Dagelijks Woord

Dagelijks woord

Zondag 12 mei 2019 – Mattheüs 10:29-31

Worden niet twee musjes voor een penninkje verkocht? En niet een van die zal op de aarde vallen buiten uw Vader om. [1]En ook de haren van uw hoofd zijn alle geteld. Wees dus niet bevreesd, u gaat veel musjes te boven.

(BGT) Mussen kosten bijna niets, je hebt er al twee voor een paar cent. Toch valt er dankzij de macht van God, jullie Vader, geen mus zomaar dood op de grond. God weet zelfs hoeveel haren je op je hoofd hebt. Je hoeft dus niet bang te zijn. Jullie zijn voor God veel belangrijker dan mussen.

Aantekening

Mattheüs 10 : 29  >  musjeswerden gewoonlijk beschouwd als de kleinste schepselen. buiten uw Vader om.God is oppermachtig, ook in de onbeduidendste dingen.

Mattheüs 10 : 30 – 31  >  Wees dus niet bevreesd.Als de Vader in Zijn oppermacht voortdurend toeziet op zelfs schijnbaar onbeduidende schepselen, dan zal Hij zeker ook Zijn discipelen bijstaan in hun opdracht de blijde boodschap van het koninkrijk te verkondigen. veel … te boven.

Aantekeningen Studiebijbel in Perspectief

Mattheüs 10 : 29>  mussen: die waren het goedkoopste. Zie Luc. 21:18.

Mattheüs 10 : 31  >  Wees dus niet bang: in de v. 26-31 wordt de leerlingen drie keer gezegd om niet bang te zijn, omdat (1) God de hoogste rechter is (v. 26-27), (2) hij de macht over alle dingen heeft (v. 28-30) en (3) de leerlingen voor hem zeer waardevol zijn (v. 31).


[1]  1 Samuël 14:45

Dagelijks Woord

Dagelijks woord

Zaterdag 11 mei 2019 – 1 Petrus 2:6-8

Daarom staat er in de Schrift: [1]Zie, Ik leg in Sion een hoeksteen die uitverkoren en kostbaar is; en: Wie in Hem gelooft, zal niet beschaamd worden. Voor u dan, die gelooft, is Hij kostbaar; maar voor de ongehoorzamen geldt: [2]De steen die de bouwers verworpen hebben, die is de hoeksteen geworden, en [3]een steen des aanstoots en een struikelblok; voor hen namelijk die zich aan het Woord stoten, door ongehoorzaam te zijn, waartoe zij ook bestemd zijn.

(BGT) God zegt in de heilige boeken: «Ik heb op de berg Sion de eerste steen gelegd voor mijn tempel. De steen die ik gekozen heb, is kostbaar en sterk. Je kunt er veilig op bouwen. »Jezus Christus is de kostbare steen die God uitgekozen heeft. Hij is de levende steen. Want God heeft hem weer levend gemaakt, nadat de mensen hem gedood hadden. Jullie zijn in hem gaan geloven, en daardoor zijn jullie nu ook levende stenen. Samen zijn jullie Gods tempel.Jullie brengen offers aan God, als heilige priesters. Jullie offer is het dienen van God door goed te leven. Want dankzij Jezus Christus doen jullie wat God wil.Voor jullie is Jezus Christus de kostbare steen die God uitgekozen heeft. Want jullie geloven in hem. Maar voor ongelovigen is hij een gevaarlijke steen, een steen waarover ze struikelen. Ongelovigen lijken op bouwers die de belangrijkste steen van een gebouw weggooien. Want zij zijn ongehoorzaam aan de woorden van God. Dat heeft God zo bepaald.

Aantekening

1 Petrus 2 : 6  > Ter ondersteuning van het idee dat Jezus de hoeksteenis van Gods tempel, citeert Petrus Jesaja 28:16 (vgl. Romeinen 9:33; 10:11). Jezus is de uitverkorenen Messias Die God geëerd heeft doordat God Hem uit de dood opwekte. Wie in Hemgeloven, zullen op de laatste dag rechtvaardiging genieten.

1 Petrus 2 : 7  > Voor Zijn gelovigen is Hij kostbaar,maar de ongehoorzamen zal de profetie van Psalm 118:22 vervuld worden. De steendie de bouwersverworpen hebben, is het fundament van Gods tempel, Zijn nieuwe volk. Door zich te stoten aan de steen des aanstoots vervullen ongelovigen de profetie in Jesaja 8:14, waar de steen die God heeft opgericht, het middel wordt van hun val. Hun ‘struikeling’ is echter hun eigen schuld, want zij zijn gestruikeld vanwege hun weigering het ‘woord’ van het Evangelie te gehoorzamen.

1 Petrus 2 : 8 >  die zich aan het Woord stoten, door ongehoorzaam te zijn, waartoe zij ook bestemd zijn.Sommigen begrijpen hieruit dat God heeft voorbestemd niet wie ongehoorzaam zal zijn, maar alleen wat het gevolgzal zijn van ongehoorzaamheid voor degenen die ongehoorzaam zijn (d.w.z. dat zij die ongehoorzaam zijn, zullen struikelen). Het is waarschijnlijker dat Petrus leert dat God alles bepaalt wat zal gebeuren. Als hij dit leert, ontkent Petrus de menselijke verantwoordelijkheid niet, want hij benadrukt dat mensen schuldig zijn als ze niet tot geloof komen (‘die zich … stoten, door ongehoorzaam te zijn’).


[1]  Jesaja 28:16

[2]  Psalm 118:22; Mattheüs 21:42; Handelingen 4:11

[3]  Jesaja 8:14; Romeinen 9:33

Dagelijks Woord

Dagelijks Woord

Vrijdag 10 mei 2019 – Jesaja 2:2-3

Het zal in het laatste der dagen geschieden dat [1]de berg van het huis van de HEERE vast zal staan als de hoogste van de bergen, en dat hij verheven zal worden boven de heuvels, en dat alle heidenvolken ernaartoe zullen stromen. Vele volken zullen gaan en zeggen: Kom, laten wij opgaan naar de berg van de HEERE, naar het huis van de God van Jakob; dan zal Hij ons onderwijzen aangaande Zijn wegen, en zullen wij Zijn paden bewandelen. Want [2]uit Sion zal de wet uitgaan, en het woord van de HEERE uit Jeruzalem.

(BGT)  Er komt een dag waarop alles anders wordt. Dan zal de tempel stevig staan, boven op de allerhoogste berg. Veel volken zullen zeggen: ‘Laten we naar de berg van de Heer gaan, naar de tempel van de God van Israël. Op de berg Sion zullen we de woorden van de Heer horen. Hij zal tegen ons spreken vanuit Jeruzalem. Hij zal ons leren wat we moeten doen. En wij zullen leven zoals hij het wil.’Dan komen alle volken op die berg bij elkaar.

Aantekening

Jesaja 2 : 2   >  Hetlaatste der dagenwil zeggen: de verre toekomst (bv. Numeri 24:14; Deuteronomium 4:30; Daniël 2:28). Soms verwijst het specifiek naar de tijd van de Messias (Hosea 3:5). Of Jesaja hier ook hier zo specifiek is, is niet meteen duidelijk, maar uit het doorklinken van Jesaja 2:4 in Jesaja 11:4 blijkt dat ook deze profetie van de Messiaanse tijd spreekt. Nieuwtestamentische auteurs gebruiken de verschillende Griekse vertalingen van de uitdrukking, en geven die meestal weer met ‘in de laatste dagen’ in het geloof dat Jezus’ Messiaanse koningschap bij Zijn opstanding is begonnen en dat ‘het laatste der dagen’ daarmee in een beslissend stadium is gekomen, al wacht de afronding daarvan nog op het einde der tijden (Handelingen 2:17; 2 Timotheüs 3:1; Hebreeën 1:1; Jakobus 5:3; 2 Petrus 3:3; en mogelijk ook 1 Petrus 1:20; 1 Johannes 2:18). Dat Jesaja die eindtijd bedoelt, blijkt ook uit het zevenvoudig ‘op die dag’ (Jesaja 2:11, 17, 20; 3:7, 18; 4:1, 2) en uit ‘de dag van de Heere van de legermachten’ (Jesaja 2:12), wat zowel de nabije als de verre toekomst inhoudt. Voor het profetisch oog ontlenen de huidige crisissen hun gewicht aan de eindcrisis van oordeel en verlossing, waar God de geschiedenis op afstuurt (zie Joël 2:28-3:21; Zefanja 1:7-2:3). de berg van het huis van de Heere. De Tempelberg in Jeruzalem, hoe onooglijk ook voor de hooghartige menselijke religie, was Gods keuze (Psalm 68:16-17) en de ware hoop van de wereld (Psalm 48:2-3). de hoogste van de bergen.Men beschouwde bergen als woningen van goden. De gedachte van de tempel van de Heere als de piek van de wereldreligies zal heidenen hebben aangesproken. ‘Hoogst’ betekent niet zozeer geografische hoogte als wel het hoogste eerbetoon. alle heidenvolken ernaartoe zullen stromen.Als door geheim magnetisme zal een menselijke rivier tegen de berg van Gods tempel omhoog stromen om de enige ware God te aanbidden (zie Johannes 12:32).

Jesaja 2 : 3  >  uit Sion.Uitsluitend uit Sion. De heidenvolken zullen alle andere religies verlaten voor de ware God. 

Aantekeningen Studiebijbel in Perspectief

Jesaja 2 : 2  >  V. 2-4 komt met enkele varianten ook voor in Micha 4:1-3. Eens: de blik van de profeet richt zich op de toekomst. Micha 5:1-4 wekt op tot het inzicht dat het om messiaanse tijden gaat. de berg: d.w.z. de Sionsberg (zie 1:8). Dit beeld van de verheffing van de Sionsberg betekent zijn toekomstige heerlijkheid, zijn eersterangs betekenis voor alle volken. De dienst van de ware God, de HEER, zal zegevieren over alle andere, en zal voor alle volken de gangbare praktijk worden. Dit motief van ‘de heilige berg’ of ‘de berg van de HEER’ komt bij Jesaja veel voor (11:9; 27:13; 56:7; 57:13; 65:25; 66:20; vgl. Ezech. 40:1; Zach. 14:10, 16), en heeft in het algemeen betrekking op de eindtijd.

Jesaja 2 : 3  >  Aankondiging van de bekering van de heidenen tot de HEER en hun massale opkomst naar Jeruzalem om onderricht te krijgen in de kennis van God en van zijn dienst. Deze stellige belofte keert zeer frequent terug, het gehele boek door (11:10; 18:17; 19:18-25; 44:5; 45:14; 49:22; 56:3-8; 65:1). ‘De redding komt van de Joden’, zal Jezus zeggen (Joh. 4:22). Jeruzalem is de plaats waar voor de eerste maal het evangelie van Jezus’ sterven en opstanding zal worden gepredikt (vgl. Luc. 24:46-47; Hand. 1:8; 2).


[1]  Micha 4:1

[2]  Psalm 110:2

Dagelijks Woord

Dagelijks Woord

Donderdag 09 mei 2019 – 2 Timotheüs 2:22

[1]Maar ontvlucht de begeerten van de jeugd. Jaag rechtvaardigheid, geloof, liefde en vrede na, samen met hen die de Heere aanroepen uit een rein hart.

(BGT) Timotheüs, verlang niet naar de dingen waar andere jonge mensen naar verlangen. Doe je best om goed en eerlijk te zijn, en op de Heer te vertrouwen. Doe je best om van andere mensen te houden, en in vrede met hen te leven. Zo moet je leven, samen met alle christenen die tot God bidden met een zuiver hart.

Aantekening

2 Timotheüs 2 : 22  >  begeerten van de jeugd. ‘Begeerten‘ (Grieks ‘epithymia) verwijst in deze context naar zondige verlangens in het algemeen (niet alleen seksuele begeerte), met name die begeerten die karakteristiek zijn voor de jeugd. Misschien bedoelt Paulus in vers 23 – 25 dat de neiging tot conflicten er daar één van is. De opdracht om wat verkeerd is te ‘ontvluchten’ wordt verbonden met de opdracht om “na te jagen” wat goed is (vgl. 1 Timotheüs 6:11-12). Het najagen van het goede moet niet alleen, maar samen metandere gelovigen worden gedaan. De verbondenheid met de geloofsgemeenschap is essentieel, zowel voor de voortgang in heiligmaking als voor volharding in het geloof.

Aantekeningen Studiebijbel in Perspectief

2 Timotheüs 2 : 22>  de begeerten van de jeugd: in deze context wordt waarschijnlijk de zucht naar steeds nieuwe dingen bedoeld, naar eindeloze discussies en speculaties, zaken waar de mensen die van de waarheid afgeweken waren, op uit waren (2:18).


[1]  1 Timotheüs 6:11

Dagelijks Woord

Dagelijks Woord

Woensdag 08 mei 2019 – Openbaring 4:11

[1]U bent het waard, Heere, te ontvangen de heerlijkheid, de eer en de kracht, want U hebt alle dingen geschapen, en door Uw wil bestaan zij en zijn zij geschapen.

(BGT) Heer, onze God, u hebt alles gemaakt.De wereld bestaat omdat u dat wilt.Iedereen moet voor u juichen,iedereen moet uw macht prijzen.U verdient alle eer!’

Aantekening

Openbaring 4 : 9 – 11  > Het koor van vier levende schepselen zwelt aan. Tegelijk wierpen de vierentwintig ouderlingen zich neer en wierpen hun kronen neer vóór de troon, terwijl ze aanbaden en onderworpenheid aan Gods gezag toonden. De ouderlingen verheerlijken God als zijnde drievoudig eerbetoon (heerlijkheid, eer, krachtwaardomdat Hij Zijn soevereine wilaanwendt in het scheppen en onderhouden van alle dingen. God ontvangt ‘macht’ niet in de betekenis dat een almachtig Wezen sterker kan worden, maar in de betekenis dat de sterkte van Zijn schepselen gebruikt wordt om Hem te eren. Deze lofprijzingen van God voor Zijn eeuwige volmaaktheid en Zijn scheppingswerk zijn het voorspel van een ‘nieuw lied’ dat God en het Lam zal prijzen voor de verlossing, de ultieme blijk van hun Goddelijke waardigheid (Openbaring 5:9-10).

Aantekeningen Studiebijbel in Perspectief

Openbaring 4 : 11  >  u komen toe: deze bevestiging van wat de schepper toekomt zal gevolgd worden door een overeenkomstig zoeken naar een verlosser aan wie het toekomt (5:2); niemand verdiende het (5:4); dan vindt men hem in de persoon van het lam (5:9, 12).


[1]  Openbaring 5:12

Dagelijks Woord

Dagelijks Woord

Dinsdag 07 mei 2019 – Prediker 10:12

Woorden uit de mond van een wijze zijn aangenaam, maar de lippen van een dwaas verslinden hemzelf.

(BGT)  Als een wijs mens iets zegt, dan krijgt hij waardering. Maar als een dwaas iets gaat zeggen, dan brengt hij zichzelf in de problemen.

Aantekening

Prediker 10 : 8 – 12  >  De ongelukkige voorvallen die beschreven worden in vers 8-11, gebeuren allemaal toevallig, wat inhoud dat degene die een kuil graaft dat niet per se met verkeerde bedoelingen doet (in tegenstelling tot Psalm 7:16; 57:7; Spreuken 26:27; 28:10). De strekking hiervan is gewoon dat dwazen zichzelf door hun eigen dwaasheid te gronde richten.

Aantekeningen Studiebijbel in Perspectief

Prediker 10 : 12  >   De v. 12-14 snijden het klassieke motief aan van de wijsheidstraditie: de positieve en negatieve effecten die taal kan hebben (zie Spr. 13:3, 15).

Dagelijks Woord

Dagelijks Woord

Maandag 06 mei 2019 – Titus 3:4-6

Maar toen de goedertierenheid van God, onze Zaligmaker, en Zijn liefde tot de mensen verschenen is, [1]maakte Hij ons zalig, [2]niet op grond van de werken van rechtvaardigheid die wij gedaan zouden hebben, maar vanwege Zijn barmhartigheid, door het bad van de wedergeboorte en de vernieuwing door de Heilige Geest. [3]Die heeft Hij in rijke mate over ons uitgegoten door Jezus Christus, onze Zaligmaker.

(BGT)  Maar toen liet God, onze redder, zien hoe goed hij is, en hoeveel hij van mensen houdt. Hij heeft ons gered. Niet omdat wij dat verdienen door onze goede daden, maar omdat hij medelijden met ons had. Door onze doop zijn we een nieuw leven begonnen. Dankzij de heilige Geest leven we als nieuwe mensen. God heeft ons allemaal zijn Geest gegeven, dankzij Jezus Christus, onze redder.

Aantekening

Titus 3 : 4 >  goedertierenheiden liefdestaan in sterk contrast met de beschrijving van de verloren mensheid in vers 3. Deze verandering is te danken aan de verschijning van God, onze Zaligmaker

Titus 3 : 5 >  De verandering in Titus 3:7 (vroeger … maar nu) kwam niet door menselijke in spanning. ‘Wij waren voorheen … verslaafd’ (vers 3), maar Hij maakte … ons zalig. Zonder dat God ingrijpt, is er geen zaligheid. Zaligheid komt niet op grond van de werken, maar door het bad van de wedergeboorte en de vernieuwing door de Heilige Geest.Sommigen denken dat men door deze doop (‘bad’) zalig wordt. Maar hier wordt het toedoen van de mens duidelijk gebagatelliseerd (‘niet op grond van de werken’) en ligt de nadruk op Gods ingrijpen (Hij ‘maakte … ons Zalig’). Het ‘bad’ is de geestelijke reiniging, en de doop is daarvan een zichtbaar teken. 


[1]  Efeze 1:4; 2 Timotheüs 1:9

[2]  Romeinen 3:20, 28; 4:2, 6; 9:11; 11:6; Galaten 2:16; Efeze 2:4

[3]  Ezechiël 36:25

Dagelijks Woord

Dagelijks Woord

Zondag 05 mei 2019 – 1 Johannes 5:11-12

En dit is het getuigenis, namelijk dat God ons het eeuwige leven gegeven heeft; en dit leven is in Zijn Zoon. Wie de Zoon heeft, heeft het leven; wie de Zoon van God niet heeft, heeft het leven niet.

(BGT)  Dit is wat God gezegd heeft: God wil ons het eeuwige leven geven, en we krijgen dat eeuwige leven door zijn Zoon. Iedereen die verbonden blijft met de Zoon, krijgt het eeuwige leven. Maar wie niet verbonden blijft met de Zoon, krijgt het eeuwige leven niet.

Aantekening

1 Johannes 5 : 11 >  Het getuigenis dat ten grondslag ligt aan het geloof in Christus is niet vaag, maar heeft concrete inhoud. Het is de boodschap van Jezus’ vleeswording, dood en opstanding, waardoor het eeuwige leven toegankelijk wordt door geloof in Zijn Zoon.

1 Johannes 5 : 12  >  de Zoon heeft.‘De Zoon  hebben’ houdt in een geloof dat kenbaar is aan liefde voor anderen en toewijding aan God. Ieder van wie geldt: hij heeft het leven niet,vervalt tot eeuwige straf (Johannes 3:36). Over Jezus als de enige Weg naar God. (Johannes 14:6; 1 Johannes 2:23).

Dagelijks Woord

Dagelijks Woord

Zaterdag 04 mei 2019 – Psalmen 94:18-19

Toen ik zei: Mijn voet wankelt, ondersteunde Uw goedertierenheid mij, HEERE. Toen mijn gedachten binnen in mij zich vermenigvuldigden, verkwikten Uw vertroostingen mijn ziel.

(BGT)  Steeds als ik geen moed meer had, hebt u mij vol liefde geholpen.Als ik bang was en vol zorgen,hebt u mij getroost en blij gemaakt.

Aantekening

Psalm 94 : 19  > De hier genoemde gedachtenstaan al in de Psalm, bv. vers 3. De vertroostingenzijn de zekerheid dat God er weet van heeft (vers 9-11), dat Hij Zijn ondersteuning al eerder heeft gegeven (vers 17-18) en dat Hij zeker zal oordelen (vers 23).

dagelijks Woord

Dagelijks Woord

Vrijdag 03 mei 2019 – Kolossenzen 1:19-20

Want het heeft de Vader behaagd dat [1]in Hem heel de volheid wonen zou, [2]en dat Hij door Hem alle dingen met Zichzelf verzoenen zou, door [3]vrede te maken door het bloed van Zijn kruis, ja door Hem, zowel de dingen die op de aarde zijn als de dingen die in de hemelen zijn.

(BGT) God zelf wilde aanwezig zijn in Christus. Want hij wilde via zijn Zoon vrede brengen tussen de schepping en zichzelf. Hij liet hem voor ons sterven aan het kruis. Daardoor is het nu weer goed tussen God en iedereen op aarde en in de hemel.

Aantekening

Kolossenzen 1 : 19 >  Want het heeft de Vader behaagd dat in Hem heel de volheid wonen zou. Het spreken van ‘volheid’ hier en in de hele brief doet denken aan het taalgebruik in het Oude Testament, waar werd gezegd dat God de tempel ‘vervulde’ met Zijn aanwezigheid. De profeet Ezechiël roept bijvoorbeeld uit: ‘Ik zag, en zie, de heerlijkheid van de Heere had het huis van de Heere vervuld’ (Ezechiël 44:4). Jezus draagt niet alleen de heerlijkheid van God, maar alles wat God is woont ook in Hem. Hij bezit de wijsheid, de kracht, de Geest en de heerlijkheid van God. Dat al deze Goddelijke volheid in Jezus woont, betekent ook dat Hij volkomen God is. (zie ook Kolossenzen 2:9). 

Kolossenzen 1 : 20 >  alle dingen met Zichzelf verzoenen. Als de ‘vredevorst’ (Jesaja 9:5) zal Jezus uiteindelijk alle rebellie tegen God en Zijn plannen de kop indrukken. Voor gelovigen betekent dit verzoening met God, als Zijn vrienden. De ongelovigen en de demonische machten zullen moeten buigen voor Christus. Hun rebellie zal beslissend verslagen worden door Christus als overwinnende koning (vgl. 1 Korinthe 15:24-28; Openbaring 19:11-21; 20:7-10). De basis van Christus’ rijk van vrede is het bloed van Zijn kruis. Het kruis is werkelijk het keerpunt in de menselijke en de kosmische geschiedenis. Over kruisiging, zie aantekeningen bij Mattheüs 27:35 en Filippenzen 2:8. 


[1]  Johannes 1:14, 16; Kolossenzen 2:9

[2]  2 Korinthe 5:18; 1 Johannes 4:10

[3]  Jesaja 9:6; Johannes 16:33; Handelingen10:36; Romeinen 5:1; Efeze 2:14