TEKST VOOR VANDAAG
EZECHIËL 45 : 1
DAG 178
LEZEN: EZECHIËL 45 : 1 – 9
THEMA: Plaatsbepaling
(HSV) [1] Wanneer u het land als erfelijk bezit toewijst, moet u de HEERE een heilig deel van het land als hefoffer brengen: de lengte moet vijfentwintigduizend el zijn en de breedte tienduizend. Dat zal, heel het gebied rond, heilig zijn.
(BGT) [1] Luister, Israëlieten. Als jullie het land verdelen onder de stammen van Israël, moeten jullie een deel van het land apart houden en aan mij geven. Dat moet een gebied zijn van 12,5 kilometer lang en 10 kilometer breed. Het zal een heilig gebied zijn.
Aantekening
Ezechiël 45 : 1 – 8 Delen van het tempelgebied. Deze afbakening van heilige ruimte binnen de bredere context van het herstelde Israël loopt, kort samengevat, vooruit op Ezechiël 48:8-22. De twee verslagen beschrijven dezelfde opzet van het tempeldistrict, hoewel de latere tekst meer details geeft. Ezechiël beschrijft drie stroken van vijfentwintigduizend el (12,5 km), zoals te verwachten van oost naar west gericht, gezien de oost-westas van de tempel. De middelste (of de bovenste?) strook van tienduizend el van noord naar zuid (5 km) omvat het heiligdom (Ezechiël 45:2) en is het gebied waar de priesters verblijven (vers 3-4). De strook met dezelfde afmeting ten noorden daarvan is het thuis voor de Levieten (vers 5). De meest zuidelijke strook, half zo breed, is het gebied voor heel het huis van Israël (vers 6). Dit omvat ook de stad zelf. Aan weerskanten daarvan, aan de oost- en westzijde, liggen de gebieden van vijfduizend (el) breed (2,5 km) en vijfentwintigduizend (el) die toegewezen zijn aan de vorst (vers 7-8a), en die zijn bedoeld om te voorzien in de behoeften van het kroondomein (vers 8b; vgl. 1 Koningen 21). Het is moeilijk te zeggen waarom deze op dit punt worden ingevoerd. Het belangrijkste is misschien dat in dit visioen het ‘waar’ van de plaats steeds voorafgaat aan het ‘wat’ dat daar verondersteld wordt te gebeuren. Na de beschrijving van de tempel en de opsomming van de plichten van de priesters, specificeert het volgende ‘waar’ het omringende gebied waaruit de gaven en de offers zullen komen. De districten die zich vanaf de tempel uitstrekken, beschrijven dit gebied.