstijl en kreeg een sterk verbeterde haven. In Filippus’ tijd zetelde daar het Romeins bestuur over Judea. Opgravingen brachten belangrijke vondsten aan het licht, zoals Herodespoort, een amfitheater in de vorm van een hippodroom voor paardenrennen, een paleis op een in zee uitlopende rots (vaak aangeduid als Herodes’ paleis) en een groot, hoog aquaduct. Hij bouwde hier een tempel voor Augustus, en een inscriptie in het theater vermeldt dat een Pontius Pilatus een ‘Tiberium’ inwijde (een heilige plaats aan keizer Tiberius gewijd). Er bestond en gespannen verhouding tussen Joodse en de heidense bevolking, en een van de oorzaken van de Eerste Joodse Revolutie (66-73 na Christus) was de ontheiliging van de Joodse synagoge in Caesarea door de heidenen.

De verwijs Bijbel verwijst bij Johannes 7 : 42 naar Micha 5:[1] En u, Bethlehem-Efratha, al bent u klein om te zijn onder de duizenden van Juda, uit u zal Mij voortkomen Die een Heerser zal zijn in Israël. Zijn oorsprongen zijn van oudsher, van eeuwige dagen af. [2] Daarom zal Hij hen overgeven tot de tijd dat zij die baren zal, gebaard heeft. Dan zal de rest van Zijn broeders zich bekeren, met de Israëlieten. [3] Hij zal staan en hen weiden in de kracht van de HEERE, in de majesteit van de Naam van de HEERE, Zijn God. Zij zullen veilig wonen, want nu zal Hij groot zijn tot aan de einden van de aarde. 


[1] Mattheüs 21:[46] En zij probeerden Hem te grijpen, maar zij waren bevreesd voor de menigten, omdat die Hem voor een profeet hielden.

   Lukas 7:[16] En vrees greep hen allen aan en zij verheerlijkten God en zeiden: Een groot Profeet is onder ons opgestaan; en: God heeft naar Zijn volk omgezien.

   Johannes 6:[14] Toen de mensen dan het teken dat Jezus gedaan had, gezien hadden, zeiden zij: Híj is werkelijk de Profeet, Die in de wereld komen zou.

[2]  Johannes 4:[42] en zij zeiden tegen de vrouw: Wij geloven niet meer om wat u zegt, want wijzelf hebben Hem gehoord en weten dat Híj werkelijk de Zaligmaker van de wereld is, de Christus.

[3]  Johannes 1:[46] Filippus vond Nathanaël en zei tegen hem: Wij hebben Hem gevonden over Wie Mozes in de wet geschreven heeft, en ook de profeten, namelijk Jezus, de zoon van Jozef, uit Nazareth.

[4]  Psalm 132:[11] De HEERE heeft David in waarheid gezworen, en Hij zal daar niet van afwijken: Eén van de vrucht van uw schoot zal Ik op uw troon zetten.

[5]  Micha 5:  En u, Bethlehem-Efratha, al bent u klein om te zijn onder de duizenden van Juda  uit u zal Mij voortkomen Die een Heerser zal zijn in Israël. Zijn oorsprongen zijn van oudsher, van eeuwige dagen af.

   Mattheüs 2:[6] En u, Bethlehem, land van Juda, bent beslist niet de minste onder de vorsten van Juda, want uit u zal de Leidsman voortkomen Die Mijn volk Israël weiden zal.

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

JOHANNES 7 : 33 – 34   

DAG 250

LEZEN: JOHANNES 7 : 25 – 36    

THEMA: Tijd en plaats 

(HSV) [33] Jezus dan zei tegen hen: [1]Nog een korte tijd ben Ik bij u en dan ga Ik heen naar Hem Die Mij gezonden heeft. [34] [2]U zult Mij zoeken maar niet vinden, en waar Ik ben, kunt u niet komen.

(BGT) [33] Jezus zei: ‘Ik zal nog maar een korte tijd bij jullie zijn. Daarna ga ik terug naar degene die mij gestuurd heeft.  [34] Dan zullen jullie mij zoeken, maar jullie zullen me niet vinden. Want dan ben ik op een plaats waar jullie niet kunnen komen.’

Korte overdenking

Jezus spreekt hier over een korte tijd en over een plaats die wij niet kunnen vinden. Het is al meer dan 2000 jaar geleden dat Jezus deze woorden sprak en wij weten de tijd en plaats. Maar wat wij ook kunnen weten, is de weg om daar te komen waar Jezus is. Jezus spreekt hier in deze verzen over een plaats waar wij niet kunnen komen. Dat klopt ook wij kunnen er zelf niet komen wijn hebben hulp nodig. Een goede wegwijzer. De weg is Jezus Zelf, dat hebben we kunnen lezen in de bijbel, waar Jezus zegt: ‘Ik ben de weg de waarheid en het leven’ (Johannes 14:6). In dit vers lezen we ook hoe wij op de plaats kunnen komen waar Jezus is heen gegaan. Jezus spreekt daar in Johannes 14:6 ‘Niemand komt tot de Vader dan door Mij’. Dus nu wij dit weten is het alleen nog aan ons omdat te geloven, wij kunnen er dus zelf niet komen alleen als we in Jezus geloven en Hem volgen. Vertrouwen wij Jezus? Dan is het vaak minder moeilijk om Hem te volgen. Maar vaak willen we zelf de touwtjes in de handen houden en de weg uitstippelen. Maar de enige weg is, zoals we hebben kunnen lezen JEZUS. Wat een genade is dat. Jezus is voor ons aan het kruis gegaan en heeft daardoor al onze zonden betaald en ons gereinigd. Wij kunnen daar door de weg volgen die Hij voor ons heeft aangelegd. Maar dat betekend dus ons eigen ik weg doen en volledig op Jezus vertrouwen en hem volgen.  


[1]  Johannes 16:[16] Een korte tijd en u ziet Mij niet, en weer een korte tijd en u zult Mij zien, want Ik ga heen naar de Vader.

[2]  Johannes 8:[21] Jezus dan zei opnieuw tegen hen: Ik ga heen en u zult Mij zoeken, en in uw zonde zult u sterven; waar Ik heen ga, kunt u niet komen.

   Johannes 13:[33] Lieve kinderen, nog een korte tijd ben Ik bij u. U zult Mij zoeken, en zoals Ik gezegd heb tegen de Joden, zo zeg Ik het nu ook tegen u: Waar Ik heen ga, kunt u niet komen.

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

JOHANNES 7 : 16 – 18   

DAG 249

LEZEN: JOHANNES 7 : 14 – 24    

THEMA: Wijsheid van boven 

(HSV) [16] Jezus antwoordde hun en zei: [1]Mijn onderricht is niet van Mij, maar van Hem Die Mij gezonden heeft. [17] Als iemand de wil heeft om Zijn wil te doen, zal hij van dit onderricht weten of het uit God is, of dat Ik vanuit Mijzelf spreek. [18] Wie vanuit zichzelf spreekt, zoekt zijn eigen eer, maar Wie de eer zoekt van Hem Die Hem gezonden heeft, Die is waarachtig en geen ongerechtigheid is in Hem.

(BGT) [16] Jezus zei tegen hen: ‘Wat ik aan de mensen leer, heb ik niet van mijzelf. Het is de boodschap van God, hij heeft mij gestuurd.  [17] Luister naar God en doe wat hij wil! Dan zul je ontdekken dat ik zijn boodschap vertel, en dat ik niet namens mijzelf spreek.  [18] Iemand die namens zichzelf spreekt, wil zelf geëerd worden. Maar ik wil dat degene die mij gestuurd heeft, geëerd wordt. Daarom kun je mij vertrouwen. Ik bedrieg de mensen niet.’

Aantekening

Johannes 7 : 17  Of mensen Jezus gaan volgen, hangt ervan af of zij Hem willen gehoorzamen. Wie daartoe bereid is, zal ook het inzicht krijgen dat Hij de weg, de Waarheid en het Leven is (vgl. Johannes 14:6).


[1]  Johannes 3:[11] Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Wij spreken over wat Wij weten en getuigen van wat Wij gezien hebben, en toch neemt u Ons getuigenis niet aan.

   Johannes 8:[28] Jezus dan zei tegen hen: Wanneer u de Zoon des mensen verhoogd zult hebben, zult u inzien dat Ik het ben, en dat Ik vanuit Mijzelf niets doe, maar dat Ik die dingen spreek zoals Mijn Vader Mij heeft onderwezen.

   Johannes 12:[49] Want Ik heb niet uit Mijzelf gesproken, maar de Vader, Die Mij gezonden heeft, Hijzelf heeft Mij een gebod gegeven wat Ik zeggen en wat Ik spreken moet.

   Johannes 14:[10] Gelooft u niet dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is? De woorden die Ik tot u spreek, spreek Ik niet uit Mijzelf, maar de Vader, Die in Mij blijft, Die doet de werken.

   Johannes 14:[24] Wie Mij niet liefheeft, neemt Mijn woorden niet in acht; en het woord dat u hoort, is niet van Mij, maar van de Vader, Die Mij gezonden heeft.

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

JOHANNES 7 : 3 – 4   

DAG 248

LEZEN: JOHANNES 7 : 1 – 13    

THEMA: PR – strategie 

(HSV) [3] Zijn broers dan zeiden tegen Hem: Vertrek vanhier en ga weg naar Judea, zodat ook Uw discipelen de werken die U doet kunnen zien. [4] Want niemand doet iets in het verborgene, en streeft er tegelijk zelf naar dat men openlijk over hem spreekt. Als U deze dingen doet, maak Uzelf dan openbaar aan de wereld.

(BGT) [3] De broers van Jezus zeiden tegen hem: ‘Blijf niet hier, maar ga naar Judea. Dan kunnen ook je volgelingen in Judea zien wat voor bijzondere dingen je doet.  [4] Je wilt toch bekend worden? Dan moet je niet in het geheim werken. Laat aan alle mensen zien wat je doet!’

Aantekening

Johannes 7 : 3 – 4  Zijn broers. Vgl. Mattheüs 13:55; Markus 6:3. Het ligt voor de hand te denken aan andere zoons van Maria, want de eerste betekenis van het Grieks ‘adelphoi is gewoon ‘broers’. (Rooms-katholieken, die geloven dat Maria ‘altijd maagd’ is gebleven en verder geen kinderen meer heeft gebaard, denken hier gewoonlijk aan kinderen van Jozef uit een eerder huwelijk, soms spreekt men zelfs van Jezus ‘neven’. Zie echter ook Mattheüs 1:25; Lukas 2:7.) Uit het advies van Jezus’ broers (vgl. Johannes 7:5) blijkt fundamenteel onbegrip ten aanzien van Jezus’ Messiaanse roeping (vgl. Mattheüs 4:5-7 par.).

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

PSALM 54 : 3 – 5   

DAG 247

LEZEN: PSALM 54   

THEMA: Gebed na verraad 

(HSV) [3] O God, verlos mij door Uw Naam, verschaf mij recht door Uw macht. [4] O God, luister naar mijn gebed, neem de woorden van mijn mond ter ore. [5] Want vreemden staan tegen mij op, geweldplegers staan mij naar het leven; [1]zij houden God niet voor ogen. Sela

(BGT) [3] Red mij, God! U bent machtig, help mij! [4] God, hoor mijn gebed, luister naar mijn woorden. [5] Want vijanden vallen mij aan, met geweld proberen ze mij te doden. En aan u denken ze niet.

Aantekening

Psalm 54 : 3 – 5  O God, red mij van de geweldplegers. De psalm opent met een beschrijving van de omstandigheden: geweldplegers, die geen respect hebben voor God (zij houden God niet voor ogen),staan mij naar het leven (vers 5). In een dergelijk geval is het beter zich te beroepen op Gods Naam(vers 3, 8; Gods Naam kan een beeld zijn voor Zijn persoonlijke aanwezigheid, vgl. Levitcus 19:12; Deuteronomium 6:13; of anders voor het totaal van zijn geopenbaarde karakter vgl. Exodus 34:6). Er is ook een beroep op Gods macht (die altijd groter is dan welke macht van de vijanden dan ook).

Psalm 54 : 5  De term vreemden kan betrekking hebben op mensen van buiten Israël (d.w.z. vreemdelingen, Jesaja 1:7, Obadja vers 11). In dit geval handelen de Zifieten – die behoren tot Juda – als heidenen door Gods gelovigen tegen te werken. Sommige Hebreeuwse handschriften hebben i.p.v. ‘vreemden’ iets als ‘schaamteloze lieden’ (Hebreeuws zedim, i.p.v. zerim, een verandering van maar één letter, die er veel op lijkt). Deze term vindt men ook in het nagenoeg gelijkluidende Psalm 86:14 (‘hoogmoedigen’). Dat woord past ook heel goed bij de situatie, waar de Israëlieten onbetrouwbaar handelen (vgl. Psalm 119:21, 51, 69, 78, 85, 122; Spreuken 21:24; Maleachi 3:15; 4:1).

God is erbij                  Psalm 54 : 3, 8              (Uit de Vrouwen Bijbel)

Gods aanwezigheid sloot lijden en tegenstand in Davids leven niet uit. Maar dat betekende nooit dat God afwezig was. Ziekte, pijn, verdriet, angst, weerstand of moedeloosheid kunnen je het gevoel geven dat God je alleen gelaten heeft. Maar Hij is erbij, dat is Zijn Naam. Onzegbaar, onnoembaar en verborgen aanwezig in al je omstandigheden.


[1]  Psalm 86:[14] O God, hoogmoedigen staan tegen mij op, een horde geweldplegers staat mij naar het leven, zij houden U niet voor ogen.

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

GALATEN 4 : 4 – 7   

DAG 246

LEZEN: GALATEN 4 : 1 – 11    

THEMA: Rechten van het kind 

(HSV) [4] [1]Maar toen de volheid van de tijd gekomen was, zond God Zijn Zoon uit, geboren uit een vrouw, [2]geboren onder de wet, [5] om hen die onder de wet waren, vrij te kopen, opdat wij de aanneming tot kinderen zouden ontvangen. [6] [3]Nu, omdat u kinderen bent, heeft God de Geest van Zijn Zoon uitgezonden in uw harten, Die roept: Abba, Vader! [7] Dus nu bent u geen slaaf meer, maar een zoon; en als u een zoon bent, dan bent u ook erfgenaam van God door Christus.

(BGT)      [4] Maar op de tijd die God bepaald had, stuurde hij zijn Zoon Jezus Christus. Jezus was een mens als wij. Ook hij moest leven volgens de wet.  [5] Maar hij kwam om ons te bevrijden. Dankzij hem hoeven wij niet meer te leven volgens de wet. Dankzij hem wil God ons als zijn eigen kinderen aannemen. [6-7] Wij zijn dus kinderen van God. Daarom heeft God ons de Geest gegeven die bij Jezus Christus hoort. En daarom noemen wij God nu: ‘Abba, Vader.’ De wetten en regels van deze wereld beheersen ons leven dus niet meer. We worden gered omdat we Gods kinderen zijn. Dat heeft God beloofd. 

Aantekening

Galaten 4 : 4  toen de volheid van de tijd gekomen was. God zond Zijn Zoon op het juiste moment in de geschiedenis van de mensheid. Gods wonderbaarlijke leiding van wereldgebeurtenissen had mensen en volken voorbereid op de menswording en het dienstwerk van Christus, en op de verkondiging van het Evangelie.

Galaten 4 : 5  Paulus gebruikt de beeldspraak van adoptie (aanneming) waarschijnlijk als verwijzing naar de oudtestamentische wijze waarop God Israël Zijn  ‘zoon’ noemt. Hij combineert dit met het Romeinse idee van een zoon adopteren (meestal een volwassen man) om hem aan te wijzen als erfgenaam van al het familiebezit (zie ook aantekening bij Galaten 3:26). Aantekening bij Galaten 3 : 26  u bent allen kinderen van God. Dit is het cruciale verschil tussen gelovigen van het oude verbond en van het nieuwe verbond: het leven onder de wet was slavernij; het leven in Christus staat in het teken van de vrijheid die men heeft als ‘kinderen’ van God. Zowel mannen als vrouwen worden hier gekenmerkt als mensen met het recht van kinderen, en dus het recht op een erfenis. Het Griekse woord ‘uioi’ (‘zonen’, hier vertaald met ‘kinderen’) is een juridische term die in het Rome van de 1e eeuw voorkwam in de wetten van adoptie en erfenis. Zoals Paulus die term hier en in andere brieven gebruikt (vgl. Galaten 5:5-7; Romeinen 8:14-16, 23), verwijst hij naar de status van alle christenen, zowel mannen als vrouwen. Zij zijn geadopteerd in Gods gezin en genieten nu alle priveleges, plichten en rechten van erfenis van Gods kinderen.

Gelaten 4 : 6 – 7  omdat u kinderen bent. Omdat christenen nu kinderen zijn en ‘volwassen’, kunnen zij de erfenis ontvangen, te beginnen met de beloofde Geest van Zijn Zoon. Abba is Aramees voor ‘vader’ (vgl. Romeinen 8:14-17).

Het is zover         Galaten 4:4         (Uit de Vrouwen Bijbel)

Prachtige woorden, ‘de volheid van de tijd’. God beloofde al in het paradijs: niet eindeloos blijven jullie verstrikt in de netten van de duivel. Hij zorgt voor de Bevrijder, Zijn eigen Zoon. Daarom is dit kleine zinnetje het bewijs van Gods trouw. Het is alsof de Bijbel zegt: Kijk, God is Zijn belofte niet vergeten. Hij kan niet langer wachten om ook jou te bevrijden.


[1]  Genesis 49:[10] De scepter zal van Juda niet wijken en evenmin de heersersstaf van tussen zijn voeten, totdat Silo komt, en Hem zullen de volken gehoorzamen.

    Daniël 9:[24] Zeventig weken zijn er bepaald over uw volk en uw heilige stad, om de overtreding te beëindigen, de zonden te verzegelen, de ongerechtigheid te verzoenen, om een eeuwige gerechtigheid tot stand te brengen, om visioen en profeet te verzegelen, en om de Heiligheid van heiligheden te zalven.

[2]  Mattheüs 5:Denk niet dat Ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen; Ik ben niet gekomen om die af te schaffen, maar te vervullen.

[3]  Romeinen 8:[15] Want u hebt niet de Geest van slavernij ontvangen, die opnieuw tot angst leidt, maar u hebt de Geest van aanneming tot kinderen ontvangen, door Wie wij roepen: Abba, Vader!

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

GALATEN 3 : 26   

DAG 245

LEZEN: GALATEN 3 : 15 – 29    

THEMA: Nalatenschap 

(HSV) [26] [1]Want u bent allen kinderen van God door het geloof in Christus Jezus.

(BGT) [26] Jullie zijn allemaal kinderen van God, omdat jullie geloven in Jezus Christus.

Aantekening

Galaten 3 : 26  u bent allen kinderen van God. Dit is het cruciale verschil tussen gelovigen van het oude verbond en van het nieuwe verbond: het leven onder de wet was slavernij; het leven in Christus staat in het teken van de vrijheid die men heeft als ‘kinderen’ van God. Zowel mannen als vrouwen worden hier gekenmerkt als mensen met het recht van kinderen, en dus het recht op een erfenis. Het Griekse woord ‘uioi’ (‘zonen’, hier vertaald met ‘kinderen’) is een juridische term die in het Rome van de 1e eeuw voorkwam in de wetten van adoptie en erfenis. Zoals Paulus die term hier en in andere brieven gebruikt (vgl. Galaten 5:5-7; Romeinen 8:14-16, 23), verwijst hij naar de status van alle christenen, zowel mannen als vrouwen. Zij zijn geadopteerd in Gods gezin en genieten nu alle privileges, plichten en rechten van erfenis van Gods kinderen. 


[1]  Jesaja 56:[5] Ik zal hun in Mijn huis en binnen Mijn muren een plaats en een naam geven, beter dan die van zonen en dan die van dochters; een eeuwige naam zal Ik ieder van hen geven, een naam die niet uitgewist zal worden.

   Johannes 1:[12] Maar allen die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven kinderen van God te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven;

   Romeinen 8:[15] Want u hebt niet de Geest van slavernij ontvangen, die opnieuw tot angst leidt, maar u hebt de Geest van aanneming tot kinderen ontvangen, door Wie wij roepen: Abba, Vader!

   Galaten 4:[5] om hen die onder de wet waren, vrij te kopen, opdat wij de aanneming tot kinderen zouden ontvangen.

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

GALATEN 3 : 13 – 14   

DAG 244

LEZEN: GALATEN 3 : 1 – 14    

THEMA: Tact 

(HSV) [13] [1]Christus heeft ons vrijgekocht van de vloek van de wet door voor ons een vloek te worden, want er staat geschreven: [2]Vervloekt is ieder die aan een hout hangt, [14] opdat de zegen van Abraham in Christus Jezus tot de heidenen zou komen, en opdat wij de belofte van de Geest zouden ontvangen door het geloof.

(BGT) [13] De wet leidt dus tot straf, maar Christus heeft ons bevrijd. Hij is aan het kruis gestorven, en zo heeft hij onze straf gedragen. Want in de heilige boeken staat: «De man die aan het kruis gehangen wordt, draagt Gods straf.» [14] Dankzij Jezus Christus kunnen niet-Joden nu dus dezelfde zegen krijgen als Abraham. En Gods belofte komt uit: wij geloven, en daarom krijgen we de heilige Geest.

Aantekening

Galaten 3 : 13  De Goddelijke vloek is het gevolg van ongehoorzaamheid (vers 10). Maar de last van de vloek is weggenomen door het werk van Christus aan het kruis. In Galaten 2:20 sprak Paulus over de dood van Christus voor hem persoonlijk, nu richt hij zich op het plaatsvervangende werk van Christus voor anderen.

Galaten 3 : 14  Toen Christus aan het hout hing (vers 13), bracht Hij niet alleen een zegen over Israël. Het gebeurde opdat de zegen van Abraham … tot de heidenen zou komen. De komst van de Geest met nieuwe kracht is een van de grote centrale weldaden in het nieuwe tijdperk dat Christus inluidde (zie Jesaja 44:3). Gelovigen ontvangen niet alleen vergeving van zonden, maar ook de levende aanwezigheid van God in hun midden. Paulus legt de gave van de Geest breder uit in Galaten 5 en 6.

Vrijgekocht                          Galaten 3:13                (Uit de Vrouwen Bijbel)

In gedachten zien we een markt vol geketende slaven. Een goede rijke man ‘koopt’ jen allemaal, ze mogen in vrijheid van hem zijn. Maar wat gebeurt er? Hij neemt hun plaats als slaaf in, geketend wordt hij afgevoerd. Die ketting is de vloek, die door de zonde op ons leven ruste. Jezus nam hem van ons over! Daar ga je van zingen: ‘Genade, zo oneindig groot.’ 


[1]  Romeinen 8:[3] Want wat voor de wet onmogelijk was, krachteloos als zij was door het vlees, dat heeft God gedaan: Hij heeft Zijn eigen Zoon gezonden in een gedaante gelijk aan het zondige vlees en dat omwille van de zonde, en de zonde veroordeeld in het vlees,

   2 Korinthe 5:[21] Want Hem Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij zouden worden gerechtigheid van God in Hem.

[2]  Deuteronomium 21:[23] dan mag zijn dode lichaam niet aan de paal overnachten, maar moet u hem beslist diezelfde dag nog begraven. Een gehangene is namelijk door God vervloekt. U mag uw land, dat de HEERE, uw God, u als erfelijk bezit geeft, niet onrein maken.