Dagelijks Woord

Dagelijks Woord

Woensdag 17 juli 2019 – Openbaring 1:17-18

En toen ik Hem zag, viel ik als dood aan Zijn voeten, en Hij legde Zijn rechterhand op mij en zei tegen mij: Wees niet bevreesd, [1]Ik ben de Eerste en de Laatste, [2]en de Levende, en Ik ben dood geweest en zie, Ik ben levend tot in alle eeuwigheid. Amen. [3]En Ik heb de sleutels van het rijk van de dood en van de dood zelf.

(BGT) Toen ik hem zag, schrok ik heel erg, en ik viel languit op de grond alsof ik dood was. Maar hij legde zijn rechterhand op me en zei:

‘Je hoeft niet bang te zijn. Ik ben de eerste en de laatste. 18Ik ben degene die leeft! Ik was dood, maar nu leef ik voor altijd en eeuwig. Ik heb de macht gekregen over de dood en het land van de dood.

Aantekening

Openbaring 1 : 17de Eerste en de Laatste. De Zoon des mensen bevestigt Zijn Goddelijke eeuwigheid en geeft weerklank aan de verhevenheid van de Heere boven de afgoden (Jesaja 41:4; 44:6). 

Openbaring 1 : 18Ik ben dood geweest … Ik ben levend tot in alle eeuwigheid.Paradoxaal genoeg is deze Eeuwig-Levende gestorven om gelovigen te redden en leeft Hij nu voor eeuwig als ‘de Eerstgeborene uit de doden’ (Openbaring 1:5). Omdat Jezus gestorven en weer opgestaan is, moet Johannes ‘niet bevreesd’ zijn (Openbaring 1:17). Ook de gemeenten moeten niet bevreesd zijn voor de dood, omdat Jezus deze voor altijd heeft overwonnen. Zie 1 Korinthe 15:42-57 over de opstanding van Christus.

Openbaring van Jezus Christus          (uit: De openbaring van Jezus Christus  J. v.d Schoot)

Bijna alle Bijbelvertalingen noemen dit boek ‘de Openbaring van Johannes’. Terwijl de oorspronkelijke titel ‘Openbaring van Jezus Christus’ is. In de tweede eeuw werd de titel veranderd in de naam van ‘de discipel die Jezus liefhad’ (Johannes 21:20). Waarschijnlijk om dit profetische boek te onderscheiden van allerlei andere, zogenaamd apocriefe ‘Openbaringen’ die er in de vroege Kerk bestonden. Laat er geen twijfel over bestaan, God is de auteur van de gehele Bijbel, zo ook van het laatste Bijbelboek.


[1]  Jesaja 41:4; 44:6; 48:12

[2]  Romeinen 6:9

[3]  Job 12:14; Jesaja 22:22; Openbaring 3:7; 20:1

Dagelijks Woord

Dagelijks Woord

Dinsdag 16 juli 2019 – Romeinen 14:12-13

[1]Zo zal dan nu ieder van ons voor zichzelf rekenschap geven aan God. Laten wij dan niet langer elkaar oordelen, maar oordeel liever dit: [2]de broeder geen aanstoot of oorzaak tot struikelen te geven.

(BGT) God zal ons dus allemaal beoordelen op onze eigen daden.Vrienden, we moeten elkaar niet meer veroordelen. Laten we afspreken dat we het andere gelovigen niet moeilijk maken. En dat we hun geloof niet in gevaar brengen.

Aantekening

Romeinen 14 : 10 – 12 >  De sterken moeten de zwakken niet minachten, en de zwakken moeten de sterken niet veroordelen, want allen zullen voor God staan, Die over hen zal oordelen op de laatste dag. De toekomstige dag van het oordeel is voorspeld in Jesaja 45:23. Ieder zal tijdens dat oordeel rekenschap over zijn leven geven aan God. Rechtvaardiging wordt alleen door geloof verkregen, maar wat christenen gedaan hebben zal wel invloed hebben op God beoordeling van hun dienst aan Hem en de beloningen die ze zullen ontvangen (vgl. 1 Korinthe 3:10-17; 2 Korinthe 5:10).  

Aantekeningen Studiebijbel in Perspectief

Romeinen 14 : 13 >  Laten we … neem u voor: lett. ‘Laten wij dan niet langer elkaar oordelen, maar kom liever tot dit oordeel’. Paulus gebruikt in hs. 14 het Griekse woord krinô in de volgende verschillende betekenissen: oordelen, veroordelen, beoordelen, een oordeel vellen (vonnis). Als christenen al ergens een oordeel over moeten hebben, is dat niet om een ander te veroordelen, maar om een goed oordeel te ontwikkelen over de houding die ze aan moeten nemen tegenover andere christenen. In v. 1-12 wordt de gelovige opgeroepen zijn broeder en zuster niet te veroordelen, vanaf v. 13 wordt een appèl op hem gedaan om zijn eigen houding tegen het licht te houden. Paulus roept de sterke op om kritisch naar zichzelf te kijken en alles wat voor de zwakke een struikelblok kan zijn, uit de weg te ruimen (zie Mat. 5:29; 7:1-5; 17:7; 18:6; 1 Kor. 8:13; 1 Joh. 2:10). ergeren: lett. ‘aanleiding geven tot zonde’. In het Grieks staat: skandalon. Dit betekent in de Schrift niet: aanstoot geven aan een gelovige die zeker van zijn zaak is, maar: de zwakke gelovige in zonde laten vallen, of hem belemmeren in zijn geloof (v. 15). Maar al te vaak is dit de houding van overdreven gezagsgetrouwe mensen: ze nemen aanstoot aan (spreken schande van) het gedrag van anderen, ook al hebben die niets kwaads in de zin.


[1]  Psalm 62:13; Jeremia 17:10; 32:19; Mattheüs 16:27; Romeinen 2:6; 1 Korinthe 3:8; 2 Korinthe 5:10; Galaten   6:5; Openbaring 2:23; 22:12 

[2]  1 Korinthe 10:32; 2 Korinthe 6:3

Dagelijks Woord

Dagelijks Woord

Maandag 15 juli 2019 – Psalmen 27:4-5

Eén ding heb ik van de HEERE verlangd, dát zal ik zoeken: dat ik wonen mag in het huis van de HEERE, al de dagen van mijn leven, om de lieflijkheid van de HEERE te aanschouwen en te onderzoeken in Zijn tempel. Want Hij doet mij schuilen in Zijn hut in dagen van onheil. Hij verbergt mij in het verborgene van Zijn tent, Hij plaatst mij hoog op een rots.

(BGT) Ik vraag aan de Heer maar één ding,meer heb ik niet nodig.Ik wil bij hem wonen,elke dag, heel mijn leven.Ik wil bij hem zijn in de tempel.Dan zal ik zien hoe goed hij is.Als er gevaar is,verbergt hij mij in zijn tempel.In zijn huis ben ik veilig.

Aantekening

Psalm 27 : 4  >  David, de auteur van deze psalm, kon de tabernakel een ‘huis’ noemen (Jozua 6:24; 1 Samuël 1:7; 3:15) en een tempel(1 Samuël 1:9;3:3). Voor wonen in het huis van de Heere,zie Psalm 23:6. Gods lieflijkheidis dat waarnaar de gelovigen hartstochtelijk verlangen om die te mogen aanschouwen(d.w.z. met bewondering en liefde waarnemen) wanneer zij Hem zoeken in een ere dienst.

Aantekeningen Studiebijbel in Perspectief

Psalm 27 : 4  >  wonen … van mijn leven: vgl. 15:1; 23:6; 24:3. om de liefde: andere vertaling: ‘genieten van de pracht’. hem te ontmoeten: andere vertaling: ‘te onderzoeken’.

Dagelijks Woord

Dagelijks Woord

Zondag 14 juli 2019 – 1 Johannes 3:18-20

Mijn lieve kinderen, laten wij niet liefhebben met het woord of met de tong, maar met de daad en in waarheid. En hieraan weten wij dat wij uit de waarheid zijn, en zo zullen wij ons hart voor Hem geruststellen. Want als ons hart ons veroordeelt, God is meer dan ons hart, en Hij weet alle dingen.

(BGT) Vrienden, we moeten anderen laten merken dat we van hen houden. Niet door mooie woorden, maar door daden die Gods waarheid laten zien.Als we in liefde met elkaar leven, laten we zien dat we bij de waarheid horen. We kunnen dan vol vertrouwen voor God staan. En stel dat we ons toch nog schuldig voelen. Dan mogen we weten dat God ons beter kent dan dat wij onszelf kennen. Hij weet dat we ons best doen om goed te leven.

Aantekening

1 Johannes 3 : 20 >  als ons hart on veroordeelt.D.w.z. als we er innerlijk van overtuigd zijn dat we zondaars zijn en ons geweten ons aanklaagt. Juist dan is het van levensbelang dat we een levend geloof hebben endat de liefde functioneert; de uitspraak God is meer dan ons hartgeeft ons de genadige verzekering dat Hij ons heeft vergeven door het verzoenende werk van Christus (1 Johannes 1:7).

Aantekeningen Studiebijbel in Perspectief

1 Johannes 3 : 18 >  met daden: vgl. Jak. 2:17. Evenals in het hele hoofdstuk legt Johannes de nadruk op concrete bewijzen van je geloof en op de verschillende aspecten ervan (verbondenheid met God, kennis van God, liefde). Daarmee keert hij zich tegen de levenshouding van zijn tegenstanders, en misschien ook tegen de manier waarop zijn lezers reageren op hen die zich laten meetrekken.

1 Johannes 3 : 19  >  kunnen we … voor God staan: als ons geweten ons aanklaagt (terecht of ten onrechte), vormen tastbare tekenen van broederliefde in de gemeente voor ons het bewijs dat wij bij God horen, in wie we vergeving kunnen vinden, want Hij is groter dan ons hart (v. 20).

1 Johannes 3 : 20  >  groter dan ons hart: God kent onze diepste motieven, en zijn goedheid gaat onze voorstelling ver te boven.

Dagelijks Woord

Dagelijks Woord

Zaterdag 13 juli 2019 – Hebreeën 1:3-4

[1]Hij, Die de afstraling van Gods heerlijkheid is en de afdruk van Zijn zelfstandigheid, Die alle dingen draagt door Zijn krachtig woord, heeft, nadat Hij de reiniging van onze zonden door Zichzelf tot stand had gebracht, Zich gezet aan de rechterhand van de Majesteit in de hoogste hemelen. Hij is zoveel meer geworden dan de engelen als de Naam die Hij als erfdeel ontvangen heeft, [2]voortreffelijker is dan die van hen.

(BGT) Door Gods Zoon weten we hoe machtig God is. Door hem weten we wie God is. Alleen door de machtige woorden van Gods Zoon kunnen de hemel en de aarde bestaan. En hij heeft ervoor gezorgd dat onze zonden vergeven zijn. Daarom zit hij nu naast God in de hemel, aan Gods rechterkant.Gods Zoon is veel belangrijker dan de engelen. Alleen aan hem heeft God de naam ‘Zoon van God’ gegeven. Dat weten we uit de heilige boeken. 

Aantekening

Hebreeën 1 : 3> De verhevenheid van de Zoon wordt nog groter gemaakt. heerlijkheidwordt vaak afgebeeld als licht (bv. Jesaja 60:1, 19; 2 Korinthe 4:4-6; Openbaring 21:23), en hier is de Zoon dat ‘heerlijke’ licht van God. Jezus is de volkomen en eeuwige belichaming, de afdruk(Grieks charaktër) van Gods wezen (Zijn zelfstandigheid, Grieks hupostasis). Dus de Zoon is één in wezen met God, Hij is Zelf volkomen God. Hij heeft dezelfde eigenschappen en kwaliteiten: de Zoon is exact de Vader. De Zoon, Die alle dingenheeft geschapen (Hebreeën 1:2), draagtdie door Zijn krachtig woord(vgl. Kolossenzen 1:17). Jezus ziet de noodzaak van de reiniging van onze zonden en brengt die tot stand (zie Hebreeën 9:11-10:18). Jezus stijgt op tot het hoogste gezag (de rechterhandvan God); zie Hebreeën 1:13; 8:1; 10:12; 12:2 ook bv. Markus 14:62; Handelingen 2:33; Romeinen 8:34; Efeze 1:20; 1 Petrus 3:22. Uit heeft … Zich gezetkunnen we afleiden dat Zijn verlossingswerk klaar was. Majesteitstaat ook in Hebreeën 8:1 (vgl. Deuteronomium 32:3; Psalm 145:3, 6; 150:2; Judas vers 25). 

Hebreeën 1 : 4> De kern van hoofdstuk 1 en 2 wordt hier aan gekondigd: Jezus is meer … dan de engelen. Engelen waren onderwerp van veel speculatie in het Judaïsme van de 1e eeuw. Men wist dat ze verschenen in mensengedaante, men kende ze als dienaren voor Gods troon, als begeleider en bewaarde van mensen, en ze hadden Mozes de wet gegeven (zie Hebreeën 1:7; 2:2; 12:22; 13:2). Zie aantekeningen bij Hebreeën 2:2. Toch was Jezus uitnemender dan zij, deels omdat Zijn Naam(d.w.z. Zijn wezen) ‘Zoon’ (Hebreeën 1:5) is. Dat betekent immers een inniger (familie) band en een grotere erfenis (alles van de Vader is van Zijn enige Zoon). 

Aantekeningen Studiebijbel in Perspectief

Hebreeën 1 : 3 >  zijn evenbeeld: of: ‘de perfecte uitdrukking van zijn wezen’: dit laat zien dat deze nieuwe openbaring die van vroeger (v. 1) te boven gaat. Het Griekse woord voor ‘evenbeeld’ betekent ook ‘gegraveerd teken’, ‘afdruk’ en onderstreept de nauwe betrokkenheid tussen de Zoon en het wezen van God. hij schraagt: zie Kol. 1:17. de reiniging van de zonden: dit onderwerp zal later meer worden uitgewerkt, bv. in hs. 7, waar de Zoon wordt gepresenteerd als de ware hogepriester. aan de rechterzijde van Gods hemelse majesteit: het woordje ‘God’ is hier toegevoegd in de vertaling. Zitten aan de rechterhand van God is een positie van zeer grote eer en autoriteit. Vgl. Ps. 110:1 (deze tekst wordt in de brief aan de Hebr. vaak geciteerd).


[1]  2 Korinthe 4:4; Filippenzen 2:6; Kolossenzen 1:15

[2]  Filippenzen 2:9

Dagelijks Woord

Dagelijks Woord

Vrijdag 12 juli 2019 – Deuteronomium 4:39-40

Daarom moet u heden weten en ter harte nemen dat de HEERE God is, boven in de hemel en beneden op de aarde, niemand anders! En u moet Zijn verordeningen en Zijn geboden, die ik u heden gebied, alle dagen in acht nemen, opdat het u en uw kinderen na u goed gaat en opdat u uw dagen verlengt in het land dat de HEERE, uw God, u geeft, alle dagen.

(BGT)  Weet dat de Heer de enige God is. Vergeet dat nooit! Hij alleen is God, boven in de hemel en hier beneden op de aarde. Hij, en niemand anders! Houd je daarom altijd aan de wetten en regels van de Heer, die ik jullie vandaag geef. Dan zal het goed gaan met jullie en met jullie kinderen. En dan zullen jullie lang leven in het land dat de Heer jullie zal geven.’

Aantekening

Deuteronomium 4 : 39weten en ter harte nemen. In Deuteronomium gaat het steeds om bezorgdheid over het hart van Israël (zie Deuteronomium 6:4-5; 7:17; 8:2, 17; 9:4; 10:16). 

Overdenking

Vandaag is ons dagelijks woord uit de eerste toespraak van Mozes, en wel de laatste twee verzen, uit de ‘Oproep voor Israël’. Mozes vermaant het volk zich aan de geboden te houden. De geboden, ook wel de ‘Tien Woorden’ genoemd, zijn door God geschreven op twee stenen tafelen (Deuteronomium 4:13). 

Tafelen, Op plaatjes van de twee stenen tafelen zien we vaak op de ene tafel de eerste vijf geboden staan, op de andere tafel de andere vijf. Logischer is dat alle Tien Geboden op elke tafel werden geschreven, omdat het een soort contract was. Contracten werden – en worden nog steeds – in tweevoud opgesteld, voor beide partijen een exemplaar.

Aan het slot van deze vermaning, drukt Mozes het volk op het hart dat God overal is, Hij boven in de hemel en beneden op de aarde. Ook vandaag is God nog steeds om ons heen. Israël moest zich aan Gods verordeningen houden alle dagen en ook wij moeten ons houden aan de opdracht die we kunnen lezen in de Bijbel. Voor de Israëlieten was de belofte: Dat hun dagen verlengt werden in het land dat de Heere hun zou geven. Voor ons is de belofte dat, als wij ons bekeren en geloven in Jezus onze Redder, en leven zoals Jezus ons heeft geleert, dan zullen wij eeuwig leven hebben en als kinderen van God zijn. Dit door het offer van Jezus, die voor onze zonden aan het kruis is gestorven.    

Dagelijks Woord

Dagelijks Woord

Donderdag 11 juli 2019 – 2 Thessalonicenzen 3:3

[1]Maar de Heere is getrouw, Die u zal versterken [2]en bewaren voor de boze.

(BGT) De Heer is trouw. Hij zal jullie kracht geven en beschermen tegen de macht van het kwaad.

Aantekening

2 Thessalonicenzen 3 : 3 – 4Geruststelling. Paulus geeft tot slot een paar woorden van troost aan de Thessalonicenzen tegen de achtergrond van de onjuiste bewering over de wederkomst van Christus (2 Thessalonicenzen 2:2). In het Grieks is het laatste van 2 Thessalonicenzen 3:2 ‘geloof’ (Grieks pistis) en is het eerste woord van vers 3 getrouw(Grieks pistos) – het gebrek aan geloof bij de ongelovigen steekt af bij Gods trouw. bewaren voor de boze. De satan heeft geprobeerd om het jonge geloof van de Thessalonicenzen te vernietigen. Maar Gods trouw stelt Paulus gerust dat de boze daar niet in zal slagen: de Thessalonicenzen zullen hem weerstaan door juist te reageren op de twee brieven van Paulus. Hij heeft vertrouwen dat zij dit al doen en dat zij, als ze deze brief krijgen, ook doenzullen wat wij u bevelen. Paulus denkt misschien aan zijn opdracht om hen terecht te wijzen die binnen de gemeente ongeregeld zijn vers 6-15) en/of aan zijn bevel om zich te houden aan de overleveringen over de dag van de Heere (2 Thessalonicenzen 2:15). 

Korte overdenking   2 Thessalonicenzen 3 : 1 – 5In hoofdstuk 3 beginnen Paulus, Silvanus en Timotheüs met een verzoek aan de gemeente van de Thessalonicenzen, om voor hun te bidden. Ze willen graag dat het Woord van de Heere zijn loop mag hebben en dat ze verlost worden van de slechte en boosaardige mensen. Ze weten dat niet allen het geloof hebben. (vers 1 en 2). Maar ze weten dat de Heere getrouw is, wat voor hun een geruststelling is. Ze vertrouwen er op dat de Heere hen zal versterken en bewaren voor de boze, (in andere vertalingen wel kwaad of satan genoemd), en dat de Thessalonicenzen  gehoor zullen geven aan deze brief. Paulus sluit af met een gebed: Dat ze hun harten zullen richten op de liefde van God en de volharding van Chri


[1]  1 Thessalonicenzen 5:24

[2]  Johannes 17:15

Dagelijks Woord

Dagelijks Woord

Woensdag 10 juli 2019 – 1 Thessalonicenzen 5:19-22

[1]Blus de Geest niet uit. Veracht de profetieën niet. [2]Beproef alle dingen, behoud het goede. [3]Onthoud u van elke vorm van kwaad.

(BGT) Houd het werk van Gods Geest niet tegen. Als iemand een bijzondere boodschap van God vertelt, luister dan goed. Onderzoek alle dingen, en kijk of iets goed of slecht is. Ga dan verder met het goede, en houd je niet bezig met het slechte.

Aantekening

1 Thessalonicenzen 5 : 19 >  Blus de Geest niet uit. De manier waarop de Thessalonicenzen, het vuur van de Heilige Geest uitblusten, wordt in het volgende vers nader omschreven. 

1 Thessalonicenzen 5 : 20 – 21 >  Veracht de profetieën niet. Gelovigen moeten openstaan voor de openbaring van Gods wil door medechristenen die de gave van de profetie uitoefenen. De Thessalonicenzen minachten blijkbaar uitingen van profetie. Ze stopten daarmee een waardevolle bron van bemoediging dicht en blusten het vuur van de geest uit. Beproef alle dingen. In plaats van profetieën zonder meer te verwerpen op grond van profetische uitingen zonder enige waarde, moeten de Thessalonicenzen alle profetieën wegen, om waarheid van valsheid te onderscheiden. Dit ‘beproeven’ houdt vermoedelijk onder meer in het nagaan of de profetie overeenkomt met gezaghebbende openbaring, het taxeren van de waarde ervan voor de opbouw van de gemeente en het beoordelen ervan door mensen met een geestelijk onderscheidingsvermogen. Zie 1 Korinthe 12:10 m.b.t. de werking van profetie, in de gemeente. het goede. In het tekstverband wijst dit zeer waarschijnlijk op de profetieën die de toets kunnen doorstaan.

1 Thessalonicenzen 5 : 22Onthoud u van. Paulus gaat nu verder en benadrukt, meer in het algemeen, hoe belangrijk het is elke vorm van kwaadte verwerpen. 


[1]  1 Korinthe 14:30

[2]  1 Johannes 4:1

[3]  Filippenzen 4:8

Dagelijks Woord

Dagelijks Woord

Dinsdag 09 juli 2019 – Micha 7:18-19

Wie is een God als U, Die de ongerechtigheid [1]vergeeft, Die voorbijgaat aan de overtreding van het overblijfsel van Zijn eigendom? Hij zal niet voor eeuwig vasthouden aan Zijn toorn, want Hij vindt vreugde in goedertierenheid. Hij zal Zich weer over ons ontfermen, Hij zal onze ongerechtigheden vertrappen, ja, U zult al hun zonden werpen in de diepten van de zee.

(BGT)  Er is niemand zoals u, God. U bent een God die schuld vergeeft. U kijkt niet meer naar de fouten van uw volk. U blijft niet altijd boos, maar u wilt ons graag uw liefde laten zien. U zult medelijden met ons krijgen, u zult onze schuld wegnemen. En u zult nooit meer denken aan wat we verkeerd gedaan hebben.

Aantekening

Micha 7 : 18 >  Wie is een God als U … ?Deze vraag onderstreept de onvergelijkelijke aard van God Die Zijn volk verdedigt en vergeeft (Exodus 15:11; Deuteronomium 3:24; Psalm 35:10; 89:6-9; vgl. Micha 7:10). want Hij vindt vreugde in goedertierenheid.Dit vormt de basis waarom God vergeeft en Zijn toorn laat varen. De Goddelijke en profetische confrontatie als gevolg van Israëls zonde (Micha 1:5; 3:8) maakt plaats voor het weiden (Micha 7:14) en het vergeven van Zijn erfdeel (Jeremia 50:17-20). 

Micha 7 : 19 >  werpen in de diepten. Zoals God farao’s legers in de zee wierp (Exodus 15:4), zo zal Hij vastberaden de zonden van Zijn volk aanpakken (vgl. Jeremia 31:34).

Aantekeningen Studiebijbel in Perspectief

Micha 7 : 18  >  Wie is een God als u: deze uitdrukking komt eenmaal vaker voor, namelijk in het lied na de uittocht (zie Ex. 15:11). Het is ook de betekenis van de naam Micha (zie Micha 1:1). Vgl. Hos. 11:9.


[1]  Exodus 34:6, 7

Dagelijks Woord

Dagelijks Woord

Maandag 08 juli 2019 – Judas 1:20-21

Maar u, geliefden, bouwt u uzelf op in uw allerheiligst geloof en bid in de Heilige Geest, bewaar uzelf in de liefde van God en verwacht de barmhartigheid van onze Heere Jezus Christus, tot het eeuwige leven.

(BGT)  Vrienden, houd altijd vast aan het ware, christelijke geloof. Dan zullen jullie als kerk een steeds sterkere eenheid worden. En laat je bij het bidden leiden door de heilige Geest. Houd vast aan Gods liefde. Vertrouw erop dat onze Heer Jezus Christus goed voor jullie zal zijn, en jullie het eeuwige leven zal geven.

Aantekening

Judas 1 : 20 >  Bid in de Heilige Geest. D.w.z. bid niet volgens je eigen iedeeën en plannen, maar in overeenstemming met de leiding van de Heilige Geest (vgl. Romeinen 8:26-27; Efeze 6:18). ‘Bidden in de Heilige Geest’ betekent in dit verband een gebedsleven in de Geest in algemene zin, niet in specifieke zin ‘in andere talen’ zoals in 1 Korinthe 14:14-19.

Judas 1 : 21 >  bewaar uzelf in de liefde van God. Dit is de hoofdzin van vers 20 – 21. In het Grieks is dat één volzin, waarin ‘uzelf opbouwende’ en ‘biddende’ in vers 20 en ‘verwachtende’ in vers 21 de vorm hebben van het tegenwoordig deelwoord. De bedoeling is dus: christenen bewaren zichzelf in de liefde van God door te groeien overeenkomstig de leer, te volharden in het gebed en de komst van de Heere te verwachten. Zij moeten zichzelf in de liefde van God bewaren, maar volgens vers 1 – 2 en vers 24 – 25 bewaart God ook hen. Uiteindelijk belooft God het geloof van Zijn eigen volk te bewaren, zodat geen enkele ware gelovige ooit zijn of haar zaligheid zal verliezen.