Dagelijks Woord
Vrijdag 10 mei 2019 – Jesaja 2:2-3
Het zal in het laatste der dagen geschieden dat [1]de berg van het huis van de HEERE vast zal staan als de hoogste van de bergen, en dat hij verheven zal worden boven de heuvels, en dat alle heidenvolken ernaartoe zullen stromen. Vele volken zullen gaan en zeggen: Kom, laten wij opgaan naar de berg van de HEERE, naar het huis van de God van Jakob; dan zal Hij ons onderwijzen aangaande Zijn wegen, en zullen wij Zijn paden bewandelen. Want [2]uit Sion zal de wet uitgaan, en het woord van de HEERE uit Jeruzalem.
(BGT) Er komt een dag waarop alles anders wordt. Dan zal de tempel stevig staan, boven op de allerhoogste berg. Veel volken zullen zeggen: ‘Laten we naar de berg van de Heer gaan, naar de tempel van de God van Israël. Op de berg Sion zullen we de woorden van de Heer horen. Hij zal tegen ons spreken vanuit Jeruzalem. Hij zal ons leren wat we moeten doen. En wij zullen leven zoals hij het wil.’Dan komen alle volken op die berg bij elkaar.
Aantekening
Jesaja 2 : 2 > Hetlaatste der dagenwil zeggen: de verre toekomst (bv. Numeri 24:14; Deuteronomium 4:30; Daniël 2:28). Soms verwijst het specifiek naar de tijd van de Messias (Hosea 3:5). Of Jesaja hier ook hier zo specifiek is, is niet meteen duidelijk, maar uit het doorklinken van Jesaja 2:4 in Jesaja 11:4 blijkt dat ook deze profetie van de Messiaanse tijd spreekt. Nieuwtestamentische auteurs gebruiken de verschillende Griekse vertalingen van de uitdrukking, en geven die meestal weer met ‘in de laatste dagen’ in het geloof dat Jezus’ Messiaanse koningschap bij Zijn opstanding is begonnen en dat ‘het laatste der dagen’ daarmee in een beslissend stadium is gekomen, al wacht de afronding daarvan nog op het einde der tijden (Handelingen 2:17; 2 Timotheüs 3:1; Hebreeën 1:1; Jakobus 5:3; 2 Petrus 3:3; en mogelijk ook 1 Petrus 1:20; 1 Johannes 2:18). Dat Jesaja die eindtijd bedoelt, blijkt ook uit het zevenvoudig ‘op die dag’ (Jesaja 2:11, 17, 20; 3:7, 18; 4:1, 2) en uit ‘de dag van de Heere van de legermachten’ (Jesaja 2:12), wat zowel de nabije als de verre toekomst inhoudt. Voor het profetisch oog ontlenen de huidige crisissen hun gewicht aan de eindcrisis van oordeel en verlossing, waar God de geschiedenis op afstuurt (zie Joël 2:28-3:21; Zefanja 1:7-2:3). de berg van het huis van de Heere. De Tempelberg in Jeruzalem, hoe onooglijk ook voor de hooghartige menselijke religie, was Gods keuze (Psalm 68:16-17) en de ware hoop van de wereld (Psalm 48:2-3). de hoogste van de bergen.Men beschouwde bergen als woningen van goden. De gedachte van de tempel van de Heere als de piek van de wereldreligies zal heidenen hebben aangesproken. ‘Hoogst’ betekent niet zozeer geografische hoogte als wel het hoogste eerbetoon. alle heidenvolken ernaartoe zullen stromen.Als door geheim magnetisme zal een menselijke rivier tegen de berg van Gods tempel omhoog stromen om de enige ware God te aanbidden (zie Johannes 12:32).
Jesaja 2 : 3 > uit Sion.Uitsluitend uit Sion. De heidenvolken zullen alle andere religies verlaten voor de ware God.
Aantekeningen Studiebijbel in Perspectief
Jesaja 2 : 2 > V. 2-4 komt met enkele varianten ook voor in Micha 4:1-3. Eens: de blik van de profeet richt zich op de toekomst. Micha 5:1-4 wekt op tot het inzicht dat het om messiaanse tijden gaat. de berg: d.w.z. de Sionsberg (zie 1:8). Dit beeld van de verheffing van de Sionsberg betekent zijn toekomstige heerlijkheid, zijn eersterangs betekenis voor alle volken. De dienst van de ware God, de HEER, zal zegevieren over alle andere, en zal voor alle volken de gangbare praktijk worden. Dit motief van ‘de heilige berg’ of ‘de berg van de HEER’ komt bij Jesaja veel voor (11:9; 27:13; 56:7; 57:13; 65:25; 66:20; vgl. Ezech. 40:1; Zach. 14:10, 16), en heeft in het algemeen betrekking op de eindtijd.
Jesaja 2 : 3 > Aankondiging van de bekering van de heidenen tot de HEER en hun massale opkomst naar Jeruzalem om onderricht te krijgen in de kennis van God en van zijn dienst. Deze stellige belofte keert zeer frequent terug, het gehele boek door (11:10; 18:17; 19:18-25; 44:5; 45:14; 49:22; 56:3-8; 65:1). ‘De redding komt van de Joden’, zal Jezus zeggen (Joh. 4:22). Jeruzalem is de plaats waar voor de eerste maal het evangelie van Jezus’ sterven en opstanding zal worden gepredikt (vgl. Luc. 24:46-47; Hand. 1:8; 2).
[1] Micha 4:1
[2] Psalm 110:2