Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

MARKUS 4 : 39  

DAG 171

LEZEN: MARKUS 4 : 35 – 41

THEMA: Stilte na de storm

(HSV) [39] En Hij, wakker geworden, [1]bestrafte de wind en zei tegen de zee: Zwijg, wees stil! En de wind ging liggen en er kwam een grote stilte.

(BGT) [39] Jezus werd wakker. Hij zei streng tegen de wind en het water: ‘Houd op! Wees stil!’ Het hield op met waaien, en het water werd helemaal rustig.

Aantekening

Markus 4 : 39  Zwijg, wees stil! Jezus toont Zijn goddelijke macht over de natuur. In het Oude Testament stilt God de golven (Job 12:15; Psalm 33:7) en de storm (Job 28:25; Psalm 107:25-30; Amos 4:13).

Storm                 Markus 4 : 35 – 41        (Uit de Vrouwen Bijbel)             Wat kan het stormen in je leven! Je worstelt om je hoofd boven water te houden. Het lijkt wel of God slaapt en niets merkt van jouw problemen. De discipelen doen hun uiterste best om het bootje in het gareel te houden. Ze vergeten dat Jezus alle macht heeft. Wanneer wij geen kracht meer hebben, is Jezus daar om ons op te richten. Waarom zou je bang zijn, als Jezus er is?

Overdenking

Soms zit je in een dip en lijkt alles je tegen te zitten. Heel veel nare berichten overvallen je, en dan ga je denken, waarom? Het vertrouwen op God krijgt een zware deuk. Je bidt wel, maar soms lijkt het of God niet luistert. En dan lees je in Markus 4, dat verhaal dat Jezus in de buurt is. Zijn discipelen zijn bang in de storm, en wat doen wij? Zijn wij ook bang als de moeilijkheden zich lijken op te stapelen en ons boven het hoofd te groeien? Wij mogen weten dat God, en Jezus is ook God, niet veranderd is, en kan dus ook vandaag alle problemen aan. En daar mogen wij op vertrouwen. De Heer geeft ons niet meer dan dat wij aankunnen. Dat is makkelijk gezegd maar vaak zeer zwaar, maar vertrouw op God, Hij geeft je kracht en redding op Zijn tijd. Blijf bidden en vraag om hulp bij God, en vraag om bidders om je heen. Jezus laat je nooit los, Hij is voor jou aan het kruis gegaan. En zou Hij dan nu jou loslaten? Blijf vertrouwen op de Heer, ook al is dat vaak moeilijk. Dank Hem dat hij bij je wil zijn en vraag de Heilige Geest om hulp. 


[1]  Job 26:[12] Door Zijn kracht heeft Hij de zee opgezweept, en door Zijn inzicht heeft Hij Rahab neergeslagen.

   Psalm 107:[29] Hij brengt de storm tot stilte, zodat hun golven zwijgen.

   Jesaja 51:[10] Bent u het niet die de zee heeft drooggelegd, de wateren van de grote watervloed, die de diepten van de zee gemaakt heeft tot een weg, zodat de verlosten erdoor konden gaan?

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

EFEZE 1 : 22 – 23  

DAG 170

LEZEN: EFEZE 1 : 15 – 23

THEMA: Hoofd en lichaam

(HSV) [22] [1]En Hij heeft alle dingen aan Zijn voeten onderworpen en heeft Hem als hoofd over alle dingen gegeven aan de gemeente, [23] [2]die Zijn lichaam is en de vervulling van Hem Die alles in allen vervult.

(BGT) [22] God heeft Christus alle macht gegeven. Hij laat hem heersen over de hemel en de aarde. En dat heeft God gedaan voor de kerk, [23] want de kerk hoort bij Christus. In de kerk is Christus nu al volledig aanwezig, zoals hij eens in alles volledig aanwezig zal zijn.

Aantekening

Efeze 1 : 22  alle dingen … onderworpen. Paulus citeert Psalm 8:7 als vervuld door Christus’ verheerlijking over heel de schepping en als hoofd van de gemeente. Hoofd. Als hedendaags ‘staatshoofd’ wijst deze term op Christus’ superioriteit als Heere (zie aantekening bij 1 Korinthe 11:3).

Efeze 1 : 23  lichaam. Christus identificeert Zich zo met Zijn gemeente, dat zij Zijn lichaam wordt genoemd, zoals Adam Eva beschreef als ‘been van mijn beenderen, en vlees van mijn vlees’ (Genesis 2:23) en zoals God verklaarde dat man en vrouw ‘één vlees’ zouden zijn (zie aantekening bij Efeze 5:28-30). vervulling. De gemeente, vervuld door Christus, vervult heel de schepping als vertegenwoordiger van Christus.

Aantekening bij 1 Korinthe 11 : 3  Maar laat zien dat Paulus snel is overgegaan van roemen (in vers 2) naar terechtwijzen. vrouw. De hoofdbedekking van een vrouw was in de Romeinse samenleving van de 1e eeuw het teken dat iemand getrouwd was. Daarom gaat de praktische raad van Paulus hier niet over de relatie tussen mannen en vrouwen in het algemeen, maar tussen echtgenoten. hoofd. Soms wordt gezegd dat dit woord (Grieks kepha) ‘bron’ betekent maar in meer dan 50 voorbeelden van de uitdrukking: ‘persoon’ A is het hoofd van persoon B’ in de oude Griekse literatuur, heeft persoon A in alle gevallen gezag over persoon B. Daarom kunnen we ‘hoofd’ (kephalë) hier zien als een figuurlijke verwijzing naar ‘gezag’ (zie ook Efeze 1:22; 5:23; Kolossenzen 2:10). Evenals bij het gezag van Christus over de gemeente is dit niet de egocentrische uitoefening van macht, maar leiderschap met zorg voor de geestelijke, emotionele en lichamelijke behoeften van de vrouw. Zie Markus 10:44-45; Efeze 5:23, 25-30. God het Hoofd van Christus laat zien dat binnen de Drie-eenheid de Vader een leidinggevende rol heeft ten opzichte van de Zoon, hoewel Zij gelijk zijn in Goddelijkheid en eigenschappen (zie aantekening bij Johannes 5:19; 14:28; 1 Korinthe 15:28). Paulus past deze waarheid over de Drie-eenheid toe op de relatie tussen man en vrouw. Binnen het huwelijk, net als binnen de Drie-eenheid, zijn zij gelijk in wezen en waarde maar verschillend van rol (zie efeze 5:22-23).

Aantekening bij Efeze 5 : 28 – 30  Paulus herhaalt de roeping van de man tot zelfopofferende liefde voor zijn vrouw door deze liefde te vergelijken met het respect voor zij eigen lichaam (hun eigen lichamen), zichzelf en zijn eigen vlees(Efeze 5:28-29; zie ook vers 33) en daarna met de liefde van Christus voor Zijn lichaam. Zoals vers 29-30 duidelijk maken is het lichaam waarvoor Christus Zichzelf opofferde niet Zijn Persoon, maar het ‘lichaam’ dat de gemeente is.

Aantekening bij Johannes 5 : 19  De zoon kan niets van Zichzelf doen. De verzen 17-19 vormen een bevestiging van twee waarheden: (1) Jezus is gelijk aan God, d.w.z. Hij is ten volle Goddelijk (vers 17-18); (2) de Vader en Hij hebben verschillen functies (vers 19), waarbij de Zoon in alles wat Hij doet onder de Vader staat, zonder dat dit iets afdoet aan de fundamentele gelijkheid. (zie Johannes 5:21, 22, 23; 20:28).als Hij dat niet de Vader ziet doen. Blijkbaar had Jezus op een unieke wijze inzage in de werkzaamheden van de Vader in het dagelijks leven. iets wat voor gewone mensen verborgen blijft.

Aantekening bij Johannes 14 : 28  Mijn Vader is meer dan ik. De Vader is ‘meer’ dan de Zoon (in gezag en leiderschap) in die zin dat Hij uitzendt en opdracht geeft. Dit houdt echter niet in dat de Zoon in wezen minder van waarde zou zijn dan de Vader, zoals duidelijk blijkt uit Johannes 1:1; 10:30; en 20:28.

Aantekening bij 1 Korinthe 15 : 28  de Zoon … Zich onderwerpen aan Hem. Jezus is één met God de Vader en Hem gelijk in Godheid (Johannes 8:6; 10:30; 14:9; Hebreeën 1:8), maar toch onderworpen aan Hem (Markus 14:36; Johannes 15:19, 26-27, 30; 17:4). Dit vers laat zien dat Zijn onderworpenheid aan de Vader eeuwig blijft. God zal alles in allenzijn, niet in deze zin dat God alles is en alles God is, zoals sommige oosterse godsdiensten schetsen, maar in de zin dat Gods opperste gezag over alles voor eeuwig zal bestaan en nooit meer in het gedrang zal komen.  


[1]  Psalm 8:[7] U doet hem heersen over de werken van Uw handen, U hebt alles onder zijn voeten gelegd:

   Mattheüs 28:[18] En Jezus kwam naar hen toe, sprak met hen en zei: Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde.

   1 Korinthe 15:[27] Immers, alle dingen heeft Hij aan Zijn voeten onderworpen. Wanneer Hij echter zegt dat aan Hem alle dingen onderworpen zijn, is het duidelijk dat Hij Die Zelf alles aan Hem onderworpen heeft, hiervan is uitgezonderd.

   Hebreeën 2:[8] alle dingen hebt U onder zijn voeten onderworpen. Want bij het onderwerpen van alle dingen aan Hem heeft Hij niets uitgezonderd wat Hem niet onderworpen is. Nu zien wij echter nog niet dat Hem alle dingen onderworpen zijn,

[2]  Romeinen 12:[5] zo zijn wij, hoewel velen, één lichaam in Christus, maar ieder afzonderlijk leden van elkaar.

   1 Korinthe 12:[27] Samen bent u namelijk het lichaam van Christus, en ieder afzonderlijk Zijn leden.

   Efeze 4:[16] Van Hem uit wordt het hele lichaam samengevoegd en bijeengehouden door elke band die ondersteuning geeft, overeenkomstig de mate waarin ieder deel werkzaam is. Zo verkrijgt het lichaam zijn groei, tot opbouw van zichzelf in de liefde.

   Efeze 5:[23] want de man is hoofd van de vrouw, zoals ook Christus Hoofd van de gemeente is; en Hij is de Behouder van het lichaam.

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

EFEZE 1 : 13 – 14  

DAG 169

LEZEN: EFEZE 1 : 7 – 17

THEMA: Stempel

(HSV) [13] In Hem bent ook u, nadat u het Woord van de waarheid, namelijk het Evangelie van uw zaligheid, gehoord hebt; in Hem bent u ook, toen u tot geloof kwam, [1]verzegeld met de Heilige Geest van de belofte, [14] Die het onderpand is van onze erfenis, tot [2]de verlossing die ons ten deel viel, tot lof van Zijn heerlijkheid.

(BGT) [13] Ook jullie in Efeze geloven nu in Christus. Want jullie hebben de waarheid over hem gehoord, namelijk het goede nieuws dat hij jullie zal redden. Omdat jullie dat geloven, hebben jullie de heilige Geest gekregen. Dat is het teken dat God lang geleden beloofd heeft.  [14] De heilige Geest is het bewijs dat we Gods kinderen zijn. Daardoor weten we dat we bij God horen, en dat hij ons wil redden. Laten we God voor zijn goedheid danken!

Aantekening

Efeze 1 : 13  verzegeld kan betekenen dat de Heilige Geest de christenen beschermt en bewaart tot zij hun erfenis ontvangen (zie Efeze 4:30; 2 Korinthe 1:22; 1 Petrus 1:5; Openbaring 7:2-3) of dat Hij de authenticiteit van hun acceptatie door God ‘waarmerkt’ als zijnde echt – zij dragen het ‘koninklijke zegel’ (zie Johannes 3:33; Handelingen 10:44, 47). De eerste interpretatie lijkt hier het beste, ook al zijn beide ideeën in bijbelse zin waar.

Efeze 1 : 14  God giet Zijn Heilige Geest uit over al Zijn kinderen als onderpand (of als ‘aanbetaling’) voor hun deel in Zijn eeuwig Koninkrijk, want de Geest voorziet hen van heel Gods krachtige verlossingswerk. tot de verlossing die ons ten deel viel. Dit kan ook gelezen worden als ‘tot God Zijn bezit inlost’. In dat geval betekent dit dat, net als de levieten in het Oude Testament, gelovigen het dierbaar gekoesterde bezit zijn van God (zie Numeri 3:12, 45; 8:14; Jozua 14:3-4; 18:7).


[1]  Romeinen 8:[15] Want u hebt niet de Geest van slavernij ontvangen, die opnieuw tot angst leidt, maar u hebt de Geest van aanneming tot kinderen ontvangen, door Wie wij roepen: Abba, Vader!

   2 Korinthe 1:[22] Die ons ook verzegeld heeft en het onderpand van de Geest in onze harten gegeven heeft.

   2 Korinthe 5:[5] Hij nu Die ons hiervoor heeft gereedgemaakt, is God, Die ons ook het onderpand van de Geest gegeven heeft.

   Efeze 4:[30] En bedroef de Heilige Geest van God niet, door Wie u verzegeld bent tot de dag van de verlossing. 

[2]  Exodus 19:[5] Nu dan, als u nauwgezet Mijn stem gehoorzaamt en Mijn verbond in acht neemt, dan zult u uit alle volken Mijn persoonlijk eigendom zijn, want heel de aarde is van Mij.

   Deuteronomium 7:[4] Want zij zouden uw zonen van achter Mij laten afwijken, zodat zij andere goden gaan dienen en de toorn van de HEERE tegen u ontbrandt en Hij u al snel wegvaagt.

   Deuteronomium 14:[2] Want u bent een heilig volk voor de HEERE, uw God. De HEERE heeft ú uit alle volken die op de aardbodem zijn, uitgekozen om voor Hem een volk te zijn dat Zijn persoonlijk eigendom is.

   Deuteronomium 26:[18] En de HEERE heeft u heden doen verklaren dat u voor Hem een volk zult zijn dat Zijn persoonlijk eigendom is, zoals Hij tot u gesproken heeft, en dat u al Zijn geboden in acht moet nemen,

   Romeinen 8:[23] En dat niet alleen, maar ook wijzelf, die de eerstelingen van de Geest hebben, ook wijzelf zuchten in onszelf, in de verwachting van de aanneming tot kinderen, namelijk de verlossing van ons lichaam.

   1 Petrus 2:[9] Maar u bent een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilig volk, een volk dat God Zich tot Zijn eigendom maakte; opdat u de deugden zou verkondigen van Hem Die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht,

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

EFEZE 1 : 5 – 6 

DAG 168

LEZEN: EFEZE 1 : 1 – 6

THEMA: Godlof!

(HSV)  [5] Hij heeft ons voorbestemd om als Zijn kinderen aangenomen te worden, door Jezus Christus, in Zichzelf, overeenkomstig het welbehagen van Zijn wil, [6] tot lof van de heerlijkheid van Zijn genade, waarmee Hij ons begenadigd heeft [1]in de Geliefde.

(BGT)  [5] Daarom heeft hij ons uitgekozen om zijn kinderen te zijn. Hij heeft Jezus Christus naar de wereld gestuurd om ons bij hem te brengen. Dat is wat God wilde. [6-7] God heeft laten zien dat hij goed voor ons is. Hij stuurde Christus naar ons toe, zijn Zoon, van wie hij zo veel houdt. Hij liet Christus voor ons sterven. Zo groot was Gods goedheid voor ons. Door de dood van Christus zijn onze zonden vergeven, en zijn we bevrijd van onze schuld. Laten we God voor zijn goedheid danken!

Aantekening

Efeze 1 : 5  voorbestemd. Vooraf ingesteld of aangesteld tot een functie. Gods verkiezing van mensen (vers 4) betekent dat Hij hen ergens toe bestemd heeft – in dit geval om als Zijn kinderen aangenomen te worden (zie ook vers 11; Romeinen 8:29-30). Uitverkiezing en voorbestemming verwijzen in deze context daarom naar Gods besluit om iemand te redden. Alle christenen, mannen of vrouwen, zijn ‘kinderen’ in de zin van erfgenamen die zegen zullen ontvangen van hun Vader in de hemel. Met de uitdrukking overeenkomstig het welbehagen van Zijn wil, hier en op andere plaatsen (Efeze 1:9, 11), beschrijft en benadrukt Paulus dat God zijn verlossingsplan uit zal voeren. Geen enkele uitwendige kracht kan God beperken. Het is Zijn onverbiddelijke wil voor de gelovigen om Zijn genade en goedheid over hen uit te gieten in Christus Jezus.

Efeze 1 : 6  Gods ultieme doel is niet verlossing op zich, maar de lof van Zijn heerlijke Naam door verzoening. Dit thema komt terug op cruciale punten in de uiteenzetting (zie vers 12,14).

Lange zin            Efeze 1 : 3 – 14             (Uit de Mannen Bijbel)

Dit gedeelte is één zin in het Griekse Nieuwe Testament en daarme ook de langste. Paulus stapelt de zinsneden op elkaar, om in één adem de grootheid van Gods verkiezende liefde en genade uit te bazuinen. Voor de verstaanbaarheid hebben de Nederlandse vertalingen de lange zin in stukjes geknipt.

Nog voordat je bestond        Efeze 1 : 4 – 5                 (Uit de Vrouwen Bijbel)

‘Nog voordat je bestond kende Hij je naam.’ De openingszin van een geliefd lied. Hoeveel sterker nog laat de Bijbel zien dat God ons al kende voordat de wereld bestond. Daar word je stil van. Zeker wanneer je je afvraagt: ‘Zou God mij wel willen accepteren?’ Besef dat Hij zo lang geleden jou heeft voorbestemd om Zijn kind te zijn! Dankzij Jezus, Zijn Kind met hoofdletter.


[1]  Mattheüs 3:[17] En zie, een stem uit de hemelen zei: Dit is Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb!

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

JOHANNES 4 : 50  

DAG 167

LEZEN: JOHANNES 4 : 43 – 53

THEMA: Geneeskrachtig

(HSV) [50] Jezus zei tegen hem: Ga heen, uw zoon leeft. En de man geloofde het woord dat Jezus tegen hem zei, en ging heen.

(BGT) [50] Jezus zei tegen hem: ‘Ga naar huis, je zoon leeft!’ De man geloofde wat Jezus zei, en ging naar huis.

Aantekening

Johannes 4 : 49 – 50  uw zoon leeft. Dit betekent niet alleen dat Jezus weet dat het wonder al is gebeurd, maar dat Hij de jongen Zelf heeft genezen. Johannes schrijft namelijk dat dit een teken is dat Jezus ‘deed’ (vers 54). In Mattheüs 8:5-13 wordt een ander, maar vergelijkbaar feit vermeldt (vgl. Lukas 7:1-10). 

Vast vertrouwen         Johannes 4 : 47 – 53            (Uit de vrouwen Bijbel)

De koninklijke hoveling gelooft Jezus op Zijn woord (vers 50), nog voordat hij iets van de genezing kan zien. Als de man later ziet dat zijn zoon inderdaad genezen is, wordt zijn geloof bevestigd, en daardoor komt ‘zijn hele huis’ tot geloof. Durf jij God te vertrouwen op Zijn woord, ook als je (nog) niet ziet?

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

JOHANNES 4 : 41 – 42  

DAG 166

LEZEN: JOHANNES 4 : 27 – 42

THEMA: Onverwacht geloof

(HSV) [41] En er kwamen er nog veel meer tot geloof, vanwege Zijn woord, [42] en zij zeiden tegen de vrouw: Wij geloven niet meer om wat u zegt, want wijzelf hebben Hem gehoord en weten dat Híj werkelijk de Zaligmaker van de wereld is, de Christus.

(BGT) [41] En door alles wat hij vertelde, gingen nog veel meer mensen uit de stad geloven.  [42] Ze zeiden tegen de vrouw: ‘Eerst geloofden we in Jezus door wat jij ons vertelde. Maar nu hebben we hem zelf gehoord. En nu weten we zeker dat Jezus de redder van de wereld is.’

Aantekening

Johannes 4 – 41 – 42  Zaligmaker van de wereld. Niet alleen van de Joden. Jezus’ omvangrijke oogst bij de Samaritanen is het eerste teken van het universele bereik van Zijn verlossingswerk (vgl. Johannes 10:16; 11:51-52). Ook de Vroege Kerk heeft onder de Samaritanen zending bedreven (Handelingen 8:4-25). Zo zien we in Jezus’ zendingswerk al het patroon van zendingsarbeid van de gemeente na Pinksteren (vgl. Handelingen 1:8): Jezus werkt eerst onder Judeeërs (Nicodemus, Johannes 3:1-15), dan onder de Samaritanen (Johannes 4:1-42), tenslotte onder de heidenen (Johannes 4:46-54; vgl. Johannes 12:20-33).

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

JOHANNES 4 : 25 – 26 

DAG 165

LEZEN: JOHANNES 4 : 13 – 26

THEMA: Ontdekking

(HSV) [25] De vrouw zei tegen Hem: Ik weet dat de Messias komt (Die Christus genoemd wordt); wanneer Die gekomen zal zijn, zal Hij ons alles verkondigen. [26] Jezus zei tegen haar: [1]Ik ben het, Die met u spreekt.

(BGT) [25] De vrouw zei: ‘Ik weet dat de messias, die Christus genoemd wordt, zal komen. Hij zal ons alles over God vertellen.’  [26] Jezus zei tegen haar: ‘De messias spreekt met je. Ik ben het.’

Aantekening

Johannes 4 : 25 – 26  de Messias … (Die Christus genoemd wordt). Zie aantekening bij Johannes 1:39. Jezus maakt Zich niet vaak kenbaar als de Messias (zie aantekening bij Johannes 1:42) omdat de meeste mensen dan meteen politieke bevrijding van Hem zouden verwachten. Maar hier in Samaria, zo ver van de centra van het Jodendom, wijkt Hij daarvan af.

Aantekening bij:

Johannes 1 : 39  Rabbi (wat vertaald wil zeggen: Meester). Een van de zeven Hebreeuws/Aramese termen die Johannes als auteur voor zijn lezers heeft vertaald.

Johannes 1 : 42  Messias (Hebreeuws) en Christus (Grieks) betekent allebei ‘gezalfde’ (gewoonlijk gezalfd door God). In het Nieuwe Testament en in het vroege Judaïsme vat de uitdrukking ‘Messias’ veel oudtestamentische verwachtingen samen van een komende ‘Gezalfde’ Die Gods volk zou leiden, leren en verlossen, met name de beloofde grote Koning en Redder uit het geslacht van David (zie bv. 2 Samuël 7:5-16; Psalm110:1-4; Jesaja 9:5-6.

De verwijs Bijbel verwijst bij vers 25 naar: Daniël 9:[24] Zeventig weken zijn er bepaald over uw volk en uw heilige stad, om de overtreding te beëindigen, de zonden te verzegelen, de ongerechtigheid te verzoenen, om een eeuwige gerechtigheid tot stand te brengen, om visioen en profeet te verzegelen, en om de Heiligheid van heiligheden te zalven. [25] U moet weten en begrijpen: vanaf de tijd dat het woord uitgaat om te laten terugkeren en om Jeruzalem te herbouwen tot op Messias, de Vorst, verstrijken er zeven weken en tweeënzestig weken. Plein en gracht zullen opnieuw gebouwd worden, maar wel in benauwde tijden. [26] Na de tweeënzestig weken zal de Messias uitgeroeid worden, maar het zal niet voor Hemzelf zijn. Een volk van een vorst, een volk dat komen zal, zal de stad en het heiligdom te gronde richten. Het einde ervan zal zijn in de overstromende vloed en tot het einde toe zal er oorlog zijn, verwoestingen waartoe vast besloten is. [27] Hij zal voor velen het verbond versterken, één week lang. Halverwege de week zal Hij slachtoffer en graanoffer doen ophouden. Over de gruwelijke vleugel zal een verwoester zijn, zelfs tot aan de voleinding, die, vast besloten, uitgegoten zal worden over de verwoeste.


[1]  Johannes 9:[37] En Jezus zei tegen hem: Die u gezien hebt én Die met u spreekt, Die is het.

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

JOHANNES 4 : 10

DAG 164

LEZEN: JOHANNES 4 : 1 – 12

THEMA: Levend water

(HSV) [10] Jezus antwoordde en zei tegen haar: Als u de gave van God kende, en wist Wie Hij is Die tegen u zegt: Geef Mij te drinken, u zou het Hem hebben gevraagd en Hij zou u levend water gegeven hebben.

(BGT) [10] Jezus zei tegen haar: ‘Ik heb jou om water gevraagd. Maar jij weet niet wie ik ben. Je weet niet wat God aan de mensen wil geven. Want als je dat wel geweten had, dan had je mij om water gevraagd! En dan had ik je water gegeven dat eeuwig leven geeft.’

Aantekening

Johannes 4 : 10  levend water. Weer heeft een uitspraak van Jezus een dubbele betekenis (zie ook aantekening bij Johannes 3:14; 8:24; 11:50-51; 19:19; vgl. ook Johannes 3:7-8). ‘Levend water’ betekent fris bronwater (Genesis 26:19; Leviticus 14:6), Maar in Johannes 7:38-39 betekent het tevens het wonen van de Heilige Geest in wie gelooft (vgl. Jeremia 2:13; Ezechiël 47:1-6; Zacharia 14:8; ook Jesaja 12:3). 

Aantekening bij:

Johannes 3 : 14  verhoogd. Dit is de eerste van de drie uitspraken in Johannes dat de Zoon des mensen zal worden ‘verhoogd’ (vgl. Johannes 8:28; 12:32). Het heeft telkens de voor Johannes typerende dubbele betekenis (zie aantekening bij Johannes 4:10; 8:24; 11:50-51; 19:19; vgl. ook Johannes 3:7-8), het verwijst dus (a) naar Jezus’ dood en (b) naar Zijn opstanding en verheffing tot heerlijkheid in de hemel (vgl. Handelingen 2:53; 5:31). slang in de woestijn. Zie Numeri 21:9; maar ook Jesaja 52:13.

Johannes 8 : 24  dat ik ben. Dit kan betekenen: ‘dat Ik de Messias ben’ (of: ‘de door de Vader Gezondene’, of i.v.m. vers 12: ‘het Licht de wereld’). Het Grieks ‘egö eimi betekent gewoon ‘Ik ben (het)’ en zo zegt een genezen man het ook in Johannes 9:9. Maar Johannes houdt van uitspraken met een dubbele betekenis (zie aantekening bij Johannes 3:14; 4:10; 11:50-51; 19:19; vgl. ook Johannes 3:7-8), dit vers is dan ook een van Jezus uitspraken met een zinspeling op wat God zegt tegen Mozes in Exodus 3:14: IK BEN (Grieks LXX: Egö eimi) DIE IK BEN.

Johannes 11 : 50 – 51  één Mens sterft voor het volk. Deze zinspeling op de Makkabese martelaren (2 Makkabeeën 7:37-38) heeft voor Johannes kenmerkende dubbele betekenis (zie aantekening bij Johannes 3:14; 4:10; 8:24; 19:19; vgl. ook Johannes 3:7-8): het is ook een profetie van Jezus’ plaatsvervangend sterven.

Johannes 19 : 19  Het doel van een opschrift was de misdaad van een veroordeelde te noemen, vermoedelijk ter waarschuwing van anderen. De Koning van de Joden. Pilatus bewoordingen zijn wederom veel meer naar de waarheid dan hij of het Joodse volk besefte. Ook dit is een voorbeeld van Johannes’ stijl van dubbele betekenis en ironie (zie aantekening bij Johannes 3:14; 4:10; 8:24; 11:50-51; vgl. ook Johannes 3:7-8).

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

EZECHIËL 44 : 23 

DAG 163

LEZEN: EZECHIËL 44 : 17 – 31 

THEMA: Heiligheid

(HSV) [23] Zij moeten Mijn volk het onderscheid leren tussen heilig en onheilig, en hun het onderscheid laten weten tussen onrein en rein.            

(BGT) [23] De priesters moeten mijn volk het verschil leren tussen wat heilig is en wat niet heilig is. En ze moeten het volk leren wat rein is en wat onrein is.        

Aantekening

Ezechiël 44 : 15 – 31  Het voorrecht om aan het altaar te dienen in het heiligdom zelf, d.w.z. voor het aangezicht van de Heere (vers 15) komt de zonen van Zadok toe. Zadok was een priester uit het geslacht van Aäron, die de belangrijkste werd in de tijd van David (2 Samuël 20:25). Hij bleef trouw aan David en later aan Salomo in de machtsstrijd over de opvolging van Davids troon (1 Koningen 1:39). Hij en zijn opvolgers worden daarom vooral geassocieerd met de priesters van Jeruzalem, meer dan met de plattelandspriesters uit wier kring Jeremia kwam. De voorschriften voor hun werk, hebben een nauwe relatie met de wetgeving van de Pentateuch (m.n. Leviticus 21 en Numeri 18). Deze voorschriften moesten de zonen van Zadok in staat van paraatheid houden om te dienen voor het altaar en in het heiligdom, met andere woorden: heilig te zijn. Ze bevatten instructies aangaande kleding en uiterlijke verzorging (Ezechiël 44:17-20), gedrag (vers 21) en huwelijk (vers 22). Zij moeten leraars zijn en bemiddelaars (23-24; vgl. Leviticus 10:8-11, Ezechiël 22-26). Als zij zichzelf noodzakelijkerwijs verontreinigen door voor een dode te zorgen, moeten zij een periode van zeven dagen wachten (vgl. Ezechiël 43:26) voor ze de eredienst weer mogen bijwonen. Evenals andere priesterlijke groepen in de oudheid hebben zij geen grondbezit (Ezechiël 44:28). Hun levensonderhoud komt uit hun tempeldienst zelf en uit de offers van degenen in de gemeente die bezit hebben (vers 29-30). Tenslotte mogen ze geen onrein vlees eten, een beperking die Ezechiël zelf allang geleden ter harte had genomen (zie Ezechiël 4:14).

Heilig en onheilig          Ezechiël 44 – 46            (Uit de Mannen Bijbel)

Tegenover Gods standaard – Gods ‘norm’ – staan onze menselijke normen en waarden. Vaak wijken die af van God standaard. In Ezechiël 44:7-8 laat Ezechiël zien waar het misging in Israël. God wil mensen die oprecht, puur en zuiver zijn in hun verbondsrelatie met Hem. Maar Israël nam het niet zo nauw met deze hoge standaard en liet heilig en onheilig door elkaar heen lopen. Het onderscheid tussen wat van God kwam en wat de mensen zelf bedachten, vervaagde. Daarom stelt God priesters aan die het volk weer het onderscheid leren tussen heilig en onheilig (Ezechiël 44:23; zie ook 1 Johannes 1:5).                                                               Elke vader heeft als taak een priester te zijn in zijn gezin. Dat betekent je gezin voorgaan op een levensweg die past bij de heiligheid en zuiverheid van God. Dezelfde roeping heeft ook de christelijke gemeente en in het bijzonder haar leiders (1 Petrus 2:9). Het is niet onze roeping de wereld na te praten of ons eigen hart te volgen. Het is wel onze opdracht om vast te houden aan God en Zijn standaard. Dat geld voor wat we zeggen, denken en doen in gezin, kerk en wereld.

Inspirerende priesters     Ezechiël 44 : 15-16, 23      (Uit de Vrouwen Bijbel)

Wie in jouw omgeving inspireert jou? Een deel van de Levitische priesters, zonen van Zadok, waren God steeds trouw gebleven. Zij mogen daarom binnenkomen in het heiligdom van de tempel. Zij krijgen de taak om het volk het onderscheid te leren tussen heilig en onheilig en onheilig, rein en onrein. Inspirerende priesters van wie de Israëlieten veel konden leren!

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

EZECHIËL 44 : 9 

DAG 162

LEZEN: EZECHIËL 44 : 1 – 16 

THEMA: Grenzen

(HSV) [9] Zo zegt de Heere HEERE: Geen enkele vreemdeling, onbesneden van hart en onbesneden van lichaam, mag in Mijn heiligdom binnenkomen. Dit geldt voor elke vreemdeling die te midden van de Israëlieten is.          

(BGT) [9] Luister naar wat ik, de Heer, zeg: Vreemdelingen, die mijn regels niet kennen en die niet besneden zijn, mogen niet in mijn tempel komen! Dat geldt voor alle vreemdelingen die bij jullie wonen.          

Aantekening

Ezechiël 44 : 9  Terwijl het de vreemdelingen verboden is een taak in de tempeldienst te vervullen, zou de kwalificatie onbesneden van hart en onbesneden van lichaam (vgl. vers 7) kunnen suggereren dat vreemdelingen met de juiste innerlijke gerichtheid, vermeld in Ezechiël 36:26-27, lid konden worden van de verbondsgemeente. Het wonen te midden van de Israëlieten was echter niet genoeg om hen daartoe geschikt te maken.

Beperkte toegang         Ezechiël 44 : 1 – 9                  (Uit de Vrouwen Bijbel)

Ben ik wel goed genoeg om tot God te naderen? Zal God mij niet wegsturen vanwege mijn zonde en Zijn heiligheid? Die vragen kunnen het je moeilijk maken om onbevangen te bidden, te zingen en bij God te zijn. Deze nieuwe tempel voor de Heere in Ezechiël lijkt ontoegankelijk voor gewone stervelingen. De toegang wordt ontzegd aan hen die onbesneden van hart zijn. Als je terugleest (hs. 36), lees je wat er nodig is om bij God te kunnen zijn.